cytomegalo-infectie

Encyclopedie 30 november 2001

1. aangeboren infectie bij pasgeborenen met het cytomegalovirus door infectie in de baarmoeder; verloopt meestal zonder verschijnselen, maar wordt soms gekenmerkt door lever- en miltvergroting, bloedarmoede, geelzucht, tekort aan bloedplaatjes, ontsteking van het netvlies en hersenafwijkingen met geestelijke achterstand, blind- en doofheid en problemen met lopen 2. na de leeftijd van één jaar verloopt een cytomegalo-infectie als een acute ziekte met koorts, spier- en gewrichtspijnen, keelpijn, huiduitslag, lever- en miltvergroting en te veel witte bloecellen in het bloed; soms treden ook longontsteking, ontsteking van het netvlies, leverontsteking, ontsteking van de hartspier en aandoeningen van de zenuwen op

Synoniem: celinsluitselziekte