Verstopte traanbuis bij zuigelingen

Wat is een verstopte traanbuis?

Een verstopte traanbuis bij kinderen in de eerste levensmaanden, in de medische wereld dacryostenose genoemd, is een aangeboren afwijking. In de meeste gevallen verdwijnt de aandoening binnen zes maanden. Een verstopt traanbuisje kan leiden tot een ontsteking van de traanzak, de zogenaamde dacryocystitis. De aandoening komt regelmatig voor bij zuigelingen.

Symptomen verstopte traanbuis bij zuigelingen

Een verstopt traanbuisje kunt u bij uw kind herkennen aan de tranenvloed. Het vocht uit het oog kan niet worden afgevoerd en loopt over de wangen van uw baby. Dit wordt pas in de tweede tot derde week na de geboorte merkbaar. In veel gevallen ontstaat ook door de verstopping een ontsteking van de traanzak. Onder het ooghoekje aan de kant van de neus ontstaat dan een rode en warme zwelling. Uw kind voelt zich niet lekker en krijgt koorts. Bij het oog is pus (etter) zichtbaar. Als u op de zwelling onder de ooghoek drukt, stroomt er via het traanpuntje meer pus bij het oog. Het traanpuntje zit op het onderooglid vlakbij de binnenste ooghoek.

Overigens hebben veel kinderen vlak na de geboorte een ontstoken oogje. U herkent dit aan pus in en roodheid van het oog. Als uw kind daarbij geen last heeft van tranenvloed, is er géén sprake van een verstopping van de traanbuis. In dit geval kunt u door het oogje regelmatig (drie keer per dag) schoon te maken met gekookt en afgekoeld water, de ontsteking behandelen. Vaker is niet nodig en is irriterend voor de ogen. In plaats van gekookt, afgekoeld water kunt u ook een fysiologische zoutoplossing gebruiken die u bij de apotheek kunt kopen. Een schoon washandje met water en een druppeltje babyshampoo is eveneens een goede manier om het oogje schoon te maken.

Hoe ontstaat een verstopte traanbuis?

Normaal gesproken wordt het traanvocht via het traanpuntje door kanaaltjes afgevoerd naar de traanzak in de neus. Van daaruit loopt het verder via een ander kanaaltje verder en komt terecht in de neus. Bij kinderen met een verstopte traanbuis is het laatste kanaaltje (dat dus van de traanzak naar de neus loopt) afgesloten door een vlies, het zogenaamde membraan van Hasner. Bij de meeste zuigelingen barst dit vlies spontaan binnen vier tot zes weken na de geboorte. Het traanvocht, dat continue wordt gevormd en dus niet alleen wanneer het kind huilt, hoopt zich op in de traanzak. Deze raakt al snel vol waardoor het vocht uit het oog loopt. De stilstand van traanvocht in het traanzakje vormt een prettige omgeving voor bacteriën. Deze kunnen zich snel vermeerderen waardoor een ontsteking kan ontstaan.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een verstopte traanbuis en een ontsteking van het traanzakje zijn onschadelijk voor uw kind. Het oog kan er niet door beschadigen. In veruit de meeste gevallen gaat het traankanaal vanzelf open. Mocht dit na zes maanden nog niet gebeurd zijn dan kan de oogarts met een simpele ingreep, het vliesje breken.

Wanneer naar de huisarts?

Voor een verstopt traanbuisje hoeft u niet naar de huisarts. Wanneer er een ontsteking ontstaat en er een zwelling zichtbaar is en er pus in het oog komt, kunt u beter wel een afspraak maken. Misschien heeft uw kind oogdruppeltjes of een antibioticum nodig.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Door te masseren kunt u de verstopping van de traanbuis sneller laten verdwijnen. Het is wel erg belangrijk dat u op de goede manier masseert. U legt uw schone vinger net onder het traanpuntje op de huid. Het traanpuntje is het kleine puntje in het onderooglid. Dan beweegt u langzaam met uw vinger schuin naar beneden, richting neus. Daar tilt u uw vinger op en begint weer bovenaan. Dit doet u drie keer per dag. Voor deze massage van de traanpunt kunt u overigens ook prima een licht bevochtigd wattenstaafje gebruiken.

Wanneer er geen sprake is van een ontsteking met pusvorming is het niet nodig het oogje vaak schoon te maken met gekookt, afgekoeld water. Dit werkt namelijk irriterend.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen voor een verstopte traanbuis

Een verstopt traanbuisje en een ontstoken traanzakje kunt u niet voorkomen.

In samenwerking met

W.van Donselaar,arts

Bronnen

  • Everdingen JJE, Glerum JH,Schobben AFAM,Wiersma Tj(red). Diagnose en Therapie 2013-2014. BSL, Houten. 2013

     

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019