Hartinfarct

Aandoening 3 april 2016

Wat is een hartinfarct?

Een hartinfarct is een plotselinge afsluiting van een kransslagader. Een gedeelte van de hartspier krijgt daardoor geen zuurstof meer en kan onherstelbaar beschadigd raken, wanneer er niet op tijd wordt ingegrepen. Andere namen voor een hartinfarct zijn ‘hartaanval’ en ‘myocardinfarct’. Hartinfarcten kunnen zowel bij mannen als bij vrouwen optreden en komen in verreweg de meeste gevallen vanaf het 35ste levensjaar voor. Hartinfarcten kunnen levensbedreigend zijn.Tijdens het infarct en in de eerste uren daarna is de kans op overlijden het grootst. Na ontslag uit het ziekenhuis is 75 procent van de mensen na vijf jaar nog steeds in leven.

Symptomen hartinfarct

Een hartinfarct gaat meestal gepaard met een plotselinge, matige tot zeer hevige pijn op de borst. Deze pijn kan uitstralen naar de schouders, de kaken en de rug.

Veel mensen die een hartinfarct doormaken, hadden daarvoor al last van pijn op de borst. Een andere naam voor deze pijn op de borst is ‘angina pectoris’. Het verschil tussen beide aandoeningen is dat de pijn bij een hartinfarct veelal heviger is, niet verdwijnt in rust, niet na een aantal minuten afzakt en niet reageert op de gebruikelijke medicatie.

Een hartinfarct kan verder gepaard gaan met misselijkheid, braken, transpireren en een koude, bleke huid. De patiënt kan in de war zijn, is kortademig en heeft een snelle en/of onregelmatige hartslag. Bij ernstige infarcten kan de patiënt bewusteloos raken en/of overlijden. De genoemde klachten hoeven echter niet op te treden. Ongeveer een vijfde deel van de hartinfarcten verloopt zelfs zonder klachten of symptomen.

Hoe ontstaat een hartinfarct?

Een hartinfarct is een plotselinge afsluiting van een kransslagader. De kransslagaderen voorzien het hart van bloed. Wanneer een van deze aderen verstopt is, wordt een gedeelte van het hart niet meer van bloed voorzien. Dit gedeelte werkt dan niet meer en zal wanneer niet wordt ingegrepen onherstelbaar beschadigen of afsterven.

De afsluiting van een kransslagader is bijna altijd het gevolg van aderverkalking. In de loop van vele (soms tientallen) jaren is in en op de wand van de ader een verdikking ontstaan. Zo’n verdikking wordt ‘atheromateuze plaque’ genoemd.

Het ontstaan hiervan is afhankelijk van veel factoren die nog niet allemaal bekend zijn. Duidelijk is dat erfelijkheid, roken, cholesterol en een hoge bloeddruk hier een belangrijke rol in spelen. U kunt hier meer over lezen bij ‘Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen’.

Een verdikking in en op de aderwand (atheromateuze plaque) kan plotseling openbreken, scheuren of gaan bloeden. Deze veranderingen kunnen ervoor zorgen dat het bloedvat dat door de plaque al vernauwd was, helemaal wordt afgesloten. Ook kan een stolseltje in de bloedbaan blijven hangen achter de plaque en op die manier de ader verstoppen.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een hartinfarct is een ernstige aandoening. Er bestaat er een risico op overlijden. Hoe sneller er medische hulp is hoe beter. Ook na het hartinfarct kunnen er complicaties ontstaan, zoals stoornissen in het hartritme en hartfalen.

Bij een hartinfarct volgt een ziekenhuisopname. Tijdens de opname worden onderzoeken uitgevoerd om de ernst en de gevolgen van het infarct en de in te stellen behandeling te bepalen. Vaak wordt al snel gestart met revalideren.

