Hoe kinderen heilig in Sinterklaas kunnen geloven

Peuter & kleuter 5 december 2017 2 Reacties
Hoe kinderen heilig in Sinterklaas geloven

Het schaamrood schiet naar je kaken wanneer je ziet dat je het inpakpapier in de woonkamer hebt laten liggen. In de schoen van je kind ligt een cadeautje verpakt in hetzelfde papier. Je kind kijkt bedenkelijk naar het pakpapier, maar voor de kleine iets kan vragen zeg je: ‘Oh wat een domme Pakpieten! Hebben ze hun pakpapier laten rondslingeren!’. Je kind lacht vrolijk mee: ‘Oh domme Pakpiet!’ en rent snel naar zijn cadeautje. Hoe komt het dat jonge kinderen heilig in Sinterklaas geloven en wat gebeurt er in het hersenpannetje van je kind tijdens Sinterklaas? Dokterdokter vertelt je er alles over.

Magisch denken

Voor een jong kind lopen fantasie en werkelijkheid nog door elkaar heen, ook wel ‘magisch denken’ genoemd. Het stadium van het magisch denken herkennen we vooral bij kinderen van drie tot ongeveer zes jaar, maar dit stadium kan ook langer duren. Voor kinderen in deze fase lijkt alles is nog mogelijk, net als in sprookjes. Ze maken geen onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid, alles wat ze zien is echt. Een bekend voorbeeld hiervan is de tv-uitzending waarin de juf zich voor de ogen van de klas verkleed als Sint. Op de vraag ‘Wie is dit?’ antwoordden de kinderen: ‘Sinterklaas!’.

Geen oorzaak en gevolg

Vaak is magisch denken of handelen verbonden met angst: als je iets fout doet, heeft dat catastrofale gevolgen. Mede daarom zijn sommige kinderen zo bang voor de Sint en zijn Pieten. In hun belevingswereld weet de Sint alles wat ze doen én denken, en kan Sinterklaas ze ‘straffen’ ze minder cadeautjes te geven of zelfs mee te nemen naar Spanje. Een peuter is in deze fase nog niet in staat om logisch te denken: oorzaak en gevolg zeggen hem nog niets. Ook eigenen kinderen in de magische fase vaak gevoelens en eigenschappen toe aan levenloze objecten. Als er bijvoorbeeld een bord valt, is het een ‘stout bord’.

In Sinterklaas geloven: magische verklaringen

Dit magisch denken en het gebrek aan besef van oorzaak en gevolg, verklaart veel gedrag van je peuter tijdens Sinterklaas. Voor alle gebeurtenissen die niet lijken te stroken met de mythe van Sinterklaas, heeft de kleine wel een eigen verklaring. Je laat bijvoorbeeld per ongeluk een hoed van Zwarte Piet in huis slingeren. Vervolgens schrijft je kind een brief aan de Piet dat hij zijn hoed is vergeten, stopt de hoed in zijn schoen en hoopt dat hij beloond wordt met een cadeautje. Als een kind nog in het stadium van magisch functioneren zit, maakt het vaak niet veel uit of je vertelt dat Sinterklaas niet bestaat. Zodra hij de Sint weer ziet, zal hij gelijk weer geloven.

‘Dan hoeft Sint het niet meer te doen’

Er komt een punt dat je je kinderen vertelt dat Sinterklaas niet echt is. Sommige kinderen weigeren dit te geloven.  Ze kunnen de logische (rationele) argumenten van anderen niet inpassen in hun magische wereldbeeld. Het magisch denken van een kind stopt niet van de één op andere dag, maar dit is een geleidelijk proces. Bij het ene kind gaat dit proces sneller en eenvoudiger dan bij het andere kind. Als kinderen weten dat Sinterklaas niet bestaat, stellen ze vaak de vraag: ‘Denk je dat Sinterklaas boos op me is dat ik niet meer in hem geloof?’ Deze vraag is heel typerend voor het overgangsproces. Ze weten dat de Sint niet bestaat, maar het beseffen doen ze nog niet helemaal.

Zo kan een kind dat ‘weet’ dat de Sint niet bestaat, bijvoorbeeld extra ijverig aan zijn surprise werken. Want, ‘dan hoeft Sinterklaas het niet meer te doen’. Hoe belangrijker het geloof in de Sint voor je kind is, hoe krachtiger hij bewijzen zal aandragen die aantonen dat ouders het fout hebben. We spreken dan van cognitieve dissonantie.

Cognitieve dissonantie

Met cognitieve dissonantie wordt het onaangename gevoel bedoeld van spanning of frustratie dat ontstaat als mensen worden geconfronteerd met informatie die hun basisaannames tegenspreekt. Ook volwassenen hebben dagelijks te maken met cognitieve dissonantie. Je hersenen zijn voortdurend op zoek naar bevestiging van wat je gelooft. Informatie die tegenstrijdig is verzacht je of leg je naast je neer. Het ongemakkelijke gevoel van cognitieve dissonantie kan ook een drijvende kracht zijn om nieuwe denkbeelden te ontwikkelen. Zo zal een kind dat stug in de Sint blijft geloven mede door dit ongemakkelijke gevoel uiteindelijk zijn geloof in de Sint loslaten.

Auteur: Rachel van de Pol
Bronnen: Psychology TodayInfoNu.nlThe Whitman Institute

2 Reacties

  • Lianne schreef:

    Ik zou graag willen weten welke uitzending dit is geweest. wil het graag tijdens een presentatie laten zien

  • Marijke77 schreef:

    Het zijn niet alleen de kinderen die heilig ergens in geloven maar dit komt evenzoveel bij de volwassenen voor want de een gelooft in de katholieke kerk en de ander gelooft weer in een andere god of kerk maar je weet niet of dat allemaal echt is het is je gewoon met de paplepel ingevoerd. Dat heeft allemaal niets met kind zijn te maken.

Reageer

Gebruik onderstaand formulier om te reageren op dit artikel of andere reactie. Velden met een zijn verplicht

Controle vraag *