Bedplassen

Wat is bedplassen?

We spreken van bedplassen wanneer een kind van vijf jaar of ouder, vaker dan tweemaal per maand in bed plast. Bedplassen komt erg vaak voor. Op vijfjarige leeftijd plast nog één op de zes kinderen in bed. Tot vijfde levensjaar is bedplassen niet afwijkend. Jongens hebben er bijna tweemaal zo vaak last van als meisjes. Op volwassen leeftijd komt bedplassen vrijwel niet meer voor.

Symptomen bedplassen

Bij een kind is sprake van bedplassen, als hij ’s nachts nog regelmatig nat is en dus in bed heeft geplast. Het bedplassen kan ervoor zorgen dat een kind minder zelfvertrouwen heeft. Hierdoor kan hij zich nerveus en/of lastig gaan gedragen. Het gebeurt ook niet zelden dat hierdoor conflicten binnen het gezin ontstaan. Het negatieve gedrag van het kind wordt soms versterkt, als de omgeving negatief reageert op het bedplassen. Bijvoorbeeld als het kind wordt gepest door zijn klasgenootjes of vriendjes, of als ouders het bedplassen openlijk afkeuren.

Wanneer een kind slechts een aantal urinevlekjes in het ondergoed heeft, wordt dit niet bedplassen genoemd, maar incontinentie.

Hoe ontstaat bedplassen?

Halverwege het tweede jaar is een kind in staat om het signaal van een volle blaas te herkennen. Hij kan nu ook de plas ophouden en het plassen uitstellen, tot hij op het potje of het toilet zit. Meestal leert een kind om eerst overdag zindelijk te zijn. Pas daarna leert hij om ‘s nachts droog te blijven.

De meeste kinderen zijn in hun derde levensjaar zowel overdag, als ‘s nachts zindelijk. Dit verschilt echter wel van kind tot kind: het ene kind is vroeg, het andere laat. Bedplassen tot en met het vijfde levensjaar is niet afwijkend.

Wanneer een kind vanaf zijn vijfde jaar nog steeds in bed plast, is er meestal geen duidelijke oorzaak voor het bedplassen aan te geven. De volgende factoren kunnen hierbij wel een rol spelen:

  • bedplassen zit vaak in de familie. In meer dan de helft van de gevallen heeft een van de ouders als kind ook lang in bed geplast
  • een te vroege en te strenge zindelijkheidstraining kan bijdragen tot langer bedplassen
  • spanningen hebben vaak invloed op het bedplassen. Bekend is dat kinderen die al een tijd droog zijn, soms weer in bed gaan plassen in periodes met spanningen. Bijvoorbeeld als ze een nieuw broertje of zusje krijgen, omstreeks Sinterklaas, bij gezinsproblemen of bij scheiding van de ouders
  • sommige kinderen zijn laatbloeiers. Ze zijn pas later dan andere kinderen in staat om zindelijkheid te leren
  • obstipatie bij kinderen blijkt invloed te hebben op het (voort)bestaan van bedplassen. U leest hier meer over in de informatiefolder 'Obstipatie/verstopping bij kinderen'

Sommige mensen denken dat ‘een te kleine blaas’, ‘te vast slapen’ of een ‘te druk kind’ het bedplassen kan verklaren. Deze oorzaken zijn echter nooit bewezen. Sommige ouders denken ook wel eens dat kinderen in bed plassen om hen dwars te zitten. Dit is echter onwaar: een kind schaamt zich vrijwel altijd voor het bedplassen. Het is belangrijk dat mensen weten dat bedplassen geen aandachttrekkerij is.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Bedplassen is heel vervelend voor zowel het kind, als voor de ouders. Bedplassen wijst niet in de richting van een afwijking van de blaas of nieren. Het gaat vrijwel altijd vanzelf over. Van alle bedplassende kinderen van 6 tot 10 jaar komt jaarlijks 15 procent er vanaf zonder behandeling.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer een kind van vijf jaar of ouder in bed plast én ook overdag niet zindelijk is, is het verstandig dat u uw huisarts raadpleegt.

Contact met de huisarts is ook raadzaam als het bedplassen samengaat met één of meer van de volgende symptomen:

  • verstopping
  • abnormaal vaak plassen
  • een onderbroken of slappe straal plassen
  • uw kind heeft in zijn eerste vijf levensjaren blaasontsteking gehad

Als u er met de onderstaande adviezen zelf niet uitkomt, of wanneer uw kind andere klachten heeft waarover u zich zorgen maakt, kunt u altijd contact opnemen met uw huisarts. De huisarts kan het in sommige gevallen nuttig vinden om medicijnen voor te schrijven die zorgen dat er minder urine aangemaakt wordt.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Met behulp van de volgende adviezen kunt u uw kind helpen om zindelijk te worden.

Duidelijkheid geven Vertel uw kind duidelijk dat het de bedoeling is om zijn bed droog te houden. Sommige ouders denken al snel dat hun kind dit wel weet. Vaak blijkt dat helemaal niet zo duidelijk te zijn voor het kind. Duidelijkheid geven betekent ook dat u het beste consequent kunt zijn. Als u eenmaal bent gestart met een bepaalde aanpak, is het van belang dat u dit volhoudt.

Positieve aandacht schenken Het is belangrijk om het gewenste gedrag van uw kind stimuleren. Droog worden is tenslotte een prestatie en verdient een beloning. De kalendermethode (die zometeen beschreven wordt) is hiervoor uitermate geschikt. Wanneer uw kind toch eens in bed plast, is dit niet erg. Daarom is het beter om uw kind niet te bestraffen. Probeert u wel te voorkomen dat hij zich beloond voelt als het in zijn bed heeft geplast. Het beste kunt u zeggen dat het niet erg is, maar dat het jammer is dat het nog niet is gelukt.

Verantwoordelijkheid geven Het gaat erom dat het kind droog wordt, niet de ouders. Het is belangrijk dat het kind zelf zoveel mogelijk verantwoordelijkheid voor de gevolgen van het bedplassen draagt. Dat houdt in, afhankelijk van zijn leeftijd, dat het kind zelf een schone pyjama pakt, zelf het bed verschoont en/of zelf het vuile wasgoed afhaalt.

Drinkpatroon aanpassen

  • coffeïnehoudende dranken (cola, chocolademelk, thee, koffie) worden, vanwege het urineproductie stimulerende effect, afgeraden om in de avond te drinken
  • het beste kan uw kind overdag ruim voldoende drinken (ongeveer anderhalve liter).
  • ‘s avonds drinken mag. Het heeft geen zin om bedplassende kinderen te verbieden ‘s avonds nog wat te drinken. Het heeft geen effect op het al of niet ‘s nachts droog blijven.

Geen luier omdoen Een kind dat vijf  jaar of ouder is, kan beter geen luiers meer dragen. Het kind met een luier zal het bedplassen dan als iets vanzelfsprekends ervaren. Hij kan zich juist beter bewust worden van het plassen.

Obstipatie voorkomen Het is verstandig om met uw kind af te spreken dat het regelmatig naar het toilet gaat om te poepen. Verstopping kan er namelijk toe bijdragen dat kinderen ‘s nachts in bed plassen. U leest meer over dit onderwerp in de informatiefolder 'Obstipatie/verstopping bij kinderen'.

Methode bedplassen toepassen

Er bestaan verschillende methodes die uw kind kunnen helpen om ‘s nachts droog te blijven. Het is raadzaam om een van onderstaande methodes te kiezen en deze consequent uit te voeren.

  • Opneemmethode: opnemen is een vaak toegepaste methode, die ervoor kan zorgen dat een kind droog slaapt. Hierbij spreekt u van tevoren met uw kind af dat u hem/haar wakker maakt om te plassen. Zorg dat uw kind goed wakker wordt, anders leert het juist om slapend te plassen. Lees de instructies
  • Verhaaltjesmethode: het vertellen van verhaaltjes voor het slapengaan, is een goede methode bij angstige en onzekere kinderen. Het voorlezen kan het beste dagelijks en exclusief voor het bedplassende kind, plaatsvinden. Sprookjes en verhalen mogen eindeloos, zelfs bij voorkeur herhaald worden. Kinderen mogen zelf de verhalen afmaken. U spreekt hierbij niet met uw kind over droog worden. De methode dient tot acht weken voortgezet te worden. Lees de instructies
  • Kalendermethode: bij de kalendermethode wordt nauwkeurig bijgehouden hoe vaak een kind ‘s nachts droog is. Bij de kalendermethode telt u alleen de droge nachten. Dit kunt u aantekenen op een vrolijke kalender, of op een mooi groot blad. Elke droge nacht krijgt een sticker, een zonnetje of een leuke tekening. Lees de instructies
  • Motivatiemethode: bij deze methode stimuleert u het kind door hem een beloning te geven als het droog is. Kies bij voorkeur voor kleine of niet materiële beloningen (zie instructie). Zorg dat u voldoende beloningen in reserve houdt. Deze motivatiemethode kan gekoppeld worden aan de kalendermethode. Een beloning volgt na een x aantal op de kalender geregistreerde droge nachten. Lees de instructies
  • Blaastraining: door te leren om de plas overdag langer op te houden, kan het kind ook ‘s nachts langer droog blijven. Blaastraining wordt geadviseerd bij kinderen die bedplassen en overdag vaker dan acht keer moeten plassen. Lees de instructies
  • Wektraining: een plaswekker leert het kind wakker te worden van het gevoel van een volle blaas. Het is een effectieve en veilige behandelingsvorm. Plaswekkers zijn te koop en te huur. Zij gaan vergezeld van een uitgebreide instructie. Uit onderzoek blijkt echter dat een goede begeleiding, de kans op succes verhoogt. De thuiszorgorganisatie heeft gespecialiseerde verpleegkundigen die u advies kunnen geven. Via de thuiszorg zijn ook plaswekkers voor de wektraining te huur. Lees de instructies

Lukt het niet om met deze maatregelen het bedplassen op te lossen, dan zijn er nog andere manieren om droog te worden. Indien gewenst kan uw huisarts u hiermee verder helpen.

Instructies voor verkomen van bedplassen

Opneemmethode: vanaf 5 jaar

  • Spreek van tevoren met uw kind af dat u hem/haar wakker zult maken
  • Spreek zo mogelijk een wachtwoord af
  • Maak uw kind op het vastgestelde tijdstip rustig wakker en zeg dat dat de afspraak was
  • Roep de naam van uw kind, doe het licht aan
  • Laat uw kind zelf naar het toilet lopen om een plas te doen
  • Blijf rustig met uw kind praten om hem/haar wakker te houden tot het geplast heeft
  • Leg uw kind weer rustig te slapen

Verhaaltjesmethode: 5-11 jaar

  • Lees gedurende acht weken dagelijks een verhaal voor
  • Exclusief voor het bedplassende kind
  • Verhalen mogen eindeloos worden herhaald
  • Het kind mag zelf de verhalen af maken

Met onderstaand verhaal werd ervaring opgedaan bij bedplassende kinderen. Babyvogel woonde met zijn ouders in een nestje, hoog in een boom. Op een dag, toen vader- en moedervogel weg waren om eten te zoeken, was Babyvogel zo wild aan het spelen, dat hij uit het nest viel. Hij viel van de top van de boom helemaal naar beneden, op de grond en huilde toen heel hard van de pijn. Toen hij op de grond lag aan de voet van de boom en huilde en snikte, kwam er een klein jongetje (of meisje) voorbij, die hem daar zag liggen. Het jongetje (of meisje) pakte Babyvogel op, keek naar boven en zag daar het nest en zette Babyvogel weer terug in het nest. De vader- en moedervogel vonden Babyvogel nog steeds huilend en snikkend, toen ze terugkwamen van het eten zoeken. Maar ze dachten dat hij honger had en stopten wat wormen in zijn snavel.

Babyvogel werd groter en groter, en op een dag was het tijd geworden om te leren vliegen. Moeder- en vadervogel lieten hem zien hoe hij moest vliegen, en gingen van tak tot tak. Toen zeiden ze dat Babyvogel het zelf moest proberen. Maar Babyvogel riep:” NEE!” De ouders probeerden het een andere dag nog eens en een andere dag nog eens, maar steeds zei Babyvogel bleef roepen: “NEE!” Toen gaven ze het maar op en zeiden: ‘’Oké, blijf jij maar in het nest zitten, dan zullen wij je wel elke dag eten komen brengen”. En zo ging het de hele zomer door. Babyvogel bleef op het nest zitten en zijn vader en moeder brachten hem eten.

Babyvogel werd van al dat eten wel steeds dikker en dikker. Na de zomer werd het herfst en werd het steeds kouder. Alle vogels maakten zich klaar om naar het zuiden te vliegen. Want wanneer het winter wordt en gaat sneeuwen, vliegen de vogels naar het zuiden, waar het lekker warm is. De vader en moeder van Babyvogel zeiden hem dat hij nu toch echt moest leren vliegen, omdat je alleen in het zuiden komt door te vliegen. En als hij niet naar het zuiden zou vliegen, zou hij doodgaan van de kou of omkomen van de honger, omdat niemand hem eten zou brengen. Maar Babyvogel zei steeds:”NEE!”. Hij wou niet leren vliegen.

Het werd kouder en kouder en kouder. En Babyvogel wilde nog steeds maar niet leren vliegen. Toen zeiden zijn vader en moeder: “Als je niet wilt leren vliegen, gaan wij zonder jou naar het zuiden, want wij willen niet doodvriezen of sterven omdat er geen eten meer is”. Babyvogel geloofde dat niet en zo vlogen zijn vader en moeder tenslotte zonder hem weg naar het zuiden. Een hele tijd dacht Babyvogel dat ze gewoon weg waren gevlogen om eten te halen. Maar toen ze na twee dagen nog niet terug waren gekomen, wist hij zeker dat ze hem de waarheid hadden verteld.

En het werd nog steeds kouder en kouder. Babyvogel begon te dansen en te springen en met zijn vleugels te wapperen in zijn nest, om toch maar een beetje warm te blijven. Maar hij was zo verschrikkelijk groot geworden, dat het nest begon te kraken…. en brak! Babyvogel viel pardoes door de bodem van het nest naar beneden. En toen hij viel en viel en viel, spreidde hij zijn vleugels uit en fladderde er een paar keer mee op en neer… en zo leerde hij eindelijk……… VLIEGEN!

Nu babyvogel kon vliegen, vloog hij naar het zuiden met de laatste groep vogels, om zijn vader en moeder te gaan zoeken. En hij vond ze! Zijn vader en moeder waren dolgelukkig om Babyvogel weer voor altijd bij zich te hebben. 

Kalendermethode 5-8 jaar

  • Gebruik een gewone dagkalender, of ontwerp samen met uw kind een leuke kalender
  • Neem een vast moment om met uw kind te noteren wat er ‘s nachts gebeurd is;
  • Teken voor een droge nacht bijvoorbeeld een zonnetje of gebruik een leuke sticker
  • Bewaar de kalender met potlood op een vaste plaats, in overleg met uw kind
  • Stel de beloning vooraf vast. Houd de beloning klein en kom het na. Gebruik geen strafpunten als uw kind nat is
  • Alleen de droge nachten, ook al zijn die niet achter elkaar, tellen mee
  • Verhoog geleidelijk aan de benodigde punten voor de beloning

Motivatiemethode: van 5 tot 12 jaar Voorbeeld beloningen (motivators) :

  • extra aandacht/knuffelen/op schoot zitten;
  • veel complimentjes;
  • wat langer opblijven;
  • laten kiezen wat er die dag gegeten wordt;
  • toetje laten kiezen;
  • samen cake bakken of juist alleen;
  • samen een spelletje doen;
  • nachtje gaan logeren;
  • een vriend/vriendinnetje te logeren vragen;
  • ontbijt op bed;
  • pannenkoeken eten;
  • extra voorlezen;
  • naar de speeltuin/dierentuin;
  • zwemmen;
  • alleen met papa/mama uit;
  • extra t.v. programma,

Blaastraining: van 5 tot 13 jaar

  • Overdag geeft u uw kind 2 flinke bekers drinken, die het in korte tijd moet opdrinken. Op het toilet probeert uw kind de plas uit te stellen, door bijvoorbeeld rustig tot 10 te tellen.
  • Noteer de tijd tussen drinken en plassen.
  • Herhaal de procedure de volgende dagen en laat uw kind proberen de plas steeds langer uit te stellen.
  • Ook kunt u met uw kind afspreken dat het een keer per dag in een maatfles te plassen. De volgende dag moet uw kind proberen meer dan de vorige keer te plassen. Lukt dit dan krijgt het kind een punt. Heeft uw kind 10 punten dan krijgt het een vooraf afgesproken beloning.

Wektraining: vanaf 5 jaar Indien uw kind oud genoeg en gemotiveerd is kunt u de wektraining toepassen. Hiervoor is een plaswekker nodig. Na de installatie van de plaswekker geeft u de volgende instructie aan uw kind.

Deze plaswekker gaat jou helpen om droog te worden. Als je 's nachts per ongeluk in bed plast geeft deze wekker je een seintje. Je ziet wel dat de wekker verbonden is met dit broekje. Als er nu wat urine op het broekje komt, geeft hij dat door aan de wekker, die jou waarschuwt dat je moet stoppen met plassen. Dus als je ligt te slapen en je hoort de wekker rinkelen dan weet je dat je plast. Als dat gebeurt moet je allereerst de wekker afzetten, het broekje uitdoen en op de w.c. verder gaan plassen. Dan ga je terug naar bed, trek je een droog broekje aan, zet je de wekker weer aan en ga je verder slapen. Zonodig kan ik (moeder of vader) even het bed verschonen. Als je dat zo doet krijg je direct een sticker. Als ik niet wakker geworden ben, mag je me even wakker maken zodat ik de sticker kan geven. Heeft de wekker 's nachts niet een keer gerinkeld, dan ben je er uit geweest of heb je de plas opgehouden. Je krijgt dan 's ochtends direct twee stickers. Maar als de wekker rinkelt en je gaat er niet binnen drie minuten uit om op de wc verder te plassen, dan moet je direct een sticker teruggeven. Dus als ik na drie minuten de wekker moet uitzetten kost je dat een sticker.

In samenwerking met

Drs. P.A. van Dijk (auteur)

Dr. J.A.M. Widdershoven (consulent) Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (consulent)

Meer informatie

Bronnen

  • Bonnet-Breubers AJM e.a. Handboek jeugdgezondheidszorg. Maarssen: Elsevier/Bunge
  • NHG Standaard Enuresis nocturna 2006
  • Hirasing RA, Bolk-Bennink L. Enuresis Nocturna. Houten: Bohn Stafleu van Loghum

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd