Schaamluis

Wat is schaamluis?

Schaamluis is een parasiet. De luizen zijn ongeveer 1,5 tot 2 millimeter groot en opvallend plat. Vandaar de aanduiding 'platjes'. De vrouwtjes hechten zich met klauwen aan de achterpoten aan de basis van twee haren. Hun eitjes (neten) worden vastgeplakt aan de haren, dicht bij de huid. Met het groeien van de haren komen de neten iets verder van de huid af te liggen. Schaamluis is een onschuldige aandoening.

Symptomen bij schaamluis

Schaamluis valt meestal op door jeuk in de schaamstreek. Als u goed kijkt, kunt u de luizen zelf zien, zij bewegen weinig en vluchten niet voor licht. Om de neten te vinden kunt u het volgende doen: duw met uw vingers de haren opzij tot u de huid eronder kunt zien en laat dan de vingers door het haar gaan, terwijl u steeds de huid kunt blijven zien. Kijk goed naar de plek waar de haren ontspringen en naar de eerste anderhalve centimeter van de haren. Hier zijn de neten te vinden. Neten zijn eitjes van de luis. Ze zijn wit, ongeveer een halve millimeter groot. Ze worden stevig vastgeplakt aan basis van de haren, dus vlak bij de huid. Als u luizen of neten ziet, weet u zeker dat er sprake is van schaamluis.

Hoe ontstaat schaamluis?

Schaamluis is besmettelijk. De meest voorkomende manieren van besmetting zijn:

  • Het hebben van seksueel contact met iemand die besmet is
  • het slapen in een besmet bed
  • het gebruiken van een besmette handdoek
  • het dragen van kleding van iemand die besmet is.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Schaamluis is niet ernstig. Als het niet wordt behandeld, komen er steeds meer luizen. Daardoor wordt de jeuk erger en wordt ook de kans om anderen te besmetten groter. Het is dus wel zaak om er iets aan te doen. Soms nestelen de luizen zich in het haar van oksels, wenkbrauwen, baard of snor. Ook in deze gebieden kan dan jeuk optreden.

Wanneer niet ook de seksuele partners worden behandeld, kan de behandeling schijnbaar mislukken door herbesmetting.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u overtuigd bent, dat er sprake is van schaamluis (bijvoorbeeld doordat u een luis ziet), is het niet nodig om contact op te nemen met de huisartspraktijk. Schaamluis kunt u heel goed zelf behandelen.

Wanneer er misschien ook sprake is van een geslachtsziekte, kunt u beter geen risico’s nemen. Dokterdokter adviseert u dan om contact op te nemen met de huisartspraktijk, een GGD, polikliniek voor geslachtsziekten of Rutgershuis.

Wanneer de behandeling niet helpt, wanneer u twijfelt of er wel sprake is van schaamluis, als u vragen heeft waarop u geen antwoord heeft gevonden of wanneer u niet zeker weet of u het wel goed doet, raadt dokterdokter.nl u aan om contact op te nemen met de huisartspraktijk.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt kiezen tussen een behandeling met of zonder bestrijdingsmiddel. Bij een behandeling zonder bestrijdingsmiddel moet u erg veel moeite doen en is de kans op mislukking groter. De meeste artsen geven de voorkeur aan een behandeling met bestrijdingsmiddel.

Daarnaast moet u andere maatregelen treffen om verdere besmetting en herhaling te voorkomen. Wanneer niet ook de seksuele partners worden behandeld, kan de behandeling mislukken door herbesmetting. Schaamluis kan erg hardnekkig zijn. Wees daarom heel nauwkeurig en zorgvuldig bij het uitvoeren van de behandelingsadviezen.

Behandeling schaamluis

Meestal hebben de luizen zich alleen in de schaamstreek genesteld. Als u jeuk heeft in oksels, wenkbrauwen, baard of snor, of als u daar luizen en/of neten heeft gezien, moet u ook die gebieden meebehandelen. Sommige mensen scheren als onderdeel van de behandeling hun schaamhaar af. Het scheren maakt de kans van slagen groter. Bij wenkbrauwen, wimpers of snor kunt u proberen met een pincet alle neten te verwijderen.

Met bestrijdingsmiddel.

Doordrenk het haar grondig met een luizend dodend middel, bijvoorbeeld dimeticon (Prioderm). Gebruik dit volgens de gebruiksaanwijzing. Omdat de neten minder gevoelig zijn voor het bestrijdingsmiddel dan de luizen, moet u deze behandeling na 10 dagen herhalen.

Daarna moet u twee weken lang het haar uitkammen met een plastic stofkam. Die kunt u kopen bij apotheek of drogist. Hiermee verwijdert u de luizen die toch nog uit de overlevende neten zijn gekomen.

Wanneer u na twee weken nog steeds neten of luizen aantreft, kunt u de behandeling herhalen met een ander bestrijdingsmiddel. Hiervoor komen in aanmerking: permetrine of bioalletrine/piperonylbutoxide.

Zonder bestrijdingsmiddel Koop een metalen luizenkam, bij apotheek of drogist. Hij is anders en duurder dan de plastic stofkam. Hiermee moet een keer per dag al het haar grondig worden uitgekamd, steeds beginnend vanaf de huid. Sla daarbij geen plekken over. De luizen leven vlak bij de huidhuid en zetten hun eitjes af bij de haarwortels. Met de kam worden de neten losgetrokken van de haren. U kunt de neten wat losser maken door van te voren een crèmespoeling te gebruiken met cetrimoniumchloride (Neetex ®). U moet dit minstens twee weken doen en doorgaan tot u zeven dagen achter elkaar geen neten of luizen meer heeft aangetroffen.

Maatregelen tegen besmetting en herhaling van schaamluis

  • Waarschuw alle personen met wie u de afgelopen tijd seksueel of intiem contact heeft gehad. Wanneer u de besmetting heeft opgelopen via beddengoed, handdoek of kleding van anderen, waarschuw dan die personen.
  • Van een persoon met schaamluis moet de kleding worden gereinigd die kortgeleden is gedragen. In elk geval het ondergoed, liefst ook broeken en eventuele andere kledingsstukken. Ook het beddengoed moet worden schoongemaakt. Wassen op minstens 60°C.
  • Spullen die deze behandeling niet verdragen kunnen ook op een andere manier worden schoongemaakt:
    • stop het in een goed afgesloten plastic zak en bewaar het zo een week lang; of
    • bewaar ze minstens 24 uur in de diepvries.
  • Laat besmette kammen en borstels minstens een uur lang weken in een bestrijdingsmiddel

In samenwerking met

R.H. Jamin (auteur) Drs. W.A. Keijser (consulent) Drs. B.M. Hameter (consulent) Drs. E.J. de Kreek (consulent)

Bronnen

  • Vloten WA van, Degreef HJ, Stolz E, Vermeer BJ, Willemze R (red). Dermatologie en venereologie. Maarssen: Elsevier Gezondheidszorg, 2000.
  • Eekhof JAH,Knuistigh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zesde druk 2013. Reed business education, Amsterdam

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd