Slaapproblemen

Aandoening 5 april 2016

Wat is slaap?

Slaap is een verlaging van het bewustzijn. Mensen reageren tijdens hun slaap niet meer op de dingen die om hen heen gebeuren. Slapen en waken worden gestuurd door een aangeboren ‘biologische klok’. Dit ritme van slapen en wakker zijn, valt meestal samen met de dag en nacht. Bij de meeste mensen duurt een periode waarin slapen en wakker zijn elkaar opvolgen zo’ n 24 tot 28 uur. Tijdens de slaap doorloopt u ongeveer vier tot zes maal een verschillend stadium. In de eerste drie stadia ontspannen de spieren zich steeds meer en wordt de slaap steeds dieper.

  • Doezelperiode De slaap begint met de ‘doezelperiode’ waarin uw gedachten hun eigen weg gaan.
  • Sluimerslaap Daarna komt de ‘sluimerslaap’.
  • Deltaslaap De sluimerslaap gaat over in een nog diepere slaap (deltaslaap).
  • REM-slaap Ongeveer anderhalf uur na het inslapen, begint de REM-slaap (Rapid Eye Movements), ofwel de ‘droomslaap’. Deze slaap is lichter. De ogen bewegen snel heen en weer, de hartslag en de lichaamstemperatuur gaan omhoog. Wanneer u tijdens de droomslaap gewekt wordt, zult u meestal uw droom nog kunnen herinneren.

Waarom slapen we?

Een goede nachtrust is van belang voor de lichamelijke gezondheid. Slapen bevordert de weerstand. Dat betekent niet dat het schadelijk is om zo nu en dan een nacht kort of juist lang te slapen. Pas als u een lange tijd achter elkaar weinig of juist veel slaapt, kan dat invloed hebben op uw gezondheid. Tijdens de diepe slaap (deltaslaap) herstelt het lichaam zich van de geleverde inspanningen overdag en ontspannen de lichaamsspieren zich. De diepe slaap is belangrijk voor de lichaamsgroei en voor het zich goed ontwikkelen van de hersencellen. Goed slapen bevordert bijvoorbeeld het geheugen. Wanneer u droomt komen de gebeurtenissen, gedachten en emoties die overdag hebben plaatsgevonden in verschillende vormen naar boven. U beleeft ze dan op een andere manier opnieuw. Dromen zijn noodzakelijk om een emotioneel evenwicht te bewaren. Een langdurend tekort aan slaap beïnvloedt de stemming, het concentratievermogen en het prestatieniveau.

Heeft u last van een slaapprobleem of een slaapstoornis?

Veel mensen krijgen in hun leven te maken met slaapklachten. Ongeveer dertig procent van de mensen meldt wel eens slaapklachten bij hun huisarts. Slaapklachten hoeven niet altijd ernstig te zijn. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘slaapproblemen’ en ‘slaapstoornissen’. Slaapprobleem Als de slaapklachten kortdurend zijn, naar verloop van tijd weer overgaan en de dagelijkse dingen nog gewoon gedaan kunnen worden, is sprake van een ‘slaapprobleem’. Slaapproblemen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit moeite met inslapen, met als gevolg dufheid overdag. Ook kan sprake zijn van vroeg wakker worden of enge dromen hebben. Soms lijkt het alsof u ’s nachts geen oog heeft dichtgedaan, maar in werkelijkheid heeft u meestal toch enkele uren geslapen. Vaak hebben slaapproblemen te maken met gebeurtenissen in uw leven. U heeft bijvoorbeeld ruzie met iemand, u piekert ergens over of u bent erg druk met van alles. Slaapstoornis Pas als de slaapklachten langer dan drie à vier weken duren, kan dit wijzen op een ‘slaapstoornis’. Bij een slaapstoornis lijdt u duidelijk onder de klachten, of heeft u moeite met het uitvoeren van de dagelijkse bezigheden door de slaapklacht. Er bestaan verschillende slaapstoornissen. Deze worden hierna in het kort beschreven.

Welke slaapstoornissen bestaan er?

Slapeloosheid Slapeloosheid wordt ook wel insomnia genoemd. Er is sprake van slapeloosheid als sinds drie à vier weken het inslapen moeilijk gaat, of als u verschillende keren per nacht wakker wordt. Ook kan het zijn dat u geen uitgerust gevoel heeft na het slapen en dat u te vroeg wakker wordt. Overdag heeft u een vermoeid, duf of geïrriteerd gevoel, zodat u de dagelijkse bezigheden moeilijk of niet kunt uitvoeren. Slapeloosheid kan samengaan met problemen in uw leven, zoals een moeilijke examenperiode of liefdesverdriet. Als het probleem is opgelost kan de slapeloosheid vanzelf verdwijnen. Sommige mensen hebben last van een langdurige (chronische) slapeloosheid.

Overmatige slaperigheid Overmatige slaperigheid wordt hypersomnia genoemd. De belangrijkste klacht is overmatige slaperigheid overdag, waarbij er toch lange nachten worden geslapen. Het opstaan ’s morgens gaat moeizaam. U houdt een slaperig gevoel, waardoor de dagelijkse bezigheden moeilijk of niet zijn uit te voeren. Als gevolg van de overmatige slaperigheid kan het voorkomen dat u op ongebruikelijke momenten in slaap valt. Het kan voorkomen dat periodes van overmatige slaperigheid afgewisseld worden door periodes van goed slapen. Als u minstens drie à vier weken last heeft van deze klachten, dan wordt er van overmatige slapeloosheid (hypersomnia) gesproken.

Plotselinge slaapaanvallen Plotselinge slaapaanvallen, ook wel narcolepsie genoemd, komen niet vaak voor. Ongeveer 20 tot 97 op de 100.000 mensen lijden hieraan. Iemand met narcolepsie valt op ongelegen momenten plotseling in slaap. Dit kan gebeuren tijdens monotone bezigheden, zoals tijdens een saai lesuur. De slaapaanval duurt ongeveer tien minuten. Als de verschijnselen minstens drie maanden lang voorkomen, dan is er sprake van narcolepsie.

Slaapstoornis als gevolg van een onregelmatig slaappatroon Slapeloosheid (insomnia) of overmatige slaperigheid (hypersomnia) kan ontstaan door een onregelmatig slaapritme. Als iemand vaak op onregelmatige tijden wakker is, door bijvoorbeeld ’s nachts te werken of uit te gaan, dan loopt het slaap- en waakritme niet gelijk aan dat van de dag en de nacht. Er kunnen dan slaapklachten ontstaan. Bijvoorbeeld overmatige slaperigheid in de periode waarin u wakker moet zijn, of slapeloosheid als u juist wilt slapen. Er kan een patroon ontstaan van steeds later kunnen inslapen en steeds later kunnen opstaan. De periode van gaan slapen en opstaan wordt steeds verder verlegd. Een jetlag ervaart u als u naar een plaats in de wereld vliegt waarmee een groot tijdsverschil bestaat. U voelt zich wakker of juist slaperig op de verkeerde momenten. Dit is vaak van voorbijgaande aard.

Slaapgebonden ademhalingsstoornis De slaap kan ontregeld worden door achtereenvolgende ademstilstanden (slaapapneu). U stopt dan tot zestig seconden met ademen, waarna u naar adem snakt. Dit gaat gepaard met hard snurken. Deze ademhalingsstoornis kan weer overmatige slaperigheid of slapeloosheid veroorzaken.

Stoornissen tijdens de slaap Parasomnieën zijn stoornissen tijdens de slaap, waarbij gedragingen die doorgaans overdag plaatsvinden, ’s nachts voorkomen. ‘Slaapwandelen’ en ‘nachtelijke paniek’ komen voor tijdens de diepe slaap (deltaslaap). Meestal herinnert u zich hier ’s ochtends weinig of niets van. ‘Nachtmerries’ komen voor in de droomslaap (REM-slaap) en worden als levensecht ervaren. Iemand die wakker wordt uit een nachtmerrie voelt zich vaak helder en angstig.

Wanneer naar de huisarts?

Het is raadzaam om naar de huisarts te gaan als u denkt dat u een slaapstoornis heeft die langer dan drie of vier weken duurt. U kunt ook het beste uw huisarts raadplegen wanneer u wordt belemmerd in uw normale dagelijkse bezigheden als gevolg van uw slaapklachten. Samen met uw huisarts kan er een oplossing gezocht worden om uw slaapritme te verbeteren.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u een paar nachten niet kunt slapen, zijn er verschillende manieren om de slaap op te wekken.

Ga pas naar bed als u zich slaperig voelt Het is aan te raden om pas naar bed te gaan als u zich slaperig voelt, en het bed alleen voor slapen en eventueel seks te gebruiken.

Geen inspannende dingen doen voor het slapen gaan Het is beter om voor het slapen geen inspannende dingen te doen zoals ruzie maken, een spannende film kijken of intensief sporten. Als u ergens over aan het piekeren bent, is het raadzaam om het op te schrijven en te besluiten om er de volgende dag pas iets mee te doen.

Niet blijven woelen Niet te lang te blijven woelen, maar de slaapkamer na zo’n twintig minuten juist even te verlaten. U kunt een rustgevende of saaie bezigheid zoeken, zoals een puzzel maken of het telefoonboek doorbladeren.

Regelmaat Het beste is om ’s ochtends op een vaste tijd op te staan en overdag niet te dutten. Ga ook ’s avonds rond dezelfde tijd naar bed.

Gebruik geen cafeïnehoudende dranken en alcohol voor het slapen Drink geen thee, koffie en andere cafeïnehoudende dranken kort voor het naar bed gaan. Ook het drinken van meer dan twee glazen alcoholhoudende drank is af te raden. U slaapt hierdoor onrustiger en minder diep, daardoor kunt u verschillende keren per nacht wakker worden.

Ga niet steeds naar bed als u somber bent Mensen die zich somber en neerslachtig voelen, hebben vaak de behoefte om meer te gaan slapen. Het is af te raden om steeds in bed te kruipen, omdat de kans bestaat dat u nog somberder wakker wordt.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Niet iedereen heeft evenveel behoefte aan slaap. Er zijn langslapers en kortslapers. De gemiddelde behoefte van de mens aan slaap ligt tussen de zeven en acht uur per nacht. Het is belangrijk dat u voor uw eigen gevoel voldoende slaapt. Vroeg naar bed gaan is niet noodzakelijk. Een ritme waarbij u dagelijks rond dezelfde tijd gaat slapen en wakker wordt, is wel van belang. Zo voelt u zich overdag beter in uw vel. Slaapmiddelen worden door de huisarts soms voorgeschreven als hulpmiddel om weer goed te leren slapen. Er wordt bij een slaapmiddel een slaapadvies gegeven. Het is belangrijk om daarna zonder het slaapmiddel zelf weer te kunnen slapen. U zou zich ook kunnen opgeven voor een slaapcursus.

In samenwerking met

  • Drs. F. Sio (auteur)
  • Mevr. Drs. A.M.D. Hansen (consulent)
  • Dr. D. Herderschee (consulent)

Bronnen

  • Bremer R. Deskundigen over slaapstoornissen: de meest gestelde vragen over slaapstoornissen helder en overzichtelijk beantwoord. Tirion-Baarn, 1999.
  • Molen H van der et al. Klinische psychologie Theorieën en psychopathologie. Wolters-Noordhoff bv Groningen, 1997.
  • Waterman D, Hofman WF. De niet-medicamenteuze behandeling van slapeloosheid. Directieve therapie; 16: 350-370.
  • Wolffers I. Slaapklachten en spanning. Consumentenbond, Den Haag, 1996.
  • Knuistingh Neven Dr. A. Modern Sleep Medicine. Van Zuiden Uitgeverij, Alphen aan de Rijn,1999.
  • NHG Standaard Slaapproblemen en slaapmiddelen  2014