Klompvoetje

Wat is een klompvoetje?

Een klompvoetje is een aangeboren misvorming van de voet en een deel van het onderbeen. Het wordt in medische termen een pes equinovarus adductus genoemd. De voet (pes) is naar beneden gericht (equino), de hiel is naar binnen gekanteld (varus) en de voorvoet wijst naar binnen (adductus). Klompvoetje is eigenlijk een verkeerde vertaling van het Engelse woord clubfoot, dat golfclub betekent.

De afwijking komt voor bij één op de 800 tot 1.000 kinderen. Bij de helft van deze kinderen zijn beide voetjes een klompvoetje. Klompvoetjes komen twee keer zo vaak voor bij jongens als bij meisjes; ook zijn bij jongens vaker beide voetjes aangedaan.

Symptomen klompvoetje?

Het voetje van uw kind heeft een andere vorm dan u gewend bent. Ten opzichte van een normale voet is:

  • het voetje naar beneden gericht (spitsvoetstand)
  • de hiel naar binnen gekanteld
  • de voorvoet naar binnen gericht

Hierdoor heeft het voetje de vorm van een komma of van een golfclub. Een klompvoetje heeft wel gewoon een hak en teentjes. Het is geen vormloos klompje zoals vaak gedacht wordt. De onderbeenspieren zijn dikwijls erg dun.

De abnormale stand van het voetje laat zich niet corrigeren. Zo kunt u de voorvoet niet omhoog bewegen omdat de achillespees verkort is.

Hoe ontstaat een klompvoetje?

De oorzaak van klompvoetjes is meestal (80 procent) onbekend. Vaak is er sprake van aanleg in de familie. Ook komen klompvoetjes in 20 procent van de gevallen voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen. Een open ruggetje (spina bifida) of spieraandoeningen zijn de bekendste. Een milde vorm van klompvoetjes ontstaat als een kind weinig ruimte in de baarmoeder heeft gehad doordat:

  • er te weinig vruchtwater was
  • het kind in stuitligging gelegen heeft
  • het kindje er één van een meerling is

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een klompvoetje is een aandoening die tot afwijkingen kan leiden als het niet behandeld wordt.Met de behandeling van een klompvoetje moet zo spoedig mogelijk in de eerste week na de geboorte worden begonnen.

1. Masseren en gipsen De orthopedisch chirurg zal de voetjes van uw kind met de hand soepel maken en zo ver mogelijk corrigeren richting een normale positie. Dit is niet pijnlijk voor uw kindje. De behaalde correctie wordt vastgehouden door de voetjes in te gipsen of in te tapen. Deze behandeling wordt één tot twee keer per week herhaald in de eerste levensweken, later wekelijks en daarna elke twee weken. Deze niet-operatieve behandeling duurt drie tot vier maanden.

Aan de hand van een röntgenfoto wordt bekeken of de voetjes na deze gips- of tapebehandeling in de juiste positie staan. Bij eenderde deel van de kinderen wordt op deze manier inderdaad een positief resultaat bereikt. De behandeling is dan klaar. Wel krijgen deze kinderen meestal spalkjes om te voorkomen dat de voet toch weer terugdraait naar de uitgangspositie.

2.Operatie De kinderen waarbij het masseren en gipsen niet het juiste resultaat heeft bereikt, moeten worden geopereerd. Er worden dan pezen verlengd om de spitsvoetstand op te heffen; ook worden gewrichtskapsels verlengd zodat de voet een normalere vorm kan aannemen. Na de operatie volgen weer een paar weken gips en spalkjes.

3.Spalkjes Spalkjes draagt uw kind meestal dag en nacht tot het gaat lopen. Vanaf dat moment worden de spalkjes alleen nog tijdens het slapen gedragen. Soms worden speciale schoentjes voorgeschreven.

Oudere leeftijd Meestal kan uw kind gewone schoenen dragen maar soms zijn er speciale aangepaste schoenen nodig. Soms heeft uw kind fysiotherapie nodig om de spieren van de voeten en de benen te trainen en het lopen te verbeteren. Tot de leeftijd van rond de veertien jaar wanneer de voet is uitgegroeid, blijft uw kind onder controle bij de orthopedisch chirurg.

Resultaat van de behandeling Het doel van de behandeling is dat uw kind normaal, of zo normaal mogelijk, kan lopen en bewegen, al dan niet met aangepaste schoenen. De voeten van uw kind zullen er vaak anders uit blijven zien dan die van kinderen met normale voeten. Ook blijft de kuit van het kind meestal dunner.

Terugval Er kan zich altijd een terugval voordoen voordat de voet is uitgegroeid. Dit komt met name voor als de klompvoet samen met andere aangeboren afwijkingen voorkomt. Deze kinderen worden dan ook uit voorzorg langer met spalkjes behandeld. Bij terugval zijn verschillende operaties mogelijk om weer te corrigeren.

Wanneer naar de huisarts?

Als u vermoedt dat uw kind een klompvoetje heeft, moet u altijd zo snel mogelijk contact opnemen met de huisarts. Als er inderdaad sprake is van een klompvoetje, verwijst deze u door. De verloskundige, gynaecoloog en kraamverzorgende zullen overigens ook altijd op de voetjes van uw kind letten.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt zelf niets aan een klompvoetje doen. Er is altijd behandeling door een orthopedisch chirurg nodig.

  • Schoenen

Als uw kind later geen aangepaste schoenen nodig heeft, kunnen de schoenen gekozen worden die het lekkerste zitten. Als er één voetje is aangedaan is dit vaak kleiner, belangrijk is dus dat beide schoenen goed passen.

  • Sport en gymnastiek

U hoeft uw kind verder niet te beschermen, het mag alles doen wat betreft lopen en sporten wat het zelf graag wil doen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Komen er in uw familie klompvoetjes voor of heeft u eerder een kindje met een klompvoetje gekregen, meld dit dan aan de verloskundige of gynaecoloog. Die zal dan extra alert zijn op tekenen van een klompvoetje bij uw kindje.

Er is een herhalingskans van 3 tot 5 procent bij elke volgende zwangerschap. Helaas zijn er geen voorzorgsmaatregelen om dit te voorkomen.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Dr. A.J.M. Sauter (consulent)

Bronnen

  • Brande JL van den, Monnens LAH (red). Kindergeneeskunde, tweede herziene druk. Utrecht, Wetenschappelijke Uitgeverij Bunge, 1993.
  • Linden van der, Claessens. Leerboek orthopedie. Houten/Diegem: Bohn Stafleu van Loghum, 1995.
  • Diepstraten AFM, Linge B van, Swierstra BA. Kinderorthopedie. Utrecht: Wetenschappelijke Uitgeverij Bunge, 1993.
  • Informatie verkregen via de Vereniging Oudergroep Klompvoetjes.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd