Koemelkallergie

Wat is een koemelkallergie?

Voedselallergie houdt in dat er in het lichaam een abnormale reactie van het afweersysteem optreedt na het nuttigen van een bepaald voedingsmiddel. In het geval van koemelkallergie treedt zo’n reactie op na het eten van een voedingsmiddel dat koemelkeiwit bevat.

Koemelkallergie komt het meeste voor op de zuigelingenleeftijd. Ongeveer vijf procent van alle Nederlandse baby’s heeft er in mindere of meerdere mate last van.

Andere termen zijn koemelkovergevoeligheid of koemelkintolerantie. De laatste is een meer algemene term die betekent dat koemelk niet verdragen wordt, maar het zegt niets over de oorzaak. Er kan bijvoorbeeld ook sprake zijn van een overgevoeligheid voor melksuiker (lactose-intolerantie).

Een kind kan allergisch zijn voor diverse voedingsmiddelen en soms meerdere voedingsmiddelen tegelijkertijd. De manier waarop de allergie zich uit, is niet afhankelijk van het voedingsmiddel. Uit deze tekst over koemelkallergie kunt u ook wat algemene informatie over allergie halen als uw kind een bewezen allergie heeft voor iets anders.

Symptomen van koemelkallergie

Koemelkallergie is moeilijk te herkennen. Er zijn geen symptomen die meteen duidelijk maken dat het om koemelkallergie gaat. De klachten zijn vaak mild en kunnen bij veel andere aandoeningen passen. Ook een arts kan vaak pas na lang puzzelen en uitproberen met enige zekerheid de diagnose stellen of uitsluiten. Er zijn factoren die het vermoeden van koemelkallergie kunnen doen toenemen.

Vroeg begin

Kinderen met koemelkallergie hebben meestal al klachten voordat ze vier maanden oud zijn. Klachten die later beginnen, hebben veelal een andere oorzaak.

Relatie met voeding

Wanneer uw kind binnen twee uur na het voeden klachten krijgt, is er een reële kans dat het om een koemelkallergie gaat. De relatie tussen voeding en klachten is dan immers duidelijk. Sommige kinderen krijgen echter pas na een paar uur of na een dag klachten. De relatie is dan veel moeilijker aan te tonen.

Allergie in het gezin

Bij een kind met klachten dat een broertje of zusje heeft met een allergie, is de kans op koemelkallergie groter dan bij een kind waarbij allergie niet voorkomt in het gezin. Hierover leest u straks meer onder het kopje ‘Hoe ontstaat het?’

Verschillende symptomen

Koemelkallergie kan veel verschillende klachten en symptomen geven. De huid, de luchtwegen en het spijsverteringsstelsel kunnen hierbij betrokken zijn. De kans op koemelkallergie is groter naarmate er meer orgaansystemen betrokken zijn. Een kind met huidproblemen én spijsverteringsproblemen heeft een grotere kans op koemelkallergie dan een kind dat bijvoorbeeld alleen huidproblemen heeft. Er zijn echter ook veel kinderen waarbij eczeem het enige symptoom is van de koemelkallergie.

Klachten van het spijsverteringskanaal

Koemelkallergie kan leiden tot verschillende klachten en symptomen van het spijsverteringskanaal. Deze symptomen en klachten zijn niet specifiek voor koemelkallergie en kunnen veel andere oorzaken hebben. De verdenking van koemelkallergie rijst wanneer er meerdere symptomen zijn en dan met name als deze verschillende orgaansystemen betreffen, bijvoorbeeld spijsverteringskanaal en huid.

Spugen

Bijna de helft van alle zuigelingen spuugt wel eens. Meestal geven deze kinderen na de voeding een paar mondjes terug. Dit is volkomen normaal. Als uw kindje pas later na de voeding gaat spugen of met kracht spuugt, kan er meer aan de hand zijn. In de dokterdokter.nl folder ‘spugen’ leest u meer over dit onderwerp.

Krampen

Ongeveer 15 procent van alle zuigelingen jonger dan vijf maanden heeft wel eens last van darmkrampjes. De spieren rond de darm trekken dan krachtig samen en dat is pijnlijk. Het kind wordt er onrustig door en kan intens, hard en ontroostbaar huilen. Het trekt de beentjes op en strekt zijn rug naar achteren. Het kind kan hierdoor als een plank op uw arm liggen. Het buikje voelt gespannen aan en het kind kan windjes laten. Trekt de kramp weer weg, dan stopt het kind plotseling met huilen. Dit alles herhaalt zich totdat na enige tijd (minuten tot uren) de buik weer rustig is geworden en er geen nieuwe krampen meer komen. Darmkrampjes kunnen diverse oorzaken hebben. In een kleine minderheid van de gevallen is voedselovergevoeligheid de oorzaak.

Diarree

De ontlasting van zuigelingen is per kind heel verschillend. Het ene kind heeft van nature dunnere ontlasting dan het andere. U moet eigenlijk pas aan diarree gaan denken als uw kind vaker ontlasting heeft dan u van hem gewend bent en wanneer deze ontlasting dunner is dan anders. In het geval van koemelkallergie kan er sprake zijn van chronische diarree, dat wil zeggen dat de periode van diarree l anger duurt dan twee weken. In de meeste gevallen duurt de diarree korter en wordt ze veroorzaakt door andere dingen dan koemelkallergie. In de dokterdokter.nl folder ‘acute diarree bij kinderen’ leest u meer over dit onderwerp.

Obstipatie

Obstipatie houdt in dat een kind minder vaak en hardere ontlasting heeft dan anders. Het is een weinig voorkomend symptoom van koemelkallergie. In de meeste gevallen heeft obstipatie een andere oorzaak. Hierover leest u meer in de dokterdokter.nl folder ‘obstipatie bij kinderen’.

Slecht drinken

Sommige kinderen met voedselallergie vinden het niet fijn om te drinken. Ze nemen een paar slokjes en houden dan op met drinken. Wanneer er wordt geprobeerd de tepel of de speen weer naar het mondje te brengen, draait het kind zijn hoofdje weg. Overigens kan dit gedrag ook bij gezonde zuigelingen voorkomen.

Niet goed groeien

Elke keer dat u met uw kindje het consultatiebureau bezoekt, wordt het gewogen en gemeten. Deze gegevens worden uitgezet in een groeicurve. De arts kan daarmee in één oogopslag zien of uw kindje voldoende groeit. Wanneer de arts twijfelt over de groei, kan hij via berekeningen bepalen in hoeverre dit het geval is. Als blijkt dat een kind inderdaad te weinig groeit, kan dit wijzen op een koemelkallergie. In de meeste gevallen is er echter een andere oorzaak te vinden voor de groeivertraging.

Huidverschijnselen

Koemelkallergie kan leiden tot verschillende klachten en symptomen van de huid. Deze symptomen en klachten zijn niet specifiek voor koemelkallergie en kunnen veel andere oorzaken hebben. De verdenking van koemelkallergie wordt groter als er meerdere symptomen zijn en dan met name als deze verschillende orgaansystemen betreffen, bijvoorbeeld spijsverteringskanaal en huid. Er zijn echter kinderen waarbij eczeem het enige symptoom is van de koemelkallergie.

Constitutioneel eczeem

Ongeveer 10 procent van alle zuigelingen heeft last van eczeem. De huid is op bepaalde plaatsen rood en schilferig en jeukt sterk. Bij baby’s bevindt het eczeem zich met name in het gezicht en op de buik en de rug. Later breidt het zich uit naar de huidplooien van de ellebogen, knieholtes en hals. Soms ontstaan kleine blaasjes, na krabben vaak korstjes. Dit eczeem, dat meestal begint vóór de leeftijd van negen maanden, wordt constitutioneel eczeem genoemd. Vaak is het een eerste teken van een erfelijke aanleg voor allergieën; de atopische constitutie. Kinderen met constitutioneel eczeem hebben een verhoogde kans (20-30 procent) op koemelkallergie. De meerderheid van de kinderen met constitutioneel eczeem verdraagt koemelk echter prima. In de dokterdokter.nl folder ‘constitutioneel eczeem’ kunt u meer lezen over dit eczeem.

Galbulten

Galbulten, ook urticaria of netelroos genoemd, zijn hevig jeukende rode bulten, kwaddels, op de huid. Ze lijken vaak op brandnetel- of muggenbulten. Bij een klein deel van de kinderen worden galbulten veroorzaakt door een voedselallergie. De galbulten ontstaan snel na het innemen van koemelk en verdwijnen ook weer vlug. Bij sommige kinderen ontstaan tijdens het drinken al galbulten in of rondom de mond. Dit is een typisch verschijnsel van voedselallergie. U leest meer over galbulten in de dokterdokter.nl folder ‘acute netelroos’.

Huiduitslag

Kinderen met een lichte vorm van koemelkallergie kunnen vlak na het drinken een rode huiduitslag krijgen. Deze uitslag zit meestal niet op de ledematen en jeukt niet. Na een half uur verdwijnt de uitslag weer. Wanneer het kind wat melk knoeit op de huid, kan op die plek dezelfde reactie ontstaan. In een enkel gev al gaat de uitslag gepaard met een verstopte neus en rode, tranende ogen.

