Echoscopie in de zwangerschap

Wat is een echoscopie?

Een echoscopie (echo) is een onderzoek waarbij met behulp van geluidsgolven een afbeelding van het nog ongeboren kind wordt gemaakt. Een echoscopie wordt ook wel een echo of echo-onderzoek genoemd. Deze afbeelding kan op een monitor worden bekeken.

Waarom wordt een echoscopie gedaan?

Een echoscopie kan worden gedaan:

  • om de zwangerschapsduur te bepalen
  • om te kijken of er afwijkingen zijn van het ongeboren kind
  • om te kijken of er afwijkingen zijn in de ligging van het kind of de placenta
  • op uw eigen verzoek

Bij een zwangerschap zonder problemen zijn er meestal 2 momenten waarop een echoscopie te overwegen is. Dat is rond de de 10e week om de termijn vast te stellen en rond de 20e week om afwijkingen bij het kind op te sporen. Uw verloskundige zal de voor- en nadelen van deze onderzoeken bespreken. U kunt zelf beslissen wat u wilt. De verloskundige of gynecoloog kan ook andere redenen hebben om vroeg of later in de zwangerschap een echoscopie te adviseren.

Redenen om vroeg in de zwangerschap een echo te maken

  • er is onduidelijkheid over de precieze zwangerschapsduur
  • bij een vermoeden op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap
  • bij een vermoeden op een doorgemaakte miskraam
  • bij een vermoeden op een meerlingzwangerschap
  • bij het vermoeden van afwijkingen aan de baarmoeder of eierstokken

Redenen om later in de zwangerschap een echo te laten maken

  • bij een vermoeden van te snelle of te langzame groei van het kind
  • om de hoeveelheid vruchtwater te beoordelen wanneer daar twijfel over is
  • om de ligging van het kind te beoordelen als dit niet goed te voelen is
  • om de dikte van de nekplooi te meten in het kader van prenataal onderzoek
  • om de ligging van de moederkoek (placenta) te beoordelen, als daar twijfel over is
  • om afwijkingen bij het kind aan te tonen in het kader van prenataal onderzoek
  • om de bij bloedverlies, de oorzaak hiervan op te sporen
  • voor het verrichten van vlokkentest of vruchtwaterpunctie
  • bij ziekte van de moeder die afwijkingen bij het kind kan veroorzaken
  • bij hevige buikkrampen

Wanneer komt u in aanmerking voor een echoscopie?

De verloskundige, huisarts of gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt, verwijst u door voor een echo als hij vindt dat daarvoor een medische reden is. Meestal wordt een echo in het ziekenhuis door een echo-onderzoeker gemaakt. Sommige verloskundigen hebben zelf een echo-apparaat en maken zelf echo's. Ook kan het zijn dat de gynaecoloog de echo zelf maakt.

Hoe gaat een echoscopie in zijn werk?

Er zijn twee manieren om een echo maken afhankelijk van de duur van de zwangerschap. Vroeg in de zwangerschap ( tot 13 weken) wordt er meestal een echo via de vagina gemaakt. Later in de zwangerschap gaat dit via de buikwand.

Vaginale echo Voor de vaginale echo is het belangrijk uw blaas voor het onderzoek goed leeg te plassen. In de omkleedruimte kunt u uw broek of rok en onderbroek uit doen. U gaat op uw rug op een onderzoeksbank liggen. Soms wordt een kussen onder de billen gelegd, om uw bekken goed te laten kantelen wat het onderzoek makkelijker maakt. Ook kan het nodig zijn om uw benen in de beensteunen te leggen.

De echokop is het deel van het apparaat waarmee de geluidsgolven worden uitgezonden en opgevangen. De echokop voor een vaginale echo is lang en dun. Over de echokop wordt een soort condoom gedaan, met daarop een glijmiddel. De onderzoeker die de echo maakt, brengt vervolgens de echokop in de vagina. Dit inbrengen is niet pijnlijk.

Als de echokop op de goede plaats zit tegen de baarmoedermond aan, verschijnt een beeld op het scherm. Om alles goed te kunnen bekijken, beweegt de onderzoeker de echokop een beetje. U kunt tijdens het onderzoek meekijken op het scherm. De onderzoeker legt u uit wat er allemaal te zien is. Vaak wordt de grootte van uw kind op verschillende manieren bepaald.

