Scheelzien

Scheelzien en lui oog

Scheelzien Bij scheelzien is de stand van de ogen afwijkend. Eén oog is ten opzichte van het andere oog naar binnen of naar buiten gedraaid. Ongeveer één op de 25 kinderen heeft last van scheelzien.

Lui oog Een lui oog is een oog waarmee niet scherp kan worden gezien. Uw kind kijkt voornamelijk met het andere oog. Een lui oog kan het gevolg zijn van scheelzien maar ongeveer 25% van de kinderen met een lui oog kijkt niet scheel.

Symptomen bij scheelzien en een lui oog?

Scheelzien Soms valt duidelijk op dat beide ogen niet gelijk staan. Vooral als uw kind moe is, kan het verschil duidelijk worden. Lichtere vormen van scheelzien vallen minder makkelijk op.

Als u vermoedt dat uw kind scheel ziet, overleg dan met de huisarts of consultatiebureau-arts. Op het consultatiebureau worden de ogen van uw kind regelmatig onderzocht. De arts kijkt of de ogen recht staan en of beide ogen meedoen tijdens het kijken.

Rond de leeftijd van drie jaar wordt een uitgebreide ogentest gedaan. Uw kind moet dan naar een plaatjeskaart kijken. Een voorbeeld van de gebruikte plaatjes treft u aan in het groeiboekje, dat u op het consultatiebureau krijgt, zodat u vast kunt oefenen.

Lui oog Een kind is zichzelf vaak niet bewust van een lui oog. Het klaagt niet over slecht zien omdat het andere oog normaal werkt. Een lui oog is voor ouders dan ook moeilijk te ontdekken.

Soms valt het op dat het kind ergens naast grijpt, misstapt of zich vergist in een afstand. Dit komt omdat voor dieptezien, afstand schatten en dergelijke, beide ogen goed moeten samenwerken.

Hoe ontstaan scheelzien en een lui oog?

Oorzaken van scheelzien:

  • verziendheid
  • erfelijke factoren
  • afwijkingen in het oog

Niet altijd wordt overigens de oorzaak van het scheelzien gevonden. Oorzaken van een lui oog:

  • Scheelzien: hierbij wordt het beeld van één van de ogen (in de hersenen) uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen
  • Een verschil in brilsterkte van de ogen: hierdoor ontstaat in de hersenen één onscherp beeld dat net als bij scheelzien wordt uitgeschakeld om dubbelzien te voorkomen
  • Een oogziekte, waardoor het beeld niet meer helder kan worden doorgegeven aan de hersenen. Een voorbeeld hiervan is staar (troebele ooglens)

 

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Veel baby’s zien kort na de geboorte scheel. Na ongeveer zes maanden moeten de ogen recht staan, zo niet, dan is nader onderzoek en eventueel behandeling nodig. Door scheelzien kan een lui oog ontstaan. Een kind van één jaar ontwikkelt al na 6-8 weken een lui oog dat moeilijk is te behandelen.

Het is dus belangrijk om scheelzien tijdig te ontdekken, om zo een lui oog te voorkomen of tijdig te behandelen. De behandeling voor een lui oog heeft het meeste effect als het vóór het zesde levensjaar gebeurt. Na de tiende verjaardag is behandeling vaak niet meer zinvol.

Het is dus belangrijk een lui oog ook zo vroeg mogelijk te behandelen. Na een geslaagde behandeling kan uw kind dan gewoon met beide ogen scherp zien.

Naar de oogarts en orthoptist Als uw kind scheelziet of een lui oog heeft, wordt het verwezen naar de oogarts. Deze werkt meestal samen met een orthoptist. Dit is iemand die is gespecialiseerd in het meten en behandelen van een aantal oogafwijkingen, waaronder scheelzien.De oogarts en orthoptist onderzoeken uitgebreid de ogen van uw kind. De sterkte van de ogen wordt bij baby’s met een apparaatje onderzocht en bij grotere kinderen met een plaatjeskaart.

De oogarts bekijkt met een lampje of de ogen van uw kind helder zijn. Soms krijgt uw kind druppeltjes in het oog waardoor de oogarts beter kan kijken. Deze druppels verwijden de pupil. Uw kind ziet hierdoor wazig en kan weinig licht verdragen. Neem daarom een zonnebrilletje mee. Na een paar uur zijn de druppels weer uitgewerkt.

Wanneer er sprake is van scheelzien en een lui oog, zal eerst het luie oog zo spoedig mogelijk moeten worden behandeld. Dit moet immers vóór het zesde levensjaar gebeuren. Na het tiende levensjaar is dit niet meer mogelijk. Nadat het luie oog is behandeld, kan het scheelzien pas worden gecorrigeerd.

Afplaktherapie Meestal regelt de orthoptist de behandeling. Vaak wordt er gewerkt met afplakken van het goede oog met een pleister. Dit gebeurt een aantal uren per dag. Zo wordt ook het luie oog gedwongen om te kijken. Het wordt getraind om weer scherp te kunnen zien.

De orthoptist geeft aan hoeveel uur per dag en hoeveel weken of maanden het oog moet worden afgedekt. Hoe ouder het kind, hoe meer uur per dag en hoe langer het oog moet worden afgedekt. Wanneer uw kind geen pleister wil of verdraagt, kan het goede oog ook worden ingedruppeld. Hierdoor wordt de pupil wijd waardoor uw kind met dat oog (tijdelijk) wazig ziet.

Op deze manier wordt het luie oog gedwongen te kijken. Deze methode werkt wel minder goed dan een afplakpleister. Soms is het nodig een bril of contactlenzen te dragen. Staar op de ogen moet operatief worden verwijderd. U komt regelmatig op controle bij de oogarts of de orthoptist.

Oogspieroperatie Na behandeling van het luie oog kan een oogspieroperatie volgen. De ogen worden dan recht gezet. Vaak moeten beide ogen worden geopereerd omdat dit een mooier resultaat oplevert. De operatie wordt door de oogarts in het ziekenhuis uitgevoerd. Uw kind krijgt hiervoor een algehele narcose. Meestal mag uw kind dezelfde dag naar huis maar soms moet het een nachtje in het ziekenhuis blijven.

De eerste dagen na de operatie zijn de ogen rood en gevoelig, dit trekt vanzelf weg. Vaak krijgt uw kind oogdruppels om een ontsteking in het geopereerde oog te voorkomen. Het uiteindelijke resultaat kan pas na 6-8 weken goed worden beoordeeld. Soms is nog een tweede operatie nodig, als het resultaat onvoldoende is.

Een operatie is niet altijd mogelijk. Soms kunnen de hersenen niet wennen aan de nieuwe stand van de ogen. Na een operatie zou uw kind dan dubbelzien. Dat is erg onprettig. Daarom wordt dit voor de operatie al beoordeeld.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u vermoedt dat uw kind scheelziet of een lui oog heeft, kunt u dit aangeven aan de consultatiebureau-arts of de huisarts. Deze kan beoordelen of er inderdaad sprake is van scheelzien of een lui oog. Als dit het geval is, wordt u doorverwezen naar de oogarts.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt scheelzien of een lui oog niet zelf behandelen. Wel kunt u er alert op zijn. Wanneer uw kind een oogpleister moet dragen, is het heel belangrijk dat u uw kind hierin steunt bij het dragen. Veel kinderen vinden het toch vervelend of ze worden er mee geplaagd. Ze snappen nog niet dat het in hun eigen belang is.

Het is belangrijk dat het plakken zorgvuldig gebeurt zoals voorgeschreven. Soms helpt het uw kind een mooi stickerplaatje uit te laten kiezen om op de oogpleister te plakken. Zo ziet het oog er toch speciaal uit. Er bestaan speciale stickertjes voor op oogplakkers. Vraag ernaar bij de orthoptist.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Komt er bij een van de ouders van het kind in de familie scheelzien voor, meld dit dan aan de consultatiebureau-arts. Deze zal er dan extra alert op zijn. Ook is het verstandig hoge brilsterkteafwijkingen in de familie te melden. De consultatiebureau-arts zal hier ook zelf naar vragen.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Drs. M. Copper (consulent)

Wetenschappelijke verantwoording

  • www.oogartsen.nl
  • Brande JL van den, Monnens LAH (red). Kindergeneeskunde, 2e herziene druk. Utrecht: Bunge, 1993.
  • Stilma JS, Voorn THB (red). Praktische oogheelkunde. Houten: Bohn, Stafleu en Van Loghum, 1993.

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd