Zwangerschapsdiabetes

Wat is zwangerschapsdiabetes?

Zwangerschapsdiabetes is een aandoening waarbij het suikergehalte (glucosegehalte) in het bloed te hoog is, als gevolg van de zwangerschap. Zwangerschapsdiabetes komt bij één op de vijftig zwangere vrouwen voor. Het ontstaat meestal na een zwangerschapsduur van twintig weken. Na de zwangerschap is het suikergehalte in het bloed weer normaal. Wanneer een vrouw met diabetes mellitus (suikerziekte) zwanger is, spreken we niet van zwangerschapsdiabetes.

Symptomen zwangerschapsdiabetes

Klachten en verschijnselen die kunnen wijzen op zwangerschapsdiabetes zijn:

  • veel dorst hebben en veel drinken
  • veel moeten plassen
  • de baby is te groot voor de zwangerschapsduur
  • een grote hoeveelheid vruchtwater

Zwangerschapsdiabetes kan ook voorkomen zonder dat u klachten of verschijnselen heeft. Daarom controleert de verloskundige of gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt, regelmatig het suikergehalte in uw bloed of urine.

Hoe ontstaat zwangerschapsdiabetes?

Tijdens de zwangerschap treden allerlei veranderingen op in uw lichaam die van invloed zijn op het suikergehalte in het bloed, namelijk:

  • er gaat suiker (glucose) via de moederkoek naar uw baby toe
  • de maag wordt minder snel geleegd
  • de nieren laten meer suiker (glucose) door in de urine
  • de lichaamscellen nemen minder snel suiker (glucose) op

 

Tijdens de zwangerschap moet het lichaam het suikergehalte in het bloed dus goed reguleren. Dit wordt geregeld door twee hormonen uit de alvleesklier:

  • Insuline zorgt voor opname van suiker in de lichaamscellen, waardoor het suikergehalte in het bloed daalt
  • Glucagon zorgt juist dat het suikergehalte in het bloed stijgt

Tijdens de zwangerschap zijn de lichaamscellen minder gevoelig voor insuline, dit wordt insulineresistentie genoemd. Dat wil zeggen dat suiker niet goed wordt opgenomen in de lichaamscellen.

Dit komt door allerlei veranderde hormoonspiegels tijdens de zwangerschap. Uw zwangere lichaam reageert hier normaal op door meer insuline aan te maken. Hierdoor wordt er toch voldoende suiker uit het bloed opgenomen, om het suikergehalte in het bloed tussen de vier en zes millimol per liter te houden.

Bij zwangerschapsdiabetes kan het lichaam niet voldoende insuline aanmaken ter compensatie voor de bestaande insulineresistentie. Er wordt dus onvoldoende suiker vanuit het bloed in de lichaamscellen opgenomen. Het suikergehalte in het bloed is daardoor verhoogd.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Bij zwangerschapsdiabetes is het suikergehalte van het bloed te hoog. Dit heeft invloed op u en op uw baby.

Invloed op uzelf

Door het verhoogde suikergehalte in uw bloed, heeft u meer dorst en drinkt u meer. Ook plast u meer suiker en daarmee ook vocht uit. Wanneer u te weinig drinkt, loopt u het risico om uit te drogen. Ook heeft u vanwege de zwangerschapsdiabetes een verminderde weerstand tegen ziektekiemen. Hierdoor heeft u een grotere kans op een blaasontsteking of een ontsteking van de baarmoeder. Na de zwangerschap verdwijnen de verschijnselen van zwangerschapsdiabetes vanzelf.

Invloed op uw baby :

  • Groei van uw kind

Door het hoge suikergehalte in uw bloed, krijgt uw baby ook meer suiker in het bloed. Daardoor groeit uw baby sneller en is hij in verhouding langer en zwaarder, dan normaal voor de zwangerschapsduur. Ook plast uw baby meer, waardoor u een grote hoeveelheid vruchtwater krijgt.

  • Tijdstip van bevallen

Doordat u meer vruchtwater heeft en uw baby groter is, rekt de baarmoeder verder op. Hierdoor is de kans groter dat de bevalling eerder begint dan de uitgerekende datum.

