Goed stemgebruik kun je leren

Bewegen 15 september 2014 1 Reactie
schreeuwen

Of je nu achter de kassa zit of voor volle zalen spreekt, je hebt je stem nodig om je werk te kunnen doen. Je stem is niet alleen onmisbaar, je stemgebruik bepaalt ook nog eens voor een belangrijk deel hoe je op de ander overkomt. Gaat het praten je altijd gemakkelijk af, of heb je wel eens  problemen met je stem?

Last van je stem

Verkeerd stemgebruik heeft verschillende oorzaken. Als je veel en vaak moet spreken loop je meer kans je stem verkeerd te gebruiken, bijvoorbeeld als je lerares of telefoniste bent. Logopedist/stemtherapeut Maartje Monné: ‘Het verschilt per persoon hoeveel een stem aankan. De een kan rustig vier uur achter elkaar praten zonder ergens last van te hebben, de ander heeft na een uur al last.

Ademhaling

Een verkeerde ademhaling kan zorgen voor stemproblemen. Monné: ‘Als je via je middenrif ademt, heb je een grotere longcapaciteit. Daardoor ben je in staat om langer te spreken op één keer ademhalen. Veel mensen ademen oppervlakkig via de borst, waardoor ze vaker moeten ademen om iets te zeggen. Als je toch je zin af wil maken, heb je de neiging om sneller te praten, waardoor je onbewust spieren gaat aanspannen wat extra druk op je stemplooien -in de volksmond stembanden genoemd- geeft.’

Knobbeltje

Wanneer je de hals-, keel- en schouderspieren aanspant, ontstaat er een zogenaamd hypertoon stemgebruik, oftewel: stemgebruik met te veel spierspanning. Wanneer je dit regelmatig en langdurig doet, kunnen er knobbeltjes op de stembanden ontstaan. Deze knobbeltjes zijn niet letterlijk knobbeltjes, maar eeltvorming op de stembanden.

Loslaten

Maartje Monné: ‘De techniek die ik veel voor het aanleren van de buikademhaling gebruik, heet ‘abspannen’. Dat wil zeggen dat je aan het eind van elke zin probeert om je buik los te laten. Maar sommige mensen vinden het heel moeilijk om in contact te staan met hun lichaam, en voelen het bijvoorbeeld niet meer als ze hun buik loslaten. In dat geval helpt het ook om eens te voelen wat je voelt als je heel hard moet lachen: veel mensen doen dit wél op de goede manier, vanuit de buik.’

Houding

De buikademhaling, ook abdominale ademhaling genoemd, kan door je houding verstoord worden. Als je bijvoorbeeld in elkaar gedoken zit of niet goed rechtop loopt, dan heb je minder bewegingsvrijheid om via je middenrif te ademen. Monné: ‘Verder moet je ook op de stand van je hoofd letten. Sommige mensen lopen een beetje met hun kin in de lucht of met de kin naar voren. Dit verhoogt de spanning en druk in het keelgebied, en beperkt de bewegingsvrijheid van het strottenhoofd. Dit heeft een negatief effect op de stem.’

Via de neus

Het helpt om via de neus te ademen in plaats van de mond. Je neus zorgt ervoor dat de binnenkomende lucht wordt verwarmd en gefilterd van bacteriën in je longen terechtkomt, zodat je minder kans hebt op infecties van de neus- en keelwegen. Maar ook omdat wanneer je door de mond ademt, het beschermende slijmvlies om je stembanden sneller kan uitdrogen. Dat wordt daardoor meer kwetsbaar. Bovendien kun je door je neus rustiger en lager (via de buik) ademen.

Slijm

Een natuurlijke laagje slijm over je stembanden biedt bescherming. Maar je kunt ook last hebben van te veel slijm, bijvoorbeeld bij verkoudheid of verkeerd stemgebruik. Het is dan erg verleidelijk om te gaan ‘schrapen’ of te hoesten. Behalve dat dit de slijmproductie alleen maar stimuleert, kwets je je stembanden er ook mee. Monné: ‘Hoesten heeft een functie, en kan een manier zijn om vuil uit je longen te hoesten. Maar veel mensen kuchen zonder dat dit een functie heeft. Omdat ze bijvoorbeeld kriebel in de keel hebben. Dat én het schrapen van de keel zorgt voor irritatie van de stembanden.’ Je kunt het voorkomen door actief moeite te doen om níet te hoesten. Heb je toch een enkel slijmpje dat weggewerkt moet worden, dan adviseert Monné om bijvoorbeeld water te drinken. ‘Het helpt ook om gewoon door het slijmpje heen te praten, dan komt het door de trilling vanzelf los. Ten slotte kun je proberen om droog te slikken of te neuriën.’

Meezingen

Er zijn situaties waarin het nodig is om tóch te schreeuwen, hard te praten of heel snel te praten. Bijvoorbeeld bij een popconcert, of als je in een kroeg of club staat. Als je dan toch verstaanbaar wilt zijn, heb je de neiging om heel veel volume te geven en hoog te gaan praten. Monné: ‘Mensen proberen over de muziek heen te praten, maar je moet erdóórheen praten. Op een lage toon ben je ook heel goed verstaanbaar, en spaar je je stem meer dan wanneer je hoog spreekt. Verder moet je extra steunen vanuit je buik, rug en middenrifspieren (ademsteun). Dat geldt ook voor schreeuwen, of meezingen.’

Auteur: Rhijja Janssen
Redactie: Ine Mulder
Bron: Maartje Monné

 

1 reactie

  • Marieke Scholten schreef:

    Heel informatief stukje. Ik begeleid mijn neefje binnenkort naar een logopediepraktijk bij ons in omgeving Zwolle. Hij praat volgens zijn basisschooljuf onduidelijk en te hees. Ik merk daar niet vaak wat van als ik met hem ben, dus het kan wellicht liggen aan een soort van onzekerheid denk ik. We zullen zien.

    https://connectlogopedie.nl/

Reageer

Gebruik onderstaand formulier om te reageren op dit artikel of andere reactie. Velden met een zijn verplicht

Controle vraag *