Gezondere leefstijl en betere zorg kan perinatale sterfte voorkomen

In 2008 kwamen er schokkende cijfers naar buiten. Nederland had een relatief hoog perinatale sterfte vergeleken met andere Europese landen. Nu een aantal jaar later zijn de cijfers wel verbeterd maar kampen we nog steeds met een relatief hoog babysterftecijfer. Hoe kunnen we perinatale sterfte voorkomen?

Het foetaal sterftecijfer (doodgeboorte) in Nederland ligt op zo’n drie procent. Dit is net iets boven het Europese gemiddelde. Het neonatale sterftecijfer (babysterfte in de eerste levensweek) ligt in Nederland op zo’n 2,3 procent. Dit is gelijk aan het Europese gemiddelde. Mensen verwachten van een land als Nederland met zulke goede gezondheidszorg betere cijfers op dit gebied. Het lijkt erop dat een ongezonde levensstijl hier de grootste boosdoener is.

Thuis bevallen en perinatale sterfte

Veel mensen gaven de grote hoeveelheid thuisbevallingen in Nederland de schuld van het hoge babysterftecijfer. Echter blijkt uit onderzoek dat thuis bevallen niet meer risico’s met zich meebrengt dan een ziekenhuisbevalling.  Vrouwen mogen alleen thuis bevallen als zij gezond zijn en geen extra risico lopen. Extra risicogevallen zijn bijvoorbeeld zwangere vrouwen met:

  • een te hoge bloeddruk,
  • diabetes,
  • problemen tijdens de vorige zwangerschap,
  • een ongeschikte thuissituatie om thuis te bevallen.

Vroeggeboorte en perinatale sterfte

Vaak is perinatale sterfte het gevolg van vroeggeboorte: baby’s die voor een zwangerschapsduur van 32 weken worden geboren. Ook ernstige aangeboren afwijkingen, te laag geboortegewicht en zuurstofgebrek tijdens de zwangerschap veroorzaken een deel van de sterfte. Een aantal jaar geleden was het zorgbeleid in Nederland ten opzichte van extreme vroeggeboorte terughoudend. Sinds onderzoek heeft uitgewezen dat de kans op overleving aanzienlijk verhoogd door intensieve zorg te verlenen bij vroeggeboorte, wordt er nu ook in Nederland intensieve zorg verleend bij baby’s geboren vanaf 24 weken.

Betere zorg

In een aanzienlijk deel van de sterfgevallen, een kwart tot een derde, schiet de zorg tekort. Miscommunicatie en onduidelijkheid tussen verloskundigen en gynaecologen wordt gezien als belangrijk knelpunt. Elke zwangere vrouw zou daarom een casemanager moeten krijgen die de zorg coördineert. Een geboorteplan en een verplicht huisbezoek moeten beter inzicht geven in de risico’s.

Acute zorg

Ook de acute zorg laat soms te wensen over. Professionals zijn niet altijd op tijd aanwezig. In sommige achterafgelegen gebieden, in delen van Friesland en Groningen bijvoorbeeld, zijn ziekenhuizen bij nood niet op tijd te bereiken. Zwangere vrouwen moeten in spoedsituaties voortaan altijd binnen een kwartier worden geholpen door een verloskundige of een gynaecoloog. Ook mag een vrouw tijdens de bevalling niet meer alleen worden gelaten.

Achterstandswijken

Vrouwen in achterstandsposities lopen aanzienlijk meer kans dat er iets misgaat. Zo is het perinatale sterftecijfer in Den Haag in de achterstandswijken ruim zeventien van elke duizend geboren baby’s, terwijl dat in de betere wijken nog geen elf bedraagt. Ook een niet-westerse afkomst is een risicofactor. Vrouwen uit deze groep melden zich bijvoorbeeld vaak later aan bij de verloskundige en maken minder gebruik van kraamzorg.

Ongezonde leefstijl en perinatale sterfte

Ook een ongezonde leefstijl (roken, alcohol en slechte eetgewoonten) brengen extra risico’s op perinatale sterfte mee. Het blijkt dat de ongezonde leefstijl vaak samengaat met het wonen in een achterstandswijk. Men wil daarom risicogroepen actiever benaderen en betere voorlichting geven, het liefst zo vroeg mogelijk in de zwangerschap of zelfs daarvoor.

Om de kans op een gezonde zwangerschap en perinatale sterfte zo klein mogelijk te maken kan de vrouw het beste:

Oude moeders

Typisch Nederlands is dat vrouwen relatief laat kinderen krijgen. Toch speelt de leeftijd van de moeder een minder grote rol dan werd aangenomen. De perinatale sterfte wordt er althans nauwelijks door beïnvloed. Wel lopen oudere moeders meer risico op het kraambed te sterven.

Moedersterfte

De kans in het kraambed te sterven blijft miniem: het gebeurt acht op de honderdduizend zwangere vrouwen. Ernstige ziekte komt vaker voor: bij zeven op de duizend zwangeren. Vaak is  het overlijden of zeer ernstige ziekte van de moeder het resultaat van tekortschietende zorg. De zorg voldeed niet aan de richtlijnen of aan de gangbare manier van zorg verlenen. Verder is Nederland terughoudend met het geven van medicatie en het inleiden van de bevalling.

Auteur: José Boon
Bronnen: TNO, Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Pagina laatst aangepast op 25 juni 2019


Gerelateerd