  • Bevalt u één of twee weken eerder dan de uitgerekende datum, is dat geen groot probleem; uw baby is dan al voldragen.
  • Begint de bevalling echter eerder dan drie weken voor de uitgerekende datum, dan is uw baby nog niet voldragen. Sommige organen zijn dan nog niet voldoende gerijpt. Dan kan het nodig zijn dat uw baby eerst nog een tijdje in het ziekenhuis moet blijven.  
  • Verloop van de bevalling

De bevalling van een grote baby verloopt soms moeizamer. Dit is echter lang niet altijd zo en hangt ook af van andere factoren, zoals de grootte van uw bekken en of u al eerder bevallen bent en zo ja, hoe vaak. Uit voorzorg zal de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden.

  • Complicaties

Bij zwangerschapsdiabetes loopt uw baby geen verhoogd risico op afwijkingen aan organen, zoals het hart en de hersenen. Dit komt doordat zwangerschapsdiabetes pas ontstaat na de eerste drie maanden. In deze periode worden de organen van uw baby aangelegd.

Bij zwangerschapsdiabetes is er wel een kans op:

  • het vergroot zijn van de baby
  • vertraagde longrijping bij de baby
  • benauwdheid bij de baby tijdens de zwangerschap en/of de bevalling
  • schade aan de baby tijdens de bevalling 
  • Na de bevalling

Uw baby is tijdens de zwangerschap gewend geraakt aan het hoge bloedsuikergehalte. Om het bloedsuikergehalte te laten dalen, maakt uw baby zelf ook meer insuline aan.

Na de bevalling moet uw baby zelf zijn suikergehalte op peil houden. Baby’s van moeders met zwangerschapsdiabetes hebben hier vaak moeite mee. Zij hebben immers veel insuline in hun bloed.

Insuline zorgt dat de lichaamscellen suiker opnemen, waardoor het suikergehalte in het bloed daalt.  Uw baby krijgt nog niet veel suiker binnen via de voeding, waardoor het suikergehalte in het bloed te laag kan worden. Een mogelijk gevolg hiervan is dat de hersenen van uw baby niet goed functioneren. Regelmatig controleren van het suikergehalte met een prikje in de hiel is nodig. Als het suikergehalte te laag is, kan het zijn dat uw baby via een infuus, suiker krijgt toegediend. Na een paar dagen is de insulinehoeveelheid van uw baby aangepast aan zijn voeding en is het suikergehalte van uw baby niet meer te laag.

  • Behandeling

Om de bovengenoemde problemen te voorkomen, is het belangrijk om tijdens de zwangerschap het suikergehalte in uw bloed te verlagen. Hoe dichter het suikergehalte bij de zes millimol per liter komt, hoe kleiner de kans is op klachten en verschijnselen.

Eerst wordt geprobeerd om met een dieet, het suikergehalte in uw bloed te laten dalen. Hie rvoor w ordt u verwezen naar een diëtist. De diëtist bepaalt samen met u hoeveel kilocalorieën u per dag mag en de inhoud van de maaltijden. Neem kleine maaltijden verdeeld over de dag, in plaats van driemaal per dag een grote maaltijd. Iedere vier weken wordt het suikergehalte in uw bloed bepaald. Als het suikergehalte minder dan zeven millimol per liter is, is de zwangerschapsdiabetes voldoende behandeld met dit dieet.

Als het suikergehalte met het dieet boven de zeven millimol per liter blijft, is een behandeling met insuline nodig. U kunt zelf insuline toedienen via een dun naaldje in de huid van uw buik of bovenbeen. De diabetesverpleegkundige van het ziekenhuis leert u hoe dit moet, begeleidt u en beantwoordt uw vragen.

Vanwege het verhoogde risico op complicaties begeleidt de gynaecoloog uw zwangerschap verder. Uit voorzorg zal de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden.

  • Borstvoeding

Na de bevalling kunt u normaal borstvoeding geven aan uw kind.

