Beenlengteverschil bij kinderen

Wat is beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil houdt in dat de afstand tussen het bekken en de enkel in het ene been anders is dan in het andere been. Dit komt vaak voor. De helft van alle volwassenen heeft een beenlengteverschil van minder dan twee centimeter. Kinderen worden behandeld als er een verschil is van minimaal twee centimeter, of als bij een verschil van minder dan twee centimeter de rug nadelig beïnvloed wordt.

Symptomen beenlengteverschil

Een beenlengteverschil van twee centimeter of minder geeft in de regel geen symptomen of klachten. Het wordt meestal niet opgemerkt en dient als normaal te worden beschouwd.

Een verschil van meer dan twee centimeter daarentegen geeft meestal wel zichtbare afwijkingen. Het kind loopt mank of met één voet steeds op de tenen. Een dergelijk groot verschil in beenlengte geeft op latere leeftijd soms heup- en/of rugklachten. De rug past zich aan het verschil aan en gaat een zijdelingse verkromming vertonen. Dit wordt compensatoire scoliose genoemd. Deze soort scoliose verdwijnt bij het opheffen van het beenlengte, in tegenstelling tot een echte scoliose.

Hoe ontstaat beenlengteverschil?

Een beenlengteverschil van meer dan twee centimeter komt niet vaak voor. De belangrijkste oorzaak is een beschadiging van het been door een ongeluk, een breuk of een operatie. Het is meestal niet te voorspellen of het beschadigde been langer zal worden dan het andere been of juist korter.

In zeldzame gevallen wordt een beenlengteverschil van veroorzaakt door een aangeboren afwijking, een verlamming, een infectie, een tumor of een vaatafwijking. In deze gevallen is het beenlengteverschil echter een bijzaak en heeft de behandeling van de oorzaak een hogere prioriteit.

Bij pasgeborenen kunnen door een stoornis in de heupontwikkeling een of beide heupkoppen niet goed in de heupkom zitten waardoor een beenlengteverschil kan ontstaan. Dit is echter geen echt beenlengteverschil maar een verschil in heuphoogte. Dit dient altijd behandeld te worden.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een verschil in beenlengte van twee centimeter of minder is niet ernstig en komt vaak voor. Het geeft in de regel geen klachten of symptomen. Een beenlengteverschil van twee centimeter of meer kan verschillende oorzaken hebben. In deze gevallen zal de onderliggende oorzaak vaak eerder aan het licht zijn gekomen dan het verschil in beenlengte.

Beenlengteverschillen van twee centimeter of meer kunnen met name consequenties hebben voor de ontwikkeling van de rug en heup. Beenlengteverschillen kunnen door een schoenaanpassing of operatief gecorrigeerd worden. In enkele gevallen geeft een beenlengteverschil van minder dan twee centimeter klachten. Een inlegzooltje met een verhoogde hak kan dan uitkomst bieden. Voor aangepaste zolen of schoenen kun je terecht bij een podotherapeut.

Wanneer naar de huisarts?

In de meeste gevallen wordt een beenlengteverschil van meer dan twee centimeter geconstateerd door de huisarts, terwijl de ouders om een andere reden naar het spreekuur waren gekomen. Het komt niet vaak voor dat mensen het spreekuur bezoeken omdat ze hebben ontdekt dat hun kind een beenlengteverschil heeft.

Vermoedt u toch dat uw kind een aanzienlijk verschil in beenlengte heeft, dan kunt u natuurlijk altijd een afspraak maken bij uw huisartspraktijk.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Een beenlengteverschil is een vaststaand gegeven. U kunt er niets aan doen.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Een van de aangeboren afwijkingen die een beenlengteverschil kan veroorzaken, is de congenitale heupdysplasie en heupluxatie. De heupkop ligt bij deze kinderen niet goed in de heupkom. Na de geboorte en op het consultatiebureau wordt uw kindje hier regelmatig op gecontroleerd. Probeer daarom uw afspraken op het consultatiebureau na te komen. Deze aandoening is doorgaans goed te behandelen is en te laat behandelen kan tot problemen leiden bij het gaan lopen van uw kind.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Dr. P.J.G. Schreurs (consulent) Drs. H.W.J. Verblackt (consulent) Dr. A.J.M. Sauter (consulent)

Bronnen

  • JD Visser. Kinderorthopedie: pluis of niet pluis. Een leidraad voor de eerstelijns gezondheidszorg. 5e druk. Assen, 2000.
  • Streefkerk JG, Verheij ThJM. Kleine kwalen in de huisartspraktijk. 3e druk.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd