Wat is waar en niet waar over antidepressiva

Een miljoen Nederlanders slikt antidepressiva. Toch blijkt uit onderzoek dat ze lang niet altijd helpen. En de bijwerkingen zijn niet mals: je zou er dik, suf en impotent van worden. Wat is waar en niet waar? Twaalf stellingen over antidepressiva getoetst.

Antidepressiva worden onderverdeeld in klassieke en moderne antidepressiva. De klassieke TCA’s (tricylische antidepressiemiddelen) beïnvloeden de heropname van diverse hersenstofjes, met name noradrenaline en serotonine. De nieuwe generatie (de bekendste zijn de SSRI’s (selectieve serotonine heropname-remmers) beïnvloeden alleen het stemmingsstofje serotonineProzac was de eerste van de SSRI’s, andere zijn Lexapro en Zoloft. SSRI’s worden ook wel voorgeschreven bij angststoornissen.  Verder zijn er nog andere groepen zoals de SNRI’s of SDRI’s (serotonine en noradrenaline en dopamine heropname remmers), voorbeelden hiervan zijn Wellbutrin of Venlafaxine. Een andere groep, de MAO-remmers, wordt met name bij ernstige depressies of bij atypische depressies (een type depressie met bepaalde kenmerken) voorgeschreven. Hiervoor moet je een speciaal dieet volgen.

Stelling 1: Antidepressiva werken niet altijd

Waar. Van een grootschalige studie in 2008 naar vier soorten antidepressiva luidt de conclusie dat antidepressiva eigenlijk alleen helpen bij mensen die ernstig depressief zijn. Psychiaters wisten dit al langer. Eerste keus bij lichte depressies, zo staat in de richtlijn voor psychiaters, is psychotherapie. Of het even aankijken. De helft van de depressies gaat namelijk binnen drie maanden vanzelf over.

Stelling 2: Goede medicatie is moeilijk, omdat depressie niet begrepen wordt

Waar. De wetenschap begrijpt nog te weinig van het depressieve brein. Er zijn allerlei theorieën over depressie. Maar geen van deze theorieën is de beste theorie.

Depressie is een complex fenomeen waarbij biologische, psychologische en sociale zaken als factor meespelen. Wanneer depressie met name voortkomt uit biologische factoren (genetische aanleg, afwijkingen in de neurotransmitterhuishouding in het brein) wordt aangenomen dat medicatie soms beter werkt. Wanneer psychologische factoren (bijvoorbeeld een persoonlijkheidsstoornis) een rol spelen, wordt aangenomen dat een psychologische behandeling beter aanslaat.

De behandelaar (psychiater of psycholoog) volgt bij de behandeling de richtlijnen samen met zijn eigen klinische ervaring en inhoudelijke kennis. Samen met de patiënt komt hij tot een keuze. Soms kan afgeweken worden van de richtlijnen, omdat geen patiënt of depressie hetzelfde is. Dit moet wel goed onderbouwd en geëvalueerd worden. Dit, omdat niet elke depressie of mens hetzelfde is en bij de één medicatie wel werkt en bij de ander niet.

Stelling 3: Antidepressiva werken goed bij angst en paniek

Waar. De middelen die inwerken op serotonine, blijken goed te helpen bij angst-, dwang- en paniekstoornissen. Ook bij posttraumatische stressstoornis helpen antidepressiva.

Stelling 4: Van antidepressiva word je dik en impotent

Niet per se waar. Het Farmaceutisch Kompas noemt als bijwerkingen gewichtstoename (maar ook afname) en seksuele bijwerkingen, zoals geen zin in seks en uitgesteld orgasme. Maar in hoeverre dat bijwerkingen zijn is niet altijd duidelijk, omdat ze ook een gevolg kunnen zijn van de depressie. Bovendien reageert iedereen anders op medicatie. Zo werken antidepressiva eetlustbevorderend – antipsychotica zijn daar zelfs om berucht – maar niet bij iedereen (in dezelfde mate). En zo krijgen sommige patiënten seksuele klachten, maar lang niet iedereen. Sommige mensen vallen juist af van bepaalde antidepressiva. Het is dus enorm belangrijk om je bewust te zijn dat bijwerkingen kunnen ontstaan en deze dien je met je behandelaar te evalueren. Er zijn geen onomkeerbare bijwerkingen.

Stelling 5: Van antidepressiva word je een gevoelloze zombie

Gedeeltelijk waar. Gevoelloosheid is geen bijwerking van antidepressiva, maar een symptoom van een ernstige depressie. Wel kan er wat afvlakking van de emoties bestaan als bijwerking. Echter, afvlakking of wegvallen van emoties is juist ook een symptoom van depressie. Wanneer mensen opknappen, gaan ze juist weer meer voelen. Soms is het afvlakken van de emoties juist een voordeel, met name bij depressies waarbij ook veel angstklachten bestaan. Vaak zijn er ook angstgevoelens die een depressie in stand houden. Wel constateren mensen die antidepressiva slikken vanwege een angststoornis soms een vervlakking van gevoelens, die ze vervelend vinden. Het is dus belangrijk om te weten dat er bepaalde bijwerkingen bestaan en deze goed in de gaten te houden.

Stelling 6: Moderne antidepressiva werken beter dan de oude

Niet waar. Het is belangrijk om te weten dat oude versus nieuwe antidepressiva eigenlijk een niet zo goede indeling is. Een betere indeling is op basis van de werking van een antidepressivum. Elk antidepressivum heeft een ander werkingsmechanisme dat bij verschillende aandoeningen wordt ingezet. Dit, omdat bepaalde antidepressiva bepaalde werkingsmechanismen hebben die bij bepaalde depressies beter lijken te werken. Zo kan bijvoorbeeld het ene antidepressivum beter ingezet worden bij een manische depressie, dan bij een postpartum depressie.

Bij de behandeling met antidepressiva is het altijd belangrijk om de richtlijn te volgen. De richtlijn voor antidepressiva is namelijk gebaseerd op de laatste wetenschap, praktische overwegingen en veiligheid. Hierin wordt de volgende volgorde aangehouden:

  1. SSRI
  2. SNRI
  3. TCA
  4. TCA in combinatie met een ander middel
  5. Elektroshock therapie

Heb je vragen over de behandelkeuzes van de specialist? Stel je vragen gerust. Soms kan het nodig zijn om van de richtlijn af te wijken, bijvoorbeeld vanwege de achtergrond van de patiënt.

Stelling 7: De nieuwe antidepressiva hebben minder bijwerkingen

Deels waar. Bij nieuwe middelen (SSRI’s) heb je minder kans op hinderlijke bijwerkingen als zweten en een droge mond, maar er zijn wel weer andere. Zijn het bij de oude TCA’s vooral duizeligheid, obstipatie, droge mond, wazig zien en transpireren. Bij de moderne gaat het om misselijkheid, diarree, angst, agitatie of nervositeit, slapeloosheid, hoofdpijn en verhoogde bloedingsneiging. Gewichtstoename lijkt bij SSRI’s wat minder op te treden, seksuele klachten wat meer.

Stelling 8: Mensen die antidepressiva slikken stoppen daarmee vanwege de bijwerkingen

Deels waar. Veel patiënten gebruiken de medicatie niet (helemaal) volgens voorschrift. Een deel heeft hinder van seksuele bijwerkingen of overgewicht en stopt daarom de medicatie. Anderen durven er niet mee te beginnen uit angst voor de bijwerkingen. Maar bedenk dat die bijwerkingen lang niet altijd hoeven op te treden en dat medicatie altijd in overleg met de behandelaar kan worden aangepast.

Het is overigens belangrijk om antidepressiva in te nemen volgens voorschrift. Lukt dat niet, bijvoorbeeld vanwege bepaalde omstandigheden, licht dan altijd je behandelend arts in. Een antidepressivum kan namelijk een deel van zijn werking verliezen als je het niet optimaal gebruikt.

Stelling 9: Antidepressiva verhogen de zelfmoordneiging

Niet waar. Daar bestaat althans nog veel onduidelijkheid over. In algemene zin neemt zelfmoord af door behandeling met antidepressiva, omdat er minder depressies zijn. In een individueel geval kunnen remmingen wegvallen, terwijl de stemming nog niet verbeterd is. De stemmingsverbetering laat namelijk vaak wat langer op zich wachten. Deze afname van remming zou in een ernstige depressie soms tot zelfmoord kunnen leiden. Soms ook neemt de angst in het begin van de behandeling toe, maar of dat tot zelfmoord leidt is niet bekend.

Hierom is het belangrijk om een goede afweging te maken in het starten van antidepressiva en dienen suïcidale gedachten met de psychiater besproken te worden. Met name in de opstartfase, bij suïcidaliteit in de voorgeschiedenis en bij adolescenten. Dit omdat het risico op het toenemen van doodgedachten en hiermee suïcidaal gedrag bij die groep of in die periode vergroot is.

Stelling 10: Alleen een psychiater mag antidepressiva voorschrijven

Niet waar. De huisarts mag het ook en doet het zelfs veel vaker. Van alle recepten voor antidepressiva wordt volgens het RIVM ongeveer 80% voorgeschreven door de huisarts. De huisarts stelt vaak de diagnose, waarna de patiënt meestal bij hem onder behandeling blijft. Een verwijzing naar een psychiater is nodig bij twijfel over de diagnose, bij ernstige depressies (bijvoorbeeld met zelfmoord of psychoses), als de behandeling niet werkt en als de patiënt al eerder psychiatrische behandeling kreeg. Een psycholoog is geen arts en mag geen medicatie voorschrijven.

Stelling 11: Praten is beter dan pillen

Gedeeltelijk waar. Bij ernstige depressies kunnen we eigenlijk niet om medicatie of elektroconvulsieve therapie (ECT) heen, aangevuld met psychotherapie. Bij minder ernstige gevallen kan worden gekozen voor psychotherapie óf medicatie (of een combinatie van beide). Ook hierin is de keuze weer patiënt- en omgevingsafhankelijk. Voor bepaalde aandoeningen zijn bijzonder effectieve psychotherapieën ontwikkeld, zoals toenemende blootstelling (exposure) bij fobieën en cognitieve gedragstherapie bij een angststoornis.

Stelling 12: Antidepressiva zijn verslavend

Niet waar. Maar zomaar staken is onverstandig, afbouwen moet geleidelijk en in overleg met de arts. Wel verslavend zijn slaap- en kalmeringsmiddelen (benzodiazepines), die je helpen als je onrustig bent, last hebt van angstgevoelens en als je slecht slaapt. Al na twee weken dagelijks gebruik kan gewenning optreden. De werking van deze medicijnen neemt af, en je hebt er steeds meer van nodig om hetzelfde effect te bereiken.

Auteur: Annet Maseland en Jacqueline van Kuler, in samenwerking met psychiater i.o. Pim Schipper
Bronnen: Kirsch I, Deacon BJ, Huedo-Medina TB, Scoboria A, Moore TJ, et al. (2008) Initial severity and antidepressant benefits: A metaanalysis of data submitted to the Food and Drug Administration. PLoS Med 5(2): e45.; Volkskrant Antidepressiva werken niet, maar helpen welFarmacotherapeutisch KompasGIP Databank

Pagina laatst aangepast op 4 juli 2019


Gerelateerd