Hyperventilatie

Aandoening 3 april 2016

Wat is het?

Hyperventileren betekent te snel en/of te diep ademen. Ademen is noodzakelijk voor het opnemen van zuurstof en het afgeven van koolzuur via de longen.

Normaal wordt het aantal en de diepte van ademteugen per minuut afgestemd op de lichamelijke inspanning van het moment. Daarom gaat de ademhaling sneller bij rennen of sporten. De behoefte aan zuurstof van het lichaam neemt toe.

Te snel of diep ademen bij weinig lichamelijke inspanning betekent echter dat het zuurstofgehalte in het bloed te hoog wordt en het koolzuurgehalte te laag wordt. Het te lage koolzuurgehalte (hypocapnie) kan klachten veroorzaken.

Hoe herkent u het?

Het snelle ademen kan leiden tot de volgende klachten:

  • Ademhalingsklachten
    kortademigheid, beklemd gevoel op de borst, veel zuchten, snelle en/of diepe ademhaling
  • Hartklachten
    hartkloppingen, pijn of steken op de borst, hartbonzen
  • Krampklachten
    stijfheid van spieren, trillen en kramp van de handen, tintelingen in handen of rond de mond
  • Klachten van het centrale zenuwstelsel
    duizeligheid, zwart worden voor de ogen, het gevoel flauw te vallen, droge mond, transpireren, koud of warm worden, hoofdpijn
  • Maagdarmklachten
    misselijkheid, buikpijn, opgeblazen gevoel, overgeven
  • Algemene klachten
    gespannenheid, angst, paniek, moeheid, slaapproblemen

Vaak komen de klachten in aanvallen voor. Zo’n aanval bestaat uit plotselinge, hevige angst en kan zich uiten in veel van de lichamelijke klachten zoals hierboven beschreven. Veel mensen schrikken van deze aanval en denken dat er iets mis met ze is, bijvoorbeeld dat ze de controle over zichzelf verliezen, gek aan het worden zijn of dood gaan.

Angst speelt een grote rol, zowel in het ontstaan van de klachten als in het onderhouden van de klachten. Opvallend lijkt de omgeving waarin de eerste aanval optreedt. Het kan een situatie zijn, waarin men moeilijk zomaar kan weglopen, bijvoorbeeld in de lift, in een volle tram of in een totaal onbekende omgeving.

Hoe ontstaat het?

Bij veel mensen ontstaat de eerste aanval in een periode van grote spanning, zoals na het overlijden van een naaste, een conflict of huwelijksproblemen. De angst voor een volgende aanval kan zorgen dat patiënten niet meer naar buiten gaan of bijvoorbeeld drukke plaatsen vermijden.

Meestal wordt hyperventilatie dus in eerste instantie veroorzaakt door psychische spanningen of angst. Door spanningen gaat de ademhaling sneller dan nodig is. Het lijkt alsof het lichaam zich voorbereidt op een inspanning zoals rennen of vechten. Het lichaam gaat zogenaamde stresshormonen aanmaken, zoals adrenaline. U kunt hartkloppingen en een benauwd gevoel krijgen, wat weer meer angst oproept.

Zo kan een negatieve spiraal ontstaan van angst – angstsymptomen – bezorgdheid over angstsymptomen – meer angst -enzovoort. Het begint dus vaak met een stressvolle gebeurtenis. Dit levert een aanval met vele lichamelijke verschijnselen op, wat weer angstig maakt, hetgeen weer lichamelijke verschijnselen oproept. Zo is de cirkel rond en worden de klachten onderhouden.

Hyperventilatie komt meer bij vrouwen voor. Ook lijkt het zo te zijn dat hyperventilerende mensen extra gevoelig reageren op normale lichamelijke verschijnselen, zoals duizeligheid en buiten adem raken.

Het is opvallend dat mensen die hyperventileren vaak oppervlakkig ademhalen, omdat ze borst- en buikspieren krampachtig aangespannen houden. Een rustige ademhaling wordt via het middenrif uitgevoerd en wordt buikademhaling genoemd. Deze manier wordt verhinderd wanneer alle rompspieren aangespannen worden. Wat dan vaak overblijft is een geforceerde borstademhaling. Het lijkt goed voorstelbaar dat de ademhalingstechniek een grote rol speelt bij het ontstaan en onderhouden van de klachten (denk aan de zucht van verlichting bij ontspanning na een stressvolle gebeurtenis).

Als verschijnsel kan hyperventilatie ook bij andere aandoeningen voorkomen, bijvoorbeeld bij longziekten, suikerziekte of na een overdosis van bepaalde medicijnen. Wel komt dit veel minder vaak voor dan de hyperventilatie die ontstaat bij stress.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

De vele verschillende verschijnselen die door angst en spanning worden veroorzaakt kunnen geen kwaad. Hyperventilatie levert geen risico op blijvende schade. Dat betekent dat u er niets aan overhoudt.

