Vergeetachtigheid

Wat is vergeetachtigheid?

Het geheugen is de functie van de hersenen die informatie opslaat, om er later op één of andere manier weer gebruik van te maken. Vaardigheden zoals lezen, schrijven, rekenen en logisch denken zijn zonder geheugen onmogelijk. Zonder geheugen zouden zelfs spreken, waarnemen, begrijpen, denken en plannen niet mogelijk zijn. Bij geheugenklachten ervaart men, terecht of onterecht, dat er sprake is van een achteruitgang van het geheugen; een vermindering van het vermogen om informatie op te slaan en/of later weer terug te halen.

Symptomen vergeetachtigheid

Iedereen vergeet wel eens wat. Bovendien is er een groot verschil in geheugenvermogen tussen mensen onderling; de één is beter in het onthouden van informatie dan de ander. Pas wanneer je merkt dat je meer vergeet dan voor jou gebruikelijk is, is sprake van geheugenklachten en mogelijk van een achteruitgang van het geheugen. Bij geheugenproblemen kun je bijvoorbeeld denken aan:

  • het moeilijk op namen kunnen komen
  • steeds spullen kwijt zijn
  • afspraken vergeten
  • in de war zijn met dagen
  • het vergeten van gebeurtenissen van kort of lang geleden

Bij ernstige geheugenklachten worden de dagelijkse activiteiten hierdoor gehinderd.

Hoe ontstaat vergeetachtigheid?

Het geheugen bevindt zich in de hersenen. Er zijn zeer veel gebieden van de hersenen bij betrokken, elk met hun eigen functie. Het geheugen wordt meestal ingedeeld in drie onderdelen: het zintuiglijk geheugen, het korte-termijngeheugen en het lange-termijngeheugen.

Zintuiglijk geheugen

Informatie komt binnen via het zintuiglijk geheugen; dit gebeurt met name via de oren en ogen. Na enkele seconden verdwijnt de informatie uit dit geheugen. Een deel van de informatie gaat door naar de volgende fase; het korte-termijngeheugen.

Korte-termijngeheugen

Belangrijke factoren die van invloed zijn op het korte-termijngeheugen zijn: helderheid (hoe wakker je bent), selectieve aandacht (waar let je op), emotie en interesse (je motivatie) en begrip. In het korte-termijngeheugen kan een beperkte hoeveelheid informatie tijdelijk (maximaal een paar minuten) in het bewustzijn worden gehouden. Vanwege de beperkte capaciteit kan informatie uit dit geheugen verdwijnen, doordat er nieuwe of oude informatie bijkomt. Als de informatie in het korte-termijngeheugen op een bepaalde manier bewerkt wordt (bijvoorbeeld door herhaling, ordening of koppeling aan oude informatie), kan deze in het lange-termijngeheugen terechtkomen.

Lange-termijngeheugen

Dit geheugen is een permanente geheugenopslag met vrijwel onbeperkte capaciteit. Wanneer je een herinnering wilt oproepen, moet deze uit het lange-termijngeheugen komen.

Ouderdomsvergeetachtigheid

Tijdens het ouder worden treden veranderingen in de hersenen op die nadelige gevolgen hebben voor het geheugen. De hersenen slijten als het ware een beetje, naarmate de leeftijd vordert. Daardoor moeten ouderen vaak meer moeite doen om hetzelfde te bereiken als vroeger; dit geldt ook voor het geheugen. Veel oudere mensen merken dat hun geheugen achteruit gaat; men noemt dit ouderdomsvergeetachtigheid.

Als je ouder wordt, vermindert met name de snelheid waarmee informatie kan worden verwerkt en opgeslagen in het geheugen. Ook het terughalen van informatie uit het geheugen kost steeds meer tijd. Dit kan problemen geven wanneer veel informatie tegelijkertijd moet worden verwerkt of wanneer sprake is van tijdsdruk. Bovendien hebben ouderen doorgaans wat meer moeite met het vasthouden van aandacht. Hierdoor is het moeilijker voor hen om met verschillende dingen tegelijkertijd bezig te zijn. En hoe minder aandacht je aan iets besteedt, hoe minder goed je de informatie onthoudt.

Moeite met oproepen van informatie

Over het algemeen is het probleem bij ouderdomsvergeetachtigheid het terugzoeken van informatie. Informatie wordt op oudere leeftijd wel opgeslagen, ook al is het misschien iets minder goed dan op jongere leeftijd, maar de informatie kan moeilijker worden opgeroepen.

Vergeetachtigheid door psychische problemen

Geheugenklachten kunnen het gevolg zijn van psychische problemen. Een depressie of sombere stemming gaat vaak gepaard met een (tijdelijk) verminderd geheugen. Er is dan geen sprake van werkelijke geheugenvermindering, maar door de sombere stemming kan het denken wat vertraagd zijn. Ook hebben sombere of depressieve mensen minder aandacht en interesse voor de omgeving en gaat er veel langs hen heen. Het kan dan lijken of zij veel vergeten, terwijl in werkelijkheid de informatie niet is binnengekomen en dus ook niet opgeslagen had kunnen worden. Op dezelfde manier kunnen spanningen leiden tot geheugenproblemen; de aandacht en interesse voor de omgeving kunnen ook dan verminderd zijn, waardoor informatie niet wordt opgeslagen.

Invloed van eigen waarneming

Het vermoeden dat je vergeetachtig bent, kan versterkt worden door bezorgdheid en een verlies aan zelfvertrouwen. Je klachten kunnen verergeren door een selectieve waarneming, waarbij je alleen nog maar let op de momenten dat je iets vergeet en dan denkt: ‘zie je wel, ik onthoud niets meer.’ Het gevolg hiervan kan zijn dat je ook minder moeite gaat doen om iets te onthouden, je dus minder inspant, waardoor de vergeetachtigheid erger lijkt te worden.

Ook spannen mensen zich soms juist teveel in bij een poging iets te onthouden, waarbij de extra aandacht die erin gestoken wordt, wordt opgeslorpt door twijfels of zij het deze keer wel zal onthouden. Het geheugen kan dan door spanning en twijfels geblokkeerd raken.

Ouderdomsvergeetachtigheid of dementie?

Er moet onderscheid gemaakt worden tussen gewone ouderdomsvergeetachtigheid en dementie. Bij normale ouderdomsvergeetachtigheid kunnen geheugenklachten wel hinderlijk zijn, maar treedt geen verstoring in de dagelijkse activiteiten op. Informatie wordt bij normale ouderdomsvergeetachtigheid goed in het geheugen opgeslagen, maar men kan er moeilijk bij; men herinnert zich iets niet, maar herkent het achteraf wel. Bij dementie is men vaak hele gebeurtenissen kwijt, terwijl men bij ouderdomsvergeetachtigheid slechts details niet meer weet. Bovendien is een belangrijk verschil dat bij dementie sprake is van een toestand waarin het hele verstandelijke functioneren is achteruitgegaan, en dus niet alleen het geheugen.

Er zijn nog andere oorzaken die geheugenproblemen kunnen veroorzaken. Bij sommige aandoeningen zijn de klachten meestal ernstiger dan bij ouderdomsvergeetachtigheid. Namelijk, bij:

  • Een blijvende beschadiging van de hersenen, bijvoorbeeld als gevolg van vitaminetekort, alcoholisme, overmatig gebruik van slaapmiddelen of gebruik van andere verslavende middelen.
  • Een verstoorde bloedvoorziening van de hersenen: door bloedingen of vaatafsluitingen kan hersenweefsel beschadigd raken en kan geheugenverlies optreden. Forse rokers, personen met een hoge bloeddruk of een hoog cholesterolgehalte en patiënten met suikerziekte lopen meer kans op een gestoorde bloedvoorziening van de hersenen.
  • Een ernstige hersenschudding. Hierbij kunnen veel zenuwcellen sterven. Na een hersenschudding treedt vaak ogenschijnlijk volledig herstel op, maar op latere leeftijd kunnen geheugenklachten ontstaan.
  • Een tumor of ontsteking in de hersenen. Dit gaat vaak gepaard met verlies van hersencellen, welke zich kan uiten in een achteruitgang van het geheugen.
  • Een gebrek aan vitamine B12, bloedarmoede, ernstige ondervoeding, uitdroging, shock, lage bloeddruk of een slechte werking van de schildklier.

Lees ook: Vergeetachtig of geheugenverlies?

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Of geheugenklachten ernstig zijn, hangt af van de mate van vergeetachtigheid en de beperkingen die zij met zich meebrengen in het dagelijks leven. Ouderdomsvergeetachtigheid kan vervelend zijn, maar is niet zorgelijk. Als er andere beperkingen bij komen en u kunt steeds minder goed voor uzelf zorgen, dan is de toestand ernstiger en kunnen de geheugenproblemen een voorloper zijn van dementie. Maar als u zichzelf bewust bent van de geheugenproblemen en hier last van heeft, is meestal geen sprake van dementie.

Wanneer naar de huisarts?

Voor ouderdomsvergeetachtigheid hoeft u niet naar de huisarts. Als er sprake is van dementie dringt de familie er vaak op aan om naar de huisarts te gaan en niet zozeer de persoon zelf. Wanneer er meer aan de hand is en u zich echt grote zorgen maakt over uw geheugen, kunt u naar de huisarts gaan. Wanneer deze ook vermoedt dat er meer aan de hand is, kan hij u doorverwijzen om de geheugenklachten te laten onderzoeken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Wanneer het geheugen achteruit gaat, en je doet weinig nieuwe indrukken op, kan deze achteruitgang sneller verlopen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren door eenzaamheid en door het gebrek aan verschillende sociale contacten. Het is belangrijk om (familie)contacten te hebben, om actief te blijven in het sociale leven en om plezierige bezigheden te hebben. Op die manier help je de geest om fit te blijven.

Het geheugen ondersteunen

Het geheugen in zijn algemeenheid is niet te trainen, maar u kunt er wel zo optimaal mogelijk gebruik van leren maken. Er zijn methoden waarmee u het geheugen wat kunt ondersteunen. Wel is het allereerst van belang dat je bij uzelf nagaat wat de belangrijkste redenen zijn voor de vergeetachtigheid, dan weet je zelf waar je rekening mee moet houden.

Hieronder volgen enkele (soms voor de hand liggende) tips om geheugenproblemen te verminderen en te compenseren.

  • Maak gebruik van mensen om je heen om u aan afspraken te herinneren.
  • Gebruik een agenda om afspraken in te noteren en briefjes om notities te maken, zoals van telefoontjes of van dingen die je moet doen.
  • Gebruik vaste plaatsen om bijvoorbeeld je sleutels of bril op te bergen. Zo voorkom je dat je spullen steeds kwijt bent.
  • Leg een voorwerp op een opvallende plaats om je ergens aan te herinneren. Wanneer je bijvoorbeeld een brief moet posten, leg deze dan op een plek waar je langs loopt voordat je naar buiten gaat.
  • Als je nieuwe informatie krijgt via bijvoorbeeld een gesprek, de televisie of de krant, probeer deze dan bewust op te slaan door er actief mee om te gaan. Dit betekent dat je de informatie moet bewerken. Daarvoor zijn een paar manieren:
  • verbanden leggen en de informatie bijvoorbeeld koppelen aan iets wat je al kent.
  • informatie ordenen door er een voor jou handige structuur in aan te brengen.
  • een visuele voorstelling maken van wat je wilt onthouden, een beeld is voor sommige mensen namelijk makkelijker te onthouden.
  • een ezelsbruggetje maken om iets te onthouden.

Daarnaast zijn er tegenwoordig ook steeds meer (technologische) hulpmiddelen bij vergeetachtigheid. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Digitale agenda’s (bijvoorbeeld op je telefoon) waarbij je meldingen en belangrijke boodschappen kunt instellen. Hiervan zijn ook varianten die je met anderen kunt ‘delen’, zodat ze je kunnen helpen.
  • Pillendoosjes met alarm om je er aan te herinneren je medicijnen in te nemen.
  • Apps voor je telefoon of tablet om je aan van alles te herinneren (van boodschappen tot medicijnen en afspraken), maar ook om lijstjes en planningen in te maken.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Ouderdomsvergeetachtigheid is niet te voorkomen en u kunt hier ook niet veel aan doen, behalve zo effectief mogelijk met uw geheugen omgaan. Het is niet nodig om voor een goed geheugen extra gezond te gaan leven. Wanneer u voldoende afwisselend eet en regelmatig lichaamsbeweging neemt, komt uw geheugen qua voedingsstoffen niets tekort.

In samenwerking met

Prof. Dr. C.A.M. Haanen (auteur) Dr. A. Keijser (consulent) Dr. D. Herderschee (consulent)

Bronnen

  • Berg I, Deelman B. Geheugen. In: Deelman BG, Eling PATM, Haan EHF de, Jennekens-Schinkel A, Zomeren AH van (red). Klinische Neuropsychologie. Amsterdam: Boom. (2000, 3e druk)
  • Cranenburgh B van. Neuropsychologie, over de gevolgen van hersenbeschadiging. Maarssen: Elsevier gezondheidszorg. 1999
  • Ponds R, Verhey F Geheugensteun. Utrecht/Antwerpen: Kosmos-Z&K Uitgevers B.V. 2000
  • Verhey FRJ . Diagnostiek van het dementiesyndroom. In: Jonker C, Slaets JPJ, Verhey FRJ (red). Alzheimer en andere vormen van dementie. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum, 2001
  • Vingerhoets G . Geheugen en leren. In: Vingerhoets G, Lannoo E (red). Handboek neuropsychologie. De biologische basis van het gedrag. Leuven/Amersfoort: Acco. 1998
  • Braam, W. Dautzenberg, P. De Ziekte van Alzheimer, uit de reeks Spreekuur thuis. Immerc BV 2000.
  • NHG Standaard Dementie 2012
  • Muris, JWM.de Weer-Spaetgens, CMME. Ouderengeneeskunde. BSL, Houten 2012

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd