Voortijdige zaadlozing

Wat is een voortijdige zaadlozing?

Bij een voortijdige zaadlozing (te snel klaarkomen) komt het orgasme eerder dan de man of zijn partner willen (binnen 2 minuten na penetratie). Er is bijvoorbeeld een zaadlozing tijdens het voorspel of al aan het begin van de geslachtsgemeenschap (als de penis in de vagina gaat). Ook bij masturberen kan de man vinden dat hij te snel klaar komt. Er zijn grote verschillen zijn tussen mannen.

Verschillende onderzoeken laten zien dat:

  • 70% van de mannen aangeeft wel eens te snel een zaadlozing te hebben
  • 75% van de mannen binnen twee minuten een zaadlozing heeft tijdens penetratie
  • 21% van de mannen een zaadlozing heeft binnen één minuut tijdens penetratie
  • 7% een zaadlozing heeft na vijftien minuten geslachtsgemeenschap

Symptomen voortijdige zaadlozing

Er is sprake van voortijdige zaadlozing als uzelf en uw partner vinden dat u te snel klaarkomt. Dit hoeft lang niet altijd een probleem te zijn. Als u en uw partner er geen moeite mee hebben, is er geen reden om iets te veranderen. Er is wel een probleem als daardoor voor u en uw partner, het plezier in seks vermindert.

Hoe ontstaat een voortijdige zaadlozing?

Het orgasme is meer dan alleen een zaadlozing, het is een climax van geestelijke en lichamelijke opwinding. De opwinding begint bij nul en loopt langzaam op door seksuele of erotische gedachten. U heeft dit onder controle, bij het afdwalen van de gedachten zal de opwinding weer verdwijnen. Tijdens seks wordt de opwinding eerst langzaam hoger. Op een gegeven moment wordt er een point of no return bereikt. De opwinding kan dan niet meer bewust gecontroleerd worden en neemt dan snel toe tot een orgasme. Na het orgasme is er een snelle daling van de opwinding.

De seksuele opwinding bij vrouwen verloopt anders. Over het algemeen blijft bij hen de opwinding veel langer langzaam stijgen. Meestal hebben vrouwen meer tijd nodig om klaar te komen dan mannen.

Bij een voortijdige zaadlozing voelt de man niet goed hoe hoog zijn opwinding al is. Als het point of no return gepasseerd is, kan het moment van klaarkomen niet meer worden beïnvloed. Het beheersen van de seksuele opwinding en het daarmee voorkómen van een te snelle zaadlozing is vooral een kwestie van ervaring. Te vroege zaadlozing wordt dan ook vooral bij jonge mannen gezien.

Controle over de seksuele opwinding is aan te leren. Een factor die de controle kan belemmeren, is de geestelijke spanning die vaak met seks gepaard gaat. Het regelmatig te vroeg klaarkomen kan nieuwe spanningen losmaken die het nog moeilijker maken.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Vroegtijdige zaadlozing is geen verschijnsel dat bij een ziekte hoort en het is dan ook niet ernstig. Het is een probleem als de man en zijn partner het als zodanig ervaren. Een relatie kan erdoor onder druk komen te staan. Vaak verdwijnt het vroegtijdig klaarkomen als de man zijn opwinding tijdens seks beter leert beheersen.

Wanneer naar de huisarts?

U kunt overwegen om met uw huisarts te praten:

  • als u en uw partner het voortijdig klaarkomen als een probleem ervaren en
  • als het niet lukt om er en oplossing voor te vinden

De huisarts is gewend om over problemen bij seks te praten. Deze problemen komen veel voor in de huisartsenpraktijk. Omdat het geen ziekte is, zal de huisarts meestal geen lichamelijk onderzoek doen. Hij kan u helpen de oorzaak van het probleem duidelijker te maken.

Meestal kan de huisarts u ook adviezen geven, waardoor u kunt leren het klaarkomen beter te beheersen. Ook kan uw huisarts medicijnen voorschrijven die kunnen helpen om de zaadlozing uit te stellen.

Als u samen met de huisarts niet verder komt, kan deze u doorsturen naar een seksuoloog.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Praat erover met uw partner. Is het voor uw partner ook een probleem of is het alleen voor u een probleem? Bespreek mogelijkheden om het orgasme uit te stellen. Praten over seks is niet gemakkelijk. Seks is iets heel persoonlijks.

Tips om het praten over seks te makkelijker te maken:

  • Lees afzonderlijk of samen deze informatiefolder, zodat u zich beiden kunt voorbereiden op het samen erover praten
  • Praat er niet over kort voor of na de seks
  • Bedenk waardoor uw opwinding snel stijgt tijdens de seks. Laat uw partner dit ook voor zich zelf bedenken. Bespreek vervolgens hoe u de opwinding zou kunnen afremmen
  • Probeer elkaar tijdens het vrijen aanwijzingen te geven. Het probleem zal natuurlijk niet direct opgelost zijn, het is een leerproces en dat kost tijd

De start-stop methode U kunt oefenen om het klaarkomen uit te stellen. Dit kan met masturberen. Het doel van de oefening is dat u de hoogte van uw seksuele opwinding beter leert voelen en leert afremmen. Dit kan natuurlijk ook samen met uw partner.

De techniek U masturbeert tot u een bepaalde opwinding heeft bereikt, waarbij u nog makkelijk kunt stoppen zonder klaar te komen. U stopt dan even en laat de opwinding een beetje minder worden. Vervolgens masturbeert u weer tot dezelfde opwinding. Dit herhaalt u enkele malen. De laatste maal gaat u door tot u klaar komt. Als dit lukt, kunt u de oefening iets moeilijker maken. U masturbeert nu door tot een hogere opwinding, waarbij u nog wel kunt stoppen zonder klaar te komen. Verder verloopt de oefening gelijk. Op deze manier leert u uw seksuele reactie of opwinding beter herkennen en beheersen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Er zijn veel mannen die ervaringen hebben met te vroeg klaarkomen. Meestal is het geen probleem. Het is wel een probleem als u en uw partner het als zodanig ervaren. Probeer er vooral over te praten met uw partner. Het uitspreken naar elkaar van verwachtingen en ideeën is vaak de beste manier om ermee om te gaan. Het is misschien goed om te weten dat er over enige tijd een medicijn op de markt komt, speciaal voor dit probleem.

In samenwerking met

Drs. W. van Donselaar (auteur) Dr. M. T. W. T. Lock (consulent)

Bronnen

  • Slob, AK et al. Voor de arts. Bohn Stafleu van Loghum., 1992
  • Campbell's Urology, eight edition, Walsh, Retik, Darracott, Vaughan, Wein, 2002.
  • Eekhof JAH,Knuistigh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zesde druk 2013. Reed business education, Amsterdam

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019


Gerelateerd