Posttraumatische stress-stoornis

Wat is een posttraumatische stress-stoornis?

Iedereen maakt ooit in zijn leven wel eens een ingrijpende gebeurtenis mee. U kunt hierbij denken aan een auto-ongeluk, een hevige storm, iemand die u lastigvalt, of een inbraak.

Mensen reageren op verschillende manieren op dergelijke gebeurtenissen. Sommige mensen schrikken zich kapot, voelen zich onveilig, of gedragen zich ineens heel druk. Andere mensen zijn direct overstuur, of lijken eerst onbewogen en ervaren de schrik pas later.

Mensen verschillen ook in de mate waarin zij reageren op een zelfde soort ervaring. Sommige mensen raken zelfs niet uit hun evenwicht bij de grootste rampen en tegenslagen, terwijl anderen van minder ingrijpende ervaringen helemaal van slag zijn.

We spreken van een ‘trauma’ als de gebeurtenis zo ingrijpend is, dat iemand deze niet voldoende heeft kunnen verwerken. De gebeurtenis blijft invloed uitoefenen op de persoon. De term trauma wordt vaak in allerlei situaties gebruikt. Psychologen en psychiaters spreken echter alleen van een trauma als het gaat om ingrijpende, niet-verwerkte gebeurtenissen.

De afkorting PTSS staat voor posttraumatische stress-stoornis. Er is sprake van een PTSS als iemand een nare gebeurtenis heeft meegemaakt en daar last van blijft houden. Daarnaast zijn hierbij specifieke klachten aanwezig. Deze klachten worden in onderstaande tekst verder toegelicht.

Symptomen posttraumatische stress-stoornis?

Niet iedereen die een ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt en daar nog last van heeft, heeft een PTSS.

Bij een PTSS horen specifieke klachten, namelijk: verschijnselen van herbeleving, vermijding en verhoogde prikkelbaarheid.

Symptomen van herbeleving Met symptomen van herbeleving worden herinneringen aan de gebeurtenis bedoeld, die zo sterk zijn, dat het lijkt alsof u het weer meemaakt. Dit is niet hetzelfde als eraan terugdenken.

Een veel voorkomende vorm van herbeleving is angstig dromen. U schrikt plotseling wakker uit een droom over de bewuste gebeurtenis. Ook overdag kan het gebeuren, dat de herinneringen aan de gebeurtenis zich aan u opdringen, en u daarbij het gevoel heeft alsof de gebeurtenis weer plaatsvindt.

Ook situaties die verband lijken te houden met de gebeurtenis, kunnen sterke emotionele reacties oproepen. Zo kan bijvoorbeeld lang nadat u een verkeersongeluk heeft gehad het zien van een ambulance nog een sterke reactie geven.

Vermijding Met vermijding wordt bedoeld dat u situaties uit de weg gaat, die doen denken aan de gebeurtenis. Sommige mensen die een auto-ongeluk hebben meegemaakt, stappen bijvoorbeeld niet meer in de auto of vermijden bepaalde situaties in het verkeer.

Maar ook het vermijden van andere dingen die aan de gebeurtenis doen denken, valt hieronder. Zo probeert u bij een PTSS bewust gevoelens en gedachten die te maken hebben met de gebeurtenis, uit de weg te gaan. Dit leidt er soms toe dat alle gevoelens uit de weg worden gegaan en er een afvlakking, afstomping van het gevoelsleven ontstaat.

Anderen proberen hun gevoelens te verdoven, door overmatig alcohol te gebruiken of door zich in bepaalde zaken te storten. Sommige mensen vluchten bijvoorbeeld in hun werk.

Verhoogde prikkelbaarheid Met verhoogde prikkelbaarheid wordt een toegenomen spanning bedoeld, die niet aanwezig was vóór de gebeurtenis. U kunt hierbij denken aan de volgende reacties: slaapproblemen, snel geïrriteerd zijn of woede-uitbarstingen, zich moeilijk kunnen concentreren, voortdurend alert zijn, of vaak schrikken.

Hoe ontstaat een posttraumatische stress-stoornis?

Een PTSS begint altijd met een ingrijpende gebeurtenis. Het bijzondere aan een PTSS zijn niet zozeer de verschijnselen, maar vooral de duur ervan. Vrijwel alle mensen die een ingrijpende gebeurtenis meemaken, reageren daarop met angst, prikkelbaarheid, intense herbelevingen en vermijding. Deze reacties verdwijnen echter meestal binnen enkele dagen, weken of soms enkele maanden.

Bij een PTSS blijven deze verschijnselen aanwezig of nemen zelfs toe. Waar het precies aan ligt, dat stressreacties na een ingrijpende gebeurtenis meestal verdwijnen, terwijl sommigen een PTSS ontwikkelen, is nog onbekend. Wel zijn er enkele vermoedens die gedeeltelijk worden bevestigd door wetenschappelijk onderzoek.

Vermijdingsgedrag Een belangrijke schakel bij de ontwikkeling van een PTSS zou het vermijdingsgedrag zelf kunnen zijn. Stel, u maakt een ernstig auto-ongeluk mee waarvan u erg bent geschrokken. In de auto stappen, roept al een hevige angstreactie op en er komen beelden naar voren van het ongeval. U associeert de auto dan met het ongeval.

Toch verzamelt u weer de moed om in de auto te stappen. U zult dan merken dat iedere keer dat u weer in de auto stapt, u net weer een beetje minder angst ervaart. De angstige associatie tussen de auto en het ongeval wordt steeds minder sterk; u groeit als het ware over angst heen.

Maar stel nu, dat u vanaf het ongeval niet meer in de auto stapt. Wat er dan gebeurt, is dat de angst geen kans krijgt om af te nemen. In de auto stappen roept nog iedere keer die angstige herinnering op.

Dit is ongeveer wat gebeurt, als mensen gevoelens of herinneringen aan de gebeurtenis gaan vermijden. Het ‘wegdrukken’ van gevoelens en gedachten over het ongeval leidt ertoe, dat ze niet verwerkt worden en daardoor steeds terugkeren.

Stoornis in de lichamelijke reactie op stress Ook andere mechanismen kunnen een rol spelen bij de ontwikkeling van een PTSS. Sommige mensen zouden gemakkelijker een PTSS ontwikkelen, omdat het mechanisme dat de lichamelijke reacties op stress controleert, door de ingrijpende gebeurtenissen verstoord is.

Associaties met de gebeurtenissen kunnen dan leiden tot heftige reacties van het lichaam, zoals hartkloppingen en hyperventileren.

Psychologische kwetsbaarheid Verder kan bij mensen met een PTSS ook sprake zijn van een psychologische kwetsbaarheid. Sommige mensen hebben in hun leven al eerder ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, of hebben last van andere psychische problemen.

De ingrijpende gebeurtenis kunnen zij er als het ware ‘niet bij hebben.’ Uit zelfbescherming ontwikkelen zij dan vermijdingsgedrag, waardoor de verwerking niet goed loopt en zich een PTSS ontwikkelt.

Ongeveer hetzelfde geldt voor mensen die van zichzelf naar binnen gekeerd zijn en zich moeilijk uiten (introverte mensen). Door deze eigenschap komen zij eigenlijk niet goed aan verwerking toe.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een PTSS heeft ingrijpende gevolgen voor het dagelijks leven van de betreffende persoon. Ten eerste zorgen de klachten ervoor, dat iemand min of meer uitgeput raakt. De voortdurende waakzaamheid, prikkelbaarheid en veel voorkomende slaapstoornissen leiden ertoe, dat iemand zich uitgeput gaat voelen. Hierdoor is hij minder goed in staat om normaal te functioneren.

Afhankelijk van wat iemand precies vermijdt, kan het vermijdingsgedrag leiden tot sociale isolatie. Door bovengenoemde problemen zijn mensen met een PTSS vaak niet in staat om hun werk vol te houden. Dit leidt weer tot nieuwe problemen.

Uit onderzoek blijkt dat personen met een PTSS ook vaak last hebben van andere psychische klachten, waaronder alcoholmisbruik en depressie.

Hoe vaak een PTSS voorkomt in Nederland, is niet precies bekend. Als een PTSS éénmaal is ontstaan, dan verdwijnt deze over het algemeen zonder behandeling niet vanzelf.

Mensen die op jonge leeftijd ingrijpende gebeurtenissen meemaken, zoals seksueel misbruik, blijken hier vaak op latere leeftijd nog last van te hebben. Maar ook veel volwassenen die in bijvoorbeeld de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerd zijn, blijken daar op oudere leeftijd nog altijd de gevolgen van te ondervinden. Toch zijn er goede behandelingen beschikbaar, die verlichting kunnen bieden.

Wanneer naar de huisarts?

Als u zich herkent in bovengenoemde beschrijving van de PTSS, dan is het raadzaam om contact te zoeken met uw huisarts. Wat de huisarts precies voor u kan betekenen, is een beetje afhankelijk van hoe lang geleden u de ingrijpende gebeurtenis heeft meegemaakt.

Korter dan zes maanden geleden Als de ingrijpende gebeurtenis kort geleden heeft plaatsgevonden, is het vooral belangrijk om de stressreacties zo goed mogelijk op te vangen. Uw huisarts kan u bijvoorbeeld tijdelijk slaapmedicatie voorschrijven, of andere rustgevende middelen. Het is wel belangrijk dat u deze middelen voor een beperkte tijd gebruikt, omdat er anders gewenning (verslaving) kan optreden.

Langer dan zes maanden geleden Als de gebeurtenis langer dan zes maanden geleden heeft plaatsgehad en u herkent zich in de bovengenoemde beschrijving van PTSS, is het raadzaam om psychologische hulp te zoeken. Uw huisarts kan u doorverwijzen naar een geschikte hulpverlener.

Welke vorm van hulp voor u het meest geschikt is, is afhankelijk van de ernst van uw klachten, de aanwezigheid van andere psychische klachten (zoals alcoholmisbruik of een depressie) en hoe u functioneert.

Zijn uw klachten ernstig, heeft u ook last van andere psychische klachten en wordt uw functioneren ernstig belemmerd door de PTSS, dan is het aan re raden om hulp te zoeken in een tweedelijns Geestelijke Gezondheidszorg instelling. In andere gevallen kunt u ook goed geholpen worden door een vrijgevestigde (eerstelijns)psycholoog of psychotherapeut. Uw huisarts kan u hier verder over informeren.

Er zijn tegenwoordig relatief korte behandelprogramma’s beschikbaar (vaak twaalf tot twintig consulten) waarvan onderzoek heeft aangetoond, dat ze effectief zijn bij de behandeling van PTSS. Deze behandelingen zijn: ‘imaginaire exposure’ en ‘EMDR’.

In imaginaire exposure laat de therapeut u in gedachten teruggaan naar de gebeurtenis. Hij laat u dan zoveel mogelijk al uw pijnlijke gevoelens die met de gebeurtenis te maken hebben, ervaren, zodat u deze kunt verwerken.

Bij EMDR (Eye Movement Desensitization Reprocessing ) gebeurt dit ook, maar wordt de verwerking bovendien bevorderd door het aanbieden van bepaalde tonen die u hoort (door een koptelefoon) of door oogbewegingen, terwijl u uiting geeft aan uw herbeleving.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als de gebeurtenis recentelijk heeft plaatsgevonden (korter dan zes maanden geleden), is het vooral van belang dat u twee dingen doet: tot rust komen en voorkomen dat u vermijdingsgedrag gaat ontwikkelen. Hiervoor werd al genoemd dat uw huisarts bepaalde middelen kan voorschrijven om tot rust te komen. Rust kunt u verder bevorderen, door in het dagelijks leven een aantal maatregelen te treffen:

  • Zoek steun en hulp van anderen. Uit onderzoek blijkt dat een goed sociaal netwerk, een belangrijke hulp is bij het overkomen van ingrijpende ervaringen.
  • Als u een druk leven leidt, is het verstandig gedurende enige tijd wat taken te beperken. Verwerking kost energie en die energie moet ergens vandaan komen. Als u te druk bent, ontstaat het risico dat u én nog meer overprikkeld raakt én niet toekomt aan verwerking.
  • Probeer een evenwicht te vinden tussen verwerking en afleiding. Verwerking betekent niet dat u ieder uur van de dag de ingrijpende ervaring opnieuw moet ‘meemaken’. Probeer momenten van helemaal toegeven aan uw gevoelens af te wisselen met afleiding, waarbij u echt even alles kunt vergeten.
  • Veel mensen helpt het om de nare ervaring van zich af te schrijven. Pak pen en papier en probeer in zoveel mogelijk detail alles weer voor de geest te halen en het gebeuren van u af te schrijven.
  • Probeer geen vermijdinggedrag te ontwikkelen. Heeft u bijvoorbeeld een ernstig auto-ongeluk meegemaakt en u bent lichamelijk in staat weer in een auto te stappen, probeer dan weer in kleine stapjes het autorijden op te pakken. Eerst alleen in de auto zitten, dan een klein straatje, enzovoort. Het terugwinnen van zelfvertrouwen helpt om de verdere ontwikkeling van een PTSS tegen te gaan.

Ook als de gebeurtenis langer dan zes maanden geleden plaatsvond, kunt u bovenstaande adviezen gebruiken. Wel is het goed om hier niet te lang op eigen gelegenheid mee door te gaan. Het beste is om gebruik te maken van professionele hulp. Uw huisarts kan u doorverwijzen naar een deskundige die u kan helpen. Lees ook meer over PTSS op Gezondheidsplein. 

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Een ingrijpende gebeurtenis is zelden te voorkomen. Sommige beroepen kennen wel een verhoogd risico op ervaringen die ‘traumatisch’ kunnen uitpakken. Toch kunnen echte voorzorgsmaatregelen vaak niet getroffen worden.

Sommige mensen geven zichzelf de schuld van de ingrijpende gebeurtenis, ook al weten ze dat ze er geen schuld aan hebben. Schuldgevoelens kunnen een belangrijke hindernis vormen bij het toekomen aan verwerking. Uzelf ervan ‘overtuigen’ dat u geen schuld heeft, blijkt vaak niet te werken, eigenlijk weet u dit al. Wat wel helpt, is de ruimte nemen om het trauma zelf te verwerken. Als de verwerking goed op gang komt, blijken de schuldgevoelens vaak vanzelf in een heel ander daglicht komen te staan.

Voor meer informatie over PTSS kun je kijken op solvo.

Hoe gek het ook klinkt, achteraf kan een ingrijpende gebeurtenis, hoe naar deze ook is geweest, ook voor positieve veranderingen in het leven zorgen. Op indringende wijze is iemand geconfronteerd met de kwetsbare kant van het leven. Hierdoor relativeren sommige mensen bepaalde zaken en ontdekken dan wat écht belangrijk in het leven is.

In samenwerking met

Dr. A.A. Vendrig (auteur) Dr. P.J.G. Schreurs (consulent) Drs. H.J.M. Smeur (consulent)

Bronnen

  • NHG Standaard Angst 2012
  • American Psychiatric Association (1994). Diagnostic and statistical manual of mental disorders (4e herziene druk). Washington: APA
  • Emily, J.O., Best, S.R., Lipsey, T.L., & Weiss, D.S. (2003). Predictors of posttraumatic stress disorder and symptoms in adults: A meta-analysis. Psychological Bulletin, 129, 52-73
  • Horowitz, J.M. (1987). Stress response syndromes. Northvale: Jason Aronson
  • Kolb, L.C. (1987). A neuropsychological hypothesis to explaining posttraumatic stress disorders. American Journal of Psychiatry 1987; 144: 989-95
  • Minnen, A. van, & Arntz, A. (1997). Protocollaire behandeling van patiënten met een post-traumatische stress-stoornis. In: G.P.J. Keijsers, A. van Minnen, & C.A.L. Hoogduin (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg 2. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum
  • Shepherd J., Stein K., & Milne R. (2000).Eye movement desensitization and reprocessing in the treatment of post-traumatic stress disorder: A review of an emerging therapy. Psychological Medicine, 30, 863-71.

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd