Verlegenheid

Wat is verlegenheid?

Het grootste gedeelte van de mensen is verlegen of wel eens verlegen geweest. Sociale contacten, en dan met name nieuwe, komen in dat geval maar moeilijk van de grond.

Bij een klein gedeelte van deze mensen, ongeveer twee procent, is de verlegenheid zo ernstig dat dit leidt tot al dan niet langdurige sociale problemen. Er is dan sprake is van een zogenaamde 'sociale fobie'. U leest hier meer over in de informatiefolder 'Sociale fobie'.

Symptomen verlegenheid?

Verlegenheid kan in vrijwel iedere levensfase voorkomen. Alleen hele jonge kinderen hebben er nog geen last van. Verlegenheid kan zich op heel veel manieren uiten. Dit is afhankelijk van de leeftijd, de omgeving maar vooral ook van de persoon zelf. Iedereen gaat op een andere manier met verlegenheid om.

Verlegenheid bij peuters Verlegenheid kan al op de peuterleeftijd beginnen. De kinderen voelen zich niet prettig in een vreemde omgeving en het duurt dan ook lang voor ze aan een nieuwe situatie zijn gewend.

Voor verlegen peuters kan het wennen op een kinderdagverblijf of een peuterspeelzaal veel tijd kosten. Een andere situatie die vaak bij verlegen peuters optreedt, is het verstoppen voor onbekenden. Als een van de ouders bijvoorbeeld op straat een kennis tegenkomt en er een praatje mee maakt, verstopt het kind zich helemaal achter de ouder of in de jas of trui van de ouder.

Het liefst wil hij niet opgemerkt worden. Als hij toch wordt aangesproken kan hij gaan blozen of geen woord meer weten uit te brengen.

Verlegenheid bij kleuters en schoolkinderen Op de kleuterleeftijd verandert er plotseling heel veel voor een kind. Het gaat ineens hele dagen naar school en vaak ook naar zwemles en andere verenigingen of clubjes. Deze verandering kan voor kleuters zo veel impact hebben, dat ze er verlegen van worden.

In de meeste gevallen gaat deze verlegenheid over als het kind gewend is aan het nieuwe ritme. Kinderen die al op de peuterleeftijd verlegen waren, kunnen nu tijdelijk nog wat verlegener worden. Verlegen kleuters hebben moeite contact te maken met hun klasgenootjes. In het kringgesprek zeggen ze zo min mogelijk en het liefste helemaal niets. Deze kinderen spreken niet spontaan iets af met andere kinderen.

Dit kan doorgaan tot in de schoolleeftijd. Dit wordt enerzijds veroorzaakt doordat het kind verlegen is en meestal ook blijft. Anderzijds wordt het voor het kind steeds moeilijker om een plekje te veroveren in de steeds hechtere klas.

Verlegenheid bij pubers en volwassenen In de puberteit kan bestaande verlegenheid wat verergeren. Kinderen die nooit verlegen waren, kunnen het in de puberteit ineens worden. Pubers krijgen met veel veranderingen te maken, zoals hun school, hun lichaam en de relatie met hun ouders.

Matige schoolprestaties kunnen het zelfvertrouwen van kinderen wat verminderen waardoor verlegenheid kan ontstaan. Het veranderende lichaam kan een kind verwarren en onzeker maken. Het kan zich gaan schamen voor zichzelf. Dit is met name het geval bij kinderen die vroeger of later dan hun leeftijdsgenootjes in de puberteit komen.

Ook kinderen die veel problemen hebben met zaken als jeugdpuistjes en andere uiterlijkheden die als vervelend worden ervaren kunnen zich vaak sociaal wat meer terughoudend opstellen. Zij vallen dan extra uit de boot en dat kan verlegenheid in de hand werken. Op deze leeftijd kan verlegenheid zich op verschillende manieren uiten.

Sommige kinderen proberen zo min mogelijk op te vallen. Ze dragen sobere kleding, zeggen weinig in de klas en op feestjes komen ze niet of ze zitten in een hoekje. Anderen proberen hun verlegenheid het hoofd te bieden door zich opvallend te gaan kleden en gedragen. Stoer gedrag kan soms een uiting van verlegenheid zijn. In feite zijn beide groepen kinderen hetzelfde aan het doen. Ze distantiëren zichzelf van de anderen en scheppen daardoor een voor hen veilige afstand.

Van de mensen die op de kinderleeftijd verlegen waren, blijft ongeveer 10% dit ook in hun latere leven. De overige 90% groeit als het ware over de verlegenheid heen. Vooral op de volwassen leeftijd kan verlegenheid zich op verscheidene manieren uiten. Verlegen zijn en zich verlegen gedragen zijn op deze leeftijd verschillende begrippen. Sommige mensen die heel verlegen zijn en er alle kenmerken van vertonen, kunnen op anderen juist heel zelfverzekerd of stoer overkomen. Zij weten hun verlegenheid go ed te verbloemen, maar voelen zich wel verlegen en hebben er ook last van.

Andere mensen trekken zich zoveel mogelijk terug en vermijden situaties waarbij ze in contact komen met vreemde mensen. Als dit gepaard gaat met angst ontstaat er een sociale fobie. Deze mensen denken continu dat ze zichzelf voor schut zullen zetten en dat anderen ze negatief zullen beoordelen. Ze zijn overgevoelig voor de mening van anderen en kunnen blikken, uitspraken en handelingen van anderen uitleggen als negatief voor zichzelf zonder dat de ander dat zo bedoelt.

Dit is een extreme vorm van verlegenheid en kan zeer veel negatieve invloed hebben op het leven, vooral ook omdat deze mensen vaak wel behoefte hebben aan sociale contacten.

De meeste verlegen volwassenen zitten ergens tussen deze twee extremen in. Zij ervaren van tijd tot tijd hun verlegenheid. Blozen, trillen, hartkloppingen, duizelingen, zweetaanvallen, stotteren en geen woord weten uit te brengen zijn hiervan voorbeelden. Deze mensen zijn regelmatig erg nerveus als zij bij anderen zijn of bijvoorbeeld een presentatie moeten geven. Ze kunnen zich er meestal echter overheen zetten. De invloed van de verlegenheid op hun leven is gering.

Hoe ontstaat verlegenheid?

Hoe verlegenheid ontstaat is niet precies duidelijk. Het lijkt een wisselwerking of een samenwerking te zijn tussen een aantal factoren.

Ten eerste speelt het aangeboren temperament een rol. Sommigen zijn van zichzelf extraverter en actiever dan anderen.

Daarnaast speelt de omgeving waarschijnlijk een grote rol en dan met name de opvoeding. Kinderen waarvan de ouders zich bijvoorbeeld erg beschermend opstellen, lopen een grotere kans om later verlegen te worden dan andere kinderen. Dit speelt ook bij kinderen die zich schamen voor hun gezin, door armoede, gezinssamenstelling of andere problemen binnen hun gezin.

Als derde lijken psychologische factoren een rol te spelen. Mensen die bijvoorbeeld een lage zelfwaardering hebben, zijn sneller verlegen.

In elk geval wordt verlegenheid niet gezien als een afwijking, maar als een normaal onderdeel van het menselijk functioneren. Pas wanneer de verlegenheid leidt tot een sociale fobie wordt het als afwijkend beschouwd.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Verlegenheid hoeft geen probleem te zijn. Veel mensen kunnen er prima mee leven en voelen zich er niet door belemmerd. Verlegenheid wordt ernstiger als het leven er wel door wordt belemmerd. Deze mensen doen vanwege hun verlegenheid andere dingen dan ze eigenlijk hadden willen doen.

Gelukkig is er vaak wel wat te doen aan verlegenheid. In veel gevallen kunnen mensen zichzelf trainen, in andere gevallen kan hulp van een deskundige nodig zijn. In het geval van een sociale fobie kunnen medicijnen soms uitkomst bieden.

Wanneer naar de huisarts?

Het is verstandig naar de huisarts te gaan als de verlegenheid in het dagelijks leven een belemmerende rol gaat spelen. Samen kunt u de situatie analyseren en kijken op welke manier deze het beste doorbroken kan worden.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Er is een aantal dingen die u zelf kunt doen aan uw verlegenheid of die van uw kind. Goed omgaan met een verlegen kind Veel ouders, en dan met name degene die niet verlegen zijn, kunnen het erg vervelend vinden als hun kind verlegen is in gezelschap van anderen. Ze willen graag laten zien wat het kind al allemaal kan en hoe gezellig hij al is. Het is dan een teleurstelling als hij in gezelschap wegkruipt en niets zegt. Ouders reageren dan vaak met “Stel je toch niet zo aan” of “doe niet zo gek”.

Toch is het het beste om begrip te tonen voor het kind door bijvoorbeeld “Ik begrijp best dat je even moet wennen hoor, geeft niets” te zeggen. Het kind voelt zich begrepen en krijgt de kans om de kat uit de boom te kijken. Uiteindelijk, ook al is het pas na een aantal bezoeken, zal het kind wat losser worden. Elke poging van het kind hiertoe kunt u het beste positief benadrukken.

Door deze aanpak komen kinderen er achter dat verlegenheid niet als afwijkend wordt beschouwd en komen ze snel over hun verlegenheid heen. Zo houden ze er ook er geen verminderd zelfvertrouwen aan over. In het geval van kinderen die nooit afspreken met vriendjes, kunt u zelf een kindje uitnodigen bij u thuis. Uw kind kan dan in zijn eigen vertrouwde omgeving wennen aan het spelen met een klasgenootje. Uiteindelijk zal het dan ook de stap aandurven om bij een vriendje thuis te gaan spelen. Eventueel kunt u daarbij de eerste keer zelf meegaan.

Lezen en zelfbehandeling In de boekhandel en de bibliotheek zijn veel boeken aanwezig over verlegenheid. In sommige boeken wordt veel over verlegenheid uitgelegd en wordt achtergrondinformatie gegeven.

Andere boeken geven uitleg over de manier waarop u uw verlegenheid kunnen overwinnen. Er zijn zelfs handboeken waarmee u direct zelf aan de slag kunt.

Voor kinderen kan het overigens ook heel goed zijn om samen boekjes te lezen over goede vriendjes. Door er daarna samen met uw kind over te praten, kan het veel leren over omgaan met anderen.

Op tijd hulp zoeken Als het u zelf niet lukt om de verlegenheid te doorbreken, kunt u terecht bij diverse deskundigen. Zij kunnen u begeleiden en een trainingsprogramma met u opstellen en doorwerken. Vooral voor verlegen mensen is deze drempel vaak erg hoog. Als u niet alleen durft te gaan, kunt u vragen of uw partner of iemand anders met u mee wil gaan en het woord wil doen.

In het geval van een sociale fobie kunt u vragen of deze persoon alleen wil gaan of dat de huisarts bij u op visite komt. Probeer de stap wel te zetten, want het zal uw leven er uiteindelijk toch echt een stuk leuker en gemakkelijker op maken. U kunt hierover meer lezen in de informatiefolder 'Sociale fobie'.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Verlegenheid is niet altijd te voorkomen. U kunt de kansen er op wat verminderen door tijdens de opvoeding op een aantal dingen te letten.

Het goede voorbeeld geven Het gezegde ‘Goed voorbeeld doet goed volgen’ gaat bij kinderen zeker op. Als zij zien dat hun ouders onbevangen contacten aangaan met anderen, al is het met iemand op straat of in de supermarkt, leren ze dat het niet eng is.

Ook contacten die ouders onderhouden met familie en vrienden kunnen voor kinderen een goed voorbeeld zijn. Mochten er spanningen zijn in deze relaties, dan is het goed om het kind daarin te laten delen. Voor het kind is dit een manier om te leren dat ruzies en meningsverschillen erbij horen en ook weer opgelost kunnen worden. Kinderen zullen daardoor minder bang zijn om bij hun eigen relaties wat fout te doen.

Niet te veel beschermen Veel ouders hebben de neiging hun kinderen te behoeden voor negatieve ervaringen. Ze zijn eigenlijk te beschermend naar hun kind toe. Het kind mist hierdoor veel ervaringen. Zoals een kind leert fietsen met vallen en opstaan, zo is dat ook met sociale contacten. Hij zal best zijn neus eens stoten maar leert hierdoor wel hoe hij met anderen om moet gaan en hoe niet.

Daarnaast zijn kinderen nog erg flexibel. Ruzies met vriendjes zijn na een paar dagen alweer bijgelegd, vaak nog veel eerder. Het beste kunt u uw kind in kleine stapjes steeds meer zelf laten doen. Bij de bakker kan uw kind een broodje bestellen en zelf het geld aan de juffrouw geven. Als een kind telkens wordt gestimuleerd in sociale contacten, zal het uiteindelijk zelfvertrouwen krijgen en ook initiatieven gaan nemen.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Drs. H.J.M. Smeur (consulent)

Bronnen

  • Stearn M. Embarrassing problems. Health press limited, Oxford, 1998.
  • Kagan J. Shyness, Gale encyclopedia of childhood and adolescence.
  • Sagasser J, Schiet M. Omgaan met je kind. Het basisopvoedboek van ouders van nu. Baarn: Tirion, 2000.
  • IJzermans T, Schouten J. Ik kon wel door de grond zakken. Over verlegenheid en sociale angst. Amsterdam: Boom Meppel, 1985.
  • Carducci B. Verlegen – Nou en! Leren omgaan met verlegenheid. Amsterdam: Forum, 2000.
  • Sterk F, Swaen S. Denk je zeker! Utrecht/Antwerpen: Kosmos - Z&K uitgevers. 1997.

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd