Heupproblemen bij kinderen

Wat is het?

Bij kinderen komen twee soorten aangeboren afwijkingen van het heupgewricht voor: heupdysplasie en heupluxatie. Bij deze aandoeningen is het heupgewricht niet goed ontwikkeld. Normaal gesproken heeft de heup een kop die mooi in de kom van het bekken past. De heupkop zit wel in de kom, maar de kom is niet diep genoeg. Ongeveer één op de vijftig kinderen heeft deze aangeboren afwijking.

Als de heupkop uit de kom staat, is er sprake van een heupluxatie. Dit komt voor bij één op de 1.000 kinderen. Als de kop niet helemaal buiten de kom zit maar er ook niet goed in staat, spreekt men van een subluxatie. Luxeerbare heupjes komen in de eerste levensweek vaker voor zonder dat er sprake is van een aangeboren afwijking. Heupafwijkingen komen vier tot acht keer vaker voor bij meisjes dan bij jongens. De heupafwijking kan aan één of aan beide benen voorkomen. Over het algemeen is de linkerheup vaker aangedaan dan de rechterheup.

Heupdysplasie komt meer dan eens voor in combinatie met andere aangeboren afwijkingen zoals klompvoetjes en komt ook vaker voor bij stuitligging van het kind. Na een eerste kind met aangeboren heupdysplasie uit ouders met normale heupen is de kans voor het tweede kind ongeveer 6 procent. Dit percentage loopt voor het eerste kind op tot 12 als een van beide ouders ook een heupdysplasie had en zelfs tot 36 voor een tweede kind van zulke ouders.

Hoe herkent u het?

Als ouder is het moeilijk om een heupdysplasie of een heupluxatie zelf te ontdekken. Uw kindje heeft als baby namelijk geen last van de heupproblemen. Er zijn enkele kleine kenmerken waaraan u een eventuele heupafwijking zou kunnen herkennen.

Wanneer uw kindje op de buik ligt, kan het opvallen dat de bilplooien niet op dezelfde hoogte zitten. Ook kunnen er aan de ene kant meer bilplooitjes zijn dan aan de andere. Verschil in bilplooitjes komt overigens vaak voor zonder dat de heupen afwijkend zijn. Een ander teken kan zijn dat de beentjes van uw kind verschillende lengten hebben. Wanneer uw kindje aan beide beentjes een heupprobleem heeft, zijn deze afwijkingen symmetrisch en vallen ze dus niet op.

Als uw kindje al loopt, kan het mank of waggelend lopen of trekken met een been. Er kan een duidelijk beenlengteverschil zijn.

Sommige heupafwijkingen geven pas klachten op de tienerleeftijd. Er ontstaat dan een zeurende pijn in de lies of in de bil. Ook pijn in de rug of in het bovenbeen kan voorkomen. Uw kind heeft in dat geval met name klachten wanneer de heup belast wordt. Dit is het geval bij lang staan en lopen.

Hoe ontstaat het?

De precieze oorzaak van heupdysplasie is onbekend. Er zijn wel enkele factoren bekend die de kans op heupdysplasie bij uw kindje verhogen. De kans is groter als:

  • er heupdysplasie in de familie voorkomt;
  • uw kindje de laatste maanden van de zwangerschap in stuitligging lag of zo geboren is;
  • uw kindje ook andere aangeboren afwijkingen heeft zoals een open ruggetje, een klompvoetje of een kromming in de rug;
  • er weinig vruchtwater in de baarmoeder was waardoor uw kindje niet vrij kon bewegen.

Door de heupdysplasie is de heupkom te ondiep. Hierdoor kan de heupkop uit de heupkom schieten. Dan is er sprake van een heupluxatie.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Als heupdysplasie niet wordt ontdekt, kan uw kind later problemen krijgen met lopen. Ook kan het op latere leeftijd last krijgen van slijtage van de heup. Tijdige behandeling kan dit voorkomen. Het liefst vóórdat uw kind gaat lopen.

Controle Daarom onderzoekt de verloskundige of de gynaecoloog meteen na de geboorte de heupjes van uw kind. Ook de consultatiebureauarts zal bij het onderzoek van uw kindje speciaal op de heupjes letten. Als de consultatiebureauarts afwijkingen vaststelt tijdens het heuponderzoek of wanneer uw kind een verhoogde kans heeft op heupdysplasie, wordt u verwezen naar de huisarts.

Onderzoek De huisarts verwijst u naar het ziekenhuis waar een echo of een röntgenfoto van de heupjes gemaakt wordt. Als de echo of de foto een heupafwijking laat zien, zal de orthopedisch chirurg uw kindje daarvoor behandelen of in ieder geval onder controle houden tot de afwijking is verdwenen.

Behandeling heupdysplasie Heupdysplasie wordt behandeld door de heupjes in spreidstand te houden (fixeren). Dit moet meestal enige maanden gebeuren. Uw kindje kan gewoon thuis blijven. In spreidstand staat de heupkop goed midden in de heupkom. Als uw kind de beentjes beweegt, drukt de heupkop goed in de kom. Zo wordt de heupkom geprikkeld om zich op de juiste manier te ontwikkelen. De vlakke kom wordt dieper en gaat  de heupkop beter omvatten. Bij oudere kinderen is soms een operatie nodig.

  • Spreidhulpmiddel

Er zijn verschillende hulpmiddelen die de heupjes in spreidstand hoouden. De orthopedisch chirurg kan aan de hand van de onderzoeksgegevens bepalen welke methode voor uw kind het meest geschikt is. Het spreidmiddel moet meestal dag en nacht gedragen worden. Alleen voor het verschonen en badderen mag het even afgedaan worden. Het is niet pijnlijk voor uw kindje en het beïnvloedt de ontwikkeling niet nadelig. Uw kind kan ook met een spreidmiddel leren zitten en kruipen.

Als op jonge leeftijd gestart wordt met de spreidbehandeling, duurt de behandeling meestal twee tot zes maanden. Hoe later er wordt gestart, hoe langer de behandeling duurt. Na een aantal maanden wordt de echo of röntgenfoto herhaald. Als blijkt dat de heupkom zich goed heeft ontwikkeld, kan de behandeling worden gestaakt. Wanneer uw kind overdag geen spreidhulpmiddel heeft, kan het zich verder gaan ontwikkelen. Het kan gaan leren staan en lopen. Sommige kinderen doen dit ook met het spreidmiddel en daar is geen bezwaar tegen. Fysiotherapie is soms zinvol als uw kindje zelf niet probeert om zich voort te bewegen. Met oefeningen kan de fysiotherapeut uw kindje stimuleren.

  • Operatie

Bij oudere kinderen met heupdysplasie heeft spreidbehandeling soms onvoldoende effect. De heupkom wordt dan tijdens een operatie door de orthopedisch chirurg dieper gemaakt en de heupkop wordt gedraaid zodat deze goed in de kom blijft zitten.

  • Controle na heupdysplasie

Na de behandeling blijft uw kindje onder controle bij de orthopedisch chirurg totdat het onderzoek en de foto normaal zijn.

Behandeling heup(sub)luxatie Bij een heup(sub)luxatie wordt vaak eerst behandeld met een spreidhulpmiddel, maar dit kan alleen als de heup in spreidstand in de kom gebracht kan worden. Als dat niet het geval is gaat men over op tractiebehandeling.

  • Tractiebehandeling

Bij onvoldoende resultaat van de spreidbehandeling zal gekozen worden voor een tractiebehandeling. Uw kindje wordt hiervoor opgenomen in het ziekenhuis. Het moet op bed liggen met de beentjes gespreid in de lucht. Aan beide beentjes worden via kleefpleisters en katrollen gewichtjes gehangen waardoor de spieren rondom de heup worden opgerekt. Elke dag worden de beentjes iets verder gespreid. Het ziet er vervelend uit maar is niet pijnlijk voor uw kindje. De behandeling duurt meestal één tot twee weken, maar soms is tractie langer nodig. Na de tractiebehandeling wordt onder narcose een foto met contrastvloeistof van het heupgewricht gemaakt. Zo kan de orthopeed bekijken in welke positie van de beentjes de kop het beste in de kom zit.

Als na de tractiebehandeling blijkt dat de heupkop in de heupkom te brengen is, krijgt uw kind een gipsbroek of een kunststofbroek. Deze loopt vanaf de buik tot aan de knie of voet. Bij het kruis zit geen gips zodat u uw kindje wel normaal kan verzorgen. Voor de stevigheid komt er soms een stok tussen de beentjes. De gipsbroek moet meestal twee tot drie maanden gedragen worden. Met zo'n gips- of kunststofbroek kan uw kindje zich normaal ontwikkelen. Omrollen en kruipen zijn mogelijk. Na de spreidbroek is vaak nog een afneembaar spreidmiddel nodig voor de behandeling van de heupdysplasie. Bij heupluxatie is er immers altijd sprake van heupdysplasie.

  • Operatie

Als de behandeling niet voldoende effect heeft gehad, is een operatie noodzakelijk. De orthopedisch chirurg plaatst de heupkop dan in het midden van de heupkom. Ook hierna krijgt uw kind een gipsbroek voor twee tot drie maanden. Soms wordt ervoor gekozen om bij de operatie de heupkom dieper te maken.

  • Controle na heupluxatie

Uw kindje blijft onder controle bij de orthopeed totdat de heup zich normaal ontwikkeld heeft. Soms is het nodig op oudere leeftijd nogmaals te opereren.

Prognose Bijna alle kinderen die een tijdige behandeling hebben ondergaan, ontwikkelen een normaal heupgewricht en kunnen normaal lopen.

Wanneer naar de huisarts?

Het is raadzaam contact op te nemen met de huisarts als:

  • u vermoedt dat er bij uw kindje sprake is van beenlengteverschil of verschil in bilplooien;
  • uw kindje al een tijdje los loopt, maar dit waggelend blijft doen of een erg holle rug heeft;
  • uw tiener een aantal weken over pijn in lies, knie, bil, rug of bovenbeen klaagt.

 

Wat kunt u er zelf aan doen?

Wanneer uw kind behandeld wordt voor een aangeboren heupafwijking, kunt u voor een aantal praktische problemen komen te staan. Hier volgen enkele aandachtspunten.

Verzorging: Spreidhulpmiddel De verzorging van een kindje dat een spreidhulpmiddel heeft vraagt wat extra aandacht.Het is verstandig de luiers regelmatig te verschonen. Door de spreidstand van de beentjes gaan zij eerder lekken. Ook ontstaan er gemakkelijker smet- en drukplekjes in de liezen of in de knieën. Een dun laagje zinkzalf kan helpen de huid weer te herstellen. Onder het spreidhulpmiddel mag uw kind een rompertje, een boxpakje of een maillot aan. Dit beschermt ook tegen schuurplekken op de beentjes. Over het spreidhulpmiddel kan wijde kleding gedragen worden. Kleertjes met binnenbeensluiting zijn erg handig.

Tractiebehandeling Bij de tractiebehandeling mag uw kindje niet van het bed af. Het zal op bed gewassen moeten worden. Verschoon uw kindje regelmatig (om de drie uur). Uw kindje krijgt een tractiebroekje aan waarmee het vastzit aan het bed. Hierdoor kan uw kindje zich niet omrollen of naar beneden zakken.

Gipsbroek U mag uw kindje met een gipsbroek niet alleen onder de armen oppakken. Het moet ook altijd tussen de benen worden gesteund. Een kind met een gipsbroek heeft een behoorlijk extra gewicht. Zorg voor een goede tiltechniek om uw rugbelasting te verminderen. Speciale luiers (Klinion S, Tena lady) zijn handig en voorkomen dat het gips snel nat en vies wordt. Over een gipsbroek kunnen broeken gedragen worden. Vaak moeten deze speciaal gemaakt worden met een binnensluiting of een zijsluiting. Het is verstandig als u regelmatig controleert of de ontlasting van uw kindje niet te hard is. Omdat uw kindje weinig beweegt, is het namelijk gevoelig voor verstopping (obstipatie). In de dokterdokter.nl folder ‘obstipatie bij kinderen’ leest u hier meer over. Let ook op de kleur van de voetjes. Als deze blauwrood zijn, kan dit wijzen op een te strakke gipsbroek. De doorbloeding van de voetjes kan dan niet goed verlopen. De voetjes kunnen ook wat gestuwd zijn, maar meestal behoeft dit geen maatregelen.

Vervoeren: Met een spreidhulpmiddel U kunt uw kindje in een draagzak op de buik of de rug vervoeren. Hierbij worden de heupjes goed gespreid; het spreidhulpmiddel levert in deze houdingen geen moeilijkheden op. Uw kindje vervoeren in een kinderwagen kan soms lastig zijn. Een wandelwagen of buggy heeft wat meer ruimte en is meestal gemakkelijker. Uw kind moet dan wel van u af kijken, anders zitten de stangen van de wagen meestal in de weg. In de auto kan uw kindje het beste in een gewoon autostoeltje zitten met een lage zijkant. Een maxi-cosi is in dit geval niet geschikt. De ruimte die achter het ruggetje openblijft, kunt u opvullen met handdoeken. Als uw kindje ouder is dan negen maanden, kunt u het in een fietsstoeltje met open zijkant meenemen op de fiets.

Met een gipsbroek Vervoer van uw kindje met een gipsbroek is eigenlijk niet veilig mogelijk. Een stoeltje met een lage zijleuning biedt een mogelijkheid. De ruimte tussen de zitting en de rug van uw kindje moet u dan opvullen met handdoeken. Doe dit alleen als het uiterst noodzakelijk is uw kindje te vervoeren.

Ontwikkeling: Omdat uw kindje tijdens de tractiebehandeling voortdurend op bed moet blijven, is het verstandig stimulerende speeltjes aan het bed te hangen. Zo wordt de ontwikkeling van uw kindje wel gestimuleerd. Als uw kindje thuis is, mag het alles doen wat het zelf wil ondernemen. Een buikkarretje (een brede plank op zwenkwieltjes) kan een uitkomst zijn vanaf de leeftijd van negen maanden om uw kindje zich toch te laten verplaatsen. Zorg wel dat uw kindje goed vast zit op het plankje en er niet af kan vallen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Komen er bij u in de familie heupafwijkingen voor, meld dit dan aan de consultatiebureauarts of de huisarts. Belangrijk is daarbij of de ouders vroeger zelf een spreidhulpmiddel gehad hebben, of dat er mensen in de familie zijn die op relatief jonge leeftijd al een versleten heup hadden.

De consultatiebureauarts of de huisarts kan dan extra aandacht aan de heupjes geven. Ook kan het een reden zijn om op de leeftijd van vier tot vijf maanden zonder afwijkingen bij onderzoek toch een echo of een röntgenfoto te maken.

Verder is het belangrijk dat u gedurende de eerste drie maanden de benen van uw kindje niet volledig strekt, ook niet om de lengte te meten. Hierdoor kan een heupje ook uit de kom schieten.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Dr. A.J.M. Sauter (consulent)

Bronnen

  • Diepstraten AFM, Linge B van, Swierstra BA. Kinderorthopedie. Utrecht: Bunge, 1993.
  • Brande JL van den, Monnens LAH (red). Kindergeneeskunde. Tweede herziene druk. Utrecht: Bunge, 1993.
  • Informatie Vereniging Aangeboren Heupafwijkingen. Website: www.heupafwijkingen.nl
  • Protocol signaleren dysplastische heupontwikkeling, provincie Noord-Brabant. Contactgroep JGZ Noord-Brabant.
  • Anten-Kools E, Ausems-van Herten M. De Kinderheup. Uit: Cursusklapper applicatiecursus voor consultatiebureauartsen, cursusjaar 2001. Maastricht, 1992. 
  • Lisdonk van de EH, Bosch van den SJHM, Lagro-Janssen ALM, Schers HJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk vijfde druk  2008.  Reed Business, Amsterdam.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd