Griep en verkoudheid

Aandoening 10 april 2016

Wat zijn griep en verkoudheid?

Griep en verkoudheid zijn ziekteverschijnselen die verband houden met de luchtwegen. De klachten die hierbij horen, kunnen zeer licht tot matig ernstig zijn. Een lichte vorm van griep of verkoudheid gaat vaak gepaard met: een loopneus, hoesten, keelpijn, hoofdpijn en/of oorpijn. Bij een zwaardere vorm van griep of verkoudheid kunnen ook klachten als moeheid of longontsteking ontstaan.

Verkoudheden worden meestal veroorzaakt door rhinovirussen; bij kinderen en ouderen kan ook het zogenaamde RS-virus (respiratoir syncytieel virus) de oorzaak zijn. Meestal veroorzaken deze virussen slechts milde klachten. De ‘echte’ griepinfectie daarentegen wordt veroorzaakt door de influenzavirussen. Deze virussen geven meestal een wat ernstiger ziektebeeld. In het overgrote deel van de gevallen verlopen griep en verkoudheden geheel onschuldig.

Symptomen griep en verkoudheid

Een verkoudheid kunt u herkennen aan klachten, als:

  • een loopneus
  • hoesten
  • keelpijn
  • hoofdpijn
  • oorpijn

Zijn vier of meer kenmerken uit onderstaand rijtje op u van toepassing, dan heeft u waarschijnlijk griep:

  • de ziekte is acuut begonnen
  • u moet hoesten
  • u voelt zich slap en moe
  • het slijmvlies van uw neus en keel is rood, zónder beslag of witte punten
  • u heeft koorts (temperatuur in de anus gemeten is 38,5° C of hoger)
  • u heeft koude rillingen
  • u heeft spierpijn of gewrichtspijn
  • u heeft recent contact gehad met iemand die de griep had

Heeft u zes van de bovengenoemde kenmerken, dan is het zeer waarschijnlijk dat u griep heeft. Tijdens een griepepidemie wordt al griep vastgesteld wanneer vier punten op u van toepassing zijn.

Iemand met een gewone verkoudheid kan zich overigens door allerlei factoren zieker voelen dan iemand met griep, en andersom. Het kan dus vóórkomen dat griep wordt vastgesteld bij een verkoudheid, of andersom. Dit maakt in principe niet uit, omdat de behandeling hetzelfde is.

Hoe ontstaat griep of verkoudheid?

Besmetting
Griep ontstaat door contact met het influenzavirus. Dit virus wordt meestal overgebracht via druppeltjes in de lucht, dus door praten of hoesten in elkaars nabijheid. U kunt ook besmet raken door bijvoorbeeld besmette deurknoppen of bestek beet te pakken, of door iemand de hand te schudden. Verkoudheid ontstaat weer door andere virussen die op dezelfde manier worden overgedragen.

Ziek worden
Iedere keer dat u inademt, dringen er talloze in de lucht aanwezige virussen, het lichaam binnen. Meestal worden deze ziekteverwekkers meteen onschadelijk gemaakt door het afweersysteem. De ziekteverwekkers worden daarbij gevangen in het slijmvlies en door kleine trilhaartjes afgevoerd naar buiten.

Een paar keer per jaar slaagt een virus er echter in, zich in ons lichaam te nestelen. Het dringt dan de cellen binnen en kan zich daar gaan voortplanten. De cellen in het slijmvlies van onze luchtwegen zwellen vervolgens op en produceren meer vocht dan normaal. Door de toegenomen vochtproductie kunt u bijvoorbeeld last krijgen van een loopneus. Door de zwelling van de slijmvliezen worden normale uitgangen in de neusholte soms afgesloten. Hierdoor kunnen klachten als oorpijn, hoofdpijn en kaakpijn ontstaan. De beschadiging van de slijmvliezen geeft soms ook pijnklachten, zoals keelpijn.

Griepvirussen geven vaak vervelender klachten dan verkoudheidsvirussen. Griep gaat eerder gepaard met klachten als moeheid, slapte, spierpijn en een algeheel gevoel van ziek zijn. Een griepinfectie kan echter ook mild verlopen; het is mogelijk dat u griep heeft, en hier haast niets van merkt.

Vatbaarheid
Niet iedereen is even vatbaar voor griep en verkoudheid. Sommige mensen zijn viermaal per jaar ziek, terwijl anderen een aantal jaar achtereen niet ziek zijn. Gemiddeld worden volwassenen driemaal per jaar verkouden, en kinderen zesmaal. Over het algemeen krijgen we per jaar krijgen we maximaal één keer griep.

Vatbaarheid voor griep en verkoudheid heeft te maken met een (tijdelijk) verminderde weerstand. Het is daarom belangrijk om uw weerstand goed op peil te houden. Hoe u dat kunt doen, leest u onder het kopje ‘Wat kunt u er zelf aan doen?’.

Naast de lichamelijke factoren die daar worden besproken, is uit onderzoek gebleken dat ook emotionele en sociale omstandigheden de afweer beïnvloeden. Factoren als spanning, zorgen, stress en drukte kunnen de weerstand verlagen, als er niet voldoende rust wordt genomen. Als u het idee heeft dat u vaker ziek bent dan normaal, is het raadzaam om bij uzelf na te gaan of u lekker in uw vel zit en voldoende ontspanning krijgt. Heeft u het bijvoorbeeld druk de laatste tijd? Neemt u voldoende tijd om uit te rusten? Kunt u met uw zorgen bij anderen terecht? Het kan prettig zijn om deze zaken met iemand uit uw omgeving te bespreken, bijvoorbeeld uw partner, een collega of een vriend.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Bij gezonde mensen zijn griep en verkoudheid in principe onschuldige aandoeningen. Vaak voelen mensen met griep zich zo ziek, dat ze het liefst in bed blijven. De infectie duurt meestal drie tot vijf dagen. Het is wel mogelijk dat u zich pas na twee weken weer helemaal de oude voelt.

In sommige gevallen leiden verkoudheden en vooral de griep tot complicaties. Onder het kopje ‘Wanneer naar de huisarts?’ wordt gesproken over risicogroepen. Mensen die daaronder vallen, zijn minder goed gewapend tegen het virus of zijn er gevoeliger voor.

Bij mensen met een longziekte bijvoorbeeld, kunnen de extra slijmvliesbeschadigingen die door het virus ontstaan, net de druppel zijn die de emmer doet overlopen. Bij mensen met een chronische ziekte kan een griepinfectie hun reeds bestaande ziekte verergeren. Bij mensen met suikerziekte bijvoorbeeld, kan griep leiden tot ontregeling van de bloedsuikerwaarden. Om dit te voorkomen, worden mensen uit risicogroepen gevaccineerd tegen het griepvirus. Hier leest u meer over onder het kopje ‘Wanneer naar de huisarts?’. Ook bij mensen die niet binnen een risicogroep vallen, kan een nieuwe klacht of ziekte als gevolg van de griepinfectie ontstaan (een complicatie). Een mogelijke complicatie is bijvoorbeeld een bijholte- of longontsteking.

Met het opbouwen van goede weerstand kunt u de kans op complicaties aanzienlijk verkleinen.

Wanneer naar de huisarts?

In de meeste gevallen verloopt een verkoudheid of griepinfectie onschuldig. In de volgende gevallen is het echter raadzaam om uw huisartsenpraktijk te raadplegen:

  • u heeft last van benauwdheid of een piepende ademhaling
  • u heeft last van een heftige, bonkende hoofd- of kaakpijn, die erger wordt bij het voorover buigen (bukken met het hoofd tussen de knieën)
  • u heeft last van (het ophoesten van) veel slijm
  • u heeft al langer dan vijf dagen koorts (de temperatuur gemeten in de anus is 38,5 graden Celsius of hoger)
  • u maakt een tweede periode met koorts door, nadat de koorts een aantal dagen weg is geweest

Heeft u geen de van bovengenoemde verschijnselen, dan zult u zich de komende dagen waarschijnlijk steeds beter gaan voelen. In dat geval is het dan ook niet nodig om contact op te nemen met uw huisartsenpraktijk. Mocht u vragen hebben of zich toch zorgen maken, dan kunt u altijd contact opnemen met uw huisartsenpraktijk.

Griepvaccinatie
Griep en verkoudheid zijn meestal onschuldige aandoeningen die vanzelf weer overgaan. Voor een aantal groepen mensen, de zogenaamde risicogroepen, is griep echter wel een reden om contact op te nemen met de huisartspraktijk. Zij moeten tegen het griepvirus worden gevaccineerd. Huisartsen voeren meestal een actief beleid om mensen uit deze groepen op te sporen en te benaderen. U behoort tot een risicogroep, als:

  • u onder behandeling bent (geweest) bij uw huisarts of een specialist in verband met een longaandoening
  • u onder behandeling bent (geweest) in verband met een hartaandoening
  • u onder behandeling bent (geweest) in verband met een verminderde werking van uw nieren
  • u suikerziekte heeft
  • u of één van uw gezinsleden herhaaldelijk last heeft van steenpuisten
  • u in een verpleeghuis of verzorgingshuis verblijft
  • u 65 jaar of ouder bent
  • u kankerpatiënt bent
  • u Aids-patiënt bent

Indien u niet tot één van deze risicogroepen behoort, hoeft u niet gevaccineerd te worden tegen griep. Als u dit toch wilt, kunt u zich op eigen initiatief laten vaccineren bij uw huisartsenpraktijk. 

 

Wat kunt u er zelf aan doen?

Griep en verkoudheid zijn meestal vervelende, maar onschuldige aandoeningen. De huisarts kan u geen medicijnen voorschrijven waardoor de griep of verkoudheid geneest. Er is wel een aantal dingen die u zelf kunt doen om de klachten te verlichten.


Huismiddelen

Als u verkouden bent of griep heeft, is er een aantal huismiddelen die uw klachten kunnen verlichten.

  • Stomen
    Door hete lucht in te ademen, kunt u uw slijmvliezen wat tot rust brengen. Laat een ketel water koken en giet het water in een grote schaal. Sla een handdoek over uw hoofd en ga vijf tot tien minuten vlak boven de bak hangen. Snuif de stoom op door uw neus, en adem uit door uw mond. Het beste kunt u niets toevoegen aan het warme water. Menthol en kamille bijvoorbeeld kunnen de slijmvliezen irriteren en daardoor averechts werken.
  • Sigarettenrook vermijden
    Rook van sigaretten irriteert de slijmvliezen en kan daardoor de verkoudheid in stand houden. Zorg daarom dat u niet rookt en dat u rokerige ruimtes vermijdt.
  • Middelen tegen keelpijn
    Een vervelende kwaal die nogal eens gepaard gaat met verkoudheid, is keelpijn. Keelpijn kunt u verlichten door te zuigen op waterijsjes, ijsblokjes of dropjes. Dit werkt vaak net zo goed als de dure zuigtabletten die u in de apotheek en drogist kunt kopen. In recente studies zijn aanwijzingen gevonden dat zuigtabletten met zink mogelijk wel bijdragen tot een wat sneller herstel. Twee keer per dag gorgelen met desinfecterend mondwater kan uw klachten ook verminderen. Na het gorgelen spuwt u de drank uit. Het is ook belangrijk om gedurende de dag veel koude dranken te nuttigen.
  • Middelen tegen oorpijn
    Oorpijn kunt u het beste voorkomen door te stomen en/of neusdruppels te gebruiken. Onder het kopje ‘medicijnen’ leest u daar meer over.


Uitzieken

Als u griep heeft, is het belangrijk om goed uit te zieken. Hiermee geeft u uw lichaam de kans om helemaal te herstellen. Het is raadzaam om op de volgende zaken te letten:

  • Rust
    Bedrust is voor iemand met griep of een verkoudheid niet strikt noodzakelijk, maar meestal wel prettig. Door goed uit te rusten, geeft u uw lichaam extra energie om de ziekte te bestrijden.
  • Warm houden
    Als u onder de dekens ligt of zich warm aankleedt, blijft uw lichaam warmer en is er minder energie nodig om uzelf warm te houden. Het lichaam kan het virus dan effectiever bestrijden.
  • Veel drinken
    Als u last heeft van koorts, verliest uw lichaam veel vocht. Drink daarom minstens twee liter vocht op een dag. Vooral voor kinderen en ouderen is dit erg belangrijk, vanwege de kans op uitdroging.


Medicijnen
Omdat verkoudheid en griep worden veroorzaakt door virussen, hebben antibiotica geen effect. Het is wel mogelijk dat de huisarts deze soms voorschrijft aan mensen uit risicogroepen, die meer kans hebben op complicaties. Gezien deze complicaties meestal worden veroorzaakt door bacteriën, hebben antibiotica in deze gevallen wel zin.

Hoewel het dus meestal niet zinvol is antibiotica te gebruiken, is er een aantal medicijnen die u zelf kunt nemen om de klachten te verlichten. Vindt u het moeilijk om zelf te beslissen welke medicijnen u het beste kunt gebruiken, overleg dan met uw apotheek. Het is belangrijk dat uw voor gebruik altijd de gebruiksaanwijzing leest.

  • Paracetamol
    Paracetamol heeft een pijnstillende en koortsverlagende werking. U kunt dit middel gedurende drie dagen gebruiken.
  • Acetylsalicylzuur en ibuprofen
    Acetylsalicylzuur en ibuprofen werken evenals paracetamol pijnstillend en koortsverlagend. Daarnaast remmen ze ontstekingsprocessen. Voor mensen die snel een bijholteontsteking ontwikkelen, kunnen deze middelen erg geschikt zijn. Ze hebben echter meer bijwerkingen dan paracetamol. Mensen met maagklachten kunnen deze middelen beter niet gebruiken. De dosering kunt in de bijsluiter lezen.
  • Codeïne
    Dit middel kunt u alleen krijgen op recept. Het dempt de hoestprikke l en is daarom geschikt voor mensen die last hebben van kriebelhoest. De belangrijkste bijwerking is sufheid, waardoor u moet oppassen in het verkeer en bij het bedienen van machines. U mag hiervan maximaal zes tabletten van 10 mg per dag gebruiken.
  • Neusdruppels of neusspray met zout water
    Als u last heeft van een verstopte neus, kunt u neusdruppels of neusspray met zout water gebruiken. U kunt zelf een zoutoplossing maken door een theelepeltje zout op te lossen in een groot glas water. Met een pipetje of een druppelaartje, dat u bij de apotheek kunt kopen, druppelt u vier tot zes maal per dag wat van deze oplossing in uw neus. U kunt deze oplossing ook kant en klaar kopen. Het zout in de oplossing zorgt ervoor dat het slijmvlies dunner wordt waardoor uw neus weer doorgankelijk wordt.
  • Neusdruppels of neusspray met xylometazoline
    |Niet bij iedereen werken neusdruppels met zout voldoende. Als dat bij u het geval is, kunt u bij apotheek of drogist neusdruppels of een spray met xylometazoline kopen. Deze middelen laten het slijmvlies sterker slinken dan de zoutoplossing. U mag dit middel maximaal een week gebruiken. Als u het langer gebruikt, ontstaat een ‘reboundeffect’. Dat wil zeggen dat het slijmvlies, nadat u met het middel gestopt bent, nog sterker gaat zwellen dan voordat u met het middel begon.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Voorkomen dat je met een verkoudheidsvirus of het griepvirus in aanraking komt, is moeilijk. In sommige landen dragen verkouden mensen monddoekjes, zodat zij anderen niet kunnen besmetten. In Nederland voert dit wat ver, maar er zijn tal van andere hygiënische maatregelen die u kunt treffen, om te voorkomen dat het virus zich verspreidt:

Bij het hoesten en niezen een doekje voor uw mond houden
Het griepvirus verspreidt zich voornamelijk via druppelinfectie. Dat houdt in dat besmetting plaatsvindt door het inademen van speekseldruppeltjes van iemand die net geniest of gehoest heeft. Dit kunt u voorkomen worden door niet in de lucht te niezen of te hoesten, maar met een doekje voor de mond. Dit kan het beste een papieren zakdoekje zijn dat daarna wordt weggegooid.

Voor schone handen zorgen
Het griepvirus kan ook overgedragen worden door besmette voorwerpen. Regelmatig uw handen wassen is daarom belangrijk. Als u niet besmet bent, is het bovendien belangrijk om niet te vaak met de handen de mond en de neus aan te raken, want dit bevordert besmetting.

Een goede weerstand
Door uw weerstand goed op peil te houden, verkleint u de kans dat u griep krijgt of verkouden wordt. Mocht u toch besmet worden, dan verloopt de verkoudheid of griep milder en is de kans op bijkomende klachten (complicaties) kleiner. U kunt uw weerstand op peil houden door:

  • Goede voeding
    Het is belangrijk om regelmatig, gezond en gevarieerd te eten. Het is ook mogelijk om uw voeding met behulp van vitaminepillen aan te vullen; bij een evenwichtige voeding is dit echter niet nodig.
  • Lichaamsbeweging
    Door voldoende te bewegen, bouwt u een goede conditie op. U hoeft hierbij niet te denken aan zeer intensieve sporten. Regelmatig een flinke wandeling maken (ongeveer vier keer per week) is vaak genoeg.
  • Ontspanning
    Factoren als stress, spanning, zorgen en drukte verlagen de weerstand. In het dagelijks leven krijgt iedereen hiermee te maken. Door geregeld voor voldoende ontspanning te zorgen, kunt u de schadelijke invloed van deze factoren beperken. Een warm bad nemen na een drukke dag kan bijvoorbeeld heel ontspannend zijn. U leest hier meer over onder het kopje ‘Vatbaarheid’.

Griepvaccinatie
Voor een bepaalde groep mensen vormt griep een risico op het krijgen van ernstige ziekten. Deze mensen worden jaarlijks door de huisarts of zijn assistente gevaccineerd tegen griep. Onder het kopje ‘Wanneer naar de huisarts?’ kunt u nagaan of u tot een risicogroep behoort.

Oproep
Elk jaar worden de mensen uit de risicogroepen in oktober of november door hun huisarts opgeroepen om de griepprik te komen halen. Dit moet jaarlijks gebeuren omdat het griepvirus steeds een beetje verandert. De griepprik van vorig jaar, werkt dus niet meer tegen het griepvirus van dit jaar. Als u dan ook een oproep ontvangt, is het belangrijk dat u daar gehoor aangeeft. U kunt daarmee voor uzelf veel (ziekte)problemen voorkómen.

Werking
Het griepvaccin bevat gedode virusdeeltjes en veroorzaakt daarom geen griep, maar zet wel een afweerreactie in gang. Binnen tien dagen wordt een zodanige hoeveelheid antistoffen gevormd, dat het levende griepvirus veel minder kans meer heeft. Als u dan besmet wordt, wordt het virus direct aangevallen en effectief gedood door het afweersysteem. De kans op complicaties bij mensen uit de risicogroep neemt daardoor met 70 tot 80 procent af.

Bijwerkingen
Een mogelijke bijwerking van de griepprik is een huidreactie op de plaats van de injectie. De huid kan daar rood, warm en pijnlijk worden. Dit treedt op bij ongeveer één op de vijf mensen en verdwijnt binnen één tot twee dagen. De griepprik kan zelf géén griep veroorzaken. In het vaccin zit dood virusmateriaal en griep kan alleen worden veroorzaakt door een levend virus. Wat wel kan, is dat iemand ten tijde van de vaccinatie besmet wordt met één van de andere verkoudheidsvirussen. In dat geval kunt u du s griep krijgen, ma ar dat komt dan niet door de vaccinatie.

Heel zelden komt het voor dat iemand een algemene ontstekingsreactie ontwikkelt na de vaccinatie. De oorzaak daarvan is een overgevoeligheid voor één van de bestanddelen van de griepprik.

Wanneer niet?
De griepvaccinatie moet worden uitgesteld bij mensen die ziek zijn en daarbij koorts hebben, of net ziek zijn geweest. Mensen die tijdens een eerdere (griep)vaccinatie overgevoelig zijn gebleken voor één van de bestanddelen, mogen ook geen injectie krijgen. Een allergische reactie wordt per blootstelling steeds heftiger en kan na herhaaldelijke contacten steeds heviger verlopen.

In samenwerking met

A.A.H.H. Liedtke – van Eijck (auteur)
R.H. Jamin (auteur)
A.M. van Loon (consulent)
P.J.G. Schreurs (consulent)
M.C.P.J. Verpalen (consulent)

Wetenschappelijke verantwoording

  • Eekhof JAH,Knuistigh Neven A, Opstelten W. Kleine kwalen in de huisartsenpraktijk zesde druk 2013. Reed business education, Amsterdam
  • NHG Standaard: Inluenza en influenzavaccinatie