Zwelling (oedeem)

Heel soms gaat koemelkallergie gepaard met zwellingen (oedeem) in het gelaat. De lippen, de tong en de oogleden kunnen opzwellen. Wanneer ook het strottenklepje in de keel opzwelt, kan dit leid en tot problemen met ademhalen. Incidenteel zwellen ook de geslachtsorganen op.

Verschijnselen van de luchtwegen

Koemelkallergie kan leiden tot verschillende klachten en symptomen van de luchtwegen. Deze zijn niet specifiek voor koemelkallergie en kunnen veel andere oorzaken hebben. De verdenking van koemelkallergie wordt groter wanneer er meerdere symptomen zijn en dan met name als deze verschillende orgaansystemen betreffen, bijvoorbeeld luchtwegen en spijsverteringskanaal.

Allergische neusklachten

Jonge kinderen kunnen het grootste gedeelte van het jaar verkouden zijn. Dit is normaal en helpt mee aan de ontwikkeling van het afweersysteem. De verkoudheden gaan gepaard met verstopte neusjes en snottebellen. Koemelkallergie geeft in incidentele gevallen soortgelijke klachten. Deze kunnen gepaard gaan met tranende en jeukende ogen. In de dokterdokter.nl folder ‘verkoudheid bij jonge kinderen’ kunt u meer lezen over de veel voorkomende verkoudheden. [link naar de folder ‘verkoudheid bij jonge kinderen’, als mensen dit aanklikken, krijgen ze de folder te zien in een pop-up scherm].

Astma

Astma kan voorkomen op de zuigelingenleeftijd, maar het wordt vaker gezien vanaf het tweede levensjaar. Het kind is in aanvallen benauwd en maakt een piepend geluid bij het ademhalen. Vaak hebben deze kinderen een gezinslid met een ernstige vorm van allergie. Astma op deze leeftijd kan verschillende oorzaken hebben. In zeldzame gevallen wordt het veroorzaakt door een koemelkallergie. In de dokterdokter.nl folder ‘astma’ kunt u meer lezen over dit onderwerp. Overigens zullen niet alle jonge kinderen die wel eens piepen, uiteindelijk astma ontwikkelen. [link naar de module ‘astma’, als mensen dit aanklikken, krijgen ze de module te zien in een pop-up scherm].

Anafylactische shock

Soms reageert een kind zo sterk op koemelkallergie dat er een anafylactische shock ontstaat. Dit komt gelukkig vrij zelden voor. In het geval van een anafylactische shock ontstaat snel na het nuttigen van melk een ernstig beeld. Het kind wordt suffer en kan het bewustzijn verliezen, doordat er een acute bloeddrukdaling optreedt. De oogleden, lippen en tong kunnen opzwellen. Ook het strottenklepje in de keel kan dikker worden en ademhalingsproblemen veroorzaken.

Daarnaast kan ook een astma-aanval optreden die eveneens tot problemen met de ademhaling kan leiden. In sommige gevallen is het belangrijk dat direct medische hulp geboden wordt (112 bellen!). Bij spoedige medische zorg kan het kind zonder blijvende schade genezen.

Hoe ontstaat een koemelkallergie?

Koemelkallergie houdt in dat er in het lichaam een abnormale afweerreactie plaatsvindt na het nuttigen van een voedingsmiddel dat koemelkeiwit bevat in. Een aantal factoren speelt een rol bij het op gang komen van deze reactie.

Onrijp maag-darmkanaal

Bij volwassenen worden eiwitten uit de voeding door het spijsverteringskanaal verteerd tot erg kleine stukjes. In de darm worden deze stukjes eiwit door de wand heen getransporteerd naar het bloed. Zuigelingen hebben een maag-darmkanaal dat nog niet volledig ontwikkeld is. De eiwitten uit de melk die ze drinken worden niet optimaal verteerd waardoor relatief grote stukken eiwit de darm bereiken. Deze grotere stukken eiwit glippen door de nog niet helemaal goed functionerende darmwand en komen terecht in het bloed.

Allergische reactie

Bij de meeste kinderen veroorzaken de grotere stukken eiwit in het bloed geen klachten. Bij een aantal kinderen daarentegen reageert het afweersysteem wel op deze stukken eiwit. Wanneer het afweersysteem van deze allergische kinderen het koemelkeiwit voor het eerst opmerkt, gaat het antistoffen maken. Het kindje merkt hier niets van. De volgende keren dat het afweersysteem in contact komt met het koemelkeiwit, wordt het herkend en aan de antistoffen gekoppeld. Deze koppeling leidt ertoe dat de afweercel waar de antistoffen aan vastgekoppeld zitten, de zogenaamde mestcel, openbreekt. De inhoud van deze mestcellen, voornamelijk histamine, komt terecht in het bloed en in de slijmvliezen van longen, neus en darmen. Histamine is de stof die verantwoordelijk is voor de verschijnselen die kunnen optreden bij koemelkallergie.

