Diabetes mellitus type 2

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus, ook suikerziekte of kortweg diabetes genoemd, is een chronische stofwisselingsziekte waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Er bestaan verschillende vormen van diabetes mellitus, de meest voorkomende vormen zijn:

  • Diabetes mellitus type 1 Dit wordt ook jeugddiabetes of insuline-afhankelijke diabetes mellitus genoemd. Deze vorm komt bij ongeveer 10 procent van de diabetespatiënten voor.
  • Diabetes mellitus type 2 Dit wordt ook niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus of ouderdomsdiabetes genoemd (een feitelijk onjuiste naam). Het merendeel van de mensen met diabetes heeft deze vorm.
  • Zwangerschapsdiabetes Sommige vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap (tijdelijk) diabetes mellitus.

In deze informatiefolder leest u over diabetes type 2. Diabetes type 2 wordt ook niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus genoemd. Ongeveer negentig procent van de mensen met diabetes heeft type 2.

Diabetes mellitus type 2 is een chronische stofwisselingsziekte, waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Een ander woord voor suiker in het bloed is bloedsuiker of bloedglucose.

Bij gezonde mensen ligt het bloedsuikergehalte tussen 4 tot 6 millimol per liter (nuchter) en 8 millimol per liter (na een maaltijd). Bij mensen met diabetes liggen deze waarden (veel) hoger.

Suiker (glucose) komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten onder andere in brood, pasta, rijst, aardappels en in zoete producten zoals jam, koek en snoep. Koolhydraten worden in het lichaam verteerd tot glucose. Daarna wordt glucose uit het bloed opgenomen door de lichaamscellen.

Bij mensen met diabetes wordt het glucose niet opgenomen uit het bloed. Het gevolg hiervan is dat de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog is.

Symptomen diabetes mellitus

De klachten bij diabetes mellitus type 2 ontstaan vaak heel geleidelijk. Bij heel veel mensen wordt de suikerziekte daardoor pas laat ontdekt, vaak zelfs per toeval.

Helaas kunnen in de loop van de tijd al wel complicaties van de suikerziekte zijn ontstaan. Bij sommige mensen zijn deze complicaties de eerste uiting van de ziekte. Verschijnselen van diabetes mellitus type 2 kunnen zijn:

  • veel plassen: bij mensen met diabetes is het glucosegehalte in het bloed hoog. De nieren proberen via de urine, de grote hoeveelheid glucose uit het bloed te verwijderen. Dit leidt tot vaak en veel plassen
  • veel drinken: doordat u veel plast, heeft u ook veel dorst. Veel mensen met diabetes geven aan ‘de hele dag wel te willen drinken’
  • gewichtsverlies: u kunt in korte tijd veel afvallen, terwijl u toch voldoende eet. Bij diabetes mellitus type 2 valt u meestal pas af als u de ziekte al jaren heeft
  • naar aceton ruikende adem: het lichaam haalt energie uit glucose. Doordat glucose niet of minder in het lichaam wordt opgenomen, is glucose geen energiebron. Hierdoor bedenkt het lichaam alternatieven voor verbranding, om toch aan energie te kunnen komen. Hierbij ontstaan zogenaamde ketonlichamen die de adem naar aceton doen ruiken
  • moeheid
  • kortademigheid
  • jeuk
  • slecht genezende wondjes, hardnekkige infecties
  • dubbelzien
  • slecht zien
  • gevoelloosheid van uw vingers of voeten
  • tintelingen in uw vingers of voeten
  • pijn in uw vingers, handen, tenen en/of voeten
  • pijn op de borst

Tandvleesontsteking kan negatieve invloed hebben op diabetes

Wist je dat je bij een ernstige tandvleesontsteking een hoger risico hebt om diabetes type 2 te ontwikkelen? Omgekeerd hebben mensen met diabetes type 2 vaker een ernstige tandvleesontsteking. Simpel gezegd werkt het een het ander in de hand. Bij mensen met diabetes én een ernstige tandvleesontsteking is het moeilijker de glucosewaarden stabiel te krijgen en te houden. Zo blijkt dat zij een zes keer zo grote kans hebben op problemen met het instellen van de bloedsuikerspiegel ten opzichte van mensen met een geringe tandvleesontsteking. Is de bloedsuikerspiegel niet goed ingesteld, dan is het lastiger (en soms onmogelijk) om een ernstige tandvleesontsteking stabiel te krijgen.

Hoe ontstaat diabetes mellitus?

Bij gezonde mensen wordt de hoeveelheid glucose in het bloed gereguleerd door het hormoon insuline. Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed wordt opgenomen door de lichaamscellen. Insuline wordt aangemaakt in bepaalde cellen van de alvleesklier (de pancreas). Deze cellen worden de bètacellen genoemd en liggen in groepjes: de zogenaamde eilandjes van Langerhans.

Bij patiënten met diabetes mellitus type 2 verlopen er twee dingen niet goed. De ernst hiervan kan van patiënt tot patiënt verschillen. Er is sprake van:

  • een vermindering van de gevoeligheid van de cellen voor insuline
  • een probleem met de aanmaak van insuline door de bètacellen

Er wordt aangenomen dat diabetes mellitus type 2 begint met de vermindering van insulinegevoeligheid van de cellen. De cellen kunnen dan minder glucose uit het bloed opnemen. Dit is een erfelijk bepaald fenomeen, maar wordt versterkt door ouder worden en door andere factoren. Factoren die een rol spelen bij het ontstaan van diabetes type 2:

  • zwaarder worden
  • een zittend leven leiden
  • een infectie oplopen
  • medicijngebruik, bijvoorbeeld predniso(lo)n

Door de afgenomen gevoeligheid van de cellen, is er meer insuline nodig om hetzelfde effect te bereiken. Wanneer het niet lukt om deze extra insuline te maken, wordt er niet genoeg glucose door de lichaamscellen opgenomen. De hoeveelheid glucose in het bloed stijgt. Er is een aantal groepen mensen die een vergroot risico hebben op het krijgen van diabetes mellitus type 2, namelijk:

  • mensen waarbij diabetes mellitus type 2 in de familie voorkomt, met name bij ouders en broers en zusters
  • mensen met overgewicht en dan vooral die mensen waarbij het overtollige vet zich met name rond de buik bevindt
  • vrouwen die zwangerschapsdiabetes hebben gehad
  • vrouwen die een zwaar kind (een geboortegewicht meer dan 4000 gram) hebben gebaard
  • Hindoestanen

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

De klachten die patiënten met diabetes hebben, kunnen heel verschillend zijn. De behandeling van deze ziekte bestaat over het algemeen uit:

  • een goed voedingsadvies
  • afvallen wanneer iemand te zwaar is
  • regelmatig bewegen

Wanneer deze maatregelen niet voldoende zijn, is het nodig om ook tabletten te gebruiken. Sommige tabletten verhogen de gevoeligheid van de bètacellen voor insuline; sommige tabletten stimuleren de cellen tot het aanmaken van nog meer insuline. Bij een aantal patiënten is het na verloop van tijd toch nodig om insuline te geven, soms in combinatie met tabletten. Diabetes mellitus type 2 is een ziekte die nooit over gaat.

Te hoog of te laag bloedsuiker Een ander woord voor te hoog bloedsuikergehalte is hyper(glycaemie) en voor een te laag bloedsuikergehalte is dit hypo(glycaemie). Het bloedsuikergehalte kan te hoog of te laag worden als:

  • er iets is misgegaan met het medicijngebruik of met het spuiten (te veel, te weinig, verkeerde soort insuline, verkeerde manier of plaats van inspuiten)
  • er iets is misgegaan met het eten (te veel, te weinig, maaltijd overgeslagen)
  • u bijvoorbeeld veel meer heeft bewogen dan anders
  • u ziek bent
  • u veel stress heeft
  • u alcohol gedronken heeft

Het is belangrijk dat u de verschijnselen hiervan bij uzelf kunt herkennen en tijdig maatregelen kan nemen. Vertel mensen in uw omgeving dat u suikerziekte heeft en wat de verschijnselen van een hyper en hypo zijn. Wanneer u niet in staat bent om adequaat te reageren, kunnen zij dat voor u doen.

Hyper(glycaemie) Bij een hyperglycaemie is het bloedsuikergehalte hoger dan 10 millimol per liter. Een lichte verhoging van het bloedsuikergehalte geeft geen of slechts vage klachten. Stijgt de bloedsuiker verder, dan kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • veel plassen
  • veel dorst
  • droge tong
  • zich niet lekker voelen
  • moeheid
  • slaperigheid

Bij een gevaarlijk hoog bloedsuikergehalte wordt u zwak en suf en kost ademhalen u meer moeite. U loopt dan bovendien kans om uit te drogen. Het is belangrijk dat u in dit geval snel insuline spuit.

Hypo(glycaemie) Bij een hypoglycaemie is het bloedsuikergehalte lager dan 3,8 millimol per liter. Klachten die kunnen optreden:

  • duizeligheid
  • trillen/beven
  • zweten
  • hoofdpijn
  • bleekheid
  • hartkloppingen
  • moeheid
  • wisselend humeur
  • honger
  • wazig zien

Bij een gevaarlijk laag bloedsuikergehalte kunt u suf, verward of agressief worden. U kunt stuipen krijgen en uiteindelijk in een coma raken. Het is belangrijk dat u bij de eerste verschijnselen van een hypo iets eet of drinkt waar veel suiker in zit. Het is handig om bijvoorbeeld altijd een rolletje druivensuiker bij u te hebben.

Instrueer mensen in uw omgeving dat zij u iets met suiker laten eten of drinken, mocht u ooit erg suf zijn door een hypo. Bent u eenmaal bewusteloos, leg mensen van tevoren uit dat ze een huisarts bellen. Als u bewusteloos bent, kan alleen een injectie met glucagon gegeven worden. Dit hormoon heeft de tegenovergestelde werking van insuline en verhoogt dus het bloedsuikergehalte.

Late complicaties Diabetes kan leiden tot complicaties. Dit worden late complicaties genoemd, omdat ze vaak pas jaren na het begin van de diabetes ontstaan. Deze complicaties zijn het gevolg van te lang of te vaak een te hoog bloedsuikergehalte hebben gehad.

De kans op complicaties is kleiner wanneer u goed bent ‘ingesteld’, dat wil zeggen dat bij u door het spuiten van insuline de bloedsuiker binnen normale waarden blijft. Bij een goede instelling duurt het over het alg emee n ook langer voordat de complicaties optreden. Late complicaties zijn:

  • Hart- en vaatproblemen de doorbloeding van de bloedvaten is verminderd. Dit leidt tot een verminderde wondgenezing en de kans op een hartinfarct of een beroerte is verhoogd. Een goede conditie en voldoende lichaamsbeweging kunnen dit proces vertragen
  • Zenuwproblemen er ontstaat perifere neuropathie, dat wil zeggen dat de zenuwen die onder andere in uw ledematen lopen minder gevoelig zijn. U merkt het bijvoorbeeld niet wanneer u zich stoot of verwondt. Dit in combinatie met de verminderde wondgenezing door een slechtere doorbloeding, kan flinke problemen geven. U merkt wondjes te laat op en ze genezen moeilijk of niet. In enkele gevallen is amputatie van een teen of een groter gebied nodig. Controleer daarom regelmatig uw voeten op wondjes en drukplekken. Het is belangrijk om goed schoeisel te dragen. Bij sommige mensen leiden de veranderingen in de zenuw tot pijn
  • Nierbeschadiging het hoge bloedsuikergehalte kan uiteindelijk leiden tot beschadiging van de nieren. Sommige mensen met diabetes moeten uiteindelijk gedialyseerd worden of hebben een niertransplantatie nodig. Om nierbeschadiging vroeg op het spoor te komen, moet uw urine regelmatig geconroleerd worden op eiwit, bijvoorbeeld eens per jaar. Dan kunnen maatregelen worden getroffen om verdere beschadiging te vertragen, zoals bloeddrukverlagende medicijnen.
  • Problemen met de ogen door diabetes worden ook de bloedvaatjes die naar het netvlies van het oog lopen aangetast. Er worden nieuwe bloedvaatjes gemaakt die van slechte kwaliteit zijn, waardoor u slechter gaat zien. Een laserbehandeling kan dit proces stoppen of vertragen. Daarom moet u met regelmaat het netvlies laten controleren, bijvoorbeeld eens per jaar. Bij diabetes type 1 mag hiermee gewacht worden tot 5 jaar na het stellen van de diagnose
  • Erectieproblemen bij mannen impotentie ontstaan door diabetes. De penis wordt dan niet stijf genoeg of wordt snel weer slap. Geslachtsgemeenschap kan hierdoor moeilijk of onmogelijk worden
  • Gewrichtsproblemen Soms worden de gewrichten stijver. Deze compliatie wordt 'limited joint mobility' genoemd

Extra complicatie bij patiënten met diabetes mellitus type 2:

  • vaak een verhoogde bloeddruk
  • vaak een ongunstig vetprofiel in het bloed, onder andere een verhoogd cholesterol

Gevolg hiervan:

  • een extra hoog risico op hart- en vaatziekten

Deze factoren (bloeddruk en bloedvetten) moeten bij deze patiënten nauwgezet onderzocht en gevolgd worden en zonodig behandeld met dieetadviezen en vaak tabletten daarbij.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u vermoedt dat u diabetes mellitus heeft, is het belangrijk om naar de huisarts te gaan. Tijdige behandeling kan complicaties voorkomen of verhelpen. Omdat diabetes mellitus type 2 vaak pas laat wordt ontdekt, is het ook raadzaam dat u naar de huisarts gaat wanneer u een van de eerder genoemde complicaties bij uzelf opmerkt.

Heeft u diabetes mellitus, dan is het belangrijk dat u regelmatig op controle komt. Wanneer u eenmaal goed bent ingesteld, komt u bij de meeste huisartspraktijken elke drie maanden op controle. Deze controle kan gebeuren door de huisarts maar wordt vaak gedaan door de assistente, een praktijkverpleegkundige of een medewerker van het eerstelijnscentrum waar uw huisarts bij is aangesloten.

Treden er veranderingen of bijzonderheden op, dan is het raadzaam dat u contact opneemt met de huisarts, bijvoorbeeld als:

  • uw bloedsuikergehalte hoog blijft
  • uw medicijnen niet meer goed werken
  • u niet meer goed ingesteld bent en/of het bloedsuikergehalte sterk schommelt
  • u ergens een ontsteking aan de huid heeft
  • u andere verschijnselen of klachten heeft waar u zich zorgen over maakt

Wat kunt u er zelf aan doen?

U zult moeten leren om zo goed mogelijk met de ziekte en de behandeling om te gaan. Dit kan in het begin moeilijk zijn en gevoelens van onmacht, verdriet en boosheid oproepen. Hier hebben veel diabetespatiënten last van en dit is een heel normale reactie.

Om de kans op complicaties te verkleinen, is het belangrijk dat het bloedsuikergehalte binnen normale waarden blijft en niet te sterk schommelt. U kunt dit bereiken door op regelmatige tijden te eten, te bewegen en uw medicatie te gebruiken.

Probeer ook gezond te leven door gezonde voeding te nemen, voldoende te bewegen, niet te roken en te zorgen voor een gezond lichaamsgewicht.

Wees zelf alert op de controle van uw bloeddruk, bloedvetten, nieren en ogen. Leven met diabetes Een belangrijk doel van de behandeling en begeleiding van patiënten met diabetes is een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te behouden. Er wordt geprobeerd om de patiënt ondanks zijn ziekte, normaal te kunnen laten functioneren, zowel thuis als op het werk. Wanneer patiënten goed behandeld worden en zichzelf goed verzorgen en behandelen, zijn er maar weinig beroepen die niet uitgeoefend kunnen worden. Ook competitiesport hoeft geen probleem te vormen, zolang het bloedsuikergehalte maar goed in de gaten wordt gehouden.

Het kan prettig en zinvol zijn om uw eventuele problemen met uw dokter te bespreken. Hij kan u desgewenst ook doorverwijzen naar een andere hulpverlener. Ook kunt u contact zoeken met lotgenoten, om te praten over hoe zij met hun ziekte omgaan. De patiëntenvereniging Diabetesvereniging Nederland (DVN) biedt goede informatie, cursussen en andere bijeenkomsten.

Voedingsadvies bij diabetes Diabetes hebben betekent allang niet meer een verbod op suiker of strenge dieetvoorschriften waarbij elk culinair genot wordt verboden. De diëtist stelt in overleg met de patiënt, een goed voedingspatroon samen, dat ook uitvoerbaar is.

Bij dit voedingsadvies komen de volgende elementen aan de orde:

  • een goede verhouding tussen koolhydraten (suiker), eiwitten en vet: ongeveer 50:15:35
  • eiwitinname bij volwassenen niet meer dan 0,85 g/kg lichaamsgewicht per dag, bij kinderen en adolescenten meer
  • aantal calorieën
  • voldoende vezels
  • matig gebruik van zout

Een goed voedingsadvies wordt samengesteld op basis van de specifieke problemen die bij een patiënt spelen. Dit betekent dat elk dieetadvies veerschillend kan zijn.

Zie het dieetadvies niet als een harnas of een absoluut verbod op de dingen die u juist zo lekker vindt. Het beste kunt u er gewoon verstandig mee om gaan, zodat u ook op de lange termijn het dieetadvies voldoende kunt volgen. Tenslotte: er is geen reden voor diabetespatiënten om 'suikervrije' producten te nuttigen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Diabetes mellitus type 2 is voor een groot deel erfelijk: aan deze erfelijkheid kunt u niets veranderen. Wel kunt u ervoor zorgen dat uw lichaam in een goede conditie is, zodat de kans dat u de ziekte ook daadwerkelijk krijgt, wordt verkleind. Probeer daarom te zorgen voor een gezond lichaamsgewicht, voldoende beweging en probeer niet te roken.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Dr. W.N.M. Hustinx (consulent) Dr. L. Dijkhorst- Oei (consulent)

Bronnen

  • www.diabetesfonds.nl
  • NHG standaard Diabetes Mellitus type 2
  • Lisdonk van de EH, Bosch van den SJHM, Lagro-Janssen ALM, Schers HJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk vijfde druk  2008.  Reed Business, Amsterdam.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd