Eerstegraads, tweedegraads en derdegraads brandwonden

Morsen met kokend water, stoten tegen een hete pan of per ongeluk een strijkbout aanraken: brandwonden kunnen op allerlei manieren ontstaan en komen veel voor. Jaarlijks ziet de spoedeisende hulp zo’n 12.000 patiënten met brandwonden. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar hoe kun je brandwonden eigenlijk voorkomen? En wat moet je doen als je je hebt verbrand? In dit dossier lees je alles over eerstegraads, tweedegraads en derdegraads brandwonden.

Hoe ontstaan brandwonden?

Brandwonden kunnen op verschillende manieren ontstaan:

  • Contactverbrandingen ontstaan door contact met een heet voorwerp, zoals een hete pan of strijkbout.
  • Hete vloeistofverbrandingen ontstaan als je in contact komt met een hete vloeistof, zoals kokend water of hete thee.
  • Vuur- of vlamverbrandingen ontstaan door direct contact met vuur of (steek)vlammen. Bij deze soort brandwonden is er door het inademen van giftige gassen ook risico op inhalatieletsel. Hiermee bedoelen we problemen met de luchtwegen, variërend van lichte heesheid en hoesten tot ernstige benauwdheid en zuurstofgebrek.
  • Stralingsverbrandingen ontstaan door blootstelling aan straling, bijvoorbeeld door te lang in de zon te liggen of door de zonnebank (UV-straling).
  • Chemisch letsel ontstaat door contact met bijtende stoffen, zoals bepaalde schoonmaakmiddelen.
  • Elektrisch letsel ontstaat door het in contact komen met elektriciteit. Bij blootstelling aan hoge voltages, zoals een hoogspanningskabel of bliksem, ontstaat er vaak letsel aan de binnenkant van het lichaam.

In Nederland komen hete vloeistofverbrandingen en vuur-/vlamverbrandingen het vaakst voor.

Soorten brandwonden

Brandwonden zijn er in verschillende gradaties. Zo kun je een eerstegraads, tweedegraads of derdegraads brandwond hebben. De verschillen tussen een eerste-, tweede- en derdegraads brandwond zitten hem in tot welke huidlaag de brandwond reikt. De huid is namelijk grofweg opgebouwd uit drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en het onderhuids bindweefsel.

Hieronder staan de verschillende gradaties van brandwonden uitgelegd.

  • Bij een eerstegraads verbranding voelt de huid pijnlijk aan, maar is wel nog heel. Hierbij is alleen de bovenste huidlaag, de opperhuid, verbrand. De opperhuid is nog geen millimeter dik. Deze laag beschermt de huid tegen stoffen en bacteriën van buitenaf.

Lees meer over eerstegraads brandwonden

  • Een tweedegraads brandwond is dieper. De huid voelt hierbij pijnlijk aan en er ontstaan blaren. Hierbij is naast de opperhuid vaak ook de lederhuid aangetast. Deze laag van de huid bevindt zich onder de opperhuid en hierin zitten de bloedvaten, zenuwen en lymfevaten.

Lees meer over tweedegraads brandwonden

  • Bij een derdegraads brandwond is de huid zo diep beschadigd dat ook de zenuwen zijn aangetast. Hierdoor voel je verrassend genoeg weinig pijn bij een derdegraads brandwond. Bij een derdegraads brandwond zijn zowel de opperhuid als de lederhuid aangetast.

Lees meer over derdegraads brandwonden

  • Onder de lederhuid bevindt zich het onderhuids bindweefsel. Het bindweefsel vormt de scheidslijn tussen de huid en de spieren en pezen. Het bestaat vooral uit vet, bindweefselschotten en bloedvaten. Brandwonden gaan doorgaans niet dieper dan tot het bindweefsel. Als het bindweefsel wel verbrandt, spreken we soms van een ‘vierdegraads brandwond’ of verkoling.

De diepte van de brandwond hangt af van verschillende factoren:

  • De temperatuur van de warmtebron
  • De oorzaak van de verbranding
  • Hoelang de warmtebron in contact is met de huid
  • De leeftijd van het slachtoffer
  • Op welke plaats van het lichaam de verbranding is opgetreden

Dit dossier is mede tot stand gekomen met dank aan adviezen van de Nederlandse Brandwonden Stichting

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019

Verder lezen 2. Brandwonden voorkomen