Verstopping bij kinderen

Wat is obstipatie?

Verstopping is een verandering in het ontlastingspatroon van een kind. Hij gaat minder vaak naar het toilet en heeft veel moeite om de hardere en donkere ontlasting kwijt te raken. Verstopping wordt ook wel constipatie of obstipatie genoemd.

Ongeveer drie procent van de Nederlandse kinderen heeft wel eens last van verstopping, voornamelijk kinderen tussen de nul en de vier jaar oud. In de meeste gevallen duurt het ongeveer een maand voordat de ontlasting weer normaal is.

Symptomen obstipatie

Verstopping kunt u aan een aantal zaken herkennen.

Verandering van ontlastingspatroon Verstopping bij uw kind kunt u herkennen doordat zijn ontlastingspatroon verandert. Elk kind is hierin uniek en heeft een eigen patroon. In het algemeen kan gezegd worden dat driemaal per dag ontlasting hebben normaal is, maar één keer per drie dagen ook. Maar als een kind altijd twee keer per dag ontlasting heeft en nu nog maar om de drie dagen, dan is dat een duidelijke verandering. In dit geval kan een ontlastingspatroon dat normaal is voor een ander kind dus toch wijzen op verstopping. Ga daarom altijd uit van wat normaal is voor uw kind.

Moeite met de stoelgang Eén van de eerste kenmerken van verstopping is dat uw kind minder vaak naar het toilet gaat en veel moeite moet doen om de ontlasting kwijt te raken. De ontlasting is harder en donkerder van kleur dan normaal.

Pijn bij de stoelgang of buikpijn Verstopping gaat vaak gepaard met pijn. De aandrang kan pijnlijk zijn, maar ook het lozen zelf. Een kind dat al wat langer moeilijk kan poepen, heeft vaak last van buikpijn. Baby's worden hier onrustig door en hebben de neiging zich te strekken. Ze kunnen hierdoor als een plank in bed of op schoot liggen. Iets oudere kinderen kunnen de pijn vaak zelf aangeven door te wijzen of te vertellen. Soms kunnen bij kleine kinderen, met name jonger dan één jaar, door het vele persen kleine wondjes (fissuurtjes) in de anus ontstaan. Deze kunnen pijnlijk zijn waardoor het kind weigert te poepen. Dit doet de verstopping weer toenemen.

Opgezette buik en winderigheid Verstopping kan gepaard gaan met een teveel aan lucht in de buik. Dit kan leiden tot een opgezette buik en winderigheid. Dit laatste kan letterlijk erg opluchten, probeer uw kind er daarom zo min mogelijk in te beperken.

Bloed bij de ontlasting De harde ontlasting kan de anus wat beschadigen waardoor er bloed met de ontlasting kan meekomen. Het bloed ligt dan op de ontlasting. In het geval van verstopping is dit normaal.

Diarree Het klinkt erg tegenstrijdig maar diarree kan een teken zijn van verstopping. Als de darm helemaal vol zit met harde brokken ontlasting, kan de nieuw gevormde ontlasting er haast niet meer door. Daarnaast is de functie van de darm sterk verminderd, waardoor de ontlasting niet wordt ingedikt maar vloeibaar blijft. Dit wordt door de verstopte darm geperst en verlaat het lichaam in de vorm van diarree. In de medische wereld wordt in dit geval gesproken van paradoxale diarree. Zo kan ook broekpoepen ontstaan bij kinderen die al zindelijk waren.

Hoe ontstaat obstipatie?

Verstopping is geen ziekte op zich. Het is een symptoom, dat wil zeggen dat het wordt veroorzaakt door iets anders. In een zeldzaam geval gaat het om een aangeboren afwijking, die overigens meestal goed te behandelen is.

Er bestaan diverse oorzaken voor verstopping bij kinderen: Niet lekker in hun vel zitten De meest voorkomende oorzaak van verstopping bij kinderen is niet van lichamelijke aard, maar hangt samen met de gevoelswereld van een kind. Voelt een kind zich niet lekker in zijn vel, dan heeft dat vaak invloed op zijn ontlastingspatroon. Omdat sommige kinderen hun gevoel moeilijk kunnen uiten (bijvoorbeeld omdat ze niet makkelijk over hun gevoelens kunnen praten, of omdat ze überhaupt nog niet kunnen praten), uiten zij hun problemen op een lichamelijke manier.

Vooral in spannende periodes voor een kind, bijvoorbeeld een verhuizing, een nieuw broertje of zusje of naar school gaan, verandert het ontlastingspatroon van het kind. Ook nare gebeurtenissen zoals pesten of een sterfgeval hebben invloed. Verlegen en teruggetrokken kinderen kunnen zich sneller onzeker en onprettig voelen, en zij kunnen dus sneller last krijgen van verstopping. Ditzelfde gebeurt overigens bij volwassenen.

Niet naar het toilet wanneer er aandrang is Voor een goed ontlastingspatroon is het belangrijk dat een kind naar het toilet gaat als hij aandrang voelt. Kinderen kunnen echter zo lekker aan het spelen zijn dat ze helemaal geen zin hebben om naar het toilet te gaan. Schoolgaande kinderen vinden het over het algemeen niet prettig om op school te poepen en houden het op totdat ze weer thuis zijn. Ook ouders kunnen hier een rol in spelen wanneer zij hun kind bijvoorbeeld niet de gelegenheid geven rustig naar het toilet te gaan. Dit gebeurt nog wel eens als ze net op het punt staan om te vertrekken of bijvoorbeeld aan het winkelen zijn. Doordat het kind de ontlasting op (moet) houden, wordt er in de darmen extra water aan onttrokken. De ontlasting wordt droger en harder en als dit herhaaldelijk gebeurt, raakt het kind verstopt.

Pijn bij de anus Bij jonge kinderen kan verstopping veroorzaakt worden door een fissuur bij de anus. Dit is een soort kloofje dat erg pijnlijk is. De kinderen proberen de pijn bij het poepen te voorkomen door de ontlasting zo lang mogelijk op te houden. Als dit uiteindelijk niet meer lukt en de ontlasting toch komt, is deze inmiddels zo hard geworden dat het extra veel pijn doet. De fissuur kan er zelfs weer door opengaan. Hierdoor ontstaat een vicieuze cirkel.

Te weinig vezels Vezelrijk voedsel zorgt ervoor dat er wat water in de ontlasting aanwezig blijft waardoor deze niet te hard wordt. Te weinig vezels daarentegen leiden tot droge, harde ontlasting. Dit komt met name voor bij zuigelingen en bij kinderen in de puberteit.

Te weinig vocht Bij een kind dat te weinig drinkt, haalt het lichaam zoveel mogelijk water uit de voeding. Dit heeft tot gevolg dat er niet genoeg overblijft om de ontlasting vochtig en zacht te houden.

Geen duidelijke oorzaak Bij de meeste kinderen met verstopping wordt geen duidelijke oorzaak of aanleiding gevonden. Dit is niet erg, in de meeste gevallen is de stoelgang binnen een aantal weken weer normaal.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

In veruit de meeste gevallen berust verstopping bij kinderen niet op afwijkingen. Het kan vervelend en pijnlijk zijn voor uw kind, maar het is niet ernstig. Binnen vier weken is het ontlastingspatroon van uw kind meestal weer normaal.

Als de obstipatie langer dan vier weken aanhoudt, kan het nodig zijn dat uw kind wordt behandeld. Dit gebeurt meestal met een laxerende siroop of met klysma's (in de endeldarm ingebrachte laxerende stoffen, die de ontlasting dun maken). In deze situaties duurt het enkele maanden voordat het ontlastingspatroon weer normaal is.

Wanneer naar de huisarts?

In de volgende situaties is het raadzaam om contact op te nemen met de huisartsenpraktijk:

  • er bevindt zich bloed in de ontlasting (en niet alleen er bovenop)
  • uw kind heeft weinig eetlust en/of verliest gewicht
  • uw kind heeft koorts
  • uw kind moet braken
  • uw kind voelt zich ziek
  • uw kind of zuigeling heeft een opgezette buik

Voordat u uw huisarts bezoekt, kunt u een dagboekje bijhoude n waarin u zoveel mogelijk vermeldt. De tijden waarop uw kind ontlasting heeft, hoe de ontlasting er uitziet, pijn, voeding en belangrijke gebeurtenissen. Zo'n dagboekje geeft de huisarts informatie over de mogelijke oorzaak van de verstopping. Het komt ook voor dat ouders door het bijhouden van het dagboekje zelf de oorzaak ervan ontdekken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als uw kind last heeft van verstopping is er een aantal dingen die u kunt doen om het normale ontlastingspatroon weer op gang te krijgen.

Vicieuze cirkel doorbreken Kinderen die pijn hebben tijdens de ontlasting komen snel in een vicieuze cirkel terecht. Deze kunt u doorbreken door de pijn weg te nemen. Dat kunt u bijvoorbeeld doen door de anus van uw kindje regelmatig in te smeren met een pijnstillende zalf. Deze is zonder recept verkrijgbaar bij de apotheek, daar kunt u ook overleggen welke zalf voor uw kind het meest geschikt is.

Extra vezels geven Als aanvulling op de borst- of flesvoeding kunt u uw kindje extra vezels geven door het een paar lepeltjes sinaasappelsap te geven. Ook kunt u een aantal gedroogde pruimen in een pannetje water laten wellen en dit vocht als het is afgekoeld aan uw kindje geven. Is uw kind al aan fruit- en groentehapjes toe, dan kunt u deze wat grover houden. Oudere kinderen kunt u wat donkerder brood laten eten of een stuk extra fruit of verse groenten geven.

Extra vocht geven Bij kinderen die de fles nog krijgen, kunt u tijdelijk wat extra water toevoegen. Borstgevoede kinderen kunnen tussen de voedingen door wat extra water met een lepeltje of uit een bekertje drinken. Grotere kinderen kunt u wat extra water geven, lauw water lijkt overigens het beste te werken.

Aandacht Bij veel kinderen wordt de verstopping veroorzaakt doordat zij niet lekker in hun vel zitten. Vooral in bijzondere situaties, zoals een verhuizing of de geboorte van een nieuw broertje of zusje, is het belangrijk dat u uw kind wat extra aandacht geeft. Kinderen hebben nog veel moeite om hun gevoelens onder woorden te brengen. Door voorbeelden te geven of te zeggen hoe u zichzelf voelt, kunt u uw kind helpen zich te uiten. Eventueel kunt u eens met de oppas, de leidster van het kinderdagverblijf of de juf gaan praten, bijvoorbeeld om uit te sluiten dat er problemen spelen waarvan u niet op de hoogte bent.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

U kunt verstopping zoveel mogelijk proberen te voorkomen door op een aantal dingen te letten.

Ontspanning Zorg dat uw kind voldoende ontspanning krijgt. Dit betekent ook dat hij de gelegenheid krijgt om te praten over wat hem bezighoudt, en of er mogelijk dingen zijn die hem dwars zitten. Wanneer hem inderdaad dingen dwars zitten, zal het een opluchting zijn om het aan iemand kwijt te kunnen. In veel gevallen zal dit tevens de problemen met de stoelgang oplossen.

Gewoonten Begin niet te vroeg met zindelijkheidstraining. De meeste kinderen geven zelf aan wanneer ze eraan toe zijn. U kunt bijvoorbeeld een potje naast het toilet zetten en aan uw kind uitleggen wat het is en wat de bedoeling ervan is. Als uw kind zijn ontlasting op het potje doet, kunt u hem belonen. Maar gebeurt het een keer in de luier of in de broek, dan kunt u hem beter niet straffen. Dit kan er namelijk toe leiden dat uw kind de ontlasting op gaat houden.

Is uw kind eenmaal zindelijk dan is het belangrijk dat hij naar het toilet gaat wanneer hij aandrang voelt. U kunt uw kind daarin stimuleren door op het toilet iets leuks neer te leggen; een stukje speelgoed of een boekje bijvoorbeeld. Als u merkt dat uw kind zijn ontlasting ophoudt, stimuleer hem dan om naar het toilet te gaan.

Het is overigens belangrijk dat uw kind met zijn voetjes op de grond (of op een voetenbankje) kan steunen als hij op het toilet zit. Alleen dan kan het kind op een goede manier druk opbouwen om de ontlasting te lozen.

Beweging Veel beweging, bijvoorbeeld buitenspelen, fietsen, zwemmen en sporten is natuurlijk overal goed voor, maar zeker ook om verstopping te voorkomen.

Vezelrijke voeding Voedingsvezels houden de ontlasting vochtig en zacht. Voedingsvezels zitten veel in volkorenproducten, groenten en fruit. Als uw kind een moeilijke eter is, kunt u proberen het eten in een andere vorm aan te bieden. Veel kinderen eten bijvoorbeeld makkelijker een in schijfjes gesneden appel dan een appel uit de hand.

Voldoende vocht Vocht is erg belangrijk voor de ontlasting. Een kind vanaf één jaar heeft ongeveer een liter vocht per dag nodig. Op warme dagen uiteraard heeft hij uiteraard meer vocht nodig. Zoete dranken en vruchtensappen kunnen erg vullen en daarmee de eetlust van uw kind verminderen. Dit kunt u voorkomen door uw kind water te geven, of door de producten te verdunnen. Yoghurtdrank kunt u verdunnen met melk en vruchtensappen met water.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Dr. P. Fockens (consulent) Drs. W.J. den Ouden (consulent)

Bronnen

  • Bosch WJHM van den e.a.(red). Het pediatrisch formularium. Rotterdam: Erasmuspublishing, 1998.
  • Lisdonk van de EH, Bosch van den SJHM, Lagro-Janssen ALM, Schers HJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk vijfde druk  2008.  Reed Business, Amsterdam.
  • Multidisciplinaire richtlijn Obstipatie bij kinderen van 0-18 jaar (CBO)

Pagina laatst aangepast op 1 juli 2019


Gerelateerd