Wat je over pubergedrag moet weten

Pubers hebben vaak een creatieve geest, en hun gedrag is roekeloos en grillig. Hoe komt dat? Om het gedrag van pubers te kunnen begrijpen, moet je je verdiepen in de werking van hun brein. Antwoorden op vijf veel gestelde vragen over het gedrag van pubers.

Vraag 1. Waarom zijn pubers creatief en idealistisch?

Pubers kunnen zeer vindingrijk zijn en oplossingen bedenken waar volwassenen niet snel op zouden komen. Wetenschappers denken dat de hersenontwikkeling hiermee te maken heeft. Het puberbrein is immers nog in ontwikkeling

Grijze en witte stof

De hersenen zijn opgebouwd uit witte en grijze stof. Grijze stof heeft werkkracht en witte stof is belangrijk voor de verbinding van hersencellen. In de puberteit verandert de verhouding tussen de hoeveelheid grijze en witte stof. De grijze stof neemt eerst fors toe. Daarna neemt deze geleidelijk weer af. Tegelijk neemt de hoeveelheid witte stof langzaam toe. Op deze manier wordt gesnoeid in hersenendelen die mensen niet nodig hebben. Pas in de laatste ontwikkelingsfase van pubers wordt gesnoeid in de hersengebieden die belangrijk zijn voor creativiteit, vindingrijkheid, muzikaliteit en idealisme.

Het creatieve hersendeel heeft in de puberteit dus extra werkkracht, zonder remmingen van witte stof. Waarschijnlijk verklaart dit voor een groot deel de inventiviteit van veel pubers.

Vraag 2. Waarom grossieren pubers in roekeloos gedrag?

Pubers lijken soms geen gevaar te kunnen zien. En in feite zien ze dit grotendeels ook niet. Volwassenen peilen eerst of een bepaalde actie gevaarlijk is of niet. Tijdens het inschatten van een gevaarlijke situatie zijn dezelfde hersengebieden actief die ook actief zouden zijn bij écht gevaar.

Bij pubers blijft deze automatische gevoelsreactie uit. Ze krijgen nog geen waarschuwingsteken als zich een gevaarlijke situatie voordoet. Pubers gaan uitgebreid nadenken of een situatie gevaarlijk is of niet. Bijvoorbeeld: van het viaduct skaten zou gevaarlijk kunnen zijn, maar het is natuurlijk ook heel leuk! Pubers zijn tussen hun veertiende en zestiende jaar het meest gericht op het nemen van risico’s.

Vraag 3. Waarom blinken pubers uit in sport?

Dat heeft te maken met het functioneren van zogeheten spiegelneuronen. Deze stellen je in staat om bewegingen eenvoudig na te kunnen bootsen. Tijdens de puberteit zijn deze neuronen extra gevoelig. Hierdoor kunnen veel pubers snel bepaalde technieken of bewegingen kopiëren en aanleren. Daarnaast zien ze minder snel gevaar, waardoor ze extra veel risico durven te nemen. Door de snelle leercurve en het lef van pubers, kunnen adolescenten uitblinkers in sport zijn.

Vraag 4. Waarom gaan pubers onverantwoord met geld om?

Ouders vragen zich vaak af waarom een puber die goed kan rekenen, toch niet uit kan komen met zijn zakgeld. Kleedgeld waar pubers één of twee maanden mee moeten doen, is er soms al binnen twee weken doorheen gejaagd.

Dit komt grotendeels doordat hersengebieden die belangrijk zijn voor het plannen nog niet gerijpt zijn. Daarnaast zijn pubers erg gericht op het bevredigen van hun directe behoefte. Dit geldt vooral tussen het tiende en vijftiende jaar. Pubers leven heel erg in het nu en willen het liefst alles tegelijk beleven met zowel lichamelijke als emotionele sensaties. Een broek mooi vinden, betekent nú die broek kopen.

Vraag 5. Hoe komt het dat pubers zich zo onvoorspelbaar gedragen?

In de puberteit vinden er veel hormonale schommelingen plaats. Als gevolg van deze schommelingen draaien bepaalde hersengebieden vele overuren. Het gaat vooral om de delen in het brein die belangrijk zijn voor het verwerken van emoties. Deze “overwerkte” hersengebieden veroorzaken soms hevige stemmingswisselingen. Daarom zijn pubers emotioneel vaak instabiel en kwetsbaar. Het verklaart ook waarom een puber de ene keer volwassen kan reageren en het volgende moment onverstandige dingen kan doen of zeggen, in de ogen van een ouder.

Auteur: Rachel van de Pol
Bronnen: FD, Universiteit van Leiden, J/M Pubers

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019


Gerelateerd