Diagnostiek
In het ziekenhuis wordt direct gestart met onderzoek. Er wordt een lichamelijk onderzoek uitgevoerd en een hartfilmpje (ECG) gemaakt. Door middel van bloedprikken wordt het gehalte aan een aantal enzymen bepaald die vrij komen tijdens een infarct.
Aan de hand van deze gegevens kan een inschatting gemaakt worden van de ernst, de grootte en de lokalisatie van het infarct. Ook eventuele complicaties worden hiermee in beeld gebracht.

Behandeling
De eerste dagen in het ziekenhuis blijft de patiënt op de hartbewaking. De functie van het hartvaatstelsel wordt continue geregistreerd, zodat bij eventuele complicaties direct ingegrepen kan worden.

De behandeling start zo vroeg mogelijk: op het moment dat de patiënt binnenkomt of liever al in de ambulance. Een snelle behandeling is belangrijk om meer schade te voorkomen. Er worden medicijnen toegediend die het bloed verdunnen en bloedproppen op te lossen.

Ook kan het nodig zijn dat er direct gedotterd wordt. Hierbij wordt via de lies een ballonnetje in de bloedbaan geschoven. Op de plaats van de vernauwing wordt dit opgeblazen en wordt het vat weer geopend. Vaak wordt aansluitend een stent geplaatst. Dit is een metalen veer. Deze houdt het bloedvat open. In ernstige situaties kan het ook nodig zijn dat er direct een hartoperatie moet gebeuren. Hierbij worden er omleidingen geplaatst rond de verstopte kransslagaderen.

Revalidatie
In het ziekenhuis wordt de patiënt zo snel mogelijk weer gemobiliseerd. Dat wil zeggen dat onder begeleiding weer activiteiten ondernomen worden. Door zo snel mogelijk weer te gaan bewegen, wordt de kans op complicaties kleiner. Voor het ontslag uit het ziekenhuis oefent de patiënt met traplopen en wordt een inspanningstest gedaan. Na het ontslag is het belangrijk dat de revalidatie doorgaat. Dit gebeurt meestal aan de hand van een persoonlijk oefenprogramma dat in het ziekenhuis is opgesteld.

Met ontslag
Tussen drie en tien dagen na het infarct mogen de meeste patiënten alweer naar huis. De eerste periode worden medicijnen voorgeschreven die de kans op een nieuw hartinfarct verkleinen. Soms moeten deze medicijnen het hele leven lang worden gebruikt.

Veel mensen kunnen na het ontslag uit het ziekenhuis en een periode van revalidatie hun dagelijkse activiteiten weer helemaal oppakken. Om de kans op een nieuw infarct te verkleinen zijn gezonde leefregels belangrijk (nie roken, gezond eten en voldoende lichaamsbeweging).

Twee maanden na het infarct kunnen veel mensen weer  een gewoon leven leiden. Bij sommige mensen kan de genezing minder voorspoedig verlopen.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u vermoedt dat er bij u of een ander sprake is van een hartinfarct, bel dan zo snel mogelijk 112. Snelle medische hulp is heel belangrijk voor het beloop.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Wanneer u zelf een hartinfarct krijgt, kunt u er op dat moment eigenlijk zelf niet echt wat aan doen. Krijgt iemand uit uw omgeving een hartinfarct, dan kunt u zo mogelijk eerste hulp verlenen en eventueel reanimatie toepassen.

U kunt wel de kans op een hartinfarct zo veel mogelijk verkleinen (zie ‘Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen’).

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Er is een aantal factoren dat de kans op het krijgen van een hartinfarct kan vergroten en de leeftijd waarop dit plaatsvindt vervroegen. Het is van belang deze risicofactoren zoveel mogelijk te beperken.

De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • erfelijkheid
  • roken
  • hoge bloeddruk
  • suikerziekte
  • hoog cholesterol
  • overgewicht
  • weinig lichaamsbeweging

Door het zoveel mogelijk beperken van deze risicofactoren, verkleint u de kans op een hartinfarct. Wanneer u meerdere risicofactoren heeft, is de kans op een hartinfarct extra hoog. De risicofactoren versterken elkaar. Het resultaat is meer dan de som van de onderdelen, één en één is in dit geval meer dan twee.

Erfelijkheid
Wanneer uw ouders of broers en zussen voor hun zestigste verjaardag hart- of vaatproblemen hebben gehad, heeft u een vergroot risico op deze aandoeningen.
Aan deze erfelijkheid kunt u in principe niets veranderen. U kunt dit risico echter wel zo klein mogelijk maken door alle andere risicofactoren te minimaliseren. Als u erfelijk belast bent, is dit extra belangrijk.

Roken
Roken versnelt de afwijkingen in de bloedvaten, die uiteindelijk kunnen leiden tot een hartinfarct. Door roken neemt de kans op een hartinfarct toe en kan het op jongere leeftijd dan gebruikelijk plaatsvinden.
Door te stoppen met roken, stopt u dit versnelde proces en verkleint u daarmee de kans op een infarct. U kunt bij uw huisarts terecht wanneer u advies of hulp nodig heeft bij het stoppen met roken. De huisarts kan u ook verwijzen naar centra die gespecialiseerd zijn in hulp bij het stoppen met roken.

Hoge bloeddruk
Een te hoge bloeddruk is schadelijk voor de vaatwand en bevordert het ontstaan van de plaques die een rol spelen bij het ontstaan van een hartinfarct.
Een hoge bloeddruk voelt en merkt u in het algemeen niet. Daarom kan het wel eens moeilijk zijn om u aan de aangerade leefregels (zoals weinig alcohol en weinig zout gebruiken) te houden en uw medicijnen te blijven slikken. Toch is het zeer raadzaam om dit wel te doen.
U vindt meer informatie over hoge bloeddruk in de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Hoge bloeddruk’.

Suikerziekte
Suikerziekte bevordert het ontstaan van afwijkingen in de bloedvaten en daarmee de kans op een hartinfarct. U kunt deze invloed beperken door u goed aan het eventueel voorgeschreven dieet te houden en uw medicatie op de juiste manier te gebruiken.
U vindt meer informatie over suikerziekte in de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Diabetes mellitus type 1’ en ’ Diabetes mellitus type 2’ .

Hoog cholesterol
Een hoog cholesterolgehalte speelt een rol in het ontstaan van de plaques in de bloedvaten die tot een hartinfarct kunnen leiden. Het is daarom verstandig uw cholesterol op gezette tijden te laten bepalen door uw arts en de hoeveelheid (slechte, verzadigde) vetten in uw voeding te beperken.
Voor het bepalen van een voor u geschikt voedingspatroon kunt u contact opnemen met een diëtiste.
U vindt meer informatie over hoog cholesterol in de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Hoog cholesterol’.

Overgewicht
Overgewicht verhoogt de kans op hart- en vaatziekten. Wanneer u te zwaar bent, is het dan ook heel verstandig om te proberen af te vallen.
U kunt aan de hand van een eenvoudige rekensom (de Body Mass Index) bepalen of u overgewicht heeft.
U vindt meer informatie over overgewicht in de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Overgewicht’.

Weinig lichaamsbeweging
Lichaamsbeweging brengt uw lichaam, hart en vaten in een goede conditie. De kans op problemen is hierdoor kleiner. Veel mensen bewegen tegenwoordig te weinig en lopen daardoor een groter risico om hart- en vaatziekten te krijgen
Probeert u daarom voldoende te bewegen. U kunt bijvoorbeeld vaker de fiets en de trap nemen misschien in het algemeen meer lopen. Probeer een aantal keer per week te sporten. Wanneer u hartpatiënt bent, kunt u meedoen aan de speciale programma’s die hiervoor zijn ontwikkeld in sportscholen en zwembaden.

In samenwerking met

Andrea Liedtke (auteur)
R. Burger (psycholoog)

Bronnen