Scheenbeenblessure

Wat is een scheenbeenblessure?

De scheenblessure is een overbelastingsblessure. Het wordt vooral gezien bij hardlopers. Het wordt ook wel scheenbeenirritatie of shin-splints (beenvliesontsteking) genoemd. De irritatie kenmerkt zich door pijn aan en rondom de voorzijde van het scheenbeen. Vaak bevindt de pijn zich ook aan de binnenkant van het scheenbeen.

De irritatie wordt veroorzaakt door de continue terugkerende schokken van het landen bij hardlopen en springen. Vooral lang lopen op te harde ondergrond is een belangrijke oorzaak van het ontstaan van deze blessure.

Symptomen bij een scheenbeenblessure

U herkent de blessure aan pijn in het scheenbeen, tijdens en/of na afloop van de training.  Hoe vaak en hoe lang u de pijn in uw scheenbeen voelt, is een maat voor de ernst van de blessure. Bij pijn die alleen optreedt na langdurige inspanning en die vanzelf weer verdwijnt is de blessure nog in het beginstadium.

Als de pijn ook aan het begin en/of tijdens de inspanning optreedt is het al wat erger. Heeft u ook na rust aanhoudend pijn, dan is de blessure ernstiger.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u tijdens het sporten pijn in uw scheenbeen voelt opkomen, stop dan met trainen en ga zo nodig wandelend verder. Doorgaan met hardlopen of springen verergert de klacht en is dus sterk af te raden.

Bij het optreden van klachten van een scheenbeenblessure kunt u uw scheenbeen het beste koelen met ijs of een cold-pack, gedurende 5 tot 10 minuten. Om bevriezingsverschijnselen te voorkomen, moet u altijd een doek tussen huid en ijs of cold-pack leggen. De eerste twee dagen kunt u het koelen het beste enkele keren per dagen herhalen.

Start pas weer met trainen na een week rust. In ernstige gevallen kan soms een langere rustperiode nodig zijn. Start dan pas weer met trainen als de klachten grotendeels verdwenen zijn.  Start met een rustig schema. Snel weer het oude trainingsschema hanteren is dus niet verstandig, de kans is dan groot dat de blessure weer snel terugkeert. Neem ook voldoende rust tussen de trainingen, in het begin betekent dat meestal minimaal twee rustdagen tussen de trainingen.

Hoe kunt u een scheenbeenblessure voorkomen?

U kunt een aantal maatregelen nemen om de kans op een scheenbeenblessure te verkleinen:

  • voer een rustig opgebouwd trainingsprogramma uit, doe niet te snel te veel
  • een goede conditie zorgt voor een kleinere kans op blessures
  • goed schoeisel gebruiken, een goede demping in de hak is erg belangrijk
  • voorkom lopen op een harde ondergrond; kies liever voor zachte bospaden of gras
  • oefeningen uitvoeren die de spieren en pezen in voet, onderbeen en enkel versterken
  • voer een goede warming-up uit voordat u met uw training begint, en een goede cooling-down na afloop van uw training
  • massage van de achillespees en kuitspieren na afloop van de training
  • koelen van het scheenbeen na afloop van de training
  • bij een lichte scheenbeenirritatie kunt u het beste een paar dagen rust nemen of tijdelijk kiezen voor een minder belastende sport zoals fietsen of zwemmen
  • een chronische scheenbeenirritatie dient u door rust te laten genezen, u kunt dan kiezen voor een minder belastende sport zoals fietsen of zwemmen

In samenwerking met

Drs. R. Louman (auteur) Drs. W. van Donselaar (consulent) Drs. E.R.H.A. Hendriks (consulent) Dr. G.H.R. Albers (consulent)

Bronnen

  • Hendriks ERHA, Backx FJG, Mosterd WL (red). Leerboek Sportgeneeskunde. Houten/Zaventem: Bohn Stafleu Van Loghum, 1992.
  • www.sportzorg.nl
  • www.runinfo.nl

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd