Minipil

Wat is de minipil?

De minipil is een anticonceptie pil. Het bevat alleen het progestageen hormoon. Het progestageen hormoon kan worden toegediend in de vorm van een pil de zogenaamde minipil, als injectie, via een hormoonstaafje of een hormoonspiraaltje.

Hoe werkt de minipil?

Het progestageen blokkeert de afgifte van de natuurlijke hormonen in de hypofyse (het hersenaanhangsel) die nodig zijn om de eierstokken te stimuleren een rijpe eicel te produceren. Dat betekent dat er geen eitje meer vrijkomt en er dus ook geen bevruchting kan plaatsvinden. Bovendien wordt door het progestageen de samenstelling van het baarmoederhalsslijmvlies zodanig veranderd dat de baarmoederhals niet meer toegankelijk is voor zaadcellen.

Hoe gebruikt u de minipil?

De minipil Cerazette® moet dagelijks worden geslikt. Het is aan te raden de pil op een vast tijdstip in te nemen, bijvoorbeeld ’s avonds. Op deze manier is de kans om een pil te vergeten het kleinst. Leg de pilstrip daarom op een vaste plaats bijvoorbeeld bij de tandenborstel of op het nachtkastje. Er kan maximaal 12 uur speling in het tijdstip van innemen zitten. De pil blijft dan betrouwbaar. Als de pil meer dan 36 uur na de vorige pil pas wordt ingenomen dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie de folder mislukte anticonceptie. De minipil wordt zonder stopweek geslikt.

Hoe betrouwbaar is de minipil?

De betrouwbaarheid van de minipil Cerazette® is vergelijkbaar met de betrouwbaarheid van de gewone pil. De kans om zwanger te worden is kleiner dan 0,5% als de pil volgens voorschrift wordt ingenomen. In de praktijk blijkt de kans om zwanger te worden groter. De meest voorkomende oorzaak is het vergeten van de pil.

De minipil, zijn er bijwerkingen?

Bij de minipil kan er tijdens de eerste drie maanden onregelmatige en soms ook langdurige bloedingen, meestal in de vorm van “spotting” (enkele druppels bloedverlies of wat bruinige afscheiding). De totale hoeveelheid bloedverlies is echter altijd minder dan wanneer geen hormonen worden gebruikt. De bloedingen worden geleidelijk minder en blijven in een aantal gevallen uiteindelijk helemaal weg. Ook als de bloeding helemaal verdwijnt blijft de methode betrouwbaar en er bestaat dan ook geen reden om aan zwangerschap te denken.

Soms kan er kort na het beginnen met de minipil een korte periode van hoofdpijn ontstaan, die vanzelf weer binnen een week verdwijnt. Ook kan kortdurend iets vocht worden vastgehouden. Ook dat gaat als regel vanzelf weer over.

Na het stoppen met de minipil komt de normale cyclus vrijwel meteen terug. Meestal komt de eerste eisprong al na enkele weken en zwanger worden is dan weer mogelijk.

Wanneer naar de huisarts?

Als gekozen wordt voor de minipil is een recept van de huisarts nodig. Een bezoek aan de huisarts is ook nodig bij:

  • aanhoudende hinderlijke bloedingen met uitzondering van de bloedingen die ontstaan in de eerste 3 maanden van het gebruik van de methode
  • onverklaarbare (spier)pijn in een van de kuiten, evt. in combinatie met roodheid ter uitsluiting van trombose
  • onverklaarbare pijn op de borst ter uitsluiting van hartaandoeningen of embolie
  • een knobbeltje in de borst
  • verhoogde afscheiding uit de schede
  • toenemende pijnklachten bij het vrijen
  • afname van de zin in vrijen
  • sterke gewichtstoename
  • verergering van hoofdpijnklachten
  • het ontstaan van of verergering van depressieve gevoelens
  • het ontstaan of vergeren van acne (puistjes)

Is de minipil voor u geschikt?

Voor de meeste vrouwen is anticonceptie die alleen progestageen bevat (minipil) een geschikte vorm van anticonceptie. Met name is deze vorm van anticonceptie geschikt voor vrouwen, die geen oestrogenen mogen gebruiken, vrouwen die roken, vrouwen met een verhoogd risico op trombose en vrouwen die borstvoeding geven. De minipil mag niet voorgeschreven worden aan vrouwen die:

  • zwanger zijn
  • last hebben van onregelmatig bloedverlies, waarvan de oorzaak (nog) niet duidelijk is
  • een ernstig verhoogde bloeddruk hebben
  • een ernstig verhoogd cholesterolgehalte hebben
  • een leveraandoening hebben
  • een stollingsafwijking hebben
  • diabetes (suikerziekte) hebben in combinatie met ernstig vaatlijden, zoals hoge bloeddruk
  • trombose of een embolie hebben (gehad)
  • borstkanker hebben (gehad)
  • leverkanker hebben (gehad)
  • ooit een hartaanval hebben doorgemaakt
  • ooit een hersenbloeding of een TIA hebben doorgemaakt
  • medicamenten gebruiken die de werkzaamheid verminderen zoals bijv. een aantal medicamenten bij de behandeling van epilepsie
  • overgevoelig zijn voor een of meerdere bestanddelen van het gekozen preparaat

De minipil is een uitstekend anticonceptiemiddel voor vrouwen, die borstvoeding geven. Met de minipil kan al 3 weken na de bevalling worden begonnen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

De minipil beschermt alleen tegen zwangerschap, niet tegen seksueel overdraagbare aandoeningen (geslachtsziektes). Om beschermd te zijn tegen seksueel overdraagbare aandoeningen is het gebruik van een condoom of vrouwencondoom noodzakelijk. Meer hierover is te lezen in de dokterdokterfolder "barrièremiddelen"

Alleen in een stabiele seksuele relatie is extra bescherming niet nodig. Geadviseerd wordt om bij een nieuwe relatie extra bescherming te gebruiken en na 3 maanden beide partners te testen op de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoeningen als chlamydia en HIV.

Er zijn een aantal situaties die de werking van de minipil kunnen verminderen zoals braken, diarree of medicijngebruik. Bij braken binnen 4 uur na het innemen van de pil moet de pil als niet ingenomen worden beschouwd. Vaak kan de minipil dan alsnog opnieuw worden ingenomen binnen 12 uur na het normale tijdstip van inname. Lukt dit niet of wordt de pil dan opnieuw uitgebraakt dan dienen de regels van het vergeten van de pil te worden gevolgd. Zie ook de folder "mislukte anticonceptie".

Diarree is als regel een aandoening van het laatste deel van de darmen. Omdat de pil al in het eerste deel van het maagdarmkanaal wordt opgenomen en wel in de maag en de twaalfvingerige darm heeft diarree als regel geen gevolgen voor de werking van de pil. De werking van de pil is wel verminderd als de diarree behandeld wordt met medicamenten als Norit® of Agarol®. Ook als er sprake is van langer durende waterige diarree kan de werking van de pil verminderd zijn.

Bij gebruik van de volgende medicamenten is de werking van de minipil verminderd:

  • het tuberculostaticum rifampicine
  • het antimycoticum griseofulvine
  • de anti-epileptica fenytoïne, fenobarbital, primidon, carbamezapine en ethosuximide
  • Norit®
  • Agarol®
  • Sint-Janskruid (in een aantal homeopathische middelen)
  • Het gebruik van antibiotica heeft geen invloed op de werking van de minipil.

Bij het langdurig gebruik van medicijnen die de betrouwbaarheid van de gebruikte middelen beïnvloeden, kan het verstandig zijn over te stappen op een ander anticonceptiemiddel.

In samenwerking met

Dr. R.J.C.M. Beerthuizen (auteur) Drs. S. Verlinden (consulent)

Bronnen

  • Het Farmacotherapeutisch Kompas
  • NHG Standaard:anticonceptie 2011

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd