Leer je kind praten: zo stimuleer je als ouder het spreken

Baby 14 november 2017
Leer je kind praten: zo stimuleer je als ouder het praten

Kinderen praten niet helemaal vanzelf: je kunt als ouder het praten op veel manieren stimuleren. Dat begint al als je kind nog een baby is.

Er is een tijd gedacht dat praten van kinderen puur genetisch bepaald was. Maar experts zijn van mening dat het een mix is van aanleg én opvoeding. Het heeft dus wel degelijk effect om de spraak van je kind te stimuleren.

Oogcontact

Al reageren baby’s misschien niet direct, dat betekent niet dat communiceren met hen nutteloos is. Soms is het verleidelijk om achter de kinderwagen druk te staan bellen of naar muziek te luisteren, terwijl je deze tijd juist goed kunt gebruiken om met je baby te communiceren. Praat bijvoorbeeld tijdens de wandeling tegen je baby, en maak hierbij zoveel mogelijk oogcontact. Je kunt bijvoorbeeld omschrijven wat je allemaal gaat doen die dag.

Brabbelen

In het eerste levensjaar leert een baby hooguit tien woorden te gebruiken. In de jaren erna wordt de woordenschat uitgebreid tot zo’n achthonderd woorden. Zelf praten tegen je kind stimuleert het om ook zelf te gaan praten. Maak hierbij oogcontact, en houd de gesprekjes kort en duidelijk. Met drie maanden begint je baby te brabbelen. Reageer hierop door bijvoorbeeld geluiden na te doen van je baby.

Benoemen

Als kinderen zo’n negen maanden oud zijn, zullen ze woordjes en korte zinnetjes gaan begrijpen. In deze periode is het belangrijk om alles te benoemen wat je aan het doen bent. Benoem tijdens het wassen, aankleden en voeren bijvoorbeeld lichaamsdelen en eten. Gebruik geen moeilijke woorden, maar voorkom ook dat je in ‘babytaal’ tegen je dreumes gaat praten. Het is wel de bedoeling dat je kind de juiste benamingen leert.

Vragen stellen

Ergens tussen de anderhalf en twee jaar zal je kind waarschijnlijk zelf ook woordjes en zinnetjes gaan formuleren. Belangrijk hierbij is dat je aandacht probeert te hebben voor alles wat hij/zij zegt. Probeer het te begrijpen, en stel vragen als het niet helemaal duidelijk is wat je kind wil zeggen. Stel ook zelf vragen, door je spruit bijvoorbeeld keuzes voor te leggen: ‘Wil je melk of sap?’ ‘Wil je een broek of een rok aan?’ Liedjes zingen waarvan je kind de gaten moet invullen, is ook een leuk spelletje. Bijvoorbeeld: ‘Klap eens in je handjes, blij, blij, …(blij)’.

Valkuilen

Corrigeer je kind op een positieve manier, zonder dat hij/zij het idee heeft de hele tijd verbeterd te worden. Als je kind bijvoorbeeld zegt: ‘Mama bood seren.’ zeg je: ‘Ja, mama gaat brood smeren.’ in plaats van: ‘Nee, dat is smeren.’.

Voorkom ook verbale frustratie: als je kind met je probeert te praten, probeer hem/haar dan de volledige aandacht te geven, wat ook betekent dat je niet afgeleid bent door je mobieltje. Maak ten slotte zinnen niet af. Het is logisch als een peuter moeite heeft om de juiste woorden te vinden. Breng hiervoor het geduld op.

Lezen

Veel consultatiebureaus adviseren om baby’s voor te lezen. Het versterkt de band tussen ouders en kind, en brengt kinderen op jonge leeftijd in contact met de taal. Wijs tijdens het voorlezen plaatjes aan en benoem wat hierop staat. Laat – als je kind eraan toe is – het ook zelf dingen aanwijzen in de boeken. Je zult merken dat je kind het ontzettend fijn vindt, en daardoor zelf ook plezier gaat krijgen in het voorlezen.

Niet meteen praten

Maak je geen zorgen als je kind niet het ‘geijkte pad’ van het praten bewandelt. Sommige kinderen hebben meer aanleg om te gaan praten dan anderen. En soms wordt er ook opeens een hele fase overgeslagen. Dan kunnen kinderen bijvoorbeeld een hele tijd stil zijn, en dan plotseling kleine zinnetjes maken.

Weet ook dat het wel degelijk nut heeft om tegen een stil kind te praten. Een stilstand in de ontwikkeling van de spraak hoeft niet zorgelijk te zijn. Maak je je evengoed zorgen, overleg dan met het consultatiebureau of de huisarts.

Lees ook meer over een taalontwikkelingsstoornis op Gezondheidsplein.nl.

Auteur: Rhijja Jansen
Bronnen: New York Times, Hetherington, E.M. & Parke R.P. (1986) Childpsychology, a contemporary viewpoint. Hoofdstuk 8 (blz 283 – 328). McGraw Hill International Editions.

Reageer

Gebruik onderstaand formulier om te reageren op dit artikel of andere reactie. Velden met een zijn verplicht

Controle vraag *