Agorafobie

Aandoening 1 maart 2016

Wat is agorafobie?

Met agorafobie wordt angst en vermijdingsgedrag voor bepaalde situaties bedoeld. Het woord komt uit het Grieks en betekent letterlijk ‘angst voor het marktplein’. In Nederland wordt het wel aangeduid als ‘pleinvrees’.

Er zijn echter veel meer situaties die angst kunnen oproepen, zoals:

  • ver van huis gaan
  • winkelen in een supermarkt of warenhuis
  • in een rij voor de kassa of toonbank staan
  • op een snelweg rijden
  • alleen met de auto rijden
  • in het openbaar vervoer
  • op een brug
  • in een tunnel
  • in een vliegtuig
  • in een lift
  • op een hoog gebouw
  • in de stoel bij de kapper
  • in een restaurant
  • in de bioscoop

Typerend voor situaties die bij sommige mensen angst opwekken, is dat er veel mensen bij elkaar zijn. Deze situaties kunnen het gevoel geven dat er niet uit te ontsnappen is, zoals in een vliegtuig. Het angstige gevoel kan ook ontstaan doordat u denkt dat anderen het vreemd vinden als u plotseling weg zou gaan.

Mensen met agorafobie zijn vaak bang om weg te gaan van een ‘veilige’ plek, zoals het eigen huis, of een ‘veilig’ persoon. Vaak durven zij meer als er een vertrouwd iemand bij hen is.

Ongeveer vijf procent van de volwassenen (drie en een half procent van de mannen en zeven procent van de vrouwen) maakt in zijn of haar leven één of meer perioden met agorafobie door.

Symptomen agorafobie

Agorafobie kunt u bij uzelf meestal gemakkelijk herkennen: u raakt gespannen of angstig bij het idee dat u zich in een bepaalde situatie moet begeven. U vermijdt deze situatie of kunt de situatie alleen met een zeer angstig gevoel doorstaan. Door de angst en de beperkende invloed die dit op uw leven heeft, kunt u zich somber gaan voelen. Agorafobie gaat vaak gepaard met paniekaanvallen, vooral in het begin.

De angst om een paniekaanval te krijgen en dan niet weg te kunnen, geen hulp te krijgen of uzelf belachelijk te maken, maakt dat u situaties gaat vermijden.

Agorafobie is bij anderen lastig te herkennen, doordat de situaties die bang maken vaak worden vermeden. Zolang iemand de situatie die hem angstig maakt vermijdt, treedt de angst tenslotte niet op en is er ogenschijnlijk niets aan de hand. Wat wel kan opvallen, is dat iemand veel situaties uit de weg gaat, of deze alleen samen met iemand anders aandurft.

Hoe ontstaat agorafobie?

Vermijdingsgedrag met paniekaanvallen
Vaak begint agorafobie met paniekaanvallen, waardoor iemand de situatie waarin hij zich angstig voelde, gaat vermijden. Dit wordt vermijdingsgedrag genoemd. Op korte termijn heeft dat een gunstig effect: door het vermijden van de situatie komt er geen paniekaanval. Dit geeft in eerste instantie een gevoel van opluchting. En mensen zijn geneigd om gedrag waar ze zich beter door voelen, te herhalen. De kans is dus groot dat u een bepaalde situatie een volgende keer opnieuw vermijdt, zodat u zich niet angstig hoeft te voelen. Door dit gedrag kunnen op lange termijn echter problemen ontstaan.

Door vermijdingsgedrag kunt u niet meer ervaren dat er eigenlijk geen reden is om bang te zijn en dat u de situatie best aankunt. Uw eigen angstige gedachten en vermoedens worden op deze manier steeds bevestigd en u raakt er steeds meer van overtuigd. In ernstige gevallen kan dit ertoe leiden, dat u uiteindelijk uw huis nauwelijks nog uitkomt.

Vermijdingsgedrag zonder paniekaanvallen
U kunt ook vermijdingsgedrag krijgen zonder dat er ooit paniekaanvallen zijn geweest. Het idee alleen al dat u angstig zou kunnen worden of u niet goed zou kunnen voelen, kan al genoeg zijn. Dit soort angsten kunnen makkelijk aangeleerd worden door het zien van angst bij anderen. Zo zijn sommige kinderen bijvoorbeeld bang voor dezelfde situaties, waarvan de ouders hebben laten merken dat ze die eng vinden.