Atopische constitutie

Bij koemelkallergie speelt de erfelijke aanleg om allergisch te kunnen reageren een belangrijke rol. Dit wordt atopische constitutie genoemd. Naast voedselallergie kunnen deze kinderen ook te maken krijgen met allergische neusklachten, hooikoorts, astma en eczeem (constitutioneel eczeem of dauwworm). Als een kind een vader en/of moeder en/of een ouder broertje of zusje met voedselallergie of astma heeft, is de kans groter dat ook dit kind een atopische constitutie heeft bij de geboorte. Deze kans neemt toe naarmate meer gezinsleden dergelijke klachten hebben (gehad).

Uitlokkende factoren

Niet elk kind met erfelijke aanleg krijgt een koemelkallergie. Voor een deel wordt dit veroorzaakt door voorzorgsmaatregelen die ouders nemen. Door een goede voeding te kiezen kunnen veel klachten voorkomen worden. Hierover leest u later meer. Daarnaast spelen uitlokkende factoren een rol. Dat wil zeggen dat de koemelkallergie kan ontstaan op een moment dat de darmen niet in optimale conditie zijn. Na een flinke buikgriep bijvoorbeeld. De darmen zijn dan extra doorlaatbaar voor stukjes eiwit, waardoor de kans dat het afweersysteem gaat reageren groter wordt.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Wanneer u vermoedt dat uw kindje allergisch is voor koemelk, zal de arts van het consultatiebureau samen met u nagaan of dit vermoeden op waarheid berust. Dit gebeurt doorgaans door een (aantal) gesprekken en eventueel een koemelk-eliminatie-reïntroductietest. Mocht de diagnose dubieus blijven, dan kan de huisarts nog een aantal testen uitvoeren en u eventueel doorverwijzen naar de specialist. Is de diagnose bewezen, dan krijgt uw kindje een koemelkeiwitvrij dieet.

Diagnostiek koemelkallergie

Gesprek met de arts

De consultatiebureauarts zal in één of meerdere gesprekken met u nagaan of er bij uw kindje sprake kan zijn van koemelkallergie. Een klachtendagboekje kan daarbij van grote waarde zijn. De week voordat u een afspraak heeft, kunt u een dagboekje bijhouden. Probeer hierin zoveel mogelijk details te vermelden over de voeding en de klachten/symptomen van uw kindje en het moment waarop die klachten optreden. Bij ernstige klachten wordt u direct doorverwezen naar de huisarts die u weer kan verwijzen naar een kinderarts, dermatoloog of (internist-)allergoloog. In de praktijk blijkt dit zelden nodig te zijn. Heeft de consultatiebureauarts al het vermoeden dat uw kind allergisch reageert op koemelkeiwit, dan kan een koemelk-eliminatie-reïntroductietest gestart worden.

Koemelk-eliminatie-reïntroductietest bij een kindje dat borstvoeding krijgt

De koemelk-eliminatie-reïntroductietest bestaat zoals de naam al aangeeft uit twee delen: de eliminatie en de reintroductie van koemelk in de voeding. De eerste 4 weken volgt de moeder een dieet dat vrij is van koemelkeiwit. Ook melk van andere dieren mag niet gebruikt worden. Samen met de consultatiebureauarts of een diëtist stelt u dit dieet samen. U noteert in een dagboekje de voedingstijdstippen en het beloop van de klachten. Na deze periode begint u stap voor stap weer met normale voeding (de belasting). Uit onderzoek is gebleken dat het meest betrouwbare resultaat wordt verkregen als de test twee keer wordt uitgevoerd.

Als bij uw kindje de klachten in de eerste periode verminderden en bij de belasting weer terugkeren, is er waarschijnlijk sprake van koemelkallergie. In twijfelgevallen kan de test nog een keer uitgevoerd worden. Wanneer de klachten gedurende de test niet zijn veranderd, is er geen sprake van koemelkallergie.

Dit is ook het geval als de klachten tijdens de eliminatie wel verminderden, maar daarna bij de belasting niet opnieuw toenamen. Veel ouders vinden het moeilijk om de test af te maken als hun kindje tijdens de eliminatie opknapt. Het gaat nu juist zo goed en dan moeten ze toch weer koemelk geven. Deze gevoelens zijn heel begrijpelijk. Toch is het belangrijk om de test af te maken. Alleen dan is het zeker dat er sprake is van een koemelkovergevoeligheid. Dit is enerzijds belangrijk om u niet onnodig een (zwaar) dieet op te leggen. Anderzijds om ook uw kindje in de toekomst geen onnodige beperkingen op te leggen.

Koemelk-eliminatie-reïntroductietest bij een kindje dat flesvoeding krijgt

De koemelk-eliminatie-reïntroductietest bestaat zoals de naam al aangeeft uit twee delen: de eliminatie en de reintroductie van koemelk in de voeding. De eerste 4 weken voedt u uw kindje met hypoallergene zuigelingenvoeding (de eliminatie). In deze voeding zitten weinig tot geen allergenen. U noteert in een dagboekje de tijdstippen van voeding en het beloop van de klachten. Na deze periode begint u stap voor stap weer met de normale voeding (de belasting). Via het consultatiebureau krijgt u een schema waarin precies staat wat u wanneer aan uw kindje moet geven. Uit onderzoek is gebleken dat het meest betrouwbare resultaat wordt verkregen als de test twee keer wordt uitgevoerd.

Als bij uw kindje de klachten in de eerste periode verminderen en bij de belasting weer terugkeren, is er waarschijnlijk sprake van koemelkovergevoeligheid en mogelijk van een koemelkallergie. In twijfelgevallen kan de test nog een keer uitgevoerd worden. Wanneer de klachten gedurende de test ni et zijn ver anderd, is er geen sprake van koemelkovergevoeligheid. Dit is ook het geval wanneer de klachten tijdens de eliminatie wel verminderden, maar daarna bij de belasting niet weer toenamen.

Veel ouders vinden het moeilijk om de test af te maken als hun kindje tijdens de eliminatie opknapt. Het gaat nu juist zo goed en dan moeten ze toch weer koemelk geven. Deze gevoelens zijn heel begrijpelijk. Toch is het belangrijk om de test af te maken. Alleen dan is het zeker dat er sprake is van een koemelkovergevoeligheid. Dit is enerzijds belangrijk om het kind geen onnodige beperkingen op te leggen. Anderzijds omdat de dure hypoallergene voeding meestal alleen wordt vergoed na een goed uitgevoerde koemelk-eliminatie-reïntroductietest.

Bloedonderzoek

Als de uitslag van de koemelk-eliminatie-reïntroductietest onvoldoende zekerheid geeft, kan de huisarts aanvullend bloedonderzoek (zgn. RAST-onderzoek, bepaling van allergische antistoffen tegen onder andere koemelk) in het bloed laten doen. Helaas zijn deze testen niet 100 procent betrouwbaar. Ze kunnen zowel onterecht positief als onterecht negatief uitvallen. Met name bij kinderen die eczeem hebben, is de test minder betrouwbaar. Toch wordt het bloedonderzoek nog regelmatig uitgevoerd, omdat het in combinatie met uitslagen van andere onderzoeken kan bijdragen aan de diagnostiek.

Huidtest

Ook een huidtest kan extra informatie gegeven. De test kan op twee manieren worden uitgevoerd. Ten eerste kan een priktestje worden verricht waarbij een kleine hoeveelheid van het verdachte voedingsmiddel met een speciaal prikkertje in de huid wordt geprikt. Voor het kind is deze test soms wat belastend. Voor kinderen met uitgebreid eczeem zijn deze huidtesten niet geschikt. De test is dan te vaak onterecht positief of juist negatief.

Ten tweede kan worden getest met plakkertjes waarop verdachte voedingsmiddelen zijn aangebracht. Na verwijdering van de stickers is te zien of er een reactie is opgetreden. De waarde van deze test is nog niet wetenschappelijk bewezen, maar veel artsen hebben er reeds goede ervaringen mee opgedaan.

Dunnedarmbiopt

In incidentele gevallen doet de kinderarts een darmonderzoek. Er wordt dan een klein stukje uit het slijmvlies van de dunne darm genomen. Dit stukje darm wordt onder de microscoop onderzocht. Bij kinderen met een allergie voor koemelkeiwit zijn typische veranderingen te zien waarmee de diagnose met zekerheid gesteld kan worden.

Behandeling van een koemelkallergie

Koemelkeiwitvrij dieet

Dé behandeling voor koemelkallergie is een koemelkvrij dieet. Voor zuigelingen houdt dit in dat zij óf hypoallergene zuigelingenvoeding krijgen óf dat de moeder een dieet volgt waardoor de borstvoeding vrij van koemelkeiwit blijft. Een klein deel van de kinderen die gevoed worden met hypoallergene zuigelingenvoeding, ontwikkelt ook daarop een allergie. Zij komen dan in aanmerking voor zuigelingenvoeding waarin de eiwitten nog verder gehydrolyseerd (in stukjes geknipt) zijn. Deze voeding is minder lekker dan de gewone hypoallergene melk en ook weer een stuk duurder. Sojamelk is goedkoper dan hypoallergene voeding en wordt daarom soms door ouders gebruikt als vervanger hiervoor. Artsen raden sojamelk tegenwoordig af omdat veel kinderen die allergisch zijn voor koemelk door deze voeding ook allergisch kunnen worden voor soja. Soja zit in veel producten waardoor het dieet van het kind als het ouder wordt, strenger uitvalt. Ook melk van andere dieren dan koeien is geen goed alternatief. Deze melksoorten hebben een andere samenstelling waardoor kinderen tekorten opbouwen van bepaalde voedingsmiddelen.

Als het kind groter wordt en andere voedingsmiddelen gaat gebruiken, is het raadzaam te overleggen met een diëtist. Deze kan aangeven welke voedingsmiddelen geschikt zijn voor uw kind en welke niet.

Adrenaline

Kinderen die zo allergisch zijn dat ze een anafylactische shock hebben gekregen, hebben een verhoogde kans deze nog eens mee te maken. Voor deze ki n deren is er de adrenaline-noodpen, ook wel epi-pen genoemd. Dit is een inj ectiespuit in de vorm van een pen waarmee de ouders of bijvoorbeeld de leerkracht het kind kunnen injecteren wanneer er weer een shock optreedt. De adrenaline die hiermee in het lichaam wordt gespoten, zorgt ervoor dat de shock minder ernstig verloopt. Het is belangrijk dat de verzorgers van deze kinderen de noodpen altijd bij zich hebben en dat de omgeving van dit kind goed op de hoogte is van de consequenties van de voedselallergie.

Beloop

Rond de eerste verjaardag van het kind wordt de allergie voor koemelk meestal milder. Het maagdarmkanaal is rijper geworden waardoor er vrijwel geen grotere stukken eiwit meer in het bloed terecht kunnen komen. Bij kinderen die erg allergisch waren, blijft de allergie wat langer bestaan. Uiteindelijk zijn de meeste kinderen rond hun vierde verjaardag niet meer allergisch voor koemelkeiwit. Ongeveer 1-2 procent van de kinderen, met name degenen die een anafylactische shock hebben gehad, blijft levenslang allergisch voor koemelkeiwit.

Vanaf de leeftijd van één jaar wordt elk half jaar gekeken of het kind nog allergisch is. Soms worden aanvullende testen gedaan (bloedonderzoek, huidtest). Gedurende een aantal weken krijgt het kind geleidelijk weer koemelk. Treden er weer klachten en symptomen op, dan vervolgt het kind zijn dieet. Zijn er geen klachten meer, dan kan het kind vanaf dat moment weer koemelk gebruiken. Bij kinderen die ooit een anafylactische shock hebben gehad, moet deze reïntroductie van koemelk onder toezicht van een arts gebeuren.

Wanneer naar de huisarts?

U moet met uw kindje direct naar de huisarts gaan als:

  • uw kindje erg suf wordt of het bewustzijn verliest (112 bellen)
  • uw kindje zich direct na het eten ineens erg angstig en onrustig gedraagt (112 bellen)
  • de oogleden en lippen van uw kindje opzwellen en uw kindje kortademig wordt en gaat kwijlen (112 bellen)
  • de huid boven en onder de ribben van uw kind naar binnen trekt tijdens de inademing
  • uw kindje tijdens de ademhaling een gierend en piepend geluid maakt
  • uw kindje diarree heeft en al langer dan een dag minder dan de helft drinkt van wat gebruikelijk is
  • uw kindje andere symptomen heeft waarover u zich ernstig zorgen maakt.

Naar de consultatiebureauarts

Als u vermoedt dat er bij uw kindje sprake is van koemelkallergie, kunt u daarvoor terecht bij de consultatiebureauarts. Als het nog lang duurt voordat u weer een afspraak heeft, kunt u rustig bellen voor een extra consult. De consultatiebureauarts zal samen met u nagaan of de klachten en symptomen van uw kindje kunnen berusten op koemelkallergie.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Koemelkallergie kan met veel klachten en symptomen gepaard gaan. In de dokterdokter.nl folders:

leest u wat u daar zelf aan kunt doen. Daarnaast zijn bij boekhandel en bibliotheek diverse boeken verkrijgbaar over het omgaan met voedselallergie bij kinderen. Ook op de site van het voedingscentrum vindt u veel informatie.