Een aanval kan een eenmalige ervaring zijn. Natuurlijk kunnen mensen wel fors lijden door de klachten en kan de angst voor een nieuwe aanval mensen beperken in hun leven.

Er kan vermijdingsgedrag ontstaan voor bepaalde situaties, wat natuurlijk het dagelijkse bestaan beïnvloed en beperkt. Zo kunnen mensen bij voorbeeld pleinvrees ontwikkelen.

Wanneer naar de huisarts?

Hyperventilatie door spanning ontstaat vaak in rust en niet zozeer bij lichamelijke inspanning. Als u een beklemd gevoel op de borst heeft bij inspanning, dat niet verdwijnt bij rust, neem dan contact op met de huisartsenpraktijk. Dit geldt ook voor situaties waarin u erg kortademig bent en u denkt dat het niet door hyperventilatie komt. Ook als de klachten niet verdwijnen na het opvolgen van de hierna genoemde adviezen.

Als uw hele leven wordt gedomineerd door uw klachten en u ernstig gehinderd wordt in uw dagelijks functioneren, dan kan dit een reden zijn om contact op te nemen met de huisartsenpraktijk.

Mochten onderstaande adviezen onvoldoende effect hebben, dan kunt u het beste contact opnemen met de huisarts. Medicijnen tegen hyperventilatie zijn niet de eerste keus. Wel zijn er angstdempende medicijnen. Deze verdoven de angst maar zijn echter op den duur verslavend. Ze lossen het probleem dus niet op, de klachten kunnen alleen wat onderdrukt worden.

Eventueel kan uw huisarts besluiten de hulp van een psycholoog of psychotherapeut in te roepen. Deze kan in bepaalde gevallen helpen de ingesleten patronen te veranderen en op een andere manier te leren reageren op signalen van het lichaam. Dit is globaal het principe van gedragstherapie. Als er sprake is van een uitgesproken paniekstoornis met hevig vermijdingsgedrag, kan de gedragstherapie worden gecombineerd met bepaalde medicijnen die ook tegen depressie werken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Informatie
Het feit dat u deze informatie van dokterdokter.nl leest kan al een begin van het herstel zijn. Het blijkt namelijk dat een goede uitleg over het ontstaan en onderhouden van hyperventilatieklachten mensen kan geruststellen en dus hun angst kan verminderen.

Zoals u gelezen heeft, is angst één van de voornaamste factoren bij hyperventilatie. Vermindering van angst kan dus tot vermindering van klachten leiden.

Onderbreken van een aanval door ademhalingsoefeningen
Bij het ontstaan van angstgevoelens of hyperventilatie, is het verstandig zo rustig mogelijk proberen te ademen. De klachten kunnen hiermee verdwijnen. U kunt de volgende oefeningen proberen:

  • Probeer het rustige ademen te regelen door drie seconden te nemen om in te ademen en zes seconden om uit te ademen
  • Tel langzaam mee: in-2-3-uit-2-3-4-5-6-in-2-3-uit-2-3-4-5-6 enzovoort. U kunt ook neuriën bij het uitademen
  • Ga rechtop zitten, probeer de borstkas stil te houden en alleen via de buik te ademen
  • Hou uw handen op uw buik en voel uw ademhaling op en neer gaan
  • U kunt ook ademen via een open pijp van ongeveer 40 cm lengte en doorsnede van 2 á 3 cm, zodat het koolzuurgehalte weer stijgt
  • Hetzelfde effect kunt u bereiken door vijf minuten in een plastic zakje te ademen. Dit zakje houdt u over mond en neus, maar niet geheel afsluitend. U kunt ook in een vuilniszak ademen, waarbij u neus en mond wel zo veel mogelijk met de zak afsluit
  • Ook kunt u uzelf proberen af te leiden door bijvoorbeeld hardop te gaan lezen of oefeningen doen zoals kniebuigingen
  • Een goede suggestie is: wachten tot de spanning zakt. Een hyperventilatie-aanval gaat namelijk altijd vanzelf over. U kunt dus net zo lang wachten tot de gevoelens verdwijnen (bij hoge uitzondering duurt dat meer dan een half uur). Het voordeel van deze manier is dat u ervaart dat schadelijke gevolgen uitblijven


Ontspanningsoefeningen

Het kan zijn dat hyperventilatie een teken is van een jachtige levensstijl of dat de belasting groter is dan de belastbaarheid. Anders gezegd, mensen die te veel hooi op hun vork nemen en niet op tijd ontspanning zoeken, kunnen last krijgen van de eerder genoemde verschijnselen.

Om inzicht te krijgen in uw levensstijl, kunt u gedurende drie weken een klachtendagboek bijhouden. Hierin noteert u het verloop van de klachten per dag en tevens wat u voorafgaand en tijdens de klachten deed. Terugkijkend kunt u zo na drie weken wellicht een patroon ontdekken welke situaties de klachten uitlokken en bijvoorbeeld ook of u wellicht te veel activiteiten in één dag verricht. Het kan bijvoorbeeld nuttig zijn om te gaan plannen wanneer en hoe lang er pauzes in een dag moeten worden ingelast.

Wat betreft ontspanning in het algemeen kunnen mensen veel baat hebben bij meditatie. Om de spanning in uw lichaam te voelen, kunt u een oefening doen, waarbij u alle spieren van de romp aanspant. Vervolgens ontspant u telkens een gedeelte tot u geheel ontspannen bent.

Door hiermee te oefenen, merkt u dat u bij bewust worden van de spanning in uw spieren meer controle heeft over de ontspanning ervan: u bent de baas. Dit kunt u ook gebruiken tijdens een aanval. Ook kunt u door een cursus ontspanningsoefeningen en meditatie leren.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Het is nuttig om na te gaan welke situaties bijvoorbeeld angst of spanningen oproepen. Mogelijk zijn de angsten onbewust. Dat wil zeggen dat u wel klachten heeft, maar het voor uzelf onduidelijk is waar het door veroorzaakt wordt. Misschien kan een gesprek met iemand die u goed kent een frisse blik opleveren.

We hadden al eerder een klachtendagboek aangeraden om te achterhalen welke situaties klachten uitlokken. Hierin kunt u dan na een bepaalde periode, bijvoorbeeld drie weken, nalezen of er een patroon te herkennen is.

Vervolgens kunt u kijken of u zelf iets kunt doen om dit patroon te doorbreken. Zo kunt u oefenen met angstopwekkende situaties, door uzelf steeds een beetje meer bloot te stellen aan een dergelijke situatie. Wil je meer lezen over het onderwerp hyperventilatie? Kijk dan op solvo.nl

Voorbeeld
Stel u bent bang voor spinnen. Als begin kunt u zich een situatie voor de geest halen, waarbij u geconfronteerd wordt met spinnen. U gaat dus in u fantasie een kamer voorstellen, waar u in zit met een spin. Vervolgens ondergaat u wat er gebeurt (bij eventuele hyperventilatie gebruikt u de beschreven ademhalingsoefeningen).

Zodoende kunt u oefenen met angstopwekkende situaties. Indien dit goed gaat, kunt u dit uitbreiden naar steeds meer concrete situaties. U vraagt iemand bij voorbeeld een plastic spin op tafel te leggen en u gaat er vijf minuten, dan tien minuten, dan vijftien minuten enz bij zitten. Vervolgens een klein levend spinnetje. En zo verder. Ondertussen doet u de bovengenoemde ademhalingsoefeningen.
Zo kunt u uzelf trainen om bepaalde ingesleten patronen te doorbreken.

In samenwerking met

Drs. J.L.G. Buis (auteur)
Drs. H.J.M. Smeur (consulent)

Bronnen

  • Harrison’s Principles of Internal Medicine, 14th edition 1998, volume 2
  • Carter MM et al., The efficacy of habituation in decreasing subjective distress among high anxietysensitive college students. J Anxiety Disord 1999 Nov-Dec;13(6):575-89
  • Nardi AE et al. Panic disorder and hyperventilation. Arq Neuropsiquiatr 1999 Dec;57(4):932-6
  • Han JN et al. Psychosomatic symptoms and breathing pattern. J Psychosom Res 2000 Nov;49(5):319-33
  • Garssen en Rijken, Het hyperventilatiesyndroom,
  • Kaptein et al. Behavioral medicine, Stafleu, 1986
  • Hornsveld, H. Farewell to the Hyperventilation Syndrome, Proefschrift Universiteit van Amsterdam 1996.
  • Dyck, R van & Van den Hout, M. Hyperventilatie en paniek. Themanummer. Directieve Therapie, 12, 215-342, 1988.
  • Bakker, A & Van Balkom, A. Paniekstoornis met of zonder agorafobie. In: R van Dyck, AJLM van Balkom & P. van Oppen (red.), Behandelingsstrategieën bij angststoornissen (pp 8-19). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghem 1996.
  • Kampman, M & Keijsers GPJ. Protocollaire behandeling van patiënten met een paniekstoornis met of zonder agorafobie: interoceptieve exposure, cognitieve gedragstherapie en exposure-in-vivo. In: Keijsers GPJ, Minnen van A & Hoogduin CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg (pp 96-125). Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghem 1997.
  • Craske, MG. Anxiety disorders, psychological approach to theory and treatment. Westvieuw Press 1999.
  • NHG Standaard: Angst