Diabetes mellitus type 1

Wat is diabetes mellitus?

Diabetes mellitus, ook suikerziekte of kortweg diabetes genoemd, is een chronische stofwisselingsziekte waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Er bestaan verschillende vormen van diabetes mellitus, de meest voorkomende vormen zijn:

  • Diabetes mellitus type 1 Dit wordt ook jeugddiabetes of insuline-afhankelijke diabetes mellitus genoemd. Deze vorm komt bij ongeveer 10 procent van de diabetespatiënten voor.
  • Diabetes mellitus type 2 Dit wordt ook niet-insuline-afhankelijke diabetes mellitus of ouderdomsdiabetes genoemd (een feitelijk onjuiste naam). Het merendeel van de mensen met diabetes heeft deze vorm.
  • Zwangerschapsdiabetes Sommige vrouwen krijgen tijdens hun zwangerschap (tijdelijk) diabetes mellitus.

In deze informatiefolder krijgt u informatie over diabetes type 1. Diabetes type 1 wordt ook insuline-afhankelijke diabetes mellitus genoemd. Ongeveer tien procent van de mensen met diabetes heeft type 1.  Diabetes mellitus type 1 is een chronische stofwisselingsziekte, waarbij het suikergehalte in het bloed verhoogd is. Een ander woord voor suiker in het bloed is bloedsuiker of bloedglucose.

Bij gezonde mensen ligt het bloedsuikergehalte tussen 4 tot 6 millimol per liter (nuchter) en 8 millimol per liter (na een maaltijd). Bij mensen met diabetes liggen deze waarden (veel) hoger.

Suiker (glucose) komt uit de koolhydraten in onze voeding. Koolhydraten zitten onder andere in brood, pasta, rijst, aardappels en in zoete producten zoals jam, koek en snoep. Koolhydraten worden in het lichaam verteerd tot glucose. Daarna wordt glucose uit het bloed opgenomen door de lichaamscellen.

Bij mensen met diabetes wordt het glucose niet goed opgenomen uit het bloed. Het gevolg hiervan is dat de hoeveelheid suiker in het bloed te hoog is.

Symptomen diabetes-mellitus

Diabetes mellitus type 1 ontstaat vaak in de kindertijd, maar kan ook op latere leeftijd nog ontstaan. Diabetes mellitus type 1 kunt u herkennen aan één of meer van de volgende klachten:

  • veel plassen: bij mensen met diabetes is het glucosegehalte in het bloed hoog. De nieren proberen via de urine, de grote hoeveelheid glucose uit het bloed te verwijderen. Dit leidt tot vaak en veel plassen
  • veel drinken: doordat u of uw kind veel plast, heeft u of uw kind ook veel dorst. Veel mensen met diabetes geven aan ‘de hele dag wel te willen drinken’
  • gewichtsverlies: u of uw kind kan in korte tijd veel afvallen, terwijl er toch voldoende wordt gegeten
  • naar aceton ruikende adem: het lichaam haalt energie uit glucose. Doordat glucose niet in het bloed wordt opgenomen, is glucose geen energiebron. Hierdoor bedenkt het lichaam alternatieven voor verbranding, om toch aan energie te kunnen komen. Hierbij ontstaan zogenaamde ketonlichamen die de adem naar aceton doen ruiken
  • vaak en flink ziek zijn, hardnekkige infecties: met name kinderen kunnen erg vaak en flink ziek zijn. U merkt een duidelijk verschil met leeftijdgenoten
  • moeheid
  • jeuk, onder andere aan de geslachtsdelen
  • slecht genezende wondjes
  • dubbelzien of wazig zien

Hoe ontstaat diabetes-mellitus?

Bij gezonde mensen wordt de hoeveelheid glucose in het bloed gereguleerd door het hormoon insuline. Insuline zorgt ervoor dat glucose uit het bloed wordt opgenomen door de lichaamscellen.

Insuline wordt aangemaakt in bepaalde cellen van de alvleesklier (het pancreas). Deze cellen worden de bètacellen genoemd en liggen in groepjes: de zogenaamde eilandjes van Langerhans.

Bij mensen met diabetes mellitus type 1 richt het afweersysteem zich tegen de eilandjes van Langerhans. Dit wordt een auto-immuunreactie genoemd. Het afweersysteem vernietigt de eilandjes van Langerhans. Daardoor wordt steeds minder insuline geproduceerd en stijgt de hoeveelheid suiker in het bloed.

Normaal gesproken richt het afweersysteem zich alleen tegen vreemde en vijandige dingen in het lichaam, zoals virussen en bacteriën. Waarom het afweersysteem op een bepaald moment de bètacellen in de eilandjes van Langerhans als vreemd en vijandig gaat beschouwen, is niet bekend.

Tegenwoordig denkt men dat diabetes mellitus type 1 ontstaat bij personen met bepaalde kenmerken van het afweersysteem, die op een bepaald moment in hun leven tegen een bepaalde prikkel aanlopen. Type 1 diabetes komt wat vaker binnen families voor, maar erfelijkheid speelt maar een kleine rol.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

De klachten die patiënten met diabetes hebben, kunnen heel verschillend zijn. Wel geldt voor elke patiënt met diabetes type 1 dat altijd insulinebehandeling nodig is, iedere dag. Zonder insuline verzuurt het lichaam, wat kan leiden tot een levensbedreigende situatie. Daarom heet diabetes mellitus type 1 ook wel ‘insuline-afhankelijke diabetes’.

Heeft u diabetes mellitus type 1, dan moet u een aantal malen per dag insuline spuiten. Dit is vaak viermaal op een dag: voor elke maaltijd wat snelwerkende insuline en in de loop van de dag langwerkende insuline. Het toedienen van insuline kan ook door een pomp plaatsvinden.

Daarbij krijgt u ook een dieetadvies en leert u zelf de hoogte van het bloedsuiker (glucose) te meten. U kunt niet genezen van diabetes, diabetespatiënten zullen met de ziekte moeten leren leven.

Zelf de hoogte van uw bloedsuiker meten Bij patiënten met diabetes mellitus type 1 is het meten van de eigen bloedsuiker van groot belang (zelfcontrole van de bloedsuikers). Met een apparaatje waarin een naald zit, neemt u aan de zijkant van uw vinger wat bloed af. Dit bloed brengt u aan op een stripje dat in een meetapparaatje zit. Een aantal seconden later kunt u de hoogte van uw bloedsuiker op het apparaatje aflezen.

Te hoog of te laag bloedsuiker Een ander woord voor te hoog bloedsuikergehalte is hyper(glycaemie) en voor een te laag bloedsuikergehalte is dit hypo(glycaemie). Het bloedsuikergehalte kan te hoog of te laag worden als:

  • er iets is misgegaan met het spuiten (te veel, te weinig, verkeerde soort insuline, verkeerde manier of plaats van inspuiten)
  • er iets is misgegaan met het eten (te veel, te weinig, maaltijd overgeslagen)
  • u bijvoorbeeld veel meer heeft bewogen dan anders
  • u ziek bent
  • u veel stress heeft
  • u alcohol gedronken heeft

Het is belangrijk dat u de verschijnselen hiervan bij uzelf kunt herkennen en tijdig maatregelen kan nemen. Vertel mensen in uw omgeving dat u suikerziekte heeft en wat de verschijnselen van een hyper en hypo zijn. Wanneer u niet in staat bent om adequaat te reageren, kunnen zij dat voor u doen.

Hyper(glycaemie) Bij een hyperglycaemie is het bloedsuikergehalte hoger dan 10 millimol per liter. Een lichte verhoging van het bloedsuikergehalte geeft geen of slechts vage klachten. Stijgt de bloedsuiker verder, dan kunnen de volgende klachten ontstaan:

  • veel plassen
  • veel dorst
  • droge tong
  • zich niet lekker voelen
  • moeheid
  • slaperigheid

Bij een gevaarlijk hoog bloedsuikergehalte wordt u zwak en suf en kost ademhalen u meer moeite. U loopt dan bovendien kans om uit te drogen en te verzuren, wat kan leiden tot een diabetisch coma. Het is belangrijk dat u in dit geval snel insuline spuit. Braken is een alarmerend verschijnsel bij een hyperglycemie, u moet in dat geval een arts waarschuwen.

Hypo(glycaemie) Bij een hypoglycaemie is het bloedsuikergehalte lager dan 3,8 millimol per liter. Klachten die kunnen optreden:

  • duizeligheid
  • trillen/beven
  • zweten
  • hoofdpijn
  • bleekheid
  • hartkloppingen
  • moeheid
  • wisselend humeur
  • concentratiestoornissen
  • honger
  • wazig zien

Bij een gevaarlijk laag bloedsuikergehalte kunt u suf, verward of agressief worden. U kunt stuipen krijgen en uiteindelijk in een hypoglycaemisch coma raken. Het is belangrijk dat u bij de eerste verschijnselen van een hypo iets eet of drinkt waar veel suiker in zit. Het is handig om bijvoorbeeld altijd een rolletje druivensuiker bij u te hebben.

Instrueer mensen in uw omgeving dat zij u iets met suiker laten eten of drinken, mocht u ooit erg suf zijn door een hypo. Bent u eenmaal bewusteloos, leg mensen van tevoren uit dat ze een huisarts of een ambulance bellen. Er kan dan alleen nog suiker rechtstreeks in het bloed worden toegediend (via een infuus).

Als u bewusteloos bent, kunnen mensen in uw omgeving een injectie met glucagon geven. Dit hormoon heeft de tegenovergestelde werking van insuline en verhoogt dus het bloedsuikergehalte.

Late complicaties Diabetes kan leiden tot complicaties. Dit worden late complicaties genoemd, omdat ze va ak pas jaren na het begin van de diabetes ontstaan. Deze complicaties zijn het gevolg van te lang of te vaak een te hoog bloedsuikergehalte hebben gehad. De kans op complicaties is kleiner wanneer u goed bent ‘ingesteld’, dat wil zeggen dat bij u door het spuiten van insuline de bloedsuiker binnen normale waarden blijft. Bij een goede instelling duurt het over het algemeen ook langer voordat de complicaties optreden. Late complicaties zijn:

  • Hart- en vaatproblemen De doorbloeding van de bloedvaten is verminderd. Dit leidt tot een verminderde wondgenezing en de kans op een hartinfarct of een beroerte is verhoogd. Een goede conditie en voldoende lichaamsbeweging kunnen dit proces vertragen
  • Zenuwproblemen Er ontstaat perifere neuropathie, dat wil zeggen dat de zenuwen die onder andere in uw ledematen lopen minder gevoelig zijn. U merkt het bijvoorbeeld niet wanneer u zich stoot of verwondt. Dit in combinatie met de verminderde wondgenezing door een slechtere doorbloeding, kan flinke problemen geven. U merkt wondjes te laat op en ze genezen moeilijk of niet. In enkele gevallen is amputatie van een teen of een groter gebied nodig. Controleer daarom regelmatig uw voeten op wondjes en drukplekken. Het is belangrijk om goed schoeisel te dragen. Bij sommige mensen leiden de veranderingen in de zenuw tot pijn
  • Nierbeschadiging Het hoge bloedsuikergehalte kan uiteindelijk leiden tot beschadiging van de nieren. Sommige mensen met diabetes moeten uiteindelijk gedialyseerd worden of hebben een niertransplantatie nodig Om nierbeschadiging vroeg op het spoor te komen, moet uw urine regelmatig geconroleerd worden op eiwit, bijvoorbeeld eens per jaar. Dan kunnen maatregelen worden getroffen om verdere beschadiging te vertragen, zoals bloeddrukverlagende medicijnen.
  • Problemen met de ogen Door diabetes worden ook de bloedvaatjes die naar het netvlies van het oog lopen aangetast. Er worden nieuwe bloedvaatjes gemaakt die van slechte kwaliteit zijn, waardoor u slechter gaat zien. Een laserbehandeling kan dit proces stoppen of vertragen. Daarom moet u met regelmaat het netvlies laten controleren, bijvoorbeeld eens per jaar. Bij diabetes type 1 mag hiermee gewacht worden tot 5 jaar na het stellen van de diagnose
  • Erectieproblemen Bij mannen kan impotentie ontstaan door diabetes. De penis wordt dan niet stijf genoeg of wordt snel weer slap. Geslachtsgemeenschap kan hierdoor moeilijk of onmogelijk worden
  • Gewrichtsproblemen Soms worden de gewrichten stijver. Deze complicatie wordt 'limited joint mobility' genoemd

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u vermoedt dat u of uw kind diabetes mellitus heeft, is het belangrijk om naar de huisarts te gaan. Tijdige behandeling kan complicaties voorkomen of vertragen.

Heeft u of uw kind diabetes mellitus type 1, dan is het belangrijk dat u regelmatig op controle komt. Wanneer u eenmaal goed bent ingesteld, komt u gemiddeld elke drie maanden op controle.

Deze controle kan gebeuren door de bij de kinderarts of internist, maar wordt vaak gedaan door een diabetesverpleegkundige. Soms wordt afgesproken dat de controles in de huisartspaktijk plaatsvinden.

Treden er veranderingen of bijzonderheden op, dan is het raadzaam dat u contact opneemt met de arts of verpleegkundige, bijvoorbeeld als:

  • uw bloedsuikergehalte hoog blijft
  • uw medicijnen niet meer goed werken
  • u niet goed ingesteld bent en het bloedsuikergehalte sterk schommelt
  • u ergens een ontsteking aan de huid heeft
  • u andere verschijnselen of klachten heeft waar u zich zorgen over maakt

Wat kunt u er zelf aan doen?

U zult moeten leren om zo goed mogelijk met de ziekte en de behandeling om te gaan. Dit kan in het begin moeilijk zijn en gevoelens van onmacht, verdriet en boosheid oproepen. Hier krijgen veel diabetespatiënten mee te maken en dit is een hele normale reactie.

Wanneer u eenmaal goed bent ingesteld en gewend bent aan de regelmaat en het spuiten, wordt het allemaal wat makkelijker. Uiteindelijk zal de ziekte iets zijn dat bij u hoort.

Om de kans op complicaties te verkleinen, is het belangrijk dat het bloedsuikergehalte binnen normale waarden blijft en niet te sterk schommelt. U kunt dit bereiken door op regelmatige tijden te eten, te bewegen en te spuiten. Probeer ook gezond te leven door gezonde voeding te nemen, voldoende te bewegen, niet te roken en een gezond lichaamsgewicht te houden.

Leven met diabetes Een belangrijk doel van de behandeling en begeleiding van patiënten met diabetes is een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te behouden. Er wordt geprobeerd om de patiënt ondanks zijn ziekte, normaal te kunnen laten functioneren, zowel thuis als op het werk.

Wanneer patiënten goed behandeld worden en zichzelf goed verzorgen en behandelen, zijn er maar weinig beroepen die niet uitgeoefend kunnen worden. Ook competitiesport hoeft geen probleem te vormen, zolang het bloedsuikergehalte maar goed in de gaten wordt gehouden.

Het kan prettig en zinvol zijn om uw eventuele problemen met uw dokter te bespreken. Hij kan u desgewenst ook doorverwijzen naar een andere hulpverlener. Ook kunt u contact zoeken met lotgenoten, om te praten over hoe zij met hun ziekte omgaan. De patiëntenvereniging Diabetesvereniging Nederland (DVN) biedt goede informatie, cursussen en andere bijeenkomsten.

Voedingsadvies bij diabetes Diabetes hebben betekent allang niet meer een verbod op suiker of strenge dieetvoorschriften waarbij elk culinair genot wordt verboden. De diëtist stelt in overleg met de patiënt, een goed voedingspatroon samen, dat ook uitvoerbaar is. Bij dit voedingsadvies komen de volgende elementen aan de orde:

  • een goede verhouding tussen koolhydraten (suiker), eiwitten en vet: ongeveer 50:15:35
  • eiwitinname bij volwassenen niet meer dan 0,85 g/kg lichaamsgewicht per dag, bij kinderen en adolescenten meer
  • aantal calorieën
  • voldoende vezels
  • matig gebruik van zout

Met name bij intensieve insulinetherapie (viermaal per dag spuiten) kan de hoeveelheid insuline voor de maaltijd worden ingenomen, afgestemd op het koolhydraatgehalte van die maaltijd. Dit draagt bij aan een betere bloedglucoseregulatie.

Een goed voedingsadvies wordt samengesteld op basis van de specifieke problemen die bij een patiënt spelen. Dit betekent dat elk dieetadvies veerschillend kan zijn.

Zie het dieetadvies niet als een harnas of een absoluut verbod op de dingen die u juist zo lekker vindt. Het beste kunt u er gewoon verstandig mee om gaan, zodat u ook op de lange termijn het dieetadvies voldoende kunt volgen. Tenslotte: er is geen reden voor diabetespatiënten om 'suikervrije' producten te nuttigen.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Dr. W.N.M. Hustinx (consulent) Dr. L. Dijkhorst- Oei (consulent)

Bronnen

  • Diabetesvereniging Nederland: www.dvn.nl
  • Diabetesfonds Nederland:  www.diabetesfonds.nl
  • Lisdonk van de EH, Bosch van den SJHM, Lagro-Janssen ALM, Schers HJ. Ziekten in de huisartsenpraktijk vijfde druk  2008.  Reed Business, Amsterdam.

 

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd