Angststoornis

Aandoening 1 maart 2016

Wat is een angststoornis?

Iedereen maakt zich wel eens ergens zorgen over. Bijvoorbeeld over geld, relaties, kinderen, gezondheid, of problemen op het werk. Zorgen maken is eigenlijk een manier om goed voorbereid te zijn op situaties. U denkt bijvoorbeeld na over het probleem, de mogelijke gevaren en mogelijke oplossingen. Soms maken mensen zich zoveel zorgen, dat het zorgen maken ontaardt in gepieker. Mensen die piekeren, hoor je vaak zeggen dat ze in ‘cirkeltjes’ denken: zij denken dan steeds hetzelfde. Als mensen over iets piekeren, stellen zij zichzelf meestal vragen. Zij hebben dan gedachten, als ‘waarom is mijn vriend zo laat, er zal toch niets gebeurd zijn?’.

Als mensen veel piekeren, dit al geruime tijd doen en zich daarbij ook gespannen voelen, noemen we dit een ‘gegeneraliseerde angststoornis’, of ook wel angststoornis. Deze gespannenheid uit zich vaak in klachten als rusteloosheid, slaapstoornissen, concentratieproblemen en buikpijn. Met gegeneraliseerd wordt bedoeld dat de angst (het zorgen maken) betrekking heeft op verschillende onderwerpen en niet op één onderwerp, zoals bij een fobie. Bij een fobie hebben mensen vrees voor een specifieke situatie of voorwerp, zoals hoogtes, spinnen of injecties.

Symptomen angststoornis

We spreken van een gegeneraliseerde angststoornis als iemand gedurende minimaal zes maanden last heeft van een buitensporige angst en bezorgdheid met betrekking tot verschillende situaties of activiteiten. We spreken van een angststoornis om aan te geven, dat de angst die wordt ervaren niet in verhouding staat tot het werkelijke gevaar.

Vaak blijken mensen met een angststoornis de gevaren van bepaalde situaties te overschatten. Bovendien onderschatten zij hun eigen mogelijkheden om iets te doen aan die mogelijke gevaren. Verder vinden mensen met een angststoornis het moeilijk om hun gevoelens van angst en bezorgdheid onder controle te houden. Hun gepieker blijft maar doorgaan en zij lijken dit niet te kunnen stoppen. Het zorgen maken wordt als erg onplezierig ervaren. Deze mensen voelen zich hier erg gespannen bij en ervaren vaak ook lichamelijke spanningsklachten. Veel voorkomende onderwerpen waar zij over piekeren, zijn: dat familieleden iets overkomt, angst om te mislukken of te falen (faalangst), ernstige ziekten en het niet kunnen nakomen van verplichtingen.

Het piekeren is toekomstgericht, dat wil zeggen, men piekert niet over wat is geweest, maar over wat te gebeuren staat. Wat verder opvalt aan het piekeren, is dat mensen met een angststoornis zich blijven afvragen of een zeker ‘gevaar’ zich zal voordoen. Zij bedenken echter niet, wat het zou betekenen als dat gevaar zich inderdaad voor zou doen. Vaak doen zij er alles aan, om zichzelf ervan te overtuigen dat het gevaar (bijvoorbeeld dat hun kinderen iets overkomt) zich inderdaad niet voordoet, door bijvoorbeeld geruststelling van anderen te vragen, of te controleren. Op korte termijn stelt hen dit inderdaad gerust, maar op de lange termijn neemt de angst hierdoor vaak toe.

Hoe ontstaat een angststoornis?

Hoe een gegeneraliseerde angststoornis precies ontstaat, is niet helemaal bekend. Het zorgen maken is in principe een normale menselijke eigenschap, maar mensen met een angststoornis doen dit in extreme mate. De vraag is welke factoren ervoor zorgen, dat sommige mensen zich veel meer zorgen maken dan anderen. Verschillende factoren lijken hierbij een rol te spelen.

Aanleg
Sommige mensen hebben een aanleg voor angst. Dit is vaak al zichtbaar bij baby’s, sommige baby’s schrikken sneller dan andere baby’s. Een gegeneraliseerde angststoornis begint meestal in de kindertijd. De meeste mensen met een gegeneraliseerde angststoornis kunnen zelf niet precies aangeven wanneer hun stoornis precies begon. Eigenlijk is dit ook niet verwonderlijk, het zorgen maken is tenslotte een eigenschap waar mensen vertrouwd mee zijn, en die ze niet als ongewoon beschouwen. Geleidelijk neemt deze bezorgdheid toe, tot een niveau waarop het gepaard gaat met spanning en lichamelijke klachten. Dat is vaak het moment waarop mensen met een angststoornis hulp zoeken en zich pas echt bewust worden van het feit, dat ze zich wel erg veel zorgen maken.

Manier van denken
Mensen met een angststoornis hebben een manier van denken en naar de wereld kijken, die ‘gekleurd’ is door gevaar. Zij zien gevaren die anderen die niet zien. Ook overschatten zij de kans dat de gevreesde ramp (bijvoorbeeld het neerstorten van een vliegtuig of het krijgen van ontslag) zich inderdaad voltrekt. Deze manier van naar de wereld kijken, is ontstaan in de kindertijd. In de opvoeding van mensen met een angststoornis is opvallend, dat vaak ook hun ouders de ‘buitenwereld’ onveilig vonden en hun kinderen vaak waarschuwden voor mogelijke gevaren.

Opvoeding
Ouders die hoge eisen aan hun kind hebben gesteld, kunnen het ontwikkelen van zelfvertrouwen van hun kind hiermee hebben belemmerd. Dit proces kan ook een rol spelen bij het ontstaan van een angststoornis. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis blijken als kind vaak bang te zijn geweest om te falen, bang om iets niet goed te doen. Faalangst gaat vaak samen met perfectionisme: iets heel goed willen doen, om maar te voorkomen dat men faalt.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Een gegeneraliseerde angststoornis komt voor bij ongeveer drie procent van de bevolking. Een angststoornis begint vaak op jonge leeftijd en verdwijnt zonder behandeling meestal niet vanzelf. De mate waarin mensen hier last van hebben, kan echter verschillen. Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis kennen perioden van maanden of zelfs langer, dat zij er weinig tot geen last van hebben, afgewisseld door perioden waarin zij veel angst ervaren. Vooral in perioden van stress of ingrijpende veranderingen/gebeurtenissen neemt hun bezorgdheid vaak toe.

Wanneer naar de huisarts?

Er bestaat dus eigenlijk geen duidelijk onderscheid tussen ‘normale’ zorgen en ‘onnodige’ zorgen. In sommige gevallen is het zeer duidelijk dat de bezorgdheid buitensporig is, terwijl dit in andere gevallen veel minder duidelijk is. Het beste criterium om te bepalen of u zich teveel zorgen maakt, is om na te gaan in hoeverre u er zelf last van heeft. Vindt u uw eigen bezorgdheid overdreven en heeft u hier ook last van, dan is het raadzaam om uw huisarts te raadplegen.

Mensen met een angststoornis voelen zich gespannen op het moment dat zij zich zorgen maken. Ook ervaren zij lichamelijke klachten, zoals slapeloosheid en spierpijn, die met de spanning samenhangen. Het komt regelmatig voor dat mensen hun huisarts bezoeken voor deze klachten, en niet zozeer voor de angststoornis zelf. Als u vaak lichamelijke spanningsklachten ervaart en zich ook veel zorgen maakt, dan is het goed om u uw huisarts hierover te informeren. Op korte termijn kan uw huisarts iets aan uw lichamelijke klachten doen, maar op de langere termijn is het verstandiger om de oorzaak aan te pakken.

Mensen die veel piekeren en zich gespannen voelen, krijgen vaak rustgevende medicijnen voorgeschreven. Op korte termijn kunnen deze middelen u helpen om u rustiger te voelen, maar op de langere termijn kan gewenning optreden en kunt u er zelfs verslaafd aan raken. Zeker als u zulke middelen langer gebruikt, is het raadzaam om uw huisarts te raadplegen als u wilt afbouwen. Er kunnen dan namelijk ontwenningsverschijnselen optreden, waaronder angstklachten. Voor een lange termijn oplossing is vaak behandeling door een psycholoog nodig. Uw huisarts kan u naar een psycholoog verwijzen. Veel mensen met een angststoornis die gesprekken hebben met een psycholoog, merken binnen niet al te lange tijd al verbeteringen.

Wat kunt u er zelf aan doen?

Als u vermoedt dat u zich onnodig veel zorgen maakt, of dat er sprake is van een gegeneraliseerde angststoornis, raadt dokterdokter.nl u aan om hulp te zoeken. Het beste kunt u dan contact met uw huisarts opnemen. De adviezen die hieronder worden gegeven, kunt u gebruiken om alvast zelf aan de slag te gaan, als therapie niet mogelijk is op korte termijn. Ook kunt u de adviezen gebruiken naast de therapie die u volgt. Bespreek deze adviezen dan wel met uw therapeut.

Hoewel mensen met een gegeneraliseerde angststoornis veel piekeren, proberen zij vaak het piekeren te onderdrukken. Zij proberen zichzelf ervan te overtuigen dat zij ‘niet zoveel moeten piekeren’. Dit werkt meestal niet. Hoe harder u het probeert tegen te houden, hoe meer u gaat piekeren. U kunt hiervoor het volgende experiment uitvoeren: probeert u eens een minuut lang niet aan witte beren te denken. Hoe meer u probeert niet aan witte beren te denken, hoe vaker het beeld van een witte beer opduikt in uw gedachten. Wat u beter kunt doen, is te proberen om anders te piekeren. Daarover leest u hieronder meer.

