Gebroken sleutelbeen en zenuwbeschadiging bij pasgeborenen

Wat is een gebroken sleutelbeen?

Tijdens de bevalling kan het sleutelbeen van de baby breken. In de buurt van het sleutelbeentje loopt een belangrijke zenuwstreng die de spieren in de arm aanstuurt. Als het sleutelbeentje breekt, kan deze zenuwstreng beschadigen waardoor een verlamming (parese) van de armspieren kan ontstaan. Afhankelijk van welk deel van de zenuwstreng beschadigd is, wordt dit een Erbse parese, parese van Erb-Duchenne of een parese volgens Dejerienne-Klumpke genoemd. De namen Erb, Duchenne, Dejerienne en Klumpke verwijzen naar de artsen die deze aandoeningen beschreven hebben. Gelukkig komen beide aandoeningen weinig voor. Het meest frequent komt de verlamming van Erb voor, gemiddeld twee keer op duizend bevallingen. De verlamming van Dejerienne-Klumpke of een combinatie van beide aandoeningen is veel zeldzamer.

Symptomen gebroken sleutelbeen

Het gebroken sleutelbeentje Een gebroken sleutelbeentje wordt meestal niet door de ouders opgemerkt. Een arts kan het bij lichamelijk onderzoek direct na de bevalling constateren, doordat de vorm van het sleutelbeentje veranderd is. Soms zit er een zwelling op de plaats van de breuk.

Zenuwbeschadiging Na de bevalling wordt het kind altijd nagekeken door de verloskundige of de gynaecoloog. Een ernstige verlamming kan dan al opvallen. Lichtere vormen van een zenuwbeschadiging worden soms pas later duidelijk. Tijdens de verzorging door de kraamverzorgende of tijdens een onderzoek door de consultatiebureauarts kan een eventuele zenuwbeschadiging geconstateerd worden.

De Erbse parese Bij de Erbse parese beweegt een deel van de arm van uw kind niet goed. De arm ligt slap tegen het lichaam aan en wordt minder of helemaal niet spontaan bewogen. Ook kan de arm na een aantal weken dunner worden dan de gezonde arm. Dit ontstaat deels door de beschadiging van de zenuwvoorziening naar de spieren, deels door het niet gebruiken van de spieren. Bij deze verlamming is de bovenarm verlamd waardoor de schouder en de elleboog niet normaal bewegen. De arm en hand liggen naar binnen gedraaid, de elleboog ligt gestrekt. De pols en de hand kunnen wel normaal bewogen worden.

Parese van Dejerienne-Klumpke Bij de verlamming van Dejerienne-Klumpke is juist de onderarm verlamd. De pols en de hand worden niet normaal bewogen, terwijl de bovenarm wel normaal bewogen kan worden.Bij een ernstige beschadiging kan de hele arm verlamd zijn.

Hoe ontstaat een gebroken sleutelbeen?

Wanneer het kind in verhouding tot het bekken van de moeder heel groot is, kunnen er problemen bij de bevalling ontstaan. Het kan gebeuren dat het hoofdje al geboren is, maar dat de schoudertjes nog blijven steken. Het kind kan hierdoor ademhalingsproblemen krijgen. Om dit te voorkomen, moet het lichaampje snel geboren worden. Soms moet er daarom fors aan het kind getrokken worden. Hierbij kan zó veel druk op het sleutelbeentje komen te staan dat het breekt.

Vlak onder het sleutelbeen loopt een belangrijke zenuwbundel naar de arm toe. Deze bevat de zenuwen die de spieren van de arm aansturen. Het gebroken sleutelbeentje kan de zenuwbundel beschadigen, waardoor de spieren verlamd raken. Overigens kan de zenuwbundel ook beschadigen zonder dat het sleutelbeentje breekt, met name tijdens moeizame bevallingen en stuitbevallingen. Wanneer het bovenste deel van de zenuwbundel beschadigd is, wordt dit een Erbse parese of parese van Erb-Duchenne genoemd. Bij beschadiging van het onderste deel wordt gesproken van een parese volgens Dejerienne-Klumpke.

Omdat de zenuwen naast de spieren ook het gevoel, de temperatuur en de doorbloeding van de arm regelen, kunnen ook hierin stoornissen ontstaan. De arm kan doof of koud aanvoelen voor het kind en de kleur van de arm kan veranderd zijn.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Wanneer een verloskundige of een arts een gebroken sleutelbeentje en een verlamming constateert, wordt uw kind doorverwezen naar het ziekenhuis. Uw kind komt dan bij de kinderneuroloog of de kinderarts op het spreekuur. De arts onderzoekt uw kind en laat eventueel een spier-zenuwonderzoek uitvoeren. Met dit onderzoek kan gekeken worden waar en hoe ernstig de zenuwbundel beschadigd is. Ook kan gekeken worden of er tekenen van herstel van de zenuwen zijn. Dit kan gevolgen hebben voor de behandeling. Het spier-zenuwonderzoek kan op zijn vroegst zes weken na de geboorte uitgevoerd worden.

Gebroken sleutelbeentje Wanneer alleen het sleutelbeen is gebroken, hoeft uw kind niet behandeld te worden. Een gebroken sleutelbeentje geneest vanzelf. Dit kan een aantal weken duren en ingipsen is niet nodig. Als er geen druk op het gebroken bot wordt uitgeoefend, is er weinig risico dat alsnog de zenuwbundel beschadigd wordt. Overigens is de plek van de breuk vaak gedurende iemands gehele leven te voelen zonder dat dit klachten geeft.

Verlamming Als er wel een verlamming geconstateerd is, kan dit ook spontaan genezen, zeven van de tien kinderen zijn binnen zes weken klachtenvrij. Wanneer er na die zes weken nog klachten zijn, zal het herstel langer duren. Zenuwen herstellen langzaam omdat er nieuwe zenuwen moeten worden gevormd. Dit kan één tot twee jaar duren. Tijdens deze periode kunt u met verschillende soorten zorgverleners te maken krijgen.

Kinderfysiotherapeut Vaak wordt de hulp van de kinderfysiotherapeut ingeroepen. Deze zorgt dat de gewrichten, die uw kind niet kan bewegen, toch soepel blijven. Voorkomen moet worden dat de gewrichten verstijven. De kinderfysiotherapeut traint ook, voor zover mogelijk, de spieren.

Revalidatiearts Ook de hulp van een revalidatiearts kan worden ingeschakeld. Deze heeft veel ervaring in de behandeling die nodig is bij een verlamming.

Plexus brachialis team Bij ernstige beschadiging wordt uw kind verwezen naar een speciaal team, het zogenaamde plexus brachialis team. Plexus brachialis is de medische term voor de zenuwbundel in de schouder, die de zenuwvoorziening naar de arm regelt. Er zijn momenteel drie van deze teams in Nederland werkzaam, te weten in Amsterdam, Leiden en Heerlen. Het team, dat bestaat uit ervaren artsen vanuit verschillende disciplines, kan u goed adviseren bij het maken van de vaak ingewikkelde keuzes voor een behandeling.

Neurochirurg Heel zelden is de beschadiging zo ernstig dat spontaan herstel niet mogelijk is. Een operatie kan uitkomst bieden.

Wanneer naar de huisarts?

De verloskundige, gynaecoloog, kraamverzorgende en consultatiebureauarts zullen allemaal nagaan of de beide armen van uw kind normaal bewegen. Wanneer zij een verlamming constateren, wordt u verwezen naar de huisarts die u doorverwijst naar het ziekenhuis.

Wanneer u zelf vermoedt dat een armpje van uw kind niet goed beweegt, kunt u dit met één van hen of met de huisarts bespreken.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt zelf niet veel aan de genezing van het gebroken sleutelbeen of de verlamming doen. Wel kunt u proberen om nieuwe problemen te voorkomen. Doordat de spieren verlamd zijn, kan de schouder uit de kom schieten. U kunt een aantal dingen doen om dit te voorkomen.

Verzorgen Bij de verzorging van uw kind is het belangrijk dat u niet te veel druk op het gebroken sleutelbeentje uitoefent. Het armpje moet tijdens de verzorging zo dicht mogelijk bij het lichaampje van het kind blijven. Dat kunt u doen door bij het aankleden eerst het aangedane armpje in de mouwtjes te stoppen en bij het uitkleden haalt u dan het aangedane armpje juist als laatste uit de kleertjes.

Tillen Til uw kind je niet op onder de oksels, maar ondersteun het bij de billen en bij de schouders. Laat het aangedane armpje nooit los naar beneden bungelen, maar houd het tegen het lichaam van uw kind. Het liefst met de bovenarm langs het lichaam en met de onderarm voor het lichaam, net als in een mitella (draagdoek). Eventueel kunt u het armpje in deze houding fixeren door het mouwtje van de kleding vast te maken op het voorpand met klittenband of een pleister. Ook kunt u van een grote zakdoek een mitella maken.

Aanraken Raak het armpje veel aan. Het gevoel in een deel van het armpje kan afwezig zijn waardoor uw kind zich niet bewust is van dat armpje. Door aanraken stimuleert u het waardoor uw kind zich wel bewust wordt van het armpje. Het aanraken van het aangedane armpje is belangrijk, omdat de baby dan door de aanraking de neiging heeft het armpje meer te bewegen

Oefenen Na enkele weken zullen de spieren van de arm geoefend worden door de kinderfysiotherapeut. Deze leert u een aantal oefeningen die u thuis kunt doen. Op deze manier blijven de gewrichten soepel en traint u de spieren van het aangedane armpje.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Heeft u eerder een kind gekregen met een gebroken sleutelbeentje of een verlamming, meld dit dan aan de verloskundige of gynaecoloog. Zo kunnen zij hier extra rekening mee houden en voorzorgsmaatregelen treffen.

Wanneer de verloskundige vermoedt dat uw kind, in verhouding met uw bekken, aan de grote kant is, verwijst zij u door naar het ziekenhuis. Daar zal met behulp van een echo een schatting gemaakt worden van de grootte van het kind. Mocht na deze echo nog steeds het vermoeden bestaan dat uw kind te groot is voor uw bekken, zal de bevalling in het ziekenhuis plaatsvinden. Mochten er zich dan problemen voordoen, kan er direct worden ingegrepen. Als het kind extreem groot is, in verhouding tot het bekken, wordt soms afgezien van een normale bevalling. Er wordt dan gekozen voor een keizersnede.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Drs. W.J. den Ouden (consulent)

Bronnen

  • Brande van den, Monnens. Kindergeneeskunde. 2e herziene druk. Utrecht: Bunge, 1993.
  • Coultre R Le. Kinderneurologie. 2e herziene druk. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum, 1994.
  • Erbse Parese Vereniging Nederland: www.epvn.nl
  • Treffers PE. Praktische verloskunde. 8e druk. Houten: Bohn, Stafleu, van Loghum, 1992 .

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd