Oorzaken van chronische rugklachten

Wat zijn chronische rugklachten?

Rugklachten kunnen in intensiteit en duur sterk wisselen. Afhankelijk van de intensiteit en duur kunnen we de volgende indeling maken:

  • chronische rugklachten rugklachten die langer dan drie maanden onafgebroken aanwezig zijn
  • telkens terugkerende of intermitterende rugklachten rugklachten die tijdens een bepaalde periode aanwezig zijn, dan helemaal verdwijnen en later weer terugkeren. Bij een aantal mensen gaat deze vorm over in chronische rugklachten. De klachtenvrije perioden worden steeds korter en uiteindelijk bestaan er onafgebroken klachten.

Van de mensen met rugklachten wordt bij minder dan 5% een duidelijke lichamelijke ziekte of afwijking gevonden. Bijvoorbeeld een hernia, botontkalking of in een enkel geval uitzaaiingen van borst- of prostaatkanker. Bij het overgrote deel worden geen afwijkingen gevonden. Artsen spreken dan van 'aspecifieke rugklachten'.

Bij de meeste mensen (meer dan 90%) zijn de rugklachten binnen zes weken verdwenen. De vraag 'waarom hou ik klachten?' ligt dan ook voor de hand. Hoewel er geen ziekte of lichamelijke afwijking is, betekent dit zeker niet dat de klachten zijn ingebeeld. Mensen met chronische klachten stellen zich niet aan. Psychologische factoren kunnen een rol spelen, maar lichamelijke processen zorgen ervoor dat de klachten chronisch worden. Het is belangrijk om onderscheid te maken in:

  • lichamelijke ziekten en afwijkingen Bijvoorbeeld een hernia of een fractuur (breuk)
  • lichamelijke processen Bijvoorbeeld houding, conditie en hoe iemand zijn spieren gebruikt.

Lichamelijke processen en gedrag gaan hand in hand. De laatste jaren is men steeds beter gaan begrijpen hoe gedrag en lichamelijke processen samenhangen en ervoor kunnen zorgen dat acute rugpijn chronisch wordt.

Twee processen die bij het chronisch worden van rugpijn vaak een rol spelen, zijn:

  1. overmatige spieractiviteit
  2. bewegingsangst

1. Overmatige spieractiviteit: Stelt u zich eens een persoon voor waar u nog een appeltje mee te schillen heeft. Probeert u die persoon scherp voor de geest te halen. Als u uw boosheid toelaat, let dan op de reactie van uw lichaam. Waarschijnlijk merkt u veranderingen op, zoals:

  • onbewust optrekken van de schouders
  • ballen van de vuisten
  • diep ademhalen

Hieruit blijkt dat ons lichaam, met name onze spieren, reageren op hoe we ons voelen. Dit gebeurt meestal zonder dat we hier erg in hebben. Vooral onze rug- en nekspieren zijn gevoelig voor zulke 'stressreacties'. Overmatige spieractiviteit kan ook 's nachts plaatsvinden. Dit merken we als we opstaan en ons moe, stijf en niet uitgerust voelen.

Uit onderzoek blijkt dat mensen met chronische rugpijn vaak een gestoorde slaap hebben. Spieren hebben juist een goede slaap nodig om zich te herstellen of om 'op te laden'. Een misverstand is om te denken dat stress altijd vooraf moet gaan aan de rugpijn; het omgekeerde kan ook. De aanhoudende rugpijn is een bron van ergernis en stress. Hierdoor ontstaat overmatige spieractiviteit waardoor de rugpijn nog erger wordt. Personen waarbij overmatige spieractiviteit een rol speelt, hebben ook vaak last van andere stressklachten zoals nekpijn, hoofdpijn en moeheid.

2. Bewegingsangst: Mensen hebben van nature vrees voor pijn. Dit heeft een belangrijke functie, want we kijken wel twee keer uit voordat we onze handen branden aan een gloeiend hete pan. Mensen met acute rugpijn merken vaak dat hun rugpijn toeneemt tijdens bepaalde bewegingen. Het ligt voor de hand dat mensen die bewegingen vermijden, dan is de pijn tenslotte minder. Dit blijkt echter voor rugpijn niet te gelden.

Uit onderzoek blijkt dat mensen die na acute rugpijn bedrust houden, veel langer last hebben van rugpijn, dan mens en die op een normale en rustige manier doorgaan met hun dagelijkse activiteiten . Een belangrijk kenmerk van bewegingsangst is dat mensen niet meer spontaan en onbevangen durven bewegen en op een minder 'soepele' manier bewegen. Men anticipeert als het ware op toename van rugpijn, door behoedzamer te bewegen. Juist hierdoor worden de spieren veel meer aangespannen en kan verkramping ontstaan. Hierdoor kan de rugpijn juist toenemen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft herhaaldelijk aangetoond dat bewegingsangst de belangrijkste oorzaak is van het chronisch worden van acute rugpijn. Verkeerde overtuigingen over bewegingsangst:

  • belasting van de rug is slecht Mensen die bijvoorbeeld jarenlang zwaar werk hebben verricht en rugpijn ervaren, denken vaak dat zij hun rug 'kapot' maken door de rug te belasten
  • pijn is een signaal dat er iets niet goed zit in het lichaam en daarom voorkomen moet worden Door bewegingsangst neemt de conditie af, waardoor de belastbaarheid van de rug verder afneemt. Hierdoor komen veel mensen in een vicieuze cirkel terecht.

Samenvatting De processen die een rol spelen bij het chronisch worden van acute rugpijn zijn:

  • overmatige spieractiviteit
  • bewegingsangst

Dit zijn 'reversibele' processen zijn. Dat wil zeggen dat ze omkeerbaar zijn. Chronische rugpijn hoeft dus niet te betekenen dat de pijn nooit meer weggaat. Zolang overmatige spieractiviteit en bewegingsangst blijven bestaan, blijft de rugpijn ook bestaan.

Deze processen hebben de eigenschap zichzelf te versterken. Bewegingsangst leidt tot afname van activiteiten, waardoor ergernis kan ontstaan en dus stress. Hierdoor neemt de rugpijn toe. Als dit patroon wordt doorbroken, zal de situatie verbeteren.

Onjuiste verklaringen voor chronische rugklachten

Rugklachten verdwijnen meestal na een korte periode weer. Door ongerustheid en angst kunnen de klachten blijven bestaan. Goede voorlichting kan uw ongerustheid en angst wegnemen. Helaas krijgen veel mensen met rugklachten onjuiste verklaringen en adviezen te horen van kennissen, vrienden of zorgverleners. Deze adviezen zijn goed bedoeld, maar hebben vaak het onbedoelde gevolg dat u juist onzeker en angstig wordt. Dit leidt onbewust tot een verhoogde activiteit van de rugspieren. Door deze 'stress-spierreactie' neemt de pijn toe. Hieronder bespreken we vier veel gebruikte termen en onjuiste verklaringen:

1. Slijtage De term slijtage wordt vaak ten onrechte gebruikt bij rugklachten. In het dagelijks leven gebruiken we deze term voor materiaal waarvan de kwaliteit vermindert. Het proces in de rug, waarvoor de term slijtage gebruikt wordt, is van een andere aard. De veranderingen aan de wervels en tussenwervelschijven zijn fysiologisch.

Dit is een normaal proces dat hoort bij het ouder worden van het lichaam. De juiste term hiervoor is degeneratie en niet slijtage. Bij degeneratie wordt de rug stijver en kan de romp zelfs iets korter worden, doordat wervels en tussenwervelschijven iets in hoogte afnemen. Verder ontstaan er geleidelijk ook verkalkingen in de gewrichtsbanden tussen de wervels. Dit kan al op relatief jonge leeftijd (bijvoorbeeld 35 jaar) op een röntgenfoto te zien zijn. De verkalkte gewrichtsbanden zien er haakvormig uit. Dit zijn banden die kalk bevatten en is niet ernstig.

Sommige mensen met rugklachten schrikken als ze van hun arts horen dat er sprake is van slijtage met haakvorming. Onbewust kan dit weer leiden tot krampachtig bewegen.

2. Verschoven of vastzittende wervels Veel mensen met acute rugpijn vertellen dat het er plotseling 'inschoot'. Ze staan dan geblokkeerd in een licht gebogen houding. Ze kunnen zich niet of nauwelijks bewegen. Sommigen gaan met zo'n geblokkeerde rug naar een chiropractor of manueel therapeut en laten zich 'kraken'. Hierdoor neemt de pijn bij de meesten af en bewegen ze zich weer makkelijker. Vaak wordt gedacht dat bij zo'n behandeling de wervels losgemaakt worden. Dat is niet het geval.

Wat gebeurt er nu werkelijk? Wervels zijn botdelen die niet vastzitten of verschuiven. Wervels worden door spieren in een bepaalde stand gebracht en gehouden. Volgens moderne inzichten staan de wervels bij een geblokkeerde rug niet vast, maar worden ze door verkrampte spieren in een bepaalde stand gehouden.

Waarom werkt manipuleren of kraken? Manipulatie (of 'kraken') van de rug is te vergelijken met de manier waarop iemand met kuitkramp wordt behandeld: men drukt de voet langzaam in de richting van de gebogen knie. Hierdoor rekt de kuitspier geleidelijk en verdwijnt de kramp. Zo eenvoudig is de situatie in de rug niet: de rug heeft veel spieren en van buitenaf is het niet direct duidelijk welke spier verkrampt is.

Daarom is een speciale techniek nodig om de rug te manipuleren. Manipuleren kan de pijn snel verminderen. Als de klachten echter na twee of drie behandelingen niet aanzienlijk verminderen, is het niet goed om hiermee door te gaan volgens de huidige inzichten. Overleg van tevoren met uw huisarts of manipuleren voor u een geschikte behandeling is.

3. Instabiele rug De rug bestaat uit veel wervels. De wervels bewegen ten opzichte van elkaar met kleine gewrichtjes. In het algemeen kan instabiliteit van een gewricht ontstaan door onvoldoende spierbeheersing, of door slappe of te lange gewrichtsbanden. Dit laatste kan ontstaan door een ongeval, bekend zijn de knie- en enkelbandletsels bij sporten. Ook aan de rug kan dit letsel voorkomen, dat is echter relatief zeldzaam.

Spieren bewegen niet alleen het gewricht maar stabiliseren het ook. Als de spieren rond de wervels moe worden, neemt de stabiliteit van de wervelkolom af. Er kan makkelijker overbelasting ontstaan. Veel artsen spreken liever van een slechte spierconditie dan van 'een instabiele rug'. Overigens zijn slappe banden bij een normale conditie van de rug- en buikspieren geen oorzaak van rugklachten.

4. Beenlengteverschil Een verschil in lengte van de benen, geeft bij het staan een geringe scheefstand van het bekken. De lendenwervelkolom compenseert deze scheefstand. Dat is te zien als een kleine slinger in de wervelkolom. De lendenwervelkolom en het bekken worden in deze stand gehouden door de spieren van rug en bekken. Aan de ene kant zijn ze actiever dan aan de andere kant. Veel mensen zien dit mechanisme als een verklaring voor rugklachten.

Uit onderzoek blijkt dat een beenlengteverschil rugklachten kan veroorzaken, maar dan moet het verschil wel tenminste twee centimeter zijn. Veel mensen blijken een beenlengteverschil van één á anderhalve centimeter te hebben, zonder dat ze rugklachten hebben. Kennelijk kunnen onze spieren dat aan zonder dat ze oververmoeid en overbelast raken. Als het verschil in lengte van de benen tweeënhalve centimeter of meer is en er bestaan rugklachten, dan is het te overwegen de hak en zool van de schoen aan de kant van het kortere been iets te verhogen.

Samenvatting chronische rugklachten

De oorzaak van het chronisch worden van lage rugklachten heeft vooral te maken met de manier waarop iemand met zijn klachten omgaat. Onbewuste processen die het gedrag beïnvloeden spelen hierbij een rol. Onjuiste ideeën over de oorzaken en achtergronden van de klachten hebben een negatieve invloed. Een voorbeeld: u heeft een rugblessure, doordat u zich aan iets heeft vertild. Het gaat hier dus om een lichamelijke overbelasting. U bent erg geschrokken en u wordt steeds minder actief, omdat u bang bent dat het er weer opnieuw inschiet. Geleidelijk aan gaat u uw leven inrichten op het vermijden van de rugpijn, waardoor u de klachten in stand houdt, zonder dat u dat wilt. De klachten zijn nu chronisch geworden.

Meer informatie kunt u lezen in de informatiefolder 'Van acute naar chronische rugklachten'.

In samenwerking met

Drs. T. Dijkhorst (auteur) Dr. P.F. van Akkerveeken (consulent)

Wetenschappelijke verantwoording

  • Smulders PGW, Veerman TJ. Handboek ziekteverzuim. Gids voor de bedrijfspraktijk
  • Willems JHBM, Croon NHTh, Koten JW. Handboek Arbeid en belastbaarheid
  • Richtlijn CBO Aspecifieke lage rugklachten
  • Richtlijn NVAB: Handelen van de bedrijfsarts bij werknemers met lage rugklachten
  • NHG Standaarden Aspecifieke lage rugpijn 2005
  • NHG Standaarden lumbosacraal radiculair syndroom. 2015
  • Akkerveeken PF van, Versloot JM. De Rugdokter. Diemen, 1997. ISBN 90 6057 956 9
  • Main CJ, Wood PLR, Hollis S, Spanswick CC, Waddell G. The Distress and Risk Assessment Method. Spine 17 (1992): 42-52
  • Fordyce WE, Brockway JA, Bergman JA, Spengler D. Acute back pain: A control-group comparison of behavioral vs traditional methods. J Behav Med 1986;9:127-140
  • Vlaeyen JW, Linton SJ. Fear-avoidance and its consequence in chronic musculoskeletal pain: A state of the art. Pain 2000;85:317-332
  • Waddell G. The back pain revolution. Edinburgh: Livingstone, 1998

Pagina laatst aangepast op 25 juni 2019


Gerelateerd