  • Nacontrole

Drie maanden na de bevalling wordt nogmaals uw suikergehalte gecontroleerd. Dit is om te beoordelen of inderdaad sprake was van zwangerschapsdiabetes of dat het verhoogde suikergehalte tijdens de zwangerschap een teken was van ‘gewone’ diabetes mellitus.

Wanneer naar de huisarts?

Als u tijdens de zwangerschap vermoedt dat u verschijnselen heeft die passen bij zwangerschapsdiabetes, kunt u dit bespreken met uw huisarts, de verloskundige of de gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt. Zij kunnen dan het suikergehalte in uw bloed of urine controleren.

Omdat zwangerschapsdiabetes ook vaak voorkomt zonder dat u daar zelf iets van merkt, bepalen zij uit voorzorg tijdens de zwangerschap een aantal malen het suikergehalte

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u zwangerschapsdiabetes heeft, is het belangrijk dat u zich aan het dieet houdt, dat u in overleg met de diëtist heeft opgesteld. Hier volgen nog een aantal tips:

  • eet zes kleine maaltijden verdeeld over de dag
  • eet geen snoep, koekjes, frisdrank of chocolade
  • koolhydraten haalt u uit volkorenbrood, volkorenpasta, aardappelen
  • eet daarnaast minstens twee stuks fruit en tweehonderd gram groente per dag
  • gebruik geen alcohol
  • rook niet
  • ga elke dag een half uur wandelen, fietsen of zwemmen. Regelmatig bewegen heeft namelijk een gunstige invloed op uw bloedsuikergehalte

Zwangerschapsdiabetes is meestal niet te voorkomen. Door ervoor te zorgen dat u geen overgewicht heeft op het moment dat u zwanger bent, loopt u minder risico om zwangerschapsdiabetes te ontwikkelen. Bovendien is het verstandig om regelmatig en gezond te eten.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

In de volgende gevallen loopt u een verhoogde kans om zwangerschapsdiabetes te ontwikkelen:

  • als u eerder een kind heeft gehad dat meer dan vier kilo woog
  • als u familieleden heeft die zwangerschapsdiabetes hebben (gehad)
  • als u familieleden heeft die diabetes type II hebben (ouderdomssuikerziekte)
  • als u eerder zwangerschapsdiabetes heeft gehad
  • als u overgewicht heeft
  • als u ouder dan 35 jaar bent

Wanneer een van bovenstaande situaties op u van toepassing is, meldt dit aan uw verloskundige, huisarts of gynaecoloog. Zij zijn dan extra alert op verschijnselen die kunnen wijzen op zwangerschapsdiabetes.

Negen van de tien vrouwen die tijdens een eerdere zwangerschap, zwangerschapsdiabetes heeft gehad, krijgt dit ook tijdens een volgende zwangerschap.

De helft van de vrouwen die zwangerschapsdiabetes heeft gehad, krijgt op latere leeftijd diabetes mellitus type II. Normaal krijgt één op de dertig Nederlanders op latere leeftijd diabetes mellitus.

Als u later in uw leven onderstaande klachten heeft, wees u zich dan bewust dat u een verhoogd risico heeft op diabetes mellitus:

  • veel dorst
  • veel drinken
  • veel plassen
  • u heeft zwangerschapsdiabetes gehad

Laat dan uw suikergehalte controleren door uw huisarts. Als u zwangerschapsdiabetes heeft gehad, heeft uw kind ook een iets verhoogde kans om op latere leeftijd diabetes mellitus type II te ontwikkelen.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) C.G.A. van Veldhuizen - Staas (consulent) Drs. E.G.C. van Seumeren (consulent)

Bronnen

  • Obstetrie en Gynaecologie De voortplanting van de mens Treffers PE, Heintz APM, Keirse MJNC et al 3e druk Utrecht Wetenschappelijke uitgeverij Bunge 2000.
  • Glibenclamide even werkzaam en veilig als insuline bij de behandeling van zwangerschapsdiabetes Pree, I.M.N. de NTVG 2001; 145(5); 241-2.
  • Richtlijn NVOG. Diabetes mellitus en zwangerschap.
  • NHG Standaard Zwangerschap en Kraamperiode 2015

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019


Gerelateerd