Je kortetermijngeheugen trainen, kan dat?

Vergeet je regelmatig belangrijke dingen die kortgeleden gebeurd zijn? Dan kan het zo zijn dat je kortetermijngeheugen niet goed werkt. Met een slecht functionerend kortetermijngeheugen is het ook lastig om gebeurtenissen van langer geleden te onthouden. Het kortetermijngeheugen laat namelijk een deel van de informatie door naar het langetermijngeheugen. Hoe werkt je kortetermijngeheugen? En kun je het trainen? Dokterdokter vertelt je er alles over.

Wat is het kortetermijngeheugen?

Alles wat je ziet, voelt, hoort, ruikt en proeft komt via je zintuigen binnen in het kortetermijngeheugen. Hier houden je hersenen deze informatie voor korte duur vast. Het kortetermijngeheugen dient om informatie te onthouden die je op dat moment zelf nodig hebt of die relevant is voor vervolgacties. Er past maar een beperkt aantal gegevens in het kortetermijngeheugen. Wanneer iemand je bijvoorbeeld vraagt om een reeks van tien cijfers te onthouden, lukt het je waarschijnlijk om een deel hiervan even later op te noemen. Hoe meer je tegelijkertijd probeert te onthouden, hoe slechter elk gedeelte wordt opgeslagen. Staat ondertussen de radio aan, gaat de telefoon of roept je kind, dan zul je de informatie nog sneller kwijtraken.

Van kortetermijngeheugen naar langetermijngeheugen

Informatie waar je genoeg aandacht voor hebt en waarop je je concentreert, laat het kortetermijngeheugen door naar het langetermijngeheugen. Dit gebeurt door middel van herhaling (inprenting). Vooral de hippocampus speelt hierin een actieve rol. Dit is een deel van de hersenen dat herinneringen wegschrijft naar het langetermijngeheugen. In het langetermijngeheugen wordt informatie voor langere tijd opgeslagen. Hier bewaar je bijvoorbeeld herinneringen over hoe je heet en waar je woont.

Kortetermijngeheugenverlies

Bij kortetermijngeheugenverlies heeft de hippocampus problemen met het inprenten en onthouden van informatie. Je merkt dan bijvoorbeeld dat je moeite hebt om lange zinnen te begrijpen. Het kan hierdoor lastig of onmogelijk worden om een gesprek te voeren of een tekst te begrijpen. Kortetermijngeheugenverlies kan ontstaan wanneer je ouder wordt, maar ook door hersenletsel of door een hersenziekte.

Als je ouder wordt, gaat de kwaliteit van het kortetermijngeheugen achteruit. Het is normaal dat je dan sneller informatie vergeet die je net gehoord hebt. Vaak lukt het je dan nog wel vrij goed om informatie van langer geleden te herinneren. Na hersenletsel of door een hersenziekte kan ook kortetermijngeheugenverlies ontstaan. Je kunt dit kortetermijngeheugenverlies zien als een gat in het geheugen. Hoe groot het gat is en hoe lang het aanhoudt, hangt af van de plaats van het hersenletsel en de ernst van het hersenletsel of de hersenziekte. Schade aan het kortetermijngeheugen beïnvloedt ook de opname van herinneringen in het langetermijngeheugen.  Vanuit het kortetermijngeheugen laten de hersenen namelijk een deel van de informatie door naar het langetermijngeheugen.

Lees meer over geheugenverlies op Gezondheidsplein.

Je kortetermijngeheugen trainen

En dan nu de grote vraag: kun je je kortetermijngeheugen trainen? Ja, dat kan! Al met vijftien tot dertig minuten trainen per dag, kun je een duidelijk sterker kortetermijngeheugen krijgen. Zo kun je niet alleen de periode vergroten waarin je kortetermijngeheugen de informatie vasthoudt, maar ook problemen met het kortetermijngeheugen herstellen.

Oefenen met allerlei geheugenspelletjes blijkt niet zo zinvol voor verbetering van het kortetermijngeheugen in het dagelijks leven. Je kortetermijngeheugen verbeteren met kaartspellen of computerspellen helpt je namelijk nog niet om je afspraken voortaan te onthouden of je te herinneren waar je sleutels liggen. Geschikte kortetermijngeheugentraining is gericht op meer aandacht hebben voor wat je wilt onthouden en dit te herhalen. Daarnaast is het belangrijk dat je jezelf traint in het leggen van verbanden en dat je meer visualiseert (in beelden leert denken). Een tactiek die je kan helpen om verbanden te leggen en te visualiseren, is de Plaatsmethode.

Kortetermijngeheugen trainen met de ‘Plaatsmethode’

Je kunt je kortetermijngeheugen heel goed zelf trainen met behulp van de Plaatsmethode. Hierbij gebruik je een denkbeeldige route als geheugensteuntje en koppel je bepaalde woorden of getallen aan herkenbare punten. Je kiest bijvoorbeeld een route door je huis. Tijdens deze route selecteer je herkenbare punten, zoals de wc of het aanrecht. Je koppelt vervolgens de woorden die je moet onthouden aan deze punten. Wanneer je je de woorden of getallen wilt herinneren, leg je weer dezelfde route door je huis af in je gedachten.

Je maakt op deze manier je hersenen en de zenuwverbindingen ertussen sterker. Dit doe je door ze te gebruiken, net zoals je met je spieren kunt doen. Als je je kortetermijngeheugen vaak traint, worden de verbindingen in je hersenen effectiever en sneller. Hierdoor verbetert het vermogen van je kortetermijngeheugen. Dat komt natuurlijk goed van pas, bijvoorbeeld bij het leren voor een toets of wanneer je een boodschappenlijst wilt onthouden.

Met de Plaatsmethode kun je je kortetermijngeheugen aantoonbaar verbeteren. Uit onderzoek van VUMC blijkt dat mensen die zes weken lang hun geheugen trainen met behulp van de Plaatsmethode ook maanden later nog een beter kortetermijngeheugen hebben. Zelfs wanneer ze na de zes weken hun geheugen niet meer hebben getraind. Een poosje je kortetermijngeheugen trainen loont dus dubbel en dwars de moeite.

Tips ter ondersteuning van het kortetermijngeheugen

Naast het trainen van je kortetermijngeheugen, zijn er ook nog een aantal andere dingen die bijdragen aan een goed kortetermijngeheugen:

  • Genoeg slaap. Weinig of niet slapen, maar ook lichte verstoringen van de diepe slaap zonder dat je wakker wordt, zijn slecht voor geheugen. Zorg dus dat je voldoende slaapt en uitgerust bent.
  • Matig met alcohol. Wanneer je (te) veel alcohol drinkt, gaat dit ten koste van je kortetermijngeheugen.
  • Voldoende beweging. Beweging helpt om het geheugen op peil te houden. Bovendien helpt beweging om dementie te voorkomen.
  • Herhaling. Als je iets wilt onthouden, helpt het om dit voor jezelf te herhalen. Dat kan in je hoofd, maar het kan ook hardop.
  • Aandacht. Waar je aandacht aan geeft, onthoud je beter. Denk dus bewust na over dingen die je wilt onthouden en besteed daar aandacht aan.
  • Melodie. Het is moeilijk om cijfers te onthouden, omdat de cijfers op zich weinig betekenis hebben. Wat kan helpen is deze cijfers te koppelen aan muzieknoten. Je kunt hierbij gebruikmaken van het do-re-mi. Wanneer je elk cijfer verbindt aan een klank uit het do-re-mi ontstaat er een melodie, die vaak makkelijker te onthouden is dan een cijferreeks.
  • Foto’s. Wil je onthouden hoe iets eruitziet? Maak dan een foto. De foto kan je later helpen om je details van de gebeurtenis te herinneren.
  • Moet je een cijferlijst onthouden, een aantal boodschappen of informatie uit een gesprek? Schrijf het op. Het opschrijven alleen al zorgt ervoor dat je de informatie beter onthoudt. Mocht je het toch vergeten, dan kun je het later altijd nog nalezen.

Lees meer tips ter ondersteuning van het kortetermijngeheugen op VUMC.

Kortetermijngeheugen test

Wil je weten of je een goed kortetermijngeheugen hebt? Dan kun je online een geheugentest voor het kortetermijngeheugen doen. Een test voor zowel het kortetermijngeheugen als het langetermijngeheugen vind je op Gezondheidsplein. Of doe de Geheugentest van Alzheimer Nederland.

Auteur: Maartje Bakker


Bronnen: Hersenstichting, Alzheimer Nederland, VUMC en RTL Nieuws

Pagina laatst aangepast op 27 juni 2019


Gerelateerd