  • Koop om te beginnen een schriftje waarin u uw gedachten kunt bijhouden. Probeer vaste tijden te plannen, bijvoorbeeld iedere dag tussen 19:00 en 19:30 uur, waarin u met opzet gaat piekeren. Schrijf vervolgens uw gedachten op in het schriftje.
  • Bekijk vervolgens of bepaalde thema’s terugkeren. Een thema kan bijvoorbeeld zijn ‘angst dat mijn gezinsleden iets overkomt’ of ‘angst voor een slechte beoordeling’.
  • Kijk of u misschien bepaalde gevaren overschat. Stel uzelf hierbij kritische vragen, zoals ‘wat is het ergste dat er zou kunnen gebeuren?’ en ‘heb ik een concreet bewijs dat het gevaar zich inderdaad voordoet?’ en ‘hoe groot is de kans dat het gevaar zich voordoet?’
  • Probeer andere gedachten te formuleren, die u kunnen helpen en die beter in overeenstemming zijn met de werkelijkheid. Bijvoorbeeld: ‘ik krijg niet zomaar ontslag en als ik ontslag krijg, is dit onredelijk en wil ik niet meer bij deze werkgever werken’.
  • Probeer ook na te gaan welke oplossingen u hebt voor bepaalde problemen. Mensen onderschatten vaak hun eigen mogelijkheden. Als mensen ontslag krijgen, onderschatten zij vaak de mogelijkheden die er zijn om snel ander, soms zelfs leuker werk te krijgen.
  • Stel u zelf eens voor uitdagingen. Doe eens dingen die u juist eng vindt. Maak bijvoorbeeld eens expres een fout of wees eens expres slordig. Op deze manier kunt u nagaan of uw bange vermoedens uitkomen, of dat het misschien wel meevalt.
  • Ook zijn er mogelijkheden om via internet zelfhulp programma’s tegen angst te volgen.  Op de website zelfhulpwijzer.nl  kun je een test doen en informatie vinden over zelfhulpcursussen

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Mensen met een gegeneraliseerde angststoornis komen vaak in een vicieuze cirkel terecht. Het piekeren gaat gepaard met lichamelijke spanningsklachten, zoals concentratieproblemen en slaapstoornissen. Hierdoor ontstaan vaak weer ‘nieuwe’ problemen, zoals een bedrukte stemming, moeheid en een verminderde concentratie (bijvoorbeeld op het werk). Als gevolg van dit concentratieverlies, neemt de kans toe dat deze mensen inderdaad fouten maken, en daar zijn zij juist zo bang voor. Ook komen mensen met een angststoornis door de klachten niet toe aan bepaalde taken, of kunnen zij niet de energie opbrengen, om voldoende aandacht te besteden aan hun partner of kinderen.

Door het nemen van een aantal eenvoudige maatregelen, kunt u deze ‘domino-effecten’ van problemen voorkomen. Stimulerende middelen, zoals alcohol, koffie en medicijnen, hebben een nadelig effect. Het is raadzaam om deze middelen te beperken, en om te zorgen voor gezonde voeding. Sport en lichamelijke activiteit hebben ook een positief effect op uw welzijn: zij zorgen voor ontspanning en afleiding. Vaak slapen mensen ook beter als zij lichamelijk actiever zijn. Opgeslokt door de stress en spanning komen veel mensen onvoldoende toe aan ontspannende activiteiten. Daarom is het verstandig om bewust in uw agenda ruimte vrij te maken voor ontspannende activiteiten. Dit soort maatregelen vormt geen oplossing voor de ‘oorzaak’ van de gegeneraliseerde angststoornis (het zorgen maken), maar zorgt er wel voor dat de gevolgen beperkt blijven.

Op de website solvo.nl kun je meer lezen over angststoornissen.

In samenwerking met

Dr. A.A. Vendrig (auteur)
Dr. P.J.G. Schreurs (consulent)
Drs. H.J.M. Smeur (consulent)

Bronnen

  • NHG-Standaard Angst 2012
  • De Angst, Dwang en Fobie Stichting
  • American Psychiatric Association (1994). Diagnostic and statistic manual of mental disorders, (4e herziene druk). Washington: APA
  • Elgersma, H.J. & Arntz, A. (1999). Protocollaire behandeling van patiënten met een gegeneraliseerde angststoornis: Cognitieve gedragstherapie. In: G.P.J. Keijsers, A. van Minnen, & C.A.L. Hoogduin (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg 2. Houten/Diegem: Bohn Stafleu Van Loghum
  • Rapee, R. Generalized anxiety disorder: A review of clinical features and theoretical concepts. Clinical Psychology Review, 1991; 11: 419-40
  • Rapee, R. Potential role of childrearing practices in the development of anxiety and depression. Clinical Psychology Review, 1997; 17: 47-67.