Voorkeurshouding

Wat is een voorkeurshouding?

Als uw kindje een voorkeurshouding heeft, houdt het zijn hoofdje het merendeel van de dag (3/4 van de tijd) naar één kant gericht, naar rechts of links. Het hoofdje is wel door iemand anders naar de andere kant te draaien, maar vaak gaat dat moeizaam. Ongeveer acht van de tien kinderen ontwikkelen een voorkeurshouding, meestal naar rechts. Het komt iets vaker voor bij jongetjes dan bij meisjes.

Symptomen voorkeurshouding

Uw kindje draait zijn hoofdje meestal naar dezelfde kant toe en slaapt ook het liefst op deze kant. Het hoofdje kan aan de voorkeurskant wat platter worden dan aan de andere kant. Zelf kunt u het hoofdje van uw kind wel naar de niet-voorkeurskant draaien, maar dit gaat vaak moeizaam.

Hoe ontstaat een voorkeurshouding?

Wat de precieze oorzaak is van een voorkeurshouding is niet bekend. Wel wordt een voorkeurshouding vaker gezien bij kinderen die:

  • in stuitligging geboren zijn;
  • te vroeg geboren zijn (voor 37 weken zwangerschapsduur);
  • het eerste kind in het gezin zijn;
  • een spreidbeperking van de heupjes hebben;
  • een kromming in de wervelkolom hebben (scoliose).

Vaak voeden in dezelfde houding blijkt een voorkeurshouding te kunnen stimuleren. Licht en geluid dat steeds vanuit dezelfde richting komt kan eveneens aanleiding zijn het hoofdje naar één kant te draaien. Waarschijnlijk speelt ook het stimuleren van rugligging voor pasgeborenen in verband met wiegendood een rol mee in het tegenwoordig vaker voorkomen van een voorkeurshouding.

In sommige gevallen is een aangeboren afwijking de oorzaak van de voorkeurshouding. In de meeste gevallen gaat het dan om torticollis. Dat is een verdikking in een nekspier waardoor het hoofd naar één kant gedrukt wordt. De consultatiebureau-arts kan deze afwijking vaststellen.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een kindje met een voorkeurshouding ligt het grootste gedeelte van de tijd met zijn hoofdje op één kant. Het schedelbot van een kinderhoofdje is nog zacht en makkelijk vervormbaar. Door de voorkeurshouding plat het aan één kant af waardoor het hoofdje scheef kan gaan groeien.

Bij een zeer langdurige voorkeurshouding heeft dit ook gevolgen voor de ontwikkeling van de rest van het lichaampje. Een kromming in de rug (scoliose), een afstaand oortje, beperking van de spreidbeweging van de heupen en een vreemde houding van de voeten kunnen het gevolg van een voorkeurshouding zijn. Dit zijn echter zeer sporadische complicaties!

Door de niet-voorkeurshouding te stimuleren, leert uw kindje het hoofdje soepel alle kanten op te bewegen. Hierdoor kan scheefgroei van het hoofdje en van de rest van het lichaam voorkomen worden. Hoe sneller de voorkeurshouding gecorrigeerd wordt, hoe gemakkelijker het zal gaan. Daarom is de consultatiebureauarts extra alert op het voorkomen van een voorkeurshouding. Als uw kindje een voorkeurshouding lijkt te hebben, die niet wordt veroorzaakt door een anatomische afwijking, krijgt u adviezen mee hoe u de niet- voorkeurszijde kunt stimuleren. Deze adviezen staan ook beschreven onder het kopje ‘Wat kunt u er zelf aan doen?’ verderop in deze tekst.

Mocht uw kindje ondanks deze adviezen toch een voorkeurshouding houden, dan kan het rond de leeftijd van 3 maanden naar de (kinder)fysiotherapeut verwezen worden. Indien ook dit onvoldoende resultaat oplevert, kan een corrigerende helm (redressiehelm) worden voorgeschreven. Het bewijs dat dit echt helpt is nooit geleverd. Hiervoor moet uw kindje meestal 5 maanden oud zijn.

Wanneer naar de huisarts?

Als het u zelf opvalt dat uw kindje het merendeel van de dag met zijn hoofdje naar één kant ligt, kunt u dit bespreken met de consultatiebureauarts of met uw huisarts.Deze kunnen u dan adviezen mee geven hoe u de voorkeurshouding kunt doorbreken. Wanneer dit onvoldoende effect heeft verwijzen zij u door.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Een voorkeurshouding kunt u proberen te doorbreken door uw kind te stimuleren het hoofdje ook naar de niet-voorkeurskant te draaien. Dit kunt u doen door de volgende aandachtspunten in acht te nemen.

Aandachtspunten bij het slapen

  • Leg uw kindje de eerste 2 weken in zijligging te slapen, afwisselend op de rechter en op de linker zijde;
  • Als uw kindje telkens met het hoofdje op dezelfde kant slaapt, draait u het hoofdje om zodra uw kindje goed slaapt. Als uw kindje het hoofdje gelijk weer terugdraait, probeert u het na 5 minuten nog eens;
  • Draai het bedje van uw kindje regelmatig om zodat het licht ook eens van de andere kant komt. Als u het bedje niet om kunt draaien, kunt u ook het bedje andersom opmaken;
  • Zet het favoriete speeltje of knuffeltje van uw kind aan de niet-voorkeurszijde.

Aandachtspunten tijdens het verzorgen

  • Probeer, als het kan, het aankleedkussen recht voor u neer te leggen zodat uw kind u recht aan kan kijken. Uw kind ligt dan met zijn hoofdje tegen de achterkant van de commode aan en met de voetjes bij uw buik. Als dit niet lukt, legt u uw kind afwisselend met zijn hoofdje naar de rechter- en linkerkant van de commode;
  • Leg uw kind bij het voeden afwisselend op de rechter- en de linkerarm. Bij borstvoeding gebeurt dit al automatisch;
  • Leg uw kindje, als u er bij bent, op zijn buikje, zo kan het zijn hoofdje alle kanten op draaien.

Aandachtspunten bij de houding

  • Als u uw kindje tegen u aanhoudt, zorg dan dat het hoofdje naar de niet- voorkeurszijde is gedraaid;
  • Als u uw kindje in een draagdoek draagt, draai dan ook het hoofdje afwisselend naar links en naar rechts;
  • Speel met uw kindje terwijl het op uw benen ligt, dit stimuleert ook het rechtuit kijken;
  • Laat uw kindje zo op schoot zitten dat uw stem vanaf de niet-voorkeurszijde komt;
  • Hang in de box de speeltjes aan de niet-voorkeurszijde.

Als de voorkeurshouding verdwenen is, blijft het belangrijk dat u uw kind stimuleert beide kanten op te kijken. U hoeft dan niet meer extra op de niet-voorkeurskant te letten.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Ook al heeft uw kindje geen voorkeurshouding dan is het toch zinvol om zowel de rechter- als de linkerkant te stimuleren. Zo kan ook voorkomen worden dat een voorkeurshouding zich ontwikkelt. Laat uw kindje de eerste 2 weken in wisselligging slapen. Voed uw kindje afwisselend op de linker- en de rechterarm. Stimuleer uw kindje tijdens het voeden, aankleden, slapen en spelen om zowel naar links als naar rechts te kijken.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (consulent) Drs. W.J. den Ouden (consulent)

Bronnen

  • Nederlands Centrum Jeugdgezondheidszorg
  • Boere-Boonekamp, Linden-Kuiper van der, Es van. Voorkeurshouding bij zuigelingen; groot beroep op de gezondheidszorg. Ned Tijschr Geneeskd 1997(16)769-72.
  • Protocol voorkeurshouding. Thuiszorg Kempenstreek, Veldhoven: 2000.
  • Voorkeurshouding van het hoofd bij babies. Adviezen voor ouders/verzorgers. Thuiszorg kempenstreek. Veldhoven, 1997.

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019