Na afloop van het onderzoek wordt de echokop weer uit de vagina gehaald en kunt u zich aankleden. Eventuele achtergebleven restjes gel kunt u afvegen met een handdoek of met tissues.In de omkleedruimte liggen meestal inlegkruisjes en maandverbanden, die u in uw ondergoed kunt doen om eventuele gel die nog uit de vagina komt op te vangen. Na de echoscopie kunt u naar huis.

De officiële uitslag van de echo krijgt u van de verloskundige of gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt. Als de onderzoeker een verloskundige of gynaecoloog is, kan hij de uitslag wel direct aan u meedelen.Vaak krijgt u een afdruk van een echo-plaatje mee naar huis. Als u thuis de afbeeldingen nog eens rustig wilt bekijken, kunt u een videoband meenemen en vragen of de beelden mogen worden opgenomen.

Echo via de buik Voor een echoscopie via de buitenkant van de buik is het belangrijk om een volle blaas te hebben. Daardoor is de baarmoeder beter in beeld te krijgen. Na een zwangerschapsduur van drie maanden is het niet altijd meer nodig om een volle blaas te hebben. Het is niet nodig uw kleren uit te doen, het ontbloten van uw buik is voldoende. U gaat op een onderzoeksbank liggen.

Op de echokop (die wat dikker en breder is dan de echokop die gebruikt wordt voor de vaginale echo) wordt gel aangebracht. De onderzoeker beweegt de echokop over de buik. Op het scherm zijn de beelden te zien. Tijdens het onderzoek kunt u meekijken op het scherm en legt de onderzoeker uit wat er allemaal te zien is. Vaak wordt de grootte van uw kind op verschillende manieren bepaald.

Het echo-onderzoek is niet pijnlijk. Soms kan het hebben van een volle blaas hinderlijk zijn. Als plat op de rug liggen vervelend is, kunt u vragen of u wat meer rechtop mag zitten. Na afloop van het onderzoek kunt u uw buik schoonmaken met een handdoek. Na de echoscopie kunt u naar huis.

De officiële uitslag van de echo krijgt u van de verloskundige of gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt. Als de onderzoeker een verloskundige of gynaecoloog is, kan hij de uitslag wel direct aan u meedelen. Vaak krijgt u een afdruk van een echo-plaatje mee naar huis. Als u thuis de afbeeldingen nog eens rustig wilt bekijken, kunt u een video band meenemen en vragen of de beelden mogen worden opgenomen.

Welke informatie kan een echoscopie u geven?

Met een echo worden  zwart-wit afbeeldingen van het ongeboren kind gemaakt. Met de nieuwste echo-technieken is het zelfs mogelijk een driedimensionaal beeld van uw kind te maken.

Zwangerschapsringetje Vanaf een zwangerschapsduur van vier en een halve week (dus vier dagen na het uitblijven van de menstruatie) kan al een echoscopie verricht worden. De zwangerschap is dan te herkennen als een klein ringetje van ongeveer drie millimeter.

Kloppend hartje Vanaf een zwangerschapsduur van vijf en een halve week kan een kloppend hartje gezien worden. Toch lukt het lang niet altijd om zo vroeg al het hartje waar te nemen. Als het embryo vijftien millimeter groot is, moet er zeker een hartje te zien zijn.

Grootte van het kindje

  • Vanaf zes weken zwangerschap Het hoofdje en de romp zijn te onderscheiden.
  • Van zes tot twaalf weken zwangerschap De grootte van het kind is te bepalen door de afstand tussen de bovenkant van het hoofd en de stuit te meten. Bij een zwangerschapsduur van zes weken is dit ongeveer zeven millimeter, bij twaalf weken 55 millimeter.
  • Na twaalf weken zwangerschap Het kindje gaat meer krom liggen, zodat dan de breedte van het hoofd wordt genomen als maat voor de groei. Andere mogelijkheden voor het volgen van de groei, zijn het bepalen van de buikomtrek of de lengte van het bovenbeen.
  • Tot ongeveer achttien weken zwangerschap Het kindje is in zijn geheel op het echoscherm te zien.
  • Na achttien weken Het kindje is zo groot, dat het niet meer in zijn geheel op het echoscherm te zien is.

Hoeveelheid vruchtwater Door de diepte van de zichtbare hoeveelheid vruchtwater te bepalen, kan berekend worden hoeveel vruchtwater aanwezig is.

Moederkoek en navelstreng Vanaf een zwangerschapsduur van acht tot negen weken:

  • is de moederkoek op de echo herkenbaar
  • is te zien waar de navelstreng in de moederkoek aanhecht
  • is de doorstroming van de bloedvaten in de navelstreng te zien, om zo te beoordelen of het kindje voldoende bloed via de navelstreng krijgt

Geslacht Vanaf een zwangerschapsduur van vijftien tot zestien weken kan het geslacht van het ongeboren kindje worden bepaald. Meestal wordt het geslacht rond de achttien tot twintig weken bepaald. De bepaling van het geslacht is nooit 100% zeker.

Onderzoek van de organen

  • Bij een zwangerschapsduur tussen zestien en twintig weken Als er een vermoeden is dat er afwijkingen aan de organen kunnen zijn, wordt vaak een uitgebreide echo gemaakt.
  • Vanaf een zwangerschapsduur van twaalf weken De meeste organen zijn te herkennen.
  • Vanaf een zwangerschapsduur van veertien weken Details van het gezicht zijn te herkennen.

Welke informatie kan een echoscopie u niet geven?

Echo-onderzoek kan niet alle afwijkingen aantonen; kleine afwijkingen kunnen lang niet altijd worden gezien. Bij routineonderzoek wordt ook niet systematisch gekeken naar alle mogelijke afwijkingen. Ook zijn lang niet alle aandoeningen op te sporen met echo-onderzoek. Een echoscopie waarbij geen afwijkingen worden gevonden, geeft u dus geen volledige garantie dat uw kind geen aangeboren afwijkingen zal hebben.

Wat betekent de uitslag van een echoscopie?

U krijgt de uitslag van de echoscopie van de verloskundige, huisarts of gynaecoloog die u tijdens de zwangerschap begeleidt. Zij kunnen u ook ondersteunen als bij het echo-onderzoek afwijkingen bij uw kind ontdekt zijn. De meeste zwangerschappen verlopen gelukkig zonder problemen. De volgende punten zijn belangrijk om te realiseren vóór het maken van een echo:

Onverwachte bevindingen Soms worden bij een echoscopie onverwachte bevindingen gedaan die los staan van de oorspronkelijke reden voor het onderzoek, maar wel gevolgen kunnen hebben voor uw kind of het verloop van de zwangerschap. Het is belangrijk om van tevoren te bespreken of u op de hoogte wilt worden gebracht van zulke bevindingen.

Een onverwachte bevinding bij het maken van een echo kan een grote schok voor u zijn. Het beste kunt u hierover praten met de verloskundige, huisarts of gynaecoloog die uw zwangerschap begeleidt. Zij kunnen u uitleggen wat deze bevinding inhoudt en wat dit betekent voor u en uw ongeboren kindje.

Foutieve bevindingen Het is mogelijk dat er bij echo-onderzoek iets wordt opgemerkt, wat later onschuldig blijkt te zijn, weer verdwijnt of verkeerd opgemeten is. Dit kan aanleiding geven tot onnodige ongerustheid. Hoewel echo-onderzoek met de grootst mogelijke voorzichtigheid zal worden uitgevoerd, kunnen deze foutieve bevindingen niet altijd voorkomen worden.

Zijn er risico's aan een echoscopie?

Een echoscopie wordt al 35 jaar toegepast binnen de verloskunde. Er zijn veel onderzoeken gedaan om te beoordelen of echo-onderzoek schade kan veroorzaken bij het ongeboren kind of bij de zwangere vrouw. Tot nu toe zijn er geen onderzoeken bekend die schade hebben aangetoond.

Uit een recent onderzoek zou mogelijk naar voren komen dat als gevolg van echo-onderzoek meer linkshandigheid zou voorkomen, maar overtuigend is dit onderzoek nog niet. Een echoscopie kan dus veilig worden uitgevoerd. Het laten doen van onnodige echo’s kan beter vermeden worden.

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (consulent) Prof. dr. H.W. Bruinse (consulent)

Bronnen:

  • Treffers PE, Heintz APM, Keirse MJNC et al, Obstetrie en Gynaecologie De voortplanting van de mens 3e druk Utrecht Wetenschappelijke uitgeverij Bunge 2000
  • www.rivm.nl

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd