Blaasontsteking bij kinderen

Wat is een blaasontsteking?

Blaasontsteking is een urineweginfectie. Een urineweginfectie is een ontsteking van een onderdeel van de urinewegen. De urinewegen bestaan uit:

  • de blaas
  • de nieren
  • de nierbekkens
  • de urineleiders
  • de urinebuis

Bij een blaasontsteking is het slijmvlies aan de binnenkant van de blaas ontstoken. Eén op de vijftig kinderen heeft wel eens last van een urineweginfectie. Meisjes hebben vijf keer zo vaak last van een blaasontsteking als jongens.

Symptomen blaasontsteking bij kinderen

Bij kinderen is een blaasontsteking niet altijd even makkelijk te herkennen. De verschijnselen hiervan bij jonge en oudere kinderen kunnen nogal verschillen.

Oudere kinderen Volwassenen en oudere kinderen hebben bij een blaasontsteking de volgende kenmerkende verschijnselen:

  • pijn bij het plassen
  • vaak plassen
  • kleine beetjes plassen
  • stinkende, troebele urine
  • buikpijn

Als de blaasontsteking zich naar boven in de urinewegen uitbreidt, kan er een nierbekkenontsteking ontstaan. Vaak zijn de volgende verschijnselen bij een nierbekkenontsteking aanwezig:

  • koorts
  • koude rillingen
  • pijn in de zij

Jonge kinderen Bij jongere kinderen zijn de verschijnselen van blaasontsteking veel minder duidelijk aanwezig of ze vallen niet op, omdat zij een luier dragen. Het zijn vaak meer algemene verschijnselen die opvallen bij een jong kind met een blaasontsteking.

Zuigelingen Zuigelingen kunnen de volgende verschijnselen hebben:

  • slecht drinken
  • grauwe huidskleur
  • onvoldoende in gewicht aankomen
  • stinkende urine
  • prikkelbaar
  • koorts

Peuters en kleuters Peuters en kleuters kunnen de volgende verschijnselen hebben:

  • slecht eten en drinken
  • hangerig
  • buikpijn
  • stinkende urine
  • prikkelbaar
  • koorts
  • braken

Hoe ontstaat een blaasontsteking bij kinderen?

Blaasontsteking wordt veroorzaakt door een bacterie. Er zijn verschillende soorten bacteriën die een blaasontsteking kunnen veroorzaken. De meest voorkomende bacterie is de Escherichia Coli. Deze leeft in onze darmen en heeft een functie bij de spijsvertering.

In de urinewegen horen geen bacteriën te zijn, maar via de urinebuis kunnen zij daar wel terechtkomen vanuit het gebied rondom de anus. In de blaas kunnen ze zich vermenigvuldigen en het slijmvlies doen ontsteken. We spreken dan van een blaasontsteking. Factoren die van invloed kunnen zijn op het ontstaan van een blaasontsteking:

  • het onvoldoende legen van de blaas na plassen
  • te lang de plas ophouden
  • de samenstelling van de urine
  • de lengte van urinebuis
  • aangeboren afwijkingen

Onvoldoende legen van de blaas of te lang de plas ophouden Hoe langer de urine in de blaas blijft, hoe groter de kans op een blaasontsteking. Kinderen die te lang hun plas ophouden, hebben daarom een grotere kans om blaasontsteking te krijgen. Bij aandoeningen waarbij de blaasspier niet sterk genoeg is om de blaas te legen, kan urine achterblijven in de blaas en zo een blaasontsteking veroorzaken. De meest voorkomende oorzaak van blaasontsteking bij kinderen is verstopping, waardoor de blaas niet goed wordt leeg geplast en de urine te lang in de blaas blijft.

Samenstelling van de urine De zuurgraad van de urine en de hoeveelheid suiker in de urine zijn van invloed op het gemak waarmee bacteriën in de blaas een blaasontsteking kunnen veroorzaken. Hoe minder zuur de urine en hoe meer suiker in de urine, hoe groter de kans op het ontstaan van een blaasontsteking. Kinderen die veel zoetigheid eten, hebben meer suiker in de urine en dus zoetere urine. En hoe meer zure producten, bijvoorbeeld sinaasappels, een kind eet, hoe zuurder zijn urine wordt.

Lengte van de urinebuis Meisjes hebben een kortere urinebuis dan jongens, zodat bacteriën bij meisjes gemakkelijker de blaas bereiken. Meisjes hebben dan ook vaker blaasontstekingen dan jongens.

Aangeboren afwijkingen Aangeboren afwijkingen kunnen ook een belangrijke oorzaak van urineweginfecties zijn. Meestal gaat het om reflux of afvloedbelemmeringen vanuit de blaas.

  • Reflux Zowel bij jongens als bij meisjes kan een blaasontsteking veroorzaakt worden door het terugstromen van urine vanuit de blaas naar de urineleiders en de nieren. Dit terugstromen van de urine wordt reflux genoemd. Reflux ontstaat door een verkeerde uitmonding van de urineleider in de blaas, of door een te hoge druk in de blaas zelf. Als gevolg van reflux kunnen de nieren beschadigd raken en ontstaat er makkelijker een nierbekkenontsteking. Bij 30 tot 50% van de kinderen onder de drie jaar met een urineweginfectie, is sprake van reflux. Lang niet alle vormen van deze aandoening zijn even ernstig. Lichte vormen hiervan bij baby’s en peuters kunnen zonder behandeling verdwijnen.
  • Afvloedbelemmeringen Door aangeboren afwijkingen van de blaas kan de afvoer van urine belemmerd zijn. Achterblijven van urine in de blaas kan een gevolg zijn, ook kan er reflux ontstaan. Bij jongens met een blaasontsteking is de kans groot dat een afvloedbelemmering de oorzaak is. Vaak gaat het om klepjes in de blaas in de buurt van de uitgang naar de urinebuis. Ook kan het gaan om een vernauwing in een van de urineleiders zelf.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een blaasontsteking is op zich niet ernstig, maar wel vervelend. Uw kind voelt zich niet prettig.

Behandeling Als de huisarts vermoedt dat uw kind een blaasontsteking heeft, neemt hij de volgende stappen:

  • hij onderzoekt de urine zet deze op kweek. De kweek kan aantonen welke bacterie de blaasontsteking veroorzaakt heeft en welke antibiotica de bacterie kan uitroeien
  • hij schrijft antibiotica voor waar de meeste bacteriën gevoelig voor zijn, omdat de uitslag van de kweek enkele dagen duurt
  • uw kind moet deze antibiotica een aantal dagen (meestal zeven tot tien dagen) innemen
  • uw kind krijgt andere antibiotica, als uit de kweek blijkt dat de bacterie die bij uw kind blaasontsteking veroorzaakt, niet gevoelig is voor de antibiotica. Het is belangrijk dat uw kind de antibioticakuur helemaal afmaakt

Als uw kind regelmatig blaasontsteking heeft of afwijkingen heeft aan de urinewegen met reflux, is het soms nodig dagelijks een lage dosis antibiotica te gebruiken, om te voorkomen dat er telkens blaasontsteking ontstaat. Een onbehandelde blaasontsteking kan zich uitbreiden naar de urineleiders en de nieren. Dit kan zo een nierbekkenontsteking of een bloedvergiftiging veroorzaken: dit zijn vrij ernstige ziektebeelden. De nieren kunnen door een dergelijke aandoening beschadigd raken. Tijdige behandeling van een blaasontsteking kan dit voorkomen.

Onderzoek Er zijn drie situaties die een reden zijn om uit te zoeken of er een afwijking in de urinewegen zit, die de oorzaak is voor blaasontsteking:

  • drie keer blaasontsteking binnen enkele maanden bij meisjes
  • één blaasontsteking bij een meisje onder de drie jaar
  • één keer blaasontsteking bij een jongen

Neem in een van bovengenoemde situaties contact met uw huisarts. Hij zal u naar de kinderarts in het ziekenhuis verwijzen. De kinderarts onderzoekt uw kind. Onderzoeken die worden gedaan:

  • een echo van de nieren Hiermee kan worden bekeken of er afwijkingen zijn aan de nieren, blaas of urinewegen
  • een mictiecystogram Dit is een röntgenfoto van de blaas tijdens het plassen om te kijken of er urine vanuit de blaas terugstroomt naar de nieren (reflux). Voor dit onderzoek wordt de blaas gevuld met een contrastvloeistof via een katheter. De meeste kinderen vinden dit onderdeel van het onderzoek vervelend. Uw kind moet vervolgens liggend plassen, terwijl er foto's worden gemaakt. Soms is dit plassen een beetje pijnlijk

Wanneer naar de huisarts?

Neem contact met uw huisartsenpraktijk als u vermoedt dat uw kind een blaasontsteking heeft. U kunt dan het beste alvast urine meenemen. Uw huisarts zal de urine van uw kind onderzoeken en zo nodig een behandeling instellen.

Hoe kunt u het beste urine opvangen?

  • was de billen van uw kind met een washandje en schoon water
  • laat uw kind vast een beetje plassen op een potje en gooi dit weg
  • laat uw kind verder plassen en doe van deze plas een beetje in een schoon potje

Voor baby’s en peuters bestaan speciale zakjes om de urine op te vangen. Deze kunt u bij de apotheek of bij uw huisarts krijgen. Deze zakjes worden rond de urinebuis geplakt. Kijk iedere tien minuten of er urine in het opvangzakje zit en doe dit dan in een potje.

Het beste kunt u de urine binnen twee uur na opvangen naar de huisarts brengen. Als dit niet lukt, kunt u de urine tijdelijk in de koelkast bewaren. Urine moet wel altijd binnen twaalf uur na opvangen onderzocht worden.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als uw kind een blaasontsteking heeft, is het belangrijk om uw kind voldoende te laten drinken. Soms is dit voldoende om de blaasontsteking te doen verdwijnen, maar meestal is een behandeling met antibiotica nodig.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

De kans op een blaasontsteking is kleiner bij:

  • een goede doorstroming van de nieren en de blaas
  • het regelmatig legen van de blaas
  • een goede hygiëne

U kunt de kans op blaasontsteking verkleinen door:

  • uw kind voldoende te laten drinken
  • uw kind minstens elke drie tot vier uur naar het toilet te laten gaan
  • uw kind goed te laten uitplassen
  • uw kind van voren naar achteren te laten afvegen
  • uw kind de handen te laten wassen na bezoek aan het toilet

In samenwerking met

Drs. J.H. Schieving (auteur) Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (consulent) Drs. Lock (consulent) Drs. W.J. den Ouden (consulent)

Bronnen

  • Kindergeneeskunde, derde herziene druk. Onder redactie van JL van den Brande, LAH Monnens. Utrecht: Wetenschappelijke uitgeverij Bunge, 2000.
  • Leerboek Chirurgie Onder redactie van J de Boer et al 5e herziene druk Bohns Stafleu Van Loghum Houten/Zaventem 2000.
  • NHG-Standaard: Urineweginfecties 2013

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd