Broers en zussen

Wat zijn de relaties binnen een gezin?

Binnen ieder gezin zijn de verhoudingen tussen de ouders, broers en zussen weer anders. Deze verhoudingen worden door allerlei zaken beïnvloed en kunnen in de loop van de tijd steeds weer veranderen. Er komen bijvoorbeeld periodes voor  waarin het contact met je broer of zus heel slecht is, terwijl jullie kort daarna weer de grootste vrienden zijn.

Binnen ieder gezin bestaan bepaalde omgangspatronen. De relaties binnen het gezin worden vooral bepaald door je plaats hierbinnen; of je bijvoorbeeld als eerste of als laatste bent geboren. Karakter en temperament spelen ook een belangrijke rol. Soms kunnen conflicten binnen het gezin aan de hand van deze plaats mede worden verklaard.

Het oudste kind

Het oudste kind is een tijdlang alleen met de ouders, voordat er broers en zusjes komen. Het krijgt alle zorg en aandacht. Dit kind is het eerste dat zijn ouders hebben gekregen, mede daardoor vinden ouders dit kind vaak helemaal geweldig. Van het kind wordt verwacht dat hij loyaliteit in ruil terug geeft aan de ouders. En ook dat hij die zeer hoge idealen waarmaakt.

Het oudste kind voelt vaak heel goed aan wat de ouders willen en hoe hun stemming is. De oudste is vaak minder rebels en heeft meer verantwoordelijkheidsgevoel dan zijn jongere broers en zusjes.

Ouders kunnen soms hun niet gerealiseerde wensen en dromen in het leven op de schouders van dit kind leggen. Als oudste krijg je vaak de taak om de oudste en de wijste te zijn. Dat betekent bijvoorbeeld: zorgen voor de jongere kinderen en weten dat ze de anderen niet mogen pesten of plagen. Het oudste kind voelt zich hierdoor vaak onrechtvaardig behandeld.

Als er dan broers en zusjes komen, betekent dit dat de aandacht van de ouders gedeeld moet worden. De nieuwkomer die klein is en huilt, wordt schattig en lief gevonden en eist alle aandacht op. Zo begint vaak het ontstaan van rivaliteit tussen broers en zussen.

De oudste probeert de jongere kinderen na te bootsen in hun gedrag. Ondertussen  probeert de oudste, net zo goed als ouders dat doen, te helpen bij de verzorging van de kleine. Daar wordt hij vervolgens enorm voor beloond. Hierin schuilt het positieve: de oudste voelt zich door deze beloning groot en waardevol.

Je kunt als oudste ook naar broers en zussen toe een belangrijke rol spelen. Zo blijkt dat bij een scheiding van de ouders, het voor kinderen prettig is een oudere broer of zus te hebben. De nare gevolgen van zo'n scheiding blijken dan minder groot.

Het tweede kind

Het tweede kind is vaak het zonnetje in huis. Dit kind hoeft minder op de gevoelens en kwetsbaarheden van de ouders te letten, dus geeft makkelijker zijn eigen mening. Het tweede kind is vaak een clown. De tweede kan zo goed schipperen tussen al die mensen, dat hij goed weet te bemiddelen bij ruzies.  Het tweede kind heeft minder aandacht van de ouders gekregen (er was tenslotte al een oudere broer of zus) en weet niet wat het is om de exclusieve aandacht van de ouders te krijgen. Wel wordt de tweede vaak continu vergeleken met de oudste.

Het tweede kind voelt diep in zichzelf een broeiende jaloezie. Deze jaloezie kan niet geuit worden, omdat hij nu eenmaal het idee heeft dat hij minder is dan die geweldige oudere broer of zus. Het koestert zich in de bescherming van de oudste. Bovendien weet hij vaak de oudste te kalmeren.

Het tweede kind leeft vaak een losbandiger leven dan de oudste. Het heeft minder last van de verantwoordelijkheden die zijn opgelegd door de ouders. Behalve als de oudste wegvalt, of uit huis gaat: dan moet het kind ineens de rol van oudste overnemen. Door het tweede kind beseffen ouders vaak dat elk kind uniek is en stellen daarom vaak hun verwachtingen bij.

Het derde kind

Een derde kind is enorm gewenst. Dit kind wordt dan ook vaak verwend. Van een derde kind wordt vaak gezegd dat het zo makkelijk is. De derde stelt geen eisen en hobbelt gewoon mee in het gezin: het weet als het ware niet beter. Het leert om aandacht te vragen door andere mensen te beïnvloeden, om zo zijn zin te krijgen.

Een derde kind wordt soms minder bewust opgevoed door zijn ouders. De opvoeding van dit kind gaat mee in de algemene aanpak van de opvoeding van de oudere kinderen. Dit kind lijkt te manipuleren, omdat het met name door opvallend gedrag ineens aandacht van de ouders krijgt. Het is jonger, dus het is minder zelfredzaam in de ogen van de ouders.

Ouders zullen eerder hun oudere kinderen straffen. Soms is de komst van een derde kind een reden voor de ouders om nog bij elkaar te blijven, zodat ogenschijnlijk de problemen opgelost zijn. Dit kan onbewust een schuldgevoel van het kind met zich meebrengen. Hierdoor krijgt het kind een extra verantwoordelijkheid naar het welbevinden van de ouders. Deze verantwoordelijkheid ervaart hij op een andere manier dan de oudste.

Het derde kind weet dat het gewoon zijn best moet doen en geen aandacht mag vragen voor werkelijke problemen. Hij gaat zijn eigen gang en leeft vaak in zijn eigen wereld.

Volgende kinderen

De hierna volgende kinderen herhalen eigenlijk in mindere mate de kwaliteiten van de oudste, de tweede of de derde. De jongste (en dat kan ook de oudste, de tweede of de derde zijn) is vaak het zonnetje en lievelingetje van de ouders. Dit kind is het meest verwend. Dit kind geniet ervan om aandacht te krijgen, en is ook in staat aandacht te houden van anderen.

Het kind voelt zich geliefd, maar heeft moeite de verantwoordelijkheden van het leven te gaan dragen, want het heeft zijn leven lang te horen gekregen: ‘daar ben jij nog te klein voor’.

Halfbroers of halfzussen

Wanneer ouders uit een eerdere of latere relatie nog kinderen hebben, heeft dat effect op iedereen die hiermee te maken heeft. De relatie met halfbroers- en zussen voelt meestal gewoon als broer en zus. Leeftijdsverschil is vaak bepalend voor de manier waarop jij omgaat met je halfbroers en zussen.

Als jij oudere halfbroers en zussen hebt, is dat voor jou de normaalste zaak van de wereld. Jaloezie naar hen toe heb jij vaak niet: je weet tenslotte niet beter. Zij kunnen echter wel jaloers zijn op jou. Deze gevoelens worden vaak aan de hand van een strijd om aandacht en favoriet-zijn met de gezamenlijke ouder uitgespeeld.

Pleeg- of stiefbroers en -zussen

Pleeg- of stiefbroers en -zussen zijn broers en zussen, omdat je met hen samenleeft. Er is geen biologische band en toch voel je je verwant en maak je ruzie of speel je met hen. Ouders zorgen ervoor dat jij pleeg- of stieffamilie krijgt. Hun beslissing verandert jouw leven en je hebt je daar vaak maar aan aan te passen. Het gevoel van opgescheept zijn met deze vorm van broers en zussen, leidt regelmatig tot heftige ruzies met de ouders over de verdeling van aandacht. In sommige gevallen is de band voor het leven, en in andere gevallen is er na een ruzie onherstelbare schade aangericht. Soms groeien deze broers en zussen gewoon uit elkaar.

Welke factoren spelen een rol in je relaties binnen het gezin?

Nu is duidelijk welke rollen en gedragingen per kind in een gezin kunnen bestaan. In de puberteit verandert er van alles tussen broers en zusjes. Of jij alleen broers hebt als jongen of alleen zusjes hebt als meisje maakt bijvoorbeeld verschil.

Lichamelijkheid In een gezin waar zowel jongens als meisjes zijn, kan ineens de angst om het blote lichaam te tonen aan broers of zusjes ontstaan. Zeker als ouders met deze plotselinge preutsheid van hun kinderen te maken krijgen, wordt het een onderwerp van gesprek. Daar kun je misschien mee gepest worden.

Jij hebt te allen tijde het recht om met jouw lichaam te doen wat jij wilt en het alleen te laten zien aan degenen waarvan jij dat wilt. Ook al lachen je broers en zussen en ouders er misschien om, doe alleen waar jij jezelf prettig bij voelt.

Broers en zusjes nog op de basisschool Als jij al op de middelbare school zit en je hebt nog broers en zussen op de basisschool, dan kan dat wrijving geven. Eerst speelde je met hen en nu zijn jouw interesses ineens veranderd ten opzichte van die van hen. Je voelt je anders en je broers en zussen maken je dat ook nog eens duidelijk. Hierdoor kun je je tijdelijk eenzaam voelen. Vaak gaat dit gevoel weer over als je broers en zussen ook naar de middelbare school gaan.

Rivaliteit In de puberteit verander je op verschillende gebieden. Je interesses veranderen, je vrienden veranderen, je lichaam verandert, je emoties en gevoelens veranderen. Dit betekent automatisch dat met je broers en  zussen ook opnieuw bepaald moet worden hoe je met elkaar omgaat. Dit geeft strijd en mogelijk rivaliteit.

Broers en zussen kennen elkaar zo goed, dat zij feilloos elkaars zwakke plekken kunnen raken. Dat is natuurlijk heel pijnlijk als je je toch al wat vreemd voelt over wat je nu leuk vindt e n waarom je je ineens zo anders voelt. Zeker als je nog niet wilt dat de hele wereld van jouw nieuwe gevoelens of ontdekkingen afweet.

Stel je voor dat je broer of zus ineens jouw intiemste dromen vertelt, zomaar aan tafel. Om razend van te worden. Alleen…. de kans is groot dat jij dat ook bij hen doet.

Afzondering Als jij tot de middelbare school een zeer sociaal gezinslid bent geweest en nu ineens de neiging hebt je af te sluiten op je kamer als je thuis bent, de PC aan te zetten en te gaan bellen, dan moet je hele familie daar aan wennen. Dat went vanzelf, maar je aanpassen aan veranderingen kost tijd. Totdat iedereen jouw nieuwe stijl van leven, noodzakelijk voor je eigen ontwikkeling, heeft geaccepteerd, kunnen er ruzies voorkomen.

Saaiheid Ineens snap jij niet meer waar je broers en zusjes zich druk over maken. Jouw ideeën, gevoelens en dromen zijn veel belangrijker, interessanter en vreemder. Er lijkt zo´n groot verschil te zijn tussen jouw wereld en die saaie burgerlijke leefwijze van de rest van je gezin.

Vakanties en alledaagse dingen doen jou alleen maar verlangen  naar je eigen vrienden en naar je eigen leven. Je zondert je af en broers en zussen zullen je duidelijk maken dat je je niet sociaal en misschien arrogant  gedraagt. Zij willen gewoon weer dezelfde gezelligheid als vroeger met jou. Die vorm is echter zo saai en onverdraagzaam voor jou, dat je alleen al bij het idee kriegel wordt.

Samen tegen je ouders Eén van de weinige dingen die bevorderend kunnen werken tussen broers en zussen, is samen tegen de ouders ingaan. Als je ouders erg weinig interesse hebben, of erg ouderwets zijn, of je erg weinig vrijheid geven, of van alles van je eisen omdat ze zelf het leven niet aankunnen, is samenspannen met je broers of zussen soms wel leuk. Uiteindelijk is er dan natuurlijk wel nog steeds strijd binnen het gezin.

Wat kun je er zelf aan doen?

Je kunt je relatie met je broers en zussen verbeteren door te accepteren dat jullie allemaal verschillend zijn. Wat jij nu meemaakt en doormaakt zullen zij ooit, of ze nu ouder of jonger zijn, ook meemaken of mee hebben gemaakt. Ook is het vaak zo dat je je op school zo moet gedragen en inhouden, dat het wel prettig is om je soms even helemaal te laten gaan, en wel tegenover die broer of zus.

Sommige dagelijkse ruzies en onenigheden zijn vaak te voorkomen. Als je bijvoorbeeld niet wilt dat je broer of zus aan jouw spullen zit, is het ook de bedoeling dat je dat niet bij hen doet. Als je zelf probeert wat vriendelijker tegen je broer of zus te zijn, zijn zij vanzelf ook wel aardiger tegen jou. Af en toe mag je best sorry zeggen, als je onaardig tegen hen bent geweest.

Geniet ervan wanneer je weer veel plezier maakt met je broers en zussen. Dingen veranderen vaak vanzelf. Met je ouders afspraken maken over het stoppen van ruzies kan je soms ook helpen. De ruzies met broers en zussen zijn vaak een manier om aandacht van je ouders te krijgen. Wanneer je voelt dat je ruzie wilt gaan maken, ga eens na wat je werkelijk wilt op dat moment. Van wie of wat wil jij aandacht en met welk doel? Is er misschien een andere manier om dat doel te bereiken? Het kan helpen als je zorgt dat je af en toe tijd alleen hebt met (één van) je ouders.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Als je echt heel vaak fysieke ruzies hebt met een broer of zus, is het van belang toch een keer hulp te gaan zoeken. Met blauwe plekken en littekens rondlopen is al dubieus, maar als je daadwerkelijk angst voor hen gaat ontwikkelen, wordt het zeker tijd dat er iemand in je gezin gaat helpen die daar verstand van heeft. Hiervoor kun je contact opnemen met de huisarts of met school.

In samenwerking met

Drs. M. Blocks (auteur) Drs. H.E. de Jonge (consulent) Dr. A.A. Vendrig (consulent)

Bronnen

  • Lamb K, Help! Mijn familie maakt me gek!, Deltas, 2001

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019