Wat is kanker?

Elk jaar krijgen zo’n honderdduizend mensen in Nederland een vorm van kanker. Wat is kanker eigenlijk precies? Wat gebeurt er in het lichaam wanneer iemand kanker heeft? Dokterdokter vertelt je er alles over.

Wat is kanker?

Kanker is een verzamelnaam voor meer dan honderd ziekten. Al die ziekten hebben een gemeenschappelijke eigenschap, namelijk dat er sprake is van een onbeheerste celdeling van onze lichaamscellen.

Cellen zijn de bouwstenen van ons lichaam. Het lichaam bestaat uit ontelbaar veel cellen, met elk een eigen taak. Door nieuwe cellen aan te maken kan ons lichaam groeien, of beschadigde cellen vervangen. Het aanmaken van die nieuwe cellen gebeurt door celdeling: de cellen kopiëren zichzelf dan. Dit hele proces wordt aangestuurd door iets wat binnenin elke cel zit: DNA. DNA is het erfelijk materiaal dat zich in ons lichaam bevindt: het is via je ouders aan jou doorgegeven.

Bij de celdeling kan het zo zijn dat er iets mis gaat, dat is niet ongewoon. Dit kan per toeval gebeuren, maar ook door bijvoorbeeld roken of overmatige blootstelling aan zonlicht. Vaak herstelt je lichaam dat uit zichzelf weer. In sommige gevallen werkt dat beschermingssysteem echter niet goed. Heb je kanker, dan slaat de celdeling op een plek in je lichaam een beetje op hol. Dit proces wordt dan niet hersteld door je lichaam. Je lichaamscellen vermenigvuldigen zichzelf oncontroleerbaar vaak, waardoor een tumor ontstaat.

Goedaardig en kwaadaardig

Het ongecontroleerd delen van je lichaamscellen kan op een goedaardige of een kwaadaardige manier gebeuren. Er wordt dan ook een onderscheid gemaakt tussen goed- en kwaadaardige tumoren. Alleen bij kwaadaardige tumoren wordt van kanker gesproken.

Goedaardig gezwel

Een goedaardig gezwel groeit wel, maar niet door andere weefsels heen. Het gezwel verspreidt zich niet door het lichaam. Wel kan zo’n gezwel tegen omliggende weefsels of organen drukken, wat een reden kan zijn om de tumor te verwijderen.

Kwaadaardige tumor

Een kwaadaardige tumor kan in omliggende organen en weefsels gaan groeien. De cellen gaan zich bij zo’n tumor anders gedragen. Van dit soort tumoren kunnen cellen losraken en zich via het bloed of de lymfe ergens anders in het lichaam hechten. Zo ontstaat een uitzaaiing van kanker, en ontstaan er meerdere tumoren door het lichaam.

Solide en niet-solide kanker

Er wordt ook nog onderscheid gemaakt tussen solide en niet-solide vormen van kanker:

  • Solide betekent vast. Solide vormen van kanker ontstaan in een orgaan, een vast onderdeel van ons lichaam. Voorbeelden van solide vormen van kanker zijn darmkanker, borstkanker of longkanker.
  • Niet-solide vormen van kanker ontstaan in weefsels of cellen die op verschillende plaatsen in ons lichaam zitten. Het is daarom een meer vloeibare of losse vorm van kanker. De kankercellen zitten namelijk niet in een orgaan, maar bijvoorbeeld in het bloed of het lymfestelsel – ook wel transportsystemen. Op die manier kan de ziekte zich heel snel verspreiden in het lichaam. Voorbeelden van niet-solide vormen van kanker zijn leukemie en lymfeklierkanker.

Welke factoren verhogen het risico op kanker?

Kanker ontstaat doordat het DNA in een cel beschadigd wordt, wat verschillende oorzaken kan hebben. Voorkomen is eigenlijk onmogelijk, maar je kunt het risico soms wel beperken. Er is een aantal factoren die het DNA in je cellen kan beïnvloeden. Het is met name belangrijk om een gezonde levensstijl aan te houden. De volgende factoren spelen vaak een rol bij het al dan niet ontwikkelen van kanker later in je leven:

  1. Je genen. Vijf tot tien procent van alle kankersoorten ontstaat door geërfde genen. Gelukkig zijn die heel zeldzaam. Als je deze genen in je lichaam hebt ben je vatbaarder voor kanker, maar het betekent niet dat je echt kanker zal krijgen.
  2. Infectieziekten. Er zijn verschillende infectieziekten die het risico op bepaalde soorten kanker kunnen verhogen. Voorbeelden daarvan zijn hepatitis B en C, die het risico op leverkanker verhogen. Sommige van deze infecties, zoals hepatitis, kun je voorkomen met inentingen. Dat verkleint het risico op verspreiding van de infecties.
  3. Je leefomgeving. Bepaalde dingen in je leefomgeving kunnen het risico op kanker verhogen. Een voorbeeld daarvan is overmatige blootsteling aan het uv-licht van de zon. Bepaalde beroepen kunnen invloed hebben op je gezondheid. Bijvoorbeeld wanneer je werkt met kankerverwekkende stoffen als asbest of benzeen. Röntgenstralingen kunnen ook het risico op kanker verhogen.
  4. Voeding en levensstijl. Een gezonde levensstijl is essentieel. Ongezonde voeding of een ongezonde levensstijl blijken het risico op kanker te verhogen. Daar is roken nog niet eens bij opgeteld. Op roken na is overgewicht de belangrijkste risicofactor voor kanker die we (meestal) zelf in de hand hebben.

Auteur: Kim van der Vliet, in samenwerking met Hans van Burik (gepensioneerd arts)
Bronnen: WKOF, Kanker.nl

Pagina laatst aangepast op 4 juli 2019


Gerelateerd