Pesten

Wat is pesten?

Het is belangrijk om pesten te onderscheiden van plagen. Bij plagen is er als het ware sprake van elkaar voor de gek houden, het is een vorm van spelen. Dit gebeurt over en weer; de plager en het geplaagde kind zijn aan elkaar gewaagd en hebben (bijna) evenveel macht. Bij plagen kan het kind zich verweren en loopt hij geen blijvende psychische of lichamelijke schade op.

Pesten kan wél lichamelijke en psychische klachten geven. Bij pesten hebben de pestkop en het gepeste kind niet evenveel macht. De pester heeft de overmacht en het gepeste kind kan zich niet verdedigen of voor zichzelf opkomen; de pestkop is bijvoorbeeld lichamelijk sterker, heeft een grotere mond of heeft een speciale positie. Pesters hebben bovendien de bedoeling het gepeste kind te kwetsen, bewust of onbewust.

Pesten komt veel voor onder kinderen. Ongeveer acht procent van de kinderen op de basisschool wordt minstens éénmaal per week gepest; dat zijn ongeveer twee kinderen per klas. Pesten komt bijvoorbeeld voor op school, op straat of bij een club.

Kinderen kunnen op verschillende manieren pesten. Dit zijn de meest voorkomende manieren:

  • Met woorden belachelijk maken en uitlachen, vernederen, schelden of bijnamen geven, roddelen, gemene briefjes geven, bedreigen
  • Lichamelijk achterna lopen, insluiten of opsluiten, trekken en duwen, schoppen en slaan
  • Overige manieren buitensluiten bij het spelen of kletsen, spullen of geld aftroggelen, bezittingen afpakken of vernielen, vrienden of vriendinnen ‘afpakken’

Jongens die pesten vallen vaak meer op dan meisjes die dat doen. Meisjes hebben vaak een manier van pesten die minder opvallend is. Zij gebruiken minder zichtbare manieren, zoals roddelen of het ‘afpakken’ van vriendinnen.

Symptomen bij een kind wat gepest wordt

Of een kind wordt gepest kunt u soms aflezen aan een aantal gedragingen. De volgende signalen kunnen erop wijzen dat een kind wordt gepest:

  • niets meer vertellen over school
  • niet meer naar school of een club willen gaan en bijvoorbeeld uitvluchten daarvoor verzinnen
  • geen vrienden hebben en geen klasgenoten mee naar huis nemen, of bij andere kinderen gaan spelen
  • niet uitgenodigd worden voor feestjes
  • concentratieproblemen en slechte prestaties leveren op school
  • slaapproblemen en soms nachtmerries hebben
  • somber en/of teruggetrokken zijn
  • lichamelijke klachten zoals hoofdpijn of buikpijn
  • blauwe plekken op het lichaam
  • kapotte of kwijtgeraakte spullen
  • een bange of verdrietige indruk maken
  • plotselinge stemmingswisselingen
  • driftbuien

Gepeste kinderen schamen zich vaak en durven thuis niet over de pesterijen te vertellen. Leerkrachten merken er vaak wel íets van, maar denken regelmatig dat het om onschuldige plagerijen gaat.

Hoe ontstaat pesten?

Wanneer wordt een kind nu gepest? Pesters pakken een kind altijd op hun zwakke plek; bijvoorbeeld omdat iemand er anders uitziet, anders praat, niet zo slim of juist wel slim is, verlegen is of juist erg boos reageert. Er zijn eigenlijk twee soorten slachtoffers: het passieve slachtoffer en het uitdagende slachtoffer.

Passieve slachtoffer Kinderen die gepest worden zijn vaak angstiger en onzekerder dan kinderen in het algemeen. Meestal zijn ze voorzichtig, gevoelig en stil. Ze reageren bijvoorbeeld met huilen (vooral bij jongere kinderen) of trekken zich terug als ze gepest worden. Deze kinderen hebben ook vaak een negatief beeld van zichzelf; ze voelen zich mislukt of stom, vinden dat ze er raar uitzien of schamen zich voor zichzelf. Jongens die gepest worden zijn lichamelijk over het algemeen minder sterk dan andere jongens.

Veel van de kinderen die gepest worden zijn eenzaam, en isolement maakt kinderen juist kwetsbaar voor pesterijen. Door hun houding en gedrag stralen ze uit dat ze zich onzeker voelen en dat ze niets terug zullen doen als ze gepest worden. Het vervelende is dat door die pesterijen, deze houding weer versterkt wordt: een kind wordt nog angstiger en onzekerder en krijgt een negatiever beeld van zichzelf.

Uitdagende slachtoffer Een ander soort (veel kleinere) groep slachtoffers wordt gekenmerkt door zowel angstig als agressief gedrag. Deze kinderen zijn bijvoorbeeld hyperactief (heel erg druk) en roepen irritatie op bij andere kinderen. Met hun gedrag proberen ze op een manier aandacht te trekken die andere kinderen vervelend vinden.

Dit soort gepeste kinderen reageert driftig en gaan bijvoorbeeld slaan als ze gepest worden. Soms proberen ze zelf weer zwakkere leerlingen te treiteren.

Wie is de pestkop? In bijna iedere groep zitten wel één of twee kinderen die zich kunnen ontwikkelen tot pestkop. Een pestkop richt zijn agressie voornamelijk op kinderen, die om één of andere reden een zwakke plek hebben, een lage zelfwaardering hebben of onzekerheid en angst uitstralen.

Hoe het precies komt dat een kind pesterig wordt, is niet duidelijk. Vaak pest een kind om zichzelf zekerder of beter te voelen dan het slachtoffer. De aanwezigheid van een mogelijk slachtoffer (bijvoorbeeld een kind dat er anders uitziet) is in ieder geval ook een belangrijke reden; de pestkop wordt dan als het ware uitgelokt en kan het niet laten.

Pestkoppen hebben een fijne neus voor kinderen die er niet tegen kunnen. De kans dat andere kinderen uit de klas met de pestkop mee gaan doen is vrij groot; pesten werkt namelijk aanstekelijk. Dit worden de meelopers of passieve pestkoppen genoemd.

Kenmerkend voor pestkoppen is dat ze zich tegendraads en opstandig opstellen, zowel tegen leeftijdgenoten als volwassenen, en dat ze moeite hebben met zich aan de regels houden. Ze zijn vaak lichamelijk sterker dan andere kinderen (met name jongens).

Verder zijn ze vaak impulsief, willen ze anderen de baas zijn en kunnen ze zich niet goed inleven in anderen. Over het algemeen hebben ze juist weinig angst en zijn ze vaak zekerder van zichzelf dan andere kinderen.

Waarom wordt er gepest? Waarom er gepest wordt is een lastige vraag. Een reden die regelmatig genoemd wordt, is dat er vaak behoefte is aan een ‘zondebok’ in een klas. Deze wordt dan als het ware gebruikt om alle agressie en vervelende gevoelens binnen de groep af te reageren. Als de kinderen in een klas zich bijvoorbeeld onveilig voelen doordat de leerkracht heel streng is, kan hierdoor meer gepest gaan worden.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Pesten kan het plezier in het leven van kinderen flink vergallen. Gepest worden maakt kinderen meestal angstig, onzeker en ze kunnen geïsoleerd raken. Sommige slachtoffers hebben later ook nog last van angsten en somberheid (depressie). Het kost hen vaak moeite om vriendschappen te sluiten, en ze hebben de neiging andere mensen niet te vertrouwen. Vaak zijn ze eenzaam en hebben ze weinig zelfvertrouwen.

Ook de pestkop loopt risico’s. Kinderen die agressief zijn en anderen treiteren lopen een vrij groot risico op latere leeftijd ander probleemgedrag te ontwikkelen, zoals crimineel gedrag.

Wanneer naar de huisarts?

Als u merkt dat uw of een ander kind wordt gepest, hoeft u niet in eerste instantie naar de huisarts. Het is vaak beter en effectiever om de school, club of andere instelling waar het pesten plaatsvindt, te benaderen. Het is belangrijk om het pesten bespreekbaar te maken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u merkt dat een kind wordt gepest Als u merkt dat uw of een ander kind gepest wordt, probeer er dan altijd over te praten. Neem het kind serieus en laat merken dat u gelooft wat hij zegt. Probeer erachter te komen wat er precies gebeurd is en spreek ook af dat uw kind vertelt wanneer zoiets weer gebeurt. Betrek ook de plek waar het pesten plaatsvindt (bijvoorbeeld school) bij dit probleem, dan kan ook daar aandacht aan het pesten geschonken worden.

Bij kinderen die lichamelijk zwakker zijn dan andere kinderen, kunt u stimuleren dat ze op een sport gaan om ze meer zelfvertrouwen in hun eigen lichaam te krijgen. Dit stralen ze dan ook weer uit in hun gedrag. U kunt het kind ook aanmoedigen contact te zoeken met een paar rustige en vriendelijke kinderen uit de klas. Het liefst kinderen met wie het kind iets gemeenschappelijks heeft, bijvoorbeeld dezelfde interesse of ook een kind dat alleen is en buitengesloten wordt.

Ook kunt u erover denken om uw kind een soort cursus te laten doen, waarin het leert voor zichzelf op te komen of sociale vaardigheden beter leert te gebruiken. Het is hierbij belangrijk dat het kind niet het gevoel krijgt dat hij iets moét doen. Als u hem vrij laat, zal hij waarschijnlijk eerder geneigd zijn uw adviezen te gebruiken.

Vertel het kind dat er in bijna iedere groep wel kinderen gepest worden, maar dat het niet normaal is. Eventueel kunt u (voor)leesboeken gebruiken om het over pesten te hebben. U kunt uw kind uitleggen waarom kinderen pesten: om aandacht te trekken of omdat ze denken dat ze leuk zijn, of omdat ze niet op een gewone manier vrienden kunnen maken.

Misschien wil uw kind dat u het aan niemand vertelt. Het is goed om hem dan duidelijk te maken dat pesten meestal niet stopt als je je mond erover houdt. Overleg samen wat u denkt dat zou kunnen helpen en betrek het kind bij de stappen die u onderneemt (bijvoorbeeld naar de leerkracht gaan).

Betrek de leerkracht erbij Vraag de leerkracht van het gepeste kind om alert te zijn op pesterijen in de klas en op het schoolplein, en om eventueel de pestkoppen aan te spreken.

Door pesten kan een kind onder andere emotionele schade oplopen. Probeer een kind te helpen bij het verwerken wat hem overkomt en probeer erover te praten. Als u denkt dat u er samen met het kind en de school niet uitkomt, kunt u deskundige hulp zoeken. U kunt bijvoorbeeld (via school) naar de schoolbegeleidingsdienst gaan.

Als u merkt dat een kind andere kinderen pest Het is belangrijk om het samen met de leerkracht over de pesterijen van uw of een ander kind te hebben. Op die manier kan zowel thuis als op school aandacht aan het probleem geschonken worden. Maak het kind duidelijk dat u het pesten van andere kinderen niet goedkeurt.

Kinderen die pesten hebben vaak ook problemen met het navolgen van regels. Als u duidelijke en eenvoudige regels opstelt en afspreekt, kunt u het kind helpen meer structuur te krijgen in zijn eigen gedrag.

Soms hebben kinderen niet in de gaten hoe erg de pesterijen voor het slachtoffer zijn. Om hier meer inzicht in te geven, kunt u het kind boeken over pesten laten lezen en er daarna samen over proberen te praten.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Pesten is helaas niet altijd te voorkomen. Wel is het zo dat als er een goede sfeer heerst in de klas of op een club, er vaak minder wordt gepest.

Hieronder volgen een aantal titels van informatieve boeken, voorleesboeken en internetsites die u meer informatie kunnen geven over pesten.

Informatieve boeken

  • Kinderen en pesten door Bob van der Meer
  • Pesten op school door Bob van der Meer
  • Pesten hoort er niet bij! door Marja Baeten
  • Rikki door Guido van Genechten. Een boek voor kleuters over gepest worden omdat je niet bent zoals de anderen.
  • Ze pesten me! door Jet Green. Een prentenboek over pesten. Het boek biedt aanknopingspunten om met jonge kinderen over pesten te praten.
  • Onweer in je hoofd door Cariet Leeuwes. Het bijzondere van dit boek is dat het geschreven is vanuit een persoon die eerst een pestkop is en later zelf het slachtoffer.
  • Pudding Tarzan door Ole Lind Kirkegaard. Over een jongen die gepest wordt en op een dag wraak neemt.
  • Kaatje Knal en de biefstukbende door Carrie Slee. Over een jongen die in zijn nieuwe straat gepest wordt na een verhuizing.
  • Ik ben niet dom door Marion van de Coolwijk. Over een jongen die op zijn nieuwe school gepest wordt. Later blijkt hij ook te kunnen samenwerken met de pestkop en leren ze elkaar beter kennen.

In samenwerking met

Drs. F.A. Munnik (auteur) Prof. dr. J.J.L. Derksen (consulent) Dr. A.A. Vendrig (consulent)

Bronnen

  • Baeten M (1993). Pesten hoort er niet bij! Amersfoort: Opvoedingsinformatie.
  • Baeten M & Hest J van (2002). Kinderen en… ingrijpende situaties. Pesten. Hilversum: Kwintessens.
  • Deboutte G (1995). Pesten, gedaan ermee! Brussel: BDJ-Jeugd & Vrede.
  • Emmerechts S (2001). Pesten op school. Antwerpen: Manteau.
  • Kenter B ((2000). Ik ga weer graag naar school. Amersfoort: CPS.
  • Kohnstamm R (2002). Kleine ontwikkelingspychologie. Deel II. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum.
  • Meer B van der (1991). Pesten op school. ’s Hertogenbosch: Katholiek Pedagogisch Centrum; Nijmegen: Berkhout Nijmegen.
  • Meer B van der (1992). De zondebok in de klas. ’s Hertogenbosch: Katholiek Pedagogisch Centrum; Nijmegen: Berkhout Nijmegen.
  • Meer B van der (1993). Kinderen en pesten. Wat volwassenen ervan moeten weten en eraan kunnen doen. Utrecht/Antwerpen: Uitgeverij Kosmos.
  • Meyer A De, Heurckmans N, Vanbilloen E (1994). Pesten. Een preventiepakket voor het onderwijs. Leuven/Amersfoort: Acco.
  • Mooij T (1992). Pesten in het onderwijs. Nijmegen: Instituut voor Toegepaste Sociale wetenschappen.
  • NFGV (Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid) (2002). Brochure: Pesten bij kinderen en volwassenen. Als plagen uit de hand loopt. Utrecht: NFGV.
  • Olweus D (1992). Treiteren op school. Amersfoort: Academische Uitgeverij.
  • www.pesten.nl

Pagina laatst aangepast op 28 juni 2019


Gerelateerd