Ziekte van Pfeiffer

Aandoening 6 april 2016

Wat is de ziekte van Pfeiffer?

De ziekte van Pfeiffer is een infectie met het Epstein-Barr virus. Tijdens de ziekte zijn er klachten van keelpijn, koorts, vermoeidheid en algemeen ziek zijn. De meeste mensen maken de ziekte in de kinder- en tienerjaren door. In Nederland krijgen jaarlijks gemiddeld vier van de 1000 jongeren tussen de 15 en 24 jaar, de ziekte van Pfeiffer. Als een tiener klachten heeft van aanhoudende keelpijn en moeheid kan er sprake zijn van de ziekte van Pfeiffer.

Andere namen voor de ziekte van Pfeiffer zijn: kissing disease,mononucleosis infectiosa en klierkoorts.

Symptomen bij de ziekte van Pfeiffer

Veel voorkomende klachten zijn aanhoudende keelpijn, koorts, vermoeidheid en gezwollen klieren in de hals. Het kan ook gepaard gaan met spierpijn, hoofdpijn, misselijkheid en geen zin in eten.  De arts vindt bij het onderzoek vaak :

  • gezwollen lymfeklieren in de hals, oksels en liezen
  • gezwollen amandelen
  • vaak opgezette lever en milt
  • soms huiduitslag (rode vlekjes), vooral na antibiotica
  • er kan sprake zijn van lichte geelzucht

De uiteindelijke diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek. Daarbij worden afwijkende witte bloedlichaampjes gevonden en een positieve test op mononucleosis infectiosa.

Hoe ontstaat de ziekte van Pfeiffer?

De ziekte ontstaat door besmetting met het Epstein-Barr virus, meestal via het speeksel van iemand die het virus heeft. Vandaar ook de naam ‘kissing disease’. Lang niet iedereen wordt ziek na besmetting. Kinderen jonger dan 10 jaar worden vaak na besmetting niet ziek. Als ze ziek worden verloopt de ziekte meestal mild. Tieners hebben echter vaker en meer last van de infectie. De tijd tussen besmetting en ziek worden is vier tot tien weken (incubatietijd).

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

De ziekte van Pfeiffer geneest meestal in twee tot vier weken vanzelf. Men kan nog een aantal weken last houden van vermoeidheid, maar dit hoeft niet. Complicaties zijn zeldzaam.

Wanneer naar de huisarts

Neem contact op met de huisarts:

  • bij aanhoudende keelpijn
  • bij aanhoudende vermoeidheidsklachten

Om vast te stellen of er sprake is van de ziekte van Pfeiffer, doet de huisarts lichamelijk onderzoek en bloedonderzoek.

Neem weer contact op met de huisarts als:

  • de keelpijn erger wordt
  • het slikken moeilijker gaat
  • de patiënt zich zieker voelt
  • zich onbegrepen klachten voordoen

Wat kunt u er zelf aan doen?

  • Er zijn geen speciale medicijnen voor de ziekte van Pfeiffer
  • Men hoeft geen bedrust te houden, beter is het om rust te nemen naar behoefte
  • Het is verstandig om een week of drie niet te sporten of zwaar lichamelijk werk te doen
  • De lever is meestal ook in de ziekte betrokken en daarom kan men beter geen alcohol te gebruiken tijdens deze ziekte
  • Het is belangrijk om goed te drinken. Koele dranken en waterijs kunnen de keelpijn verlichten
  • Als men veel last heeft van pijn kan men een pijnstiller gebruiken, bijvoorbeeld paracetamol

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Op volwassen leeftijd blijkt ruim 90% van de mensen ooit besmet te zijn geweest met het Epstein-Barr virus. De besmettelijkheid van een patiënt met ziekte van Pfeiffer is echter vrij gering. Het virus komt na herstel van de ziekte van Pfeiffer nog in geringe hoeveelheden voor in het speeksel en blijft levenslang in het lichaam aanwezig.

In samenwerking met

Dr. E.S.M. de Lange-de Klerk (auteur)
Dr. A.M. van Loon (consulent)
Dr. W.N.M. Hustinx (consulent)

Bronnen

  • Lisdonk EH van, Bosch WJHM van den, Huygen FJA, Lagro-Jansen ALM. Mononucleosis infectiosa. Ziekten in de huisartspraktijk. 3e dr. Elsevier/Bunge 1999. § 2-12, 45-6.
  • Eekhof JAH,Knuistigh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zesde druk 2013. Reed business education, Amsterdam
  • Galama JMD, Swanink C. Mononucleosis infectiosa en langdurige moeheid. Tijdschrift voor Huisartsgeneeskunde 1995; 12: 205-208.
  • Gantz NM. Infectious mononucleosis and mononucleosis-like disorders. Noble J. Textbook of primary care medicine. 3e druk, Mosby, 2001. Chapter 31, 267-71.