Diëtist

Voor een moeder die borstvoeding geeft en een koemelkvrij dieet moet gaan volgen, is advies van een diëtist haast onontbeerlijk. Dit geldt ook voor de allergische zuigeling ouder dan zes maanden die toe is aan bijvoeding. De huisarts of consultatiebureauarts kan u verwijzen.

Traktaties

Op de peuterspeelzalen en de kinderdagverblijven is het de gewoonte dat jarige kinderen trakteren. Voor allergische kinderen kan dit problemen opleveren. Het is handig als u de leiding op de hoogte stelt van de allergie van uw kind. Een lijst met wat uw kindje wel en niet mag hebben, is hierbij een handig hulpmiddel. De ouders van andere kinderen kunt u vragen bij de keuze van hun traktatie rekening te houden met de allergie van uw kind. Dit kan heel goed door een brief te schrijven en eventueel suggesties te doen voor traktaties die uw kind wel mag hebben. Voor het geval dat één van de ouders het vergeet, kunt u de leiding een trommeltje geven met lekkers dat uw kind mag hebben. Bij een verkeerde traktatie kan uw kind dan wat lekkers uit zijn eigen trommeltje kiezen.

Uit eten

In de meeste gevallen groeien kinderen rond hun eerste verjaardag over de koemelkallergie heen. Wanneer u buiten de deur gaat eten, kunt u tot die tijd nog gemakkelijk een flesje of hapje voor het kind meenemen. Bij kinderen met een heftige allergie die er wat later overheen groeien, is het wat lastiger. Zij willen graag meedoen met de grote mensen. Er zijn in Nederland veel restaurants die rekening houden met allergische kinderen. In de folder ‘weet wat je eet’ van de stichting Voedselallergie staan de namen van deze restaurants vermeld.

Vragen

Mocht u vragen hebben over de allergie van uw kind, dan kunt u altijd terecht op het consultatiebureau. De meeste bureaus houden inloopspreekuren waar u zonder afspraak terecht kunt.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Goede diagnostiek

Vermoedt u dat er bij uw kindje sprake is van koemelkeiwitovergevoeligheid, dan is het belangrijk dat er goede diagnostiek verricht wordt. Aan de hand van uw ervaringen en eventueel een koemelk-eliminatie-reïntroductietest kan de consultatiebureauarts een zeer betrouwbare diagnose stellen. De diagnose koemelkallergie blijkt maar bij een klein deel van de kinderen waarbij het vermoeden bestond, te worden gesteld. Geen of onzorgvuldige diagnostiek zou er dus toe kunnen leiden dat u uw kind onnodig beperkingen oplegt.

Goede voeding

Bij kinderen met een grotere kans op het ontwikkelen van koemelkallergie, de kinderen met een atopische constitutie dus, kunnen klachten worden voorkomen door het kiezen van de juiste voeding. Dit is met name de eerste zes maanden belangrijk, omdat de darm dan nog veel stukken eiwit doorlaat die een allergische reactie kunnen uitlokken. De adviezen die gegeven worden over de juiste voeding voor kinderen met een atopische constitutie, lopen uiteen. Dit is het gevolg van het vele onderzoek dat ernaar wordt gedaan en de verschillende resultaten die ermee worden behaald. Het kan daarom best zijn dat een andere ouder elders een ander advies heeft gekregen dan u. Belangrijk is dat u zich probeert te houden aan één advies. Wanneer u verschillende dingen tegelijk of kort na elkaar uitprobeert, is uiteindelijk niet meer duidelijk welke maatregel welk effect heeft gehad. Dit kan ertoe leiden dat uw kind uiteindelijk meer beperkingen in zijn dieet overhoudt dan werkelijk nodig is.

Borstvoeding

Kinderen waarvan ten minste één ander gezinslid last heeft (gehad) van uitingen van het atopisch syndroom (astma, voedselovergevoeligheid, allergische neusklachten, hooikoorts of constitutioneel eczeem) kunnen het beste gedurende zes maanden uitsluitend borstvoeding krijgen. De moeder mag hierbij alles eten en drinken. Uit onderzoek is gebleken dat een koemelkeiwitvrij dieet van de moeder bijna nooit een koemelkallergie voorkomt.

Flesvoeding

Als borstvoeding niet (meer) kan worden gegeven, kunt u overgaan op flesvoeding. Bij kinderen waarbij één of beide ouders last hebben (gehad) van atopische klachten, kan gewone zuigelingenvoeding gebruikt worden. Voor kinderen die een broertje of een zusje hebben met een ernstige vorm van allergie, is hypoallergene (gehydrolyseerde) zuigelingenvoeding de beste keus. De eiwitten in deze voeding zijn al in kleine stukjes geknipt waardoor de kans op een allergie sterk is gedaald. Er zijn verscheidene merken hypoallergene zuigelingenvoeding verkrijgbaar die met name verschillen in de mate waarin de eiwitketens zijn geknipt. Deze voeding kan het beste gegeven worden totdat deze kinderen één jaar zijn geworden. Gehydrolyseerde zuigelingenvoedingen hebben een aantal nadelen. Ze smaken minder lekker en zijn een stuk duurder. Wanneer de voeding door een arts is voorgeschreven, wordt ze door een aantal zorgverzekeraars (gedeeltelijk) vergoed.

Bijvoeding

Voor kinderen waarvan ten minste één gezinslid een ernstige vorm van allergie heeft, is het verstandig om pas na zes maanden te beginnen met bijvoeding. De introductie van groente en fruit moet langzaam en stap voor stap gebeuren. De eerste dag één theelepeltje, de volgende dagen een paar theelepeltjes enzovoort. Gaat u een nieuwe soort groente of fruit geven, begin dan weer met één theelepeltje, eventueel aangevuld met fruit of groente dat uw kindje al kent. Op deze manier kan per voedingsmiddel worden nagegaan of dit bij uw kindje een allergie opwekt. Producten die bij veel mensen allergieën opwekken, kunt u het beste pas geven na de derde verjaardag. Dit zijn vooral noten, pinda’ s, zaden, pitten, vis, schaal- en schelpdieren.

Saneren

Kinderen met een atopische constitutie kunnen naast voedselallergie ook astma ontwikkelen. De kans hierop kunt u verkleinen door niet in de nabijheid van het kind te roken. Daarnaast kunt u uw huis saneren, dat wil zeggen dat u zo veel mogelijk allergenen (stoffen die een allergie kunnen uitlokken) probeert weg te halen. Dat kan bijvoorbeeld door het aanschaffen van synthetische dekbedhoezen en kussenslopen, gladde vloerbedekking in plaats van tapijt en door vaker te stofzuigen. De hoeveelheid huisstofmijten in de omgeving van uw kind wordt hierdoor lager. Wanneer huisstofmijtenallergie bij uw kind is aangetoond, zijn mijtenvrije dekbedhoezen en kussenslopen het beste. U krijgt deze dan vergoed door uw verzekeraar. In de dokterdokter.nl folder astma leest u meer over saneren.

In samenwerking met

Drs. AAHH Liedtke-van Eijck (auteur) Drs. AMH Bijl, allergoloog (consulent)

Bronnen

  • Bindslev-Jensen C. ABC of allergies. Food allergy. BMJ 1998;316:1299.
  • Eshuis NH. Adverse reactions to food. European Federation of Astma and Allergy Associations. Leusden, 1997.
  • Josefson D. FDA targets snack foods industry over allergens. BMJ 2001;322:883.
  • Kay AB. ABC of allergies: Good allergy practice. Clinical review. BMJ 1998;316:535-537.
  • Oranje AP. Aspecten van de kinderdermatologie. Tweede herziene druk. Lochem, Uitgeversmaatschappij De Tijdstroom, 1990.
  • Vos C de. Voedselallergieën bij baby’s en kinderen. Houten, Van Holkema & Warendorf, 1999.
  • Wijk dr. RG van en Groot dr. H. de. Allergie. Over hooikoorts, astma, eczeem en andere allergische aandoeningen. Wormer, Inmerc, 1999.
  • Consensusbijeenkomst Voedselovergevoeligheid. Resultaat van een consensusbijeenkomst, gehouden op vrijdag 14 september 1990 te Utrecht.
  • Het pediatrisch Formularium, een praktische leidraad Tweede editie. Onder redactie van WJHM van den Bosch et al. Rotterdam, Erasmus publishing, 1998.
  • Kindergeneeskunde. Tweede herziene druk. Onder redactie van JL van den Brande, LAH Monnens. Utrecht, Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, 1993.
  • Kolieken de baas. Woerden, Mead Johnson, 1997.
  • Landelijke standaard voor de diagnose en behandeling van voedselovergevoeligheid bij zuigelingen op het consultatiebureau. Commissie Standaard. Voedingscentrum/Landelijk informatiecentrum Voedselovergevoeligheid. Den Haag, 1998.
  • NHG-standaard:Voedselovergevoeligheid 2010
  • Voedingscentrum

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd