Herpes neonatorum

Wat is herpes neonatorum?

Herpes neonatorum is een infectie met het herpesvirus van een baby in de eerste vier levensweken. Het is een zeldzame aandoening; het komt bij één op de 35.000 pasgeboren kinderen voor. Er bestaan twee typen van het herpesvirus:

  • type I: geeft bij grotere kinderen en volwassenen vooral blaasjes op het gezicht (koortsuitslag)
  • type II: geeft blaasjes op de geslachtsorganen

Bij drie op de vier baby’s is type I de veroorzaker van de herpes neonatorum. Vaak wordt de infectie overgedragen door een kus van iemand met koortsuitslag. Meer informatie over herpes type I leest u in de informatiefolder 'Koortslip'. Meer informatie over herpes type II leest u in de informatiefolder 'Herpes genitalis’.

Hoe herkent u herpes neonatorum?

De eerste verschijnselen van een besmetting met het herpesvirus ontstaan ongeveer vijf dagen na de besmetting. Slechts bij de helft van de kinderen zijn de typische koortsblaasjes aanwezig. Hierdoor is herpes soms moeilijk te herkennen. Er bestaan drie vormen van herpes neonatorum:

  • infectie van de huid en de slijmvliezen
  • infectie van de hersenen
  • bloedvergiftiging

Infectie van de huid en de slijmvliezen Een infectie van de huid en de slijmvliezen herkent u door de aanwezigheid van groepen blaasjes. Deze blaasjes verschijnen op de huid, op de mond of rond de ogen en zijn gevuld met vocht. Na enkele dagen drogen de blaasjes in en krijgen korstjes.

Infectie van de hersenen Bij een infectie van de hersenen wordt uw kind onrustig en geprikkeld. Uw kind huilt veel en is niet te troosten. Daarna wordt het steeds slomer, tot het op een bepaald moment helemaal niet meer reageert. Ook kunnen epileptische aanvallen voorkomen, met schokken van armen en benen en wegdraaien van de ogen. Uw kind heeft hierbij vaak koorts.

Bloedvergiftiging Bij bloedvergiftiging begint uw kind vaak met slecht drinken en gaat het minder plassen. Ook krijgt het een steunende en kreunende ademhaling. Vaak is er koorts en uw kind kan braken. De huid kan een sterke gele verkleuring krijgen en er kunnen onderhuidse bloedingen optreden. Daarnaast kan uw kind grauw worden en uiteindelijk niet meer reageren op aanspreken.

Hoe ontstaat herpes neonatorum?

De pasgeborene kan op verschillende momenten en op verschillende manieren besmet raken met het herpesvirus.

Besmetting voor of tijdens de bevalling Wanneer de moeder besmet is met het herpesvirus en tijdens de bevalling last heeft van herpes (dit hoeft niet altijd met zichtbare blaasjes te zijn), kan het virus tijdens de bevalling doorgegeven worden aan het kind. Het gaat dan meestal om herpes type II. Ook kan de herpesinfectie bij gebroken vliezen opstijgen en het kind besmetten.

Besmetting na de geboorte Meestal ontstaat de besmetting echter na de geboorte. Iemand met herpesblaasjes op de lip of de neus, knuffelt met het kind. In het vocht van de blaasjes zit het herpesvirus en als dit vocht in aanraking komt met het kind, raakt het besmet met het virus.

In Nederland zijn veel (zeven van de tien) mensen besmet met het herpesvirus, maar lang niet al deze mensen hebben ook last van blaasjes. Wel hebben deze mensen afweerstoffen tegen het herpesvirus. Via de moederkoek voor de geboorte of via moedermelk krijgt de baby afweerstoffen tegen het herpesvirus mee. Daardoor kan de infectie beperkt blijven tot de huid en de slijmvliezen. Als de afweerstoffen niet voldoende zijn, kan het herpesvirus makkelijker ook de hersenen besmetten of bloedvergiftiging geven.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Prognose De ernst van de infectie met het herpesvirus is afhankelijk van het wel of niet aanwezig zijn van antistoffen bij de baby. Deze antistoffen kan de baby al tijdens de zwangerschap van de moeder krijgen, maar alleen als de moeder een herhaalde infectie met het herpesvirus gehad heeft.

Een infectie met het herpesvirus bij een baby zonder antistoffen is een ernstige ziekte. Als het virus beperkt blijft tot de huid en de slijmvliezen is de prognose gunstig. Infectie van de hersenen of een bloedvergiftiging zijn ernstige aandoeningen. Zonder behandeling overlijden bij infectie van de hersenen vijf van de tien kinderen en bij bloedvergiftiging negen van de tien kinderen.

Behandeling Wanneer herpes neonatorum bij pasgeborenen op tijd wordt herkend, kan het kind via een infuus behandeld worden met medicijnen die het virus doden. Hiermee kunnen complicaties en overlijden worden voorkomen, vooral als het herpesvirus nog geen bloedvergiftiging heeft veroorzaakt. Ondanks medicijnen overlijden nog steeds één op de tien kinderen met een infectie van de hersenen en zeven van de tien met een bloedvergiftiging.

Voorkomen is beter dan genezen Voorkomen van herpesbesmetting bij de pasgeborene is dus heel belangrijk.

Restverschijnselen Bij overleven na een hersenontsteking is de kans op blijvende hersenbeschadiging groot. Dit uit zich door een achterstand in de ontwikkeling, variërend van leerproblemen tot zwakzinnigheid. Verder komen ook veel gedragsproblemen voor, zoals agressiviteit, hyperactiviteit en impulsiviteit.

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact op met uw huisarts, wanneer u vermoedt dat uw kind verschijnselen heeft die passen bij een herpesinfectie. De huisarts onderzoekt uw kind en verwijst het door naar het ziekenhuis, als hij vermoedt dat uw kind deze aandoening heeft.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Herpes is besmettelijk vanaf de vorming van de blaasjes tot de vorming van een korstje op de blaasjes.

Voorzorgsmaatregelen Als u, uw partner of uw bezoek koortsuitslag heeft, is het belangrijk om de volgende voorzorgsmaatregelen te nemen:

  • krab niet aan de blaasjes of korstjes
  • was altijd uw handen voordat u de baby oppakt of verschoont
  • draag een mondkapje als u koortsuitslag op de lip heeft
  • kus uw kind niet als u koortsuitslag op de lip heeft
  • zorg dat toiletartikelen en eet- en drinkspullen van iemand met koortsuitslag niet in contact komen met anderen
  • draag handschoenen als u koortsuitslag aan uw vingers heeft

Borstvoeding U mag wel borstvoeding geven als u zelf koortsuitslag heeft, wel moet u dan ook een mondkapje dragen. Alleen als u koortsuitslagblaasjes op of rond de tepel heeft, mag u met die borst uw kind niet voeden. Om stuwing te voorkomen, is het verstandig die borst wel af te kolven. Kook het deel van de kolf dat in contact is geweest met de borst daarna uit en gooi de afgekolfde melk weg.

Behandeling Heeft u of uw partner koortsuitslag, dan kunt u dit behandelen met aciclovirzalf. Hiermee kan vaak voorkomen worden dat er blaasjes ontstaan en wordt de periode van besmettelijkheid verkort. Hoe sneller u daarmee begint, hoe beter. Het effect van starten als u al vier dagen of langer blaasjes heeft, is dubieus.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Melden Als u of uw partner last heeft gehad van herpesblaasjes op de geslachtsorganen, is het heel belangrijk om dit te melden aan de verloskundige of de gynaecoloog. Ook als u geen blaasjes heeft tijdens de bevalling, kunt u het virus overdragen aan uw kind. Gelukkig gebeurt dit maar zelden: een tot twee op de honderd vrouwen die bekend zijn met herpesblaasjes op de schaamlippen, draagt het tijdens de bevalling over op haar kind.

Kweken Om het virus vroegtijdig op te sporen worden bij u tijdens de bevalling kweken afgenomen van de baarmoedermond en de vagina. Ook worden er bij uw baby nadat het geboren is, kweken afgenomen uit de mond en de keel. Er wordt gekeken of het herpesvirus in deze kweken zit. Als dat het geval is, krijgt uw kind uit voorzorg medicijnen gericht tegen het herpesvirus. Zo kan een besmetting voorkomen worden. Het is niet nodig om uit voorzorg een keizersnede te doen.

Keizersnede Dit gebeurt alleen nog als u tijdens de laatste weken van de zwangerschap voor het eerst besmet raakt met het herpesvirus en blaasjes krijgt op de schaamlippen of baarmoedermond, die tijdens de bevalling nog besmettelijk kunnen zijn.

Afweerstoffen Het duurt even voordat er door u afweerstoffen worden gemaakt tegen het herpesvirus die ook doorgegeven worden aan de baby voor de geboorte. Wanneer u voor de tweede of meer keer blaasjes heeft op de schaamlippen of baarmoedermond tijdens de bevalling, heeft u de afweerstoffen al wel doorgegeven aan uw kind. Er is dan ook geen reden om een keizersnede te doen. Wel wordt uw kind uit voorzorg behandeld.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Dr. H.A.A. Brouwers (consulent)

Bronnen

  • De incidentie van herpes neonatorum in Nederland Gaytant, M.A., Steegers, E.A.P., Cromvoirt, P.L.M. van, Semmekrot, B.A. en Galama, J.M.D. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde 2000; 144(38); 1832-6
  • Obstetrie en Gynaecologie De voortplanting van de mens Treffers et al 1e druk Utrecht Wetenschappelijke uitgeverij Bunge 1993
  • Kindergeneeskunde, tweede herziene druk. Onder redactie van JL van den Brande, LAH Monnens. Utrecht: Wetenschappelijke uitgeverij Bunge 1993
  • Dermatologie en Venerologie Onder redactie van van Vloten Utrecht Wetenschappelijke uitgeverij Bunge 1992
  • 14 SOA vademecum september 2001; hoofdstuk B4 Herpes genitalis; M.J.W. van de Laar
  • CBO  richtlijn " Seksueel overdraagbare aandoeningen en herpes neonatorum" 2003

Meer informatie

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd