Paniekstoornis

Aandoening 4 april 2016

Wat is een paniekstoornis?

Er is sprake van een paniekstoornis als bij iemand terugkerende aanvallen van hevige angst en paniek optreden. Deze paniekaanvallen komen meestal onverwacht en lijken zonder aanleiding te beginnen. Tijdens zo’n aanval kan er een grote angst bestaan om de zelfbeheersing te verliezen, ‘gek’ te worden of bijvoorbeeld een hartaanval of hersenbloeding te krijgen. Tussen de paniekaanvallen zijn er meestal weinig klachten van angst.

Vaak gaan paniekaanvallen gepaard met agorafobie, ook wel pleinvrees genoemd. Dit betekent dat u vanwege de angst voor een paniekaanval, bepaalde situaties uit de weg gaat. U durft bijvoorbeeld niet meer alleen boodschappen te gaan doen, omdat u bang bent dat u ‘niet goed wordt’ als u in de rij voor de kassa staat. Voor meer informatie over agorafobie, kunt u de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Agorafobie (pleinvrees)’ raadplegen.

Veel mensen hebben in hun leven wel eens een paniekaanval, of iets wat daar erg op lijkt, gehad. De kans hierop is groter als we erg moe zijn, onder grote druk staan, in een voor ons vreemde situatie zijn, alleen zijn, of onder invloed zijn van alcohol of drugs.

Bij één paniekaanval is er nog geen sprake van een paniekstoornis. Er moet sprake zijn van meerdere heftige aanvallen in korte tijd. De paniekaanvallen moeten verder niet uitsluitend samenhangen met een bepaalde situatie waar iemand bang voor is, bijvoorbeeld vliegen of het houden van een toespraak. Als er een direct verband is tussen de situatie en de angst spreken we van een fobie. Als u meer over fobieën wilt lezen, kunt u de dokterdokter.nl informatiefolders ‘Specifieke fobie’ en ‘Sociale fobie’ raadplegen.

Bij een paniekstoornis is er geen verband tussen een situatie en de aanval: de aanvallen kunnen schijnbaar ‘zomaar ineens’ optreden. Zeker de eerste paniekaanval komt voor veel mensen vaak volkomen uit de lucht vallen.

Symptomen paniekstoornis

Bij paniekaanvallen kan er een aantal verschijnselen voorkomen. Een aanval begint plotseling en bereikt in maximaal een minuut of tien een hoogtepunt.

Een paniekaanval kan gepaard gaan met één of meer van de volgende verschijnselen:

  • een heftig en intens gevoel van angst
  • hartkloppingen, een bonzend hart of een snelle hartslag
  • transpireren
  • trillen of beven
  • een gevoel van ademnood of het gevoel te stikken
  • naar lucht happen, benauwdheid
  • pijn of een onaangenaam drukkend gevoel op de borst
  • misselijkheid of maag- en darmklachten
  • duizeligheid, licht in het hoofd, het gevoel onvast op uw benen te staan of te zullen (flauw)vallen
  • een onwerkelijk gevoel, alsof de dingen om u heen niet echt zijn of het gevoel los te staan van uzelf
  • de angst om de controle over uzelf te verliezen of ‘gek’ te worden
  • de angst om dood te gaan
  • een verdoofd of tintelend gevoel, bijvoorbeeld in uw armen, handen of benen
  • het plotseling heel warm (opvliegers) of heel koud (koude rillingen) krijgen

De verschijnselen kunnen elkaar versterken, waardoor de angst toeneemt. Angst kan hartkloppingen en pijn op de borst geven. Door deze klachten bent u bang een hartinfarct te krijgen, deze angst zal de klachten verder doen toenemen. Zo komt u in een negatieve spiraal van angst terecht.

Hoe ontstaat een paniekstoornis?

Verschillende factoren kunnen een rol kunnen spelen bij het ontstaan van een paniekstoornis.

Manier van waarnemen
Mensen die last hebben van paniekaanvallen blijken vaak sneller signalen die zij van buitenaf of vanuit hun lichaam krijgen, als angst aanjagend te ervaren. Daarbij zijn ze zich vaak veel bewuster van mogelijke bedreigingen. Zo zal het overslaan van het hart, wat ook bij gezonde mensen vaak voorkomt, door sommige mensen niet of nauwelijks gevoeld worden. Maar iemand met een angstige aanleg zal dit waarschijnlijk wel voelen en bang worden voor een hartafwijking. Het lichaam kan op deze angst reageren met bijvoorbeeld hartkloppingen, misselijkheid en duizeligheid. Dit zal de angst nog groter maken. Deze vicieuze cirkel kan zich ontwikkelen tot een volledige paniekaanval.

Erfelijkheid
Erfelijke factoren lijken de mate van angstgevoeligheid sterk te bepalen. Bij kinderen zijn vaak al grote verschillen te zien: het ene kind durft alles, terwijl het andere erg voorzichtig is en zich snel zorgen maakt. Deze gevoeligheid blijkt, bijvoorbeeld door therapie, wel beïnvloedbaar.

Omstandigheden
Het ontstaan van een paniekstoornis kan ook te maken hebben met de omstandigheden waarin iemand verkeert. In tijden van veel stress of verandering blijken mensen gevoeliger voor het krijgen van angstklachten.

Hyperventilatie
Lange tijd is gedacht dat hyperventilatie een grote rol speelde bij paniekaanvallen. Hyperventilatie, oftewel ‘overademen’, leidt ertoe dat de balans van zuurstof en koolzuurgas in het lichaam verstoord raakt. Hierdoor ontstaan er klachten die erg beangstigend kunnen zijn, zoals benauwdheid, pijn op de borst of het gevoel flauw te vallen.

Mensen met paniekaanvallen zouden (soms ongemerkt) hyperventileren en vervolgens angstig worden van de lichamelijke verschijnselen die zij daardoor krijgen. Tegenwoordig zijn de meningen verdeeld of hyperventilatie werkelijk een grote rol speelt bij paniek.

Angst voor herhaling
Als er één paniekaanval geweest is, is er nog geen sprake van een paniekstoornis. Hier spreekt men pas van als er meerdere aanvallen zijn geweest. Na een eerste aanval hebben veel mensen angst voor het ontstaan van een volgende aanval.

Stel dat u voor het eerst een paniekaanval kreeg toen u in de rij stond bij de supermarkt, dan zult u waarschijnlijk de eerstvolgende keer dat u naar de supermarkt gaat al enigszins gespannen zijn. Als u eenmaal in de rij staat, neemt die spanning alleen maar toe. De angstige gedachten die kunnen ontstaan (‘o jee, zo meteen gebeurt het weer’) zijn vaak voldoende om de paniekreactie weer in werking te stellen. U gaat zich naar voelen, dit gevoel interpreteert u dan als bewijs voor uw angst (‘zie je wel, daar heb je het weer’) en zo komt u in een paniekcirkel terecht. Als dit een paar keer gebeurd is, is de kans groot dat u de supermarkt gaat vermijden.

Deze ‘angst voor de angst’ (ook wel anticipatieangst genoemd) speelt een belangrijke rol bij het in stand houden of zelfs verergeren van de paniekklachten. Door dingen die u eng vindt te vermijden, bereikt u op korte termijn dat u zich beter voelt. U heeft daarmee een paniekaanval weten te voorkomen, maar op de lange termijn blijkt dit vermijdingsgedrag de paniekstoornis te verergeren.

Vermijding van situaties kan leiden tot zogeheten pleinvrees, of agorafobie. Een paniekstoornis gaat dan ook vaak, maar niet altijd, gepaard met agorafobie.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Hoewel paniekaanvallen erg beangstigend kunnen zijn, is het belangrijk om te beseffen dat ze niet gevaarlijk zijn. Mensen gaan niet dood aan paniekaanvallen. U krijgt niet werkelijk een hartaanval of een hersenbloeding. Ook wordt u niet gek. In vrijwel alle gevallen is er een hele onschuldige verklaring voor uw lichamelijke verschijnselen. Het probleem is alleen dat u die verklaring waarschijnlijk over het hoofd ziet en de verschijnselen interpreteert als tekenen van gevaar.

Een paniekstoornis kan mede door de rol van ‘angst voor de angst’ en vermijding, erg hardnekkig worden. Het is mogelijk dat de angstgevoelens zich gaan uitbreiden tot steeds meer situaties. In het begin wordt u misschien angstig in de supermarkt op zaterdagmiddag, als het druk is. Maar na een tijdje wilt u misschien helemaal niet meer naar de supermarkt, en ook niet meer naar andere winkels. U voelt zich dan in steeds meer situaties angstig. U kunt hierdoor behoorlijk in uw bewegingsvrijheid beperkt worden.
Een paniekstoornis gaat, evenals andere angststoornissen, meestal niet vanzelf over. De mechanismen die de angst in stand houden, blijken vaak erg krachtig te zijn. Door te ontspannen kunnen de klachten minder worden.

Wanneer naar de huisarts?

Als u last heeft van paniekaanvallen, is het verstandig om contact op te nemen met uw huisarts. Er zijn allerlei behandelingen mogelijk. Hoe sneller u aan een behandeling begint, hoe beter: de invloed van de angst op uw leven is dan nog beperkt.

Uw huisarts kan samen met u bepalen welke behandeling voor u geschikt is. Als de angst te hoog oploopt kan uw huisarts u misschien (tijdelijk) medicijnen voorschrijven. Voor een korte termijn oplossing kan een kalmerend middel worden voorgeschreven. Aan dit soort medicijnen kleven bezwaren, zoals het risico van verslaving bij langdurig gebruik. Het gebruik moet bij voorkeur tot maximaal enkele weken beperkt blijven. Voor het langdurig terugdringen van angstgevoelens blijken bepaalde antidepressiva goed te werken. Deze moeten wel voor langere tijd geslikt worden, het effect is meestal pas na enkele weken merkbaar. Het gebruik van antidepressiva is niet gevaarlijk, maar er kunnen vervelende bijwerkingen zijn. Na het staken van de medicijnen is er een kans dat uw angstgevoelen weer terugkeren. Een behandeling met medicijnen moet dan ook meestal met een andere behandeling gecombineerd worden.

De huisarts kan u doorverwijzen naar een psycholoog of een andere therapeut, die ervaring heeft met het behandelen van mensen met angstklachten. Met name van cognitieve gedragstherapie is aangetoond dat deze bij veel mensen goede resultaten geeft. Een dergelijke behandeling bestaat uit twee onderdelen. Eerst gaat u met de therapeut bekijken welke angstige gedachten u heeft. Deze gedachten leert u vervolgens zelf bij te stellen tot meer realistische gedachten, daarna gaat u de situaties die u nu vermijdt weer opzoeken. Alleen op die manier kunt u weer leren dat er in wezen een gevaar dreigt en er dus geen reden is voor angst. Om deze moeilijke stap te kunnen nemen, zult u soms eerst ademhalings- en ontspanningsoefeningen leren, zodat u de gevreesde situatie met minder angst tegemoet kunt treden. De therapeut zal met u een oefenprogramma opstellen waarin u stap voor stap, op een rustig tempo, uw angsten weer onder ogen gaat zien zodat u ze uiteindelijk kunt overwinnen.

Wat kunt u er zelf aan doen?

  • Leer ontspannen. Om te leren ontspannen, hoeft u niet persé naar een therapeut. Het is heel goed mogelijk om uzelf ontspanningsoefeningen aan te leren en toe te passen. Regelmatig oefenen is erg belangrijk, zeker in het begin, liefst meerdere keren per dag. Dit hoeft niet veel tijd te kosten, een kwartiertje is vaak al voldoende. Als u zich op een meer ontspannen manier in gevreesde situaties begeeft, heeft de angst veel minder kans. Mensen kunnen nou eenmaal niet tegelijkertijd ontspannen en angstig zijn.
  • Doe ademhalingsoefeningen. Niet alleen wordt u er rustiger van, het geeft u ook het gevoel dat u zelf weer invloed uitoefent op uw situatie, waardoor u zich sterker voelt.
  • Ga na waar uw angstgevoelens mee te maken hebben. Zijn ze reëel? Kloppen de angstige gedachten die u in uw hoofd heeft werkelijk, of kunt u er ook anders tegenaan kijken? Door bewust te worden van deze gedachten, lukt het vaak al om ze (voor een deel) te relativeren, waardoor de angst zal afnemen. Zet de nieuwe, relativerende gedachten voor uzelf op papier en draag dit bij u, zodat u er op moeilijke momenten nog eens naar kunt kijken.
  • Zeg tegen uzelf: ‘Er is geen gevaar’. Blijf tegen uzelf zeggen dat u niet werkelijk in gevaar bent als u in paniek raakt, al voelt het op dat moment anders. U kunt bijvoorbeeld zachtjes tegen uzelf zeggen ‘rustig maar, er gebeurt niets’ of ‘je kunt het aan’. Veel mensen hebben er baat bij om zichzelf op deze manier gerust te stellen, wanneer de angst dreigt toe te slaan.
  • Zoek afleiding als u in een situatie bent die u spannend vindt. Het beste kunt u zich niet mee laten slepen door de angstige gevoelens of gedachten. Beter kunt u uw aandacht richten op de dingen om u heen. Kijk eens bewust naar andere mensen, hoe zij eruit zien, wat ze aan hebben, et cetera. Of geef u zelf een opdracht, zoals het terugtellen vanaf duizend in stappen van drie. De angst heeft dan veel minder kans om vat op u te krijgen, omdat u met andere dingen bezig bent.
  • Bereid u voor op angstige situaties. Door van tevoren na te denken wat er zou kunnen gebeuren en hoe u dat dan op zou kunnen lossen. Vermijding of snel weggaan uit de situatie is op den duur geen goede oplossing. Het is verstandig om na te gaan wat u zou kunnen overkomen en hoe u hiermee om zou kunnen gaan. Schrijf mogelijke oplossingen voor uzelf op en neem deze mee. De ervaring leert dat het moeilijk is om helder te blijven denken als u angstig dreigt te worden. Het kan helpen als u dan uw eerder bedachte oplossingen er gewoon bij kunt pakken.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Als u nog niet zo lang last heeft van paniekaanvallen, is het belangrijk om te voorkomen dat deze zich gaan uitbreiden naar andere gebieden in uw leven. Gaat u daarom geen situaties vermijden. Het beste is juist om te proberen, ook als u angstig bent, die situaties op te zoeken. U zult merken dat u het kunt doorstaan, ook al bent u angstig. Op deze manier voorkomt u dat het probleem steeds groter wordt en mogelijk zal uw angst zelfs weer minder worden.

Neem niet uw toevlucht tot alcohol of andere middelen die een verdovende werking hebben, om uw angst te bezweren. Soms lijkt het dat deze middelen u rustiger maken, toch werkt het niet zo. Alcohol en drugs versterken juist vaak de emoties en daarmee ook de angst. U lost uw probleem er niet mee op, de kans op een nieuw probleem ligt om de hoek.

Praat over uw angstgevoelens. Schaam u er niet voor. Als u er met anderen over spreekt, zult u merken dat veel mensen wel eens last hebben gehad van angstgevoelens. U staat zeker niet alleen.

In samenwerking met

Drs. H.J.M. Smeur (auteur)
Dr. A.A. Vendrig (consulent)

Wetenschappelijke verantwoording

  • American Psychiatric Association, DSM-IV Patientenzorg: diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen voor de geneeskunde, Bewerkte vertaling van de ‘DSM-IV Primary Care, International Edition’, Swets & Zeitlinger, 1996
  • American Psychiatric Association, Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV, Swets & Zeitlinger, 1995
  • Beck, JS, Basisboek cognitieve therapie, HB uitgevers, 1999
  • Blom, MBJ, Kerver, MM en Nolen, WA, Inleiding in de interpersoonlijke psychotherapie, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
  • Bögels, SM en Van Oppen, P (red.), Cognitieve therapie: theorie en praktijk, Bohn Stafleu Van Loghum, 1999
  • Emmelkamp, P, Bouman, T en Scholing, A, Angst, fobieën en dwang: diagnostiek en behandeling, Bohn Stafleu Van Loghum, 1995
  • Greenberger, D & Padesky, CA, Je gevoel de baas, Leer je negatieve denkpatronen veranderen, Swets & Zeitlinger, 2001
  • Jeffers, S, Niet durven, toch doen: adviezen en technieken om angst en besluiteloosheid om te buigen in kracht en actie Keijsers, dr. GPJ, Van Minnen, dr. A en Hoogduin, prof. dr. CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg deel I, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
  • Keijsers, dr. GPJ, Van Minnen, dr. A en Hoogduin, prof. dr. CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg deel II, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
  • Roborgh, MRHM, Ik word ineens zo raar, Over spanning en hyperventilatie, Boom, 2002
  • IJzermans, TH en Heffels, A, Dat durf ik niet, Over angsten en fobieën, Boom, 2002
  • NHG Standaard Angst  2012