Hechten

Wat is hechten?

Hechten is het aan elkaar vastmaken van wondranden met behulp van hechtmateriaal.

Waarvoor dient hechten?

Wanneer een wond groot is en de wondranden ver uit elkaar liggen, kunnen er problemen ontstaan met de genezing. Het bloeden duurt langer en de genezing is langzamer, wat de kans op infecties vergroot. Verder moet er veel littekenweefsel gevormd worden, om de afstand tussen de wondranden te overbruggen. De vorming van dit littekenweefsel veroorzaakt vaak grote littekens. Bij een hechting, worden de wondranden naar elkaar gebracht, waardoor de wond sneller en mooier geneest.

Toch kunnen niet alle wonden gehecht worden, zoals wonden waarin zich veel bacteriën bevinden. Door te hechten raken de bacteriën opgesloten in de wond en kunnen een infectie veroorzaken. Dit is het geval bij wonden die ouder dan 6 uur zijn. Deze wonden worden opengelaten en moeten spontaan genezen. Soms is het mogelijk de oude wondranden weg te snijden en de wond vervolgens goed te reinigen. Zo ontstaat een verse wond, die wel weer gehecht mag worden.

Waar kunt u terecht voor hechtingen?

Kleinere wonden kunnen door uw huisarts worden gehecht; grotere wonden worden meestal gehecht in het ziekenhuis. De hechting kan worden uitgevoerd door de chirurg, de spoedeisende hulparts, de arts-assistent of de co-assistent (onder toezicht).

Hechten, hoe gaat het in zijn werk?

Meestal ligt u tijdens het hechten op een behandeltafel. Het hechten verloopt in een aantal stappen. Deze stappen zullen hieronder worden besproken.

Ontsmetting De huid rondom de wond wordt ontsmet met een ontsmettingsmiddel, bijvoorbeeld jodium of alcohol. Als u allergisch bent voor jodium, kunt u dit het beste tijdig aangeven.

Verdoving Als het nodig is om meer dan één hechting te zetten, zal de huid rondom de wond met een injectie verdoofd worden. Deze prik kan pijnlijk zijn. De pijn is echter snel voorbij, want na enkele minuten begint de verdoving te werken.

Afdekking Het te hechten lichaamsdeel wordt afgedekt met een steriele doek. De arts die zal hechten, zal zorgen dat er een goede lamp op het te hechten lichaamsdeel wordt gericht, zodat hij of zij goed kan zien wat hij doet. Het is belangrijk dat u hierbij stil blijft liggen.

Hechting Het hechten gebeurt meestal met naald en draad. Als de verdoving goed is ingewerkt, voelt u geen pijn meer tijdens het hechten. Wel kunt u het trekken aan de huid blijven voelen.

De arts zet de wondranden met naald en draad aan elkaar. Met kleine steekjes die dwars op de wondranden komen, worden de wondranden aan elkaar vast gezet. Het is belangrijk dat de hechtingen niet te los en niet te strak zitten. Hechten moet precies gebeuren. Afhankelijk van de hoeveelheid hechtingen, zal het hechten enkele minuten tot een uur in beslag nemen. Een andere manier van hechten is om kleine steekjes in de huid te maken, parallel aan de wondranden. De arts zal bekijken welk soort hechting het meest geschikt is voor uw wond.

Bescherming Wanneer alle hechtingen gezet zijn, wordt er meestal een pleister of verband over de wond aangebracht. Dit om de wond te beschermen.

Tetanusinjectie Een wond kan besmet zijn met tetanusbacteriën. Dit is vooral het geval wanneer de wond is toegebracht door een dier, of wanneer de wond bevuild is met straatvuil of aarde. Als de tetanusbacterien de kans krijgen om te gaan groeien in de wond, zullen ze een giftige stof maken. Deze stof geeft spierverkrampingen die levensgevaarlijk kunnen zijn.

In Nederland worden alle kinderen gevaccineerd tegen tetanus. De laatste vaccinatie krijgen zij op 9 jaar. Het ontstaan van een infectie, is afhankelijk van de tijdsduur tussen de laatste vaccinatie en de verwonding. Hieronder kunt u lezen in welke gevallen u een tetanusinjectie moet hebben.

  • Als u korter dan 10 jaar geleden een volledige vaccinatieserie tegen tetanus heeft gehad, hoeft u nu niet gevaccineerd te worden.
  • Als u langer dan 10 jaar geleden een volledige vaccinatieserie tegen tetanus heeft gehad, krijgt u een herhalingsinjectie.
  • Als u nooit eerder tegen tetanus gevaccineerd bent geweest, krijgt u een volledige serie bestaand uit 4 prikken, verspreid over een half jaar.

Wat zijn de alternatieven voor hechten?

Soms liggen de wondranden ver genoeg uit elkaar om de genezing te belemmeren, maar niet zo ver dat er gehecht moet worden. In dit geval kan er gekozen worden voor een andere methode om de wondranden dichter naar elkaar toe te brengen. De bekendste methoden zijn het plakken van zwaluwstaartjes of het lijmen van de wond. Na een operatie wordt een wond soms niet gehecht, maar geniet. Deze verschillende methoden worden hieronder toegelicht.

Zwaluwstaartjes Bij kleine wondjes kunnen de wondranden ook bij elkaar gebracht worden, door een aantal smalle strakke pleisters dwars over de wondranden te plakken. Deze pleisters worden zwaluwstaartjes genoemd. Ze worden nogal eens gebruikt voor kleine wondjes in het gezicht, omdat hierbij weinig aan de wondranden wordt getrokken.

Wondlijm Bij kleine wondjes kunnen de wondranden ook naar elkaar toegebracht worden, door ze vast te plakken met wondlijm. Een voordeel van wondlijm is dat de huid rondom de wond niet verdoofd hoeft te worden. Ook ontstaan er geen littekentjes als gevolg van de hechtdraad zelf.

Nietjes Grote wonden waarbij veel spanning op de wondranden staat, kunnen ook aan elkaar gemaakt worden, door hier bepaalde nietjes met een soort nietapparaat in te zetten. Dit gebeurt meestal bij operaties die op de operatiekamer worden uitgevoerd.

Wanneer worden hechtingen verwijderd?

Afhankelijk van de plaats van de hechtingen, worden de hechtingen na 5, 7 of 10 dagen verwijderd. Als een hechting voor die tijd irriteert of een ontsteking van de huid veroorzaakt, kan het nodig zijn om de hechting eerder te verwijderen. Soms wordt er gehecht met oplosbaar materiaal. Deze hechtingen hoeven niet verwijderd te worden. Na het verwijderen van de hechtingen, ziet de huid ter plaatse van de wond nog rood en gezwollen. Sommige mensen houden een opvallend litteken over. Er zijn bovendien littekentjes te zien op de plaats waar de hechtdraad door de huid is gegaan. Die vooral duidelijk zijn als de hechtingen dwars op de wondranden zijn gezet.  In de loop van de weken na de verwijdering van de hechtingen, kan het litteken nog dikker en roder worden. Ook kan de plaats van de wond gaan jeuken. In de maanden erna zal het litteken geleidelijk verbleken en blijft uiteindelijk slechts een wit streepje zichtbaar.

Welke problemen kunnen zich voordoen bij hechten?

Bij sommige mensen ontstaan problemen naar aanleiding van het hechten van hun wond. Deze problemen worden hieronder besproken.

Infectie Aangezien de huid open en beschadigd is bij een wond, kunnen bacteriën gemakkelijk binnendringen. Deze bacteriën kunnen een infectie van de huid en de weefsels onder de huid, zoals bindweefsel en spieren, veroorzaken. Een wondinfectie kunt u herkennen, doordat de huid van de wond erg rood en gezwollen is. De wond gaat meer pijn doen en klopt hevig. Ook kunt u koorts krijgen. Soms is het nodig om de wond open te maken en schoon te maken. Bij een wondinfectie is soms antibiotica nodig.

Mensen met suikerziekte, een slechte doorstroming in de bloedvaten en een verminderde afweer, hebben een grotere kans om een wondinfectie op te lopen.

Openbarsten van de hechtingen Wanneer er veel druk op de wondranden staat, kunnen de hechtingen de wond soms niet goed bij elkaar houden. De wond kan openbarsten. Vaak is het dan niet meer mogelijk om de wond opnieuw te hechten. De wond wordt dan opengelaten en moet spontaan aan elkaar groeien. Dit laat meestal een wat breder litteken achter.

Te strakke hechtingen Wanneer de hechtingen te strak zijn aangelegd, kunnen er problemen ontstaan met de doorbloeding van de wondranden. De wondranden kunnen daardoor niet goed genezen en zullen eerst blauw en later zwart gaan verkleuren. De hechtingen moeten dan verwijderd worden.

Niet genezen van de wond Bij sommige mensen willen de wondranden maar niet aan elkaar komen te zitten. Dit komt vaker voor bij mensen die suikerziekte, ernstige problemen met de doorbloeding van de wond of een verminderde afweer hebben.  Ook als er nog verontreiniging ( glas, steentjes) in de wond aanwezig is, zal de wond moeilijk genezen. De wond zal zorgvuldig onderzocht moeten worden. Daarna zal bekeken moeten worden via welke methode de wond wel kan genezen.

Wanneer naar de huisarts?

Als u een wond heeft Een kleine, ondiepe wond waarbij de wondranden tegen elkaar aanliggen, mag u zelf behandelen. Het is altijd verstandig om contact op te nemen met uw huisarts, als:

  • het om een grotere en diepere wond gaat, waarbij de wondranden wijken;
  • het om een bijtwond gaat;
  • de wond zich in het gezicht bevindt (ongeacht de grootte);
  • u in aanmerking komt voor een tetanusinjectie.

De huisarts kan u zelf behandelen. Soms verwijst hij u voor behandeling door naar de spoedeisende hulp of naar de chirurg in het ziekenhuis.

Als u een hechting heeft Als uw wond is gehecht en zich één van de volgende klachten voordoen, is het raadzaam om contact op te nemen met uw huisarts:

  • de wond wordt steeds dikker, roder en pijnlijker;
  • er komt pus uit de wond;
  • u heeft meer dan 38 graden koorts;
  • de wond barst open.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u een wond heeft

  • De wond even paar tellen goed laten doorbloeden.
  • De wond vervolgens goed schoonspoelen met lauw water, om zo veel mogelijk vuil te verwijderen. Als dit niet mogelijk is, kunt u de wond het beste schoon deppen met een natte, schone en gestreken theedoek of met een steriel gaasje.
  • Een kleine ondiepe wond waarbij de wondranden aan elkaar liggen, mag u zelf behandelen. Dit kunt u doen, door de wondranden te ontsmetten met desinfecterende vloeistof (chloorhexidine-oplossing of povidon jodium). Deze middelen zijn verkrijgbaar bij de drogist of apotheek. Daarna kunt u de wond afdekken met een pleister of met wondfolie (ook verkrijgbaar bij de apotheek).
  • Een grotere wond met uitwijkende wondranden kunt u het beste laten beoordelen door uw huisarts. Hij zal de wond zelf behandelen en eventueel hechten, of doorverwijzen naar het ziekenhuis.

Als u een hechting heeft

  • De plaats waar de wond zich bevindt, kunt u het beste hoog houden.Een verse, grote wond is vaak nog pijnlijk en kan heftig gaan kloppen en opzwellen. Door de plaats van de wond hoog te houden, kunt u deze verschijnselen verminderen. Bij een wond aan de arm kunt u uw arm op een kussen leggen. Tijdens het lopen kunt u uw arm in een mitella houden. Een wond aan het been kunt u hoog leggen, door het been op een stoel te leggen. Een wond aan het gezicht kunt u vanzelfsprekend niet hoog leggen. Bij kleine wonden is hoog leggen niet altijd nodig.
  • Het is belangrijk om de wond droog te houden. Als u gaat douchen kunt u het beste iets om de wond wikkelen, waardoor deze niet nat kan worden. Als dat niet goed mogelijk is, kunt u beter het douchen laten en u wassen aan de wastafel. Zwemmen met een wond is dus niet mogelijk.
  • Ook is het belangrijk om de wond schoon te houden. Als de pleister over de wond erg vies is geworden, kunt u beter een nieuwe pleister over de wond plakken. Zorg ervoor dat de omgeving van de wond schoon blijft.

Na het verwijderen van de hechtingen

  • Het is raadzaam om uw huid in te smeren met crème, bijvoorbeeld calendulazalf of vitamine-E crème. Deze helpen de huid soepel te houden.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Dr. M.A. Kemler (consulent)

Bronnen

  • de Boer J (redactie) et al, Leerboek Chirurgie 5e herziene druk Bohn Stafleu Van Loghum, Houten/Zaventem 2000
  • RIVM :LCI-richtlijn tetanus

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd