Eerste zwangerschapscontrole

Wanneer is de eerste zwangerschapscontrole?

De eerste zwangerschapscontrole vindt over het algemeen plaats rond de tiende week van de zwangerschap.

Het beste kunt u als u twee weken overtijd bent, contact opnemen met uw verloskundige of huisarts om een afspraak voor deze eerste controle te maken.

Als u 36 jaar of ouder bent, of als er in de familie erfelijke afwijkingen voorkomen, is het belangrijk dat u dit bij het maken van de afspraak al aangeeft. Bij het ouder worden, is het risico op bepaalde aangeboren afwijkingen groter. Deze afwijkingen kunnen met behulp van vroegtijdig onderzoek opgespoord worden.

Sommige onderzoeken moeten al in de tiende zwangerschapsweek verricht worden.Als u in aanmerking komt voor verder onderzoek naar erfelijke afwijkingen (prenatale diagnostiek), is het verstandig om na te denken of u zo’n onderzoek wel wilt laten doen.

Wanneer naar de verloskundige, huisarts of gynaecoloog?

In Nederland wordt er vanuit gegaan dat zwangerschap en baring in principe normale natuurlijke processen zijn.

Bij deze visie hoort ook dat baring en kraambed thuis kunnen plaatsvinden. De begeleiding van een zwangere vrouw wordt meestal gedaan door de verloskundige of huisarts en soms door de gynaecoloog.

Controle door de gynaecoloog kan nodig zijn als u een medische indicatie heeft. Bij een medische indicatie is de kans op complicaties tijdens de zwangerschap of bevalling verhoogd. Vaak moet de bevalling dan in het ziekenhuis plaatsvinden. De verloskundige of huisarts beoordeelt aan de hand van richtlijnen of er bij u een medische indicatie is en verwijst u zo nodig.

Wanneer is het verstandig om tussen de eerste en de volgende controle uw verloskundige of gynaecoloog te raadplegen?

  • als u bloed verliest via de vagina
  • als u pijn krijgt in uw onderbuik, die steeds erger wordt
  • als u hevige buikpijn krijgt die doortrekt naar uw schouder
  • als u zich plotseling heel erg ziek voelt, en duizelig wordt en heftig gaat transpireren
  • als u andere problemen ondervindt, zoals een sterk toegenomen vaginale afscheiding of pijn bij het plassen.

De zwangerschap is een ingrijpende gebeurtenis. Veel zwangere vrouwen vinden het prettig om over problemen te praten met iemand die zij in vertrouwen kunnen nemen. Aarzel niet om uw verloskundige te raadplegen. Hij kan u zonodig doorverwijzen naar een gespecialiseerd hulpverlener.

Intake eerste zwangerschapscontrole

Tijdens het eerste consult neemt het intakegesprek (anamnese) een groot deel van de tijd in beslag. De verloskundige stelt u vragen over u, uw gezondheid, de gezondheid van uw partner, ziekten/bijzonderheden in de familie, en eventuele eerdere zwangerschappen/bevallingen/kinderen.

Bepalen van de uitgerekende datum Tijdens de eerste zwangerschapscontrole bepaalt de verloskundige of huisarts:

  • de uitgerekende datum en
  • het aantal weken dat u zwanger bent

De verloskundige doet dit met de gegevens die u verstrekt heeft tijdens het intakegesprek.

Bepalen indicatie voor echoscopie In het begin van de zwangerschap kan om verschillende redenen een echoscopie door de verloskundige worden aangevraagd.

Redenen voor een echoscopie kunnen zijn:

  • als twijfel bestaat over de juiste duur van de zwangerschap, bijvoorbeeld als uw menstruatiecyclus onregelmatig is
  • als twijfel bestaat of het vruchtje in leven is

Natuurlijk bespreekt de verloskundige dit met u, zodat u zich hierop kunt voorbereiden.

Lichamelijk onderzoek bij zwangerschapscontrole

Tijdens de eerste zwangerschapscontrole, verricht de verloskundige een lichamelijk onderzoek en onderzoekt de volgende zaken:

De grootte van de baarmoeder Als u voor het eerst bij de verloskundige/huisarts komt, probeert hij de grootte van de baarmoeder te voelen.

Vanaf een zwangerschap van ongeveer twaalf weken kan vlak boven het schaambeen de baarmoeder gevoeld worden. Hiervoor is dus geen inwendig onderzoek nodig.

De verloskundige onderzoekt of de grootte van de baarmoeder overeenkomt met de duur van de zwangerschap.

Twijfelt de verloskundige hieraan, dan kan hij voorstellen om een echoscopie te laten verrichten. Dit echo-onderzoek kan, vroeg in de zwangerschap gemaakt, de precieze duur van de zwangerschap aantonen. Hiermee kan de datum worden uitgerekend, waarop de bevalling verwacht wordt.

De hartslag van de baby Is de zwangerschap inderdaad gevorderd tot ongeveer elf tot twaalf weken, dan kan de verloskundige u, met een apparaat, de hartslag van het kindje laten horen.

Natuurlijk is de zwangerschap nog vrij jong; als de verloskundige de hartslag niet hoort, dan wil dat niet zeggen dat het hartje niet klopt. U kunt in zo’n geval na één of twee weken terugkomen op het spreekuur; meestal lukt het dan wel om het hartje te laten horen.

De bloeddruk Uw bloeddruk wordt meestal bij iedere controle gemeten. Het is een belangrijke graadmeter voor hoe uw lichaam de zwangerschap verwerkt. Bovendien is een goede bloeddruk van belang voor de gezondheid van de zich ontwikkelende vrucht.

De bloeddruk wordt weergegeven in een bovendruk en een onderdruk. Bijvoorbeeld: 130/70, 130 is dan de bovendruk en 70 de onderdruk.

Het gaat vooral om de hoogte van de onderdruk. Deze stijgt wat aan het einde van de zwangerschap. Stijgt deze al eerder in de zwangerschap, dan kan het zijn dat u en uw baby vaker gecontroleerd moeten worden.

Urine Bij de eerste controle onderzoekt de verloskundige meestal uw urine. Deze wordt dan onderzocht op eiwit en suiker.

Soms ziet de verloskundige aanleiding om uw urine nader te laten onderzoeken bij uw huisarts. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een blaasontsteking.

In het verdere verloop van de zwangerschap wordt niet bij ieder controle uw urine onderzocht. Als u een hoge bloeddruk ontwikkelt, vraagt men meestal wel om urine mee te nemen. Onder invloed van een te hoge bloeddruk kan namelijk eiwit in uw urine terechtkomen.

Gewicht Uw verloskundige meet bij de eerste controle uw gewicht. Bij de latere controles in de zwangerschap wordt dat niet meer standaard gedaan. Het belang van gewichtsveranderingen is minder groot dan vroeger altijd gedacht werd.

Bloedonderzoek bij zwangerschapscontrole

Er wordt bloed bij u afgenomen of u wordt doorverwezen voor bloedonderzoek naar een priklaboratorium. Uw bloed wordt onderzocht op:

  • bloedgroep en rhesusfactor
  • hemoglobinegehalte
  • aanwezigheid van een aantal antistoffen
  • antistoffen tegen hepatitis B
  • antistoffen tegen de geslachtsziekte syfilis

Onderzoek op bloedgroep en rhesusfactor De rode bloedcellen hebben bepaalde kenmerken, deze bevinden zich aan de buitenkant van de bloedcel. Belangrijke kenmerken zijn de bloedgroep en rhesusfactor. Er zijn vier bloedgroepen: A, B, AB en O. Het is belangrijk dat uw bloedgroep bekend is. Wanneer u tijdens de bevalling veel bloed verliest, kan dit snel opgevangen worden met de juiste bloedtransfusie.

De rhesusfactor is bij sommige mensen wel (rhesus positief) en bij anderen (rhesus negatief) niet aanwezig. Zestien procent van de Nederlandse vrouwen is rhesus negatief.

Als u rhesus negatief bent, kunt u in verwachting zijn van een kind dat rhesus positief is, bijvoorbeeld als de vader van het kind wel de rhesusfactor heeft.

Tijdens de zwangerschap, maar vooral tijdens de bevalling, kan een kleine hoeveelheid rhesus positief bloed van het kind in uw bloedbaan terechtkomen. Uw lichaam reageert hierop door antistoffen te maken. Deze blijven in uw lichaam aanwezig.

Bij de zwangerschap van een volgend kindje dat rhesus positief is, kunnen deze antistoffen via de navelstreng bij het ongeboren kind komen en daar de bloedcellen afbreken. Het kind kan dan al in de baarmoeder bloedarmoede krijgen, dit kan ernstige gevolgen hebben voor de ontwikkeling van het kind.

Om dit te voorkomen, wordt bij iedere rhesus negatieve moeder die haar eerste kind verwacht, in de dertigste week van de zwangerschap opnieuw het bloed onderzocht. Ditmaal op rhesusantistoffen.

Eventueel wordt dan binnen een week een injectie met antirhesus-D-immunoglobuline tegen rhesusantistoffen gegeven. Deze stof zorgt ervoor dat de rhesus negatieve moeder zelf geen antistoffen gaat maken tegen de rode bloedcellen van haar nog ongeboren kind.

Na de bevalling wordt een beetje bloed uit de navelstreng van de baby afgenomen. Van dit bloed wordt ook de rhesusfactor nagekeken. Als blijkt dat het kind rhesus positief is, dan krijgt de moeder binnen achtenveertig uur na de geboorte weer een injectie met antirhesus-D-immunoglobuline.

Bij een volgende zwangerschap kan de rhesus negatieve moeder dan niet het bloed afbreken van het kind in de baarmoeder.

Bepaling van het hemoglobinegehalte

Bij een te laag hemoglobinegehalte is er sprake van bloedarmoede. Hemoglobine is een stof in de rode bloedcellen die van belang is bij het transport van zuurstof door het lichaam. In iedere zwangerschap is het normaal dat er een lichte daling van het hemoglobinegehalte optreedt.

Onderzoek op hepatitis B

Hepatitis B is een ontsteking van de lever door een virus. Dit virus kan tijdens de geboorte ook het kind besmetten. Bent u draagster van dit virus, dan krijgt uw kind na de geboorte een injectie met hepatitis-B immunoglobuline om te voorkomen dat het de infectie doormaakt. Ook krijgt het tijdens het eerste levensjaar nog een aantal inj ecties met het hepatitis B-vaccin.

Onderzoek op antistoffen tegen rode bloedcellen Door eerdere zwangerschappen of bloedtransfusies kunt u antistoffen in uw bloed hebben die een gevaar vormen voor de gezondheid van uw kind. Als dit zo is, is verder onderzoek nodig om de precieze oorzaak te achterhalen. Uw verloskundige bespreekt dit met u.

Onderzoek op lues (syfilis) Lues is een geslachtsziekte die u ongemerkt bij u kunt dragen. Uw kind kan, vooral later in de zwangerschap, ook met lues geïnfecteerd worden. Het is belangrijk dat lues snel behandeld wordt.

Eventueel aanvullend bloedonderzoek bij zwangerschapscontrole

Onderzoek op rodehond Twintig jaar geleden werd bij alle zwangere vrouwen onderzocht of zij antistoffen hadden tegen het rodehond-virus. Een rodehond-infectie tijdens de zwangerschap, kan aangeboren afwijkingen bij het kind veroorzaken.

Vanaf 1962 zijn alle vrouwen gevaccineerd tegen rodehond. Controle op rodehond-antistoffen is dan ook nog maar zelden nodig, behalve bij vrouwen die voor 1962 geboren zijn en bij vrouwen die in het buitenland geboren zijn.

Blijken er geen antistoffen aanwezig, dan is het zinvol om na de bevalling alsnog tot vaccinatie over te gaan.

Onderzoek op HIV Via bloedonderzoek kan ook gekeken worden of u met het HIV (aids)-virus geïnfecteerd bent. HIV kan aan de baby worden overgedragen, vooral tijdens de bevalling en door borstvoeding. Door de moeder met medicijnen te behandelen wordt de kans dat het kind besmet raakt veel kleiner.

De volgende omstandigheden hebben een verhoogd risico van besmetting met het HIV-virus:

  • u heeft wisselende seksuele contacten nu of in het verleden (denkt u ook aan seksuele contacten in het buitenland tijdens vakanties, met name in landen rond de Middellandse Zee)
  • u heeft een partner uit een land waar veel aids voorkomt
  • u bent verslaafd en komt in aanraking met naalden en spuiten, die aan elkaar worden doorgegeven
  • u heeft een bloedtransfusie gehad in Nederland tussen 1980 en 1985, of op een later tijdstip in het buitenland
  • uw partner is met HIV besmet
  • uw partner is biseksueel

Wie kunt u meenemen tijdens uw eerste zwangerschapscontrole?

Uw partner is uiteraard altijd welkom, ook bij de latere controles. Het eerste bezoek duurt altijd langer dan de volgende controles. Tijdens controles verder in de zwangerschap zijn ook anderen welkom, zoals uw moeder, schoonmoeder, vriendin of zus.

De volgende zwangerschapscontrole

Als de gynaecoloog, verloskundige of huisarts het eerste bezoek heeft afgerond, maakt hij een vervolgafspraak met u. In het begin van de zwangerschap volgt deze afspraak na vier weken, behalve als u om bepaalde reden eerder wordt terug verwacht.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Na het lichamelijk onderzoek krijgt u meestal een aantal tips en adviezen, waarna u weer naar huis kunt gaan.

Roken Roken is slecht, stoppen met roken is het beste. Roken heeft een nadelige invloed op de ontwikkeling en groei van de baby.

Voeding Geen (half)rauw vlees eten, groenten goed wassen, handschoenen dragen als u in de tuin werkt en niet aan de kattenbak komen.

Beroepswerkzaamheden Lichamelijk zwaar werk zoals tillen, bukken, veel staan en veel lopen kunt u tijdens de zwangerschap beter aanpassen. Het is beter om onregelmatige diensten, met name nachtdiensten, na twintig weken zwangerschap, niet meer te verrichten.

Heeft u te maken met blootstelling aan gevaarlijke stoffen, dan is het verstandig om de naam van deze stoffen bij de verloskundig hulpverlener te noemen. Hij kan dan contact opnemen met de informatieservice van het RIVM.

Sporten Sporten tijdens de zwangerschap is goed. Het is echter verstandig om contactsporten te vermijden, maar ook sporten waarbij u een bal tegen uw buik kunt krijgen. Zwemmen en fietsen zijn bij uitstek geschikt om in de zwangerschap te blijven doen of te gaan doen.

Diepzeeduiken Dit wordt u ontraden vanaf het allereerste begin en verder tijdens de hele zwangerschap. Er vormen zich stikstofbellen waarvan niet bekend is of deze een effect kunnen hebben op de bloedcirculatie van het ongeboren kind. Bovendien kunnen er aangeboren afwijkingen ontstaan, wanneer u in het prille begin gaat diepzeeduiken.

Sauna en zonnebank Bij deze vormen van ontspanning stijgt de lichaamstemperatuur. Uw lichaamstemperatuur mag tijdens de zwangerschap niet boven de 38,9°C komen. Het is verstandig om saunabezoek en zonnebank, zeker vroeg in de zwangerschap, te vermijden

Autogordels In de auto is het gebruik van de autogordel verplicht. De schouderband kunt u boven de baarmoeder plaatsen, de heupband over het bekken

Reizen Reizen per vliegtuig levert soms problemen op, doordat niet iedere vliegtuigmaatschappij vrouwen na een zwangerschap van 32 weken wil vervoeren. Vliegen is voor de zwangere vrouw ongevaarlijk.

Wat wel van invloed is op het welbevinden van de baby is, is een plotselinge verandering van verblijf op zeeniveau naar verblijf in hooggebergte (>2150 meter). De zuurstofarme lucht kan bij het nog ongeboren kind zuurstoftekort tot gevolg hebben, wat uiteindelijk leidt tot een lager geboortegewicht.

Reizen naar de tropen kunt u beter uitstellen. Tijdens de zwangerschap bent u vatbaarder voor infecties: een maag-darminfectie is in deze gebieden bijna niet te voorkomen.

Vaccinaties Malaria komt in veel van deze gebieden voor; middelen om infectie met malaria te voorkomen moeten in ieder geval genomen worden. U mag in de zwangerschap niet ingeënt worden met verzwakte of levende ziektekiemen. Een voorbeeld hiervan is het vaccineren tegen rodehond. Werkt u in de gezondheidszorg, dan mag u ook geen vaccinatie met het zogenaamde BCG vaccin krijgen.

Straling Straling als gevolg van bijvoorbeeld röntgenonderzoek, moet tot een minimum worden beperkt. Het is belangrijk dat u vertelt dat u zwanger bent; de baarmoeder kan dan namelijk afgeschermd worden. Er is geen schadelijke invloed aangetoond van beeldschermen en magnetrons.

Zwangerschapscursussen De verloskundige raadt u aan om een zwangerschapscursus te volgen. Er zijn veel soorten zwangerschapscursussen. Van belang is dat u een cursus kiest, die bij u past.

Het voordeel van zo'n cursus is dat u oefeningen krijgt in ontspanning, ademhaling en een goede lichaamshouding. Dit laatste is vooral van belang, omdat de zwangere baarmoeder een holle rug uitlokt. Met de juiste adviezen kunt u dit grotendeels voorkomen.

Kraamzorg Het is verstandig om na de eerste zwanger sc hapscontrole kraamhulp aan te vragen. De meeste kraamcentra zijn er erg bij gebaat, dat ze al vroeg weten hoeveel kraambedden ze in een bepaalde maand kunnen verwachten.

In sommige grote steden moeten vrouwen zich vóór de achttiende week van de zwangerschap opgeven. U kunt in Nederland kiezen uit verschillende soorten kraamzorg. De zorg kan variëren van alleen assistentie bij de bevalling tot dagkraamzorg

In samenwerking met

C.E.J. van Boekholt-Van Etten (auteur) Drs. A.A.H.H. Liedtke-Van Eijck (consulent) Drs. E.G.C. van Seumeren (consulent)

Bronnen

  • Heineman MJ, Obstetrie en gynaecologie, Derde herziene druk 1999, Elsevier/Bunge,Maarssen
  • Treffers PE, Prins M, Praktische Verloskunde, Tiende herziene druk, Bohn Stafleu Van Loghum, Houten, 1999
  • Smulders B, Croon M, Veilig Zwanger, Kosmos- Z&K Uitgevers BV, Utrecht, 2002
  • Bakkum E, Drenthen T, e.a., brochure: Zwanger! Algemene informatie, VDA-groep, Apeldoorn, 2002
  • NVOG. Richtlijn Basis prenatale zorg, juni 2002.
  • NHG Standaard Zwangerschap en kraamperiode
  • 'Bevallen en Opstaan' geschreven door Jetske Spanjer e.a., ISBN 90-254-0961-X Een uitgebreid boek over alles wat met zwangerschap te maken heeft.
  • 'Veilig Zwanger' geschreven door Beatrijs Smulders en Mariël Croon, ISBN 90-215-339-52.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd