Bipolaire stoornis

Wat is een bipolaire stoornis?

Bij een bipolaire stoornis is er sprake van een ontregeling van de stemming. De bipolaire stoornis is beter bekend onder de naam ‘manische depressiviteit’. Bipolair betekent letterlijk ‘tweepolig’. De stemming raakt afwisselend ‘naar onderen’ en ‘naar boven’ ontregeld. De ene keer is iemand depressief (stil, somber) en de andere keer manisch (druk, schijnbaar vrolijk). Dit patroon wordt meestal pas in de loop van de tijd zichtbaar, als iemand al één of meerdere periodes van manie en depressie heeft doorgemaakt.

Bipolaire stoornissen komen veel minder voor dan depressies. Er wordt geschat dat in Nederland één procent van de volwassenen lijdt aan manische depressiviteit. De bipolaire stoornis is dus geen zeldzame aandoening. Ongeveer evenveel mannen als vrouwen hebben ermee te maken.

Symptomen bipolaire stoornis

Bij de bipolaire stoornis wisselen periodes van depressie zich af met periodes waarin de stemming juist extreem vrolijk, uitgelaten of druk is.

Kenmerken depressie De belangrijkste kenmerken van een depressie zijn:

  • een sombere, terneergeslagen stemming die langer dan twee weken aanhoudt
  • niet kunnen genieten van dingen of geen plezier meer hebben; voortdurende moeheid, geen energie hebben, het gevoel dat alles moeite kost
  • trager denken, bewegen en reageren of juist erg rusteloos en gejaagd zijn
  • slaapproblemen, zoals niet kunnen inslapen en veel te vroeg wakker worden of juist een overmatige slaapbehoefte hebben, ‘s ochtends het bed niet uit kunnen komen, de hele dag in bed willen blijven
  • eetproblemen, zoals geen eetlust meer hebben met afvallen of juist de neiging hebben overmatig veel te eten
  • toegenomen prikkelbaarheid, sneller geïrriteerd zijn
  • concentratieproblemen, moeilijk gedachten ergens langere tijd bij kunnen houden, moeilijk besluiten kunnen nemen
  • een negatief zelfbeeld, een negatief beeld van anderen en een negatief toekomstbeeld
  • doodsgedachten en/of –wensen. Meer informatie over depressie kunt u lezen in de dokterdokter.nl informatiefolder ‘Depressieve stoornis’

Kenmerken manie Behalve één of meer depressieve periodes, is er bij een bipolaire stoornis ook altijd sprake van minimaal één manische periode. Een manie is herkenbaar aan een extreem vrolijke, opgewonden of prikkelbare stemming. Zo’n manische periode moet minimaal een week aanhouden en gaat samen met één of meer van de volgende kenmerken:

  • grootheidsideeën, bijvoorbeeld het idee heel bijzonder en tot grootse prestaties in staat te zijn. Deze ideeën kunnen de vorm aannemen van waandenkbeelden, bijvoorbeeld Jezus te zijn of te kunnen vliegen. Ook andere psychotische kenmerken, zoals hallucinaties kunnen voorkomen
  • een verminderde behoefte aan slaap, waarbij iemand soms maar enkele uren per nacht slaapt en zich toch uitgerust voelt
  • erg spraakzaam zijn, niet kunnen stoppen met praten
  • heel snel afgeleid zijn door kleine dingen
  • zich overmatig bezighouden met activiteiten waar bepaalde gevaren aan verbonden zijn. Bijvoorbeeld in korte tijd enorme hoeveelheden geld uitgeven en daarbij soms grote schulden maken en frequent onveilig seksueel contact

Mensen die manisch zijn, klagen meestal niet over hun verschijnselen. Vaak voelen ze zich juist geweldig en hebben ze helemaal niet door dat er iets mis is. Familieleden en vrienden merken meestal als eersten, dat iemand zich heel anders dan normaal gedraagt. Zij zien het bijvoorbeeld aan veranderingen in het uiterlijk, zoals kleding of make-up die niet bij iemand past.

Een manische periode begint vaak plotseling, waarna het in de loop van enkele dagen snel erger kan worden. De periodes duren vaak enkele weken tot maanden en kunnen vrij plotseling ook weer eindigen. Niet zelden slaat de stemming dan om in een depressie. Zo’n zestig tot zeventig procent van de manische periodes treedt onmiddellijk vóór of na een depressie op. De depressieve periodes duren meestal langer dan de manische.

Hoe ontstaat een bipolaire stoornis?

Onderzoek laat zien dat bij een bipolaire stoornis biologische factoren, zoals een aangeboren kwetsbaarheid, een grotere rol spelen dan bij depressie. Dit blijkt onder meer uit het feit dat eerstegraads familieleden van mensen met een bipolaire stoornis, een grotere kans hebben om de ziekte ook te krijgen.

Als iemand deze kwetsbaarheid heeft, loopt hij of zij, vooral na periodes van stress, meer risico om in een manie of depressie terecht te komen. De gemiddelde beginleeftijd van een bipolaire stoornis is rond de twintig, maar er zijn ook mensen bij wie het al in de puberteit begint, of juist veel later in het leven.

Er zijn veel middelen (medicijnen, drugs) die manische verschijnselen kunnen veroorzaken. Daarom is het altijd belangrijk om na te gaan of hier sprake van kan zijn. Ook zijn er lichamelijke aandoeningen die manische kenmerken teweegbrengen, zonder dat sprake is van een bipolaire stoornis. Het gaat bijvoorbeeld om bepaalde neurologische aandoeningen, zoals multiple sclerose, stofwisselingsziekten, bepaalde vormen van kanker en allerlei infecties.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Manische depressie is een stoornis die niet overgaat. Als u een manische periode heeft gehad, is de kans groot (ongeveer negentig procent) dat u er in de toekomst weer last van krijgt.

Hoe vaak iemand een manische of depressieve periode doormaakt, kan erg verschillen. Er zijn aanwijzingen dat de tijd tussen de periodes korter wordt, naarmate iemand ouder wordt. De meeste mensen hebben tussen de periodes door geen last van klachten. Bij sommige mensen blijven er wel tussendoor klachten van labiliteit, problemen in contact met anderen of werkproblemen.

Hoewel de stoornis niet overgaat, zijn manisch depressieve mensen met de juiste steun en begeleiding vaak prima in staat om een fijn en productief leven te leiden.

Wanneer naar de huisarts?

Als u het vermoeden heeft dat uzelf of iemand in uw omgeving aan een bipolaire stoornis lijdt, is het altijd verstandig om contact op te nemen met de huisarts. Hij kan met u nagaan of uw idee klopt en u doorverwijzen naar een deskundige, meestal naar een psychiater.

Medicijnen Medicijnen zijn erg belangrijk bij de behandeling van een bipolaire stoornis. Ze moeten langdurig gebruikt worden, vaak het hele leven lang. Het bekendste middel is lithium, maar er zijn ook andere zogenaamde stemmingsstabilisatoren. De medicijnen moeten het evenwicht in de hersenen herstellen, zodat iemand niet meer (extreem) uit balans raakt. Deze middelen ‘genezen’ niet, maar kunnen voorkomen dat er al te grote uitschieters zijn.

Na het stoppen met de medicijnen zal de kans op de terugkeer van heftige stemmingswisselingen sterk toenemen. De medicijnen worden voorgeschreven door een psychiater, die ook regelmatig zal blijven controleren hoe de stoornis zich ontwikkelt. De dosering van lithium wordt heel nauwkeurig op de persoon afgestemd en regelmatig in het bloed gecontroleerd.

Therapie Naast het voorschrijven van medicatie, wordt in veel gevallen ook een andere vorm van therapie aangeraden. Het doel hiervan kan bijvoorbeeld zijn de levensstijl aan te passen. Structuur en regelmaat zijn van groot belang voor manisch-depressieve mensen. Verstoringen in het dagelijkse ritme kunnen grote gevolgen hebben. Ook moeten zij leren omgaan met het feit dat zij een ziekte hebben, waar ze waarschijnlijk niet meer van kunnen genezen en waarvoor zij de rest van hun leven medicijnen moeten gebruiken. Dit is vaak moeilijk te accepteren.

Het hebben van deze ziekte kan ook gevolgen hebben voor belangrijke personen in de omgeving van de persoon, zoals partners, familieleden en kinderen. Relatie- of gezinstherapie kunnen hier bij helpen.

Opname Soms kan een tijdelijke opname in een psychiatrisch ziekenhuis nodig zijn. Dit kan het geval zijn als de stemming zo ernstig verstoord raakt, dat er gevaar ontstaat voor de patiënt of zijn omgeving. Iemand kan bijvoorbeeld zo depressief zijn, dat hij zijn leven wil beëindigen.

Maar ook een manische periode kan gevaarlijke vormen aannemen, de persoon weet soms niet meer wat hij doet en ziet geen gevaren meer. In extreme gevallen kan een gedwongen opname (tegen de wil van de patiënt) nodig zijn. De duur van een opname varieert, afhankelijk van hoe snel iemand herstelt. Als het gevaar is geweken en de stemming weer enigszins gestabiliseerd is, zal iemand terugkeren naar de eigen omgeving. Daar zal onder begeleiding de draad weer opgepakt worden.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Voor iemand met een bipolaire stoornis is stabiliteit heel erg belangrijk. U kunt er zelf voor proberen te zorgen dat die stabiliteit zo min mogelijk in gevaar komt. Hier volgt een aantal adviezen:

  • Zorg dat u een regelmatig leven leidt. Dat wil zeggen: voldoende slaap op regelmatige tijden, voldoende en gezond eten en drinken en regelmatig ontspannen. Het beste kunt u niet teveel van dit vaste dagelijkse ritme afwijken
  • Waak ervoor dat de stress te hoog oploopt en grijp tijdig in wanneer dit wel dreigt te gebeuren. Stel uw grenzen hierin en maak deze ook duidelijk aan anderen
  • Pas op met alcohol en drugs. Deze middelen kunnen u uit de juist zo belangrijke balans brengen
  • Maak afspraken met belangrijke mensen om u heen (uw partner, familie, vrienden) over wat zij wel en niet van u kunnen verwachten. Ook kunt u met hen nagaan hoe zij u eventueel kunnen helpen of bijstaan in moeilijke tijden

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Een bipolaire stoornis is een ernstige aandoening die een grote invloed heeft op uw leven. Praat hierover met anderen, zodat u er niet helemaal alleen voor staat. Probeer uw gevoelens, zoals verdriet, angst en boosheid, te uiten en te delen met anderen. Genezing van de bipolaire stoornis is niet mogelijk.

Manisch depressieve mensen zijn echter met de juiste steun en begeleiding vaak prima in staat om een aangenaam en productief leven te leiden. Er zijn aanwijzingen dat mensen met een bipolaire stoornis vaak bovengemiddeld creatief zijn. Ook geven veel manisch-depressieve personen aan dat hun dalen weliswaar erg diep zijn, maar dat zij zich op de toppen van hun stemming beter voelen dan ‘normale’ mensen zich ooit zullen voelen.

In samenwerking met

Drs. H.J.M. Smeur (auteur) Dr. A.A. Vendrig (consulent)

Meer informatie

Bronnen

  • Albersnagel, dr. FA, Emmelkamp, prof. dr. PMG en Van den Hoofdakker, prof. dr. RH (red.), Depressie: theorie, diagnostiek en behandeling, Van Loghum Slaterus, 1989
  • American Psychiatric Association, DSM-IV Patientenzorg: diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen voor de geneeskunde, Bewerkte vertaling van de ‘DSM-IV Primary Care, International Edition’, Swets & Zeitlinger, 1996
  • American Psychiatric Association, Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV, Swets & Zeitlinger, 1995
  • Beck, JS, Basisboek cognitieve therapie, HBuitgevers, 1999
  • Blom, MBJ, Kerver, MM en Nolen, WA, Inleiding in de interpersoonlijke psychotherapie, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
  • Bögels, SM en Van Oppen, P (red.), Cognitieve therapie: theorie en praktijk, Bohn Stafleu Van Loghum, 1999
  • Keijsers, dr. GPJ, Van Minnen, dr. A en Hoogduin, prof. dr. CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg deel I, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
  • NHG Standaard Depressie  2012

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd