Soorten epileptische aanvallen en triggers

Psyche 7 februari 2017 1 Reactie
epileptische aanval

Een epileptische aanval komt vaak onverwachts. Het wordt veroorzaakt door een tijdelijke verstoring van de elektrische prikkeloverdracht in de hersenen. Er ontstaat een ongecontroleerde activiteit van zenuwcellen. Je kan het zien als een soort kortsluiting in de hersenen.

Epileptische aanvallen zijn in te delen in twee groepen: aanvallen waarbij de hele hersenen betrokken zijn (gegeneraliseerde aanval) of waarbij een deel van de hersenen betrokken is (partiële epilepsie).

Partiële epilepsieaanval

De verstoring van de prikkeloverdracht begint in een specifiek gedeelte van de hersenen. Dit kan op allerlei plaatsen in de hersenen gebeuren. Daarom verschillen de symptomen erg van elkaar. De soort verschijnselen zijn afhankelijk van het hersengedeelte waarin de verstoring optreedt. Er zijn twee soorten partiële aanvallen:

  • Eenvoudige partiële aanval: de aanval gebeurt in een klein deel van de hersenen. Je blijft bij bewustzijn en kan daarna navertellen wat er precies gebeurde en wat er in je omging. Vaak duurt het enkele seconden tot minuten. Soms merkt je omgeving niet dat je een aanval hebt.
  • Complex partiële aanval: bij deze aanval is het bewustzijn geheel of gedeeltelijk verdwenen. Bij het verlaagde bewustzijn staart iemand vaak voor zich uit en reageert niet meer op zijn of haar omgeving. Degene met de aanval verricht soms doelloze handelingen, zoals schuifelen, friemelen of opeens een andere kant op lopen. Dit laatste kan iemand in gevaar brengen, bijvoorbeeld wanneer diegene een drukke straat oversteekt.

Lees op het Epilepsiefonds meer over partiële aanvallen. Een partiële epilepsieaanval kan overgaan in een gegeneraliseerde aanval. De ongecontroleerde activiteit van zenuwcellen breidt zich uit naar beide hersenhelften.

Gegeneraliseerde epilepsieaanval

De verstoring van de prikkeloverdracht treedt op in de gehele hersenen. In zowel de linker als rechter hersenhelft. Gegeneraliseerde epileptische aanvallen veroorzaken altijd een stoornis in het bewustzijn. Mensen herinneren zich vaak niets van de aanval en reageren dan ook niet op hun omgeving. Soorten gegeneraliseerde aanvallen zijn:

  • Absences. Deze komen het meeste voor op jonge leeftijd (6+) en bij meisjes. Het kind maakt een dromerige indruk: het staart drie tot dertig seconden voor zich uit en gaat daarna weer verder alsof er niets is gebeurd. Soms herken je het door kleine schokjes of andere kleine onopvallende bewegingen. Lees hier meer over absence-epilepsie bij kinderen. Bij atypische abscenes zijn er meer symptomen: dwangmatige bewegingen, spiertrekkingen of spierkrampen.
  • Atonische aanval. Een atonische aanval begint plotseling en hierbij verslappen de spieren. Degene zakt hierdoor in elkaar.
  • Clonische aanval. Dit is zeldzaam. Je verliest het bewustzijn en er treden schokken op. Iemand herstelt zich snel na de aanval.
  • Myoclonische aanval. Deze aanval is van korte duur en degene herstelt snel na de aanval. Je herkent de aanval aan het plotseling samentrekken van arm- en/of beenspieren, waardoor schokjes ontstaan. Soms treden de schokjes over het hele lichaam op.
  • Tonische aanval. Bij een tonische aanval raak je buiten bewustzijn en verstijf je. Er zijn geen schokken. Het herstel na de aanval is snel.

Varianten gegeneraliseerde epilepsieaanval

Bovenstaande soorten aanvallen doen zich ook weleens samen voor. Dit is het geval bij tonisch-clonische aanvallen en myoclonische absences.

Hoewel de tonisch-clonische aanval (ook wel toeval, grote aanval of insult genoemd) het bekendste is, is het niet de meest voorkomende. De aanval begint vaak als partiële aanval. In dat geval valt een tonisch-clonische aanval onder partiële epilepsie. Als er geen partieel begin is, valt het onder gegeneraliseerde epilepsie. Je herkent het aan schokken en verkramping van het lichaam.

Myoclonische absences komen voor bij kinderen tussen de twee en twaalf jaar. Het bewustzijn is minder verstoord dan bij een gewone absence. Tijdens de aanval krijgt het kind spierschokken in het gezicht, de armen, benen en schouders.

Idiopathisch gegeneraliseerde vorm

Een idiopathisch gegeneraliseerde vorm komt het meest voor. Er is dan geen aanwijsbare hersenafwijking te vinden. Erfelijkheid kan een oorzaak zijn. Veelvoorkomende aanvalssoorten bij deze vorm zijn: absences, myoclonieën en tonisch-clonische aanvallen. Lees op het Epilepsiefonds meer over gegeneraliseerde aanvallen.

Triggers

Vaak is de oorzaak van een epileptische aanval niet duidelijk. Soms zijn er wel factoren die een aanval uitlokken. Dit noem je triggers. Zodra je die weet, kan je bepaalde omstandigheden voorkomen of vermijden. Bekende triggers van epilepsieaanvallen zijn:

  • Bepaalde vormen van drugs
  • Het niet innemen van medicatie
  • Lichtflitsen
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Periode voor of na stress
  • Periode voor en tijdens hormonale veranderingen, bijvoorbeeld bij menstruatie en de overgang
  • Slaaptekort
  • Temperatuurwisseling, bijvoorbeeld bij koorts

Zoek je een gerichte behandeling bij epilepsie? Lees meer over behandelingen bij epilepsie op Gezondheidsplein.nl.

Auteur: Jacqueline van Kuler
Bron: Epilepsiefonds

1 reactie

  • W. Mylius schreef:

    Goed dat er aandacht wordt gegeven aan epilepsie.
    Maar als niet-patiënt kun je je machteloos voelen als je niet weet hoe te helpen.
    Die aanwijzijngen mis ik hier en dat is een gemiste kans, lijkt mij.
    (Mijn EHBO opleiding is al héééél lang geleden en dit had een opfrisser kunnen zijn).

Reageer

Gebruik onderstaand formulier om te reageren op dit artikel of andere reactie. Velden met een zijn verplicht

Controle vraag *