Veel mensen met agorafobie overschatten het gevaar van bepaalde situaties, bijvoorbeeld bij het reizen met een vliegtuig. Verder kan het feit dat u zich ooit onprettig heeft gevoeld in een bepaalde situatie maken, dat u die situatie in het vervolg uit de weg gaat.

Naast angst kunnen ook andere gevoelens belangrijk zijn, zoals boosheid of verdriet. Als u zich ooit enorm boos heeft gevoeld in een situatie, kan het zijn dat u bang bent dat u een ongecontroleerde woede-uitbarsting zult krijgen, als u zich opnieuw in deze situatie begeeft. Hieruit kan weer vermijdingsgedrag voortvloeien.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Agorafobie gaat vaak niet vanzelf over. Deze fobie heeft de neiging om steeds verder uit te breiden. Er kunnen steeds meer situaties komen die u uit de weg moet gaan, omdat u er gespannen van raakt. Het tijdig inschakelen van deskundige hulp is dan ook verstandig.

Toch zijn er ook mensen die hun hele leven maar één bepaalde situatie uit de weg gaan en daarnaast gewoon functioneren. Zij zullen niet snel geneigd zijn hier hulp voor te zoeken.

Wanneer naar de huisarts?

Als u door de angst beperkt wordt in uw doen en laten, is het altijd verstandig om naar de huisarts te gaan. Uw huisarts zal met u overleggen wat u in uw geval het beste kunt doen.

Agorafobie is een goed behandelbare aandoening. Als de angst te hoog oploopt, kan uw huisarts u misschien (tijdelijk) medicijnen voorschrijven. Voor een korte termijn oplossing kan een kalmerend middel worden voorgeschreven. Aan dit soort medicijnen kleven bezwaren, zoals het risico van verslaving bij langdurig gebruik. Ze moeten dan ook bij voorkeur maximaal enkele weken gebruikt worden.

Voor een langdurige behandeling van angstgevoelens blijken bepaalde antidepressiva goed te werken. Ze moeten langere tijd geslikt worden, het eerste effect is meestal pas na enkele weken merkbaar. Het gebruik van antidepressiva is niet gevaarlijk, maar er kunnen vervelende bijwerkingen zijn. Ze werken vooral angstonderdrukkend. Na het staken bestaat de kans dat uw angstgevoelens weer terugkeren.

Een behandeling met medicijnen moet dan ook over het algemeen met een andere behandeling gecombineerd worden. De huisarts kan u doorverwijzen naar een psycholoog of een andere therapeut die ervaring heeft met het behandelen van angstklachten. Zo’n behandeling bestaat meestal uit een aantal stappen. U leert ontspanningsoefeningen en eventueel andere methodes om met de angstgevoelens om te gaan.

Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het aanleren van een meer realistische manier van denken, zodat u angstopwekkende gedachten zelf aan kunt pakken. U zal zich geleidelijk aan weer moeten gaan begeven in de situaties die u tot dan toe heeft vermeden. Soms oefent u dit eerst, samen met de therapeut, in uw fantasie. Vervolgens gaat u ook in werkelijkheid steeds vaker en langer die situaties opzoeken. U leert op die manier dat u, zelfs als u zich angstig voelt, de situatie aankunt en dat er niets ernstigs of gevaarlijks gebeurt. De angst zal na verloop van tijd afnemen.

Het blijkt dat veel mensen met agorafobie, maar ook met andere angstklachten, het moeilijk vinden om voor zichzelf en hun eigen belangen op te komen. Een training in sociale vaardigheden of assertiviteit kan dan een goede aanvulling zijn op de behandeling.

Wat kunt u er zelf aan doen?

  • Leer ontspannen. Om te leren ontspannen, hoeft u niet per se naar een therapeut. Het is heel goed mogelijk om zelf ontspanningsoefeningen aan te leren en toe te passen. Regelmatig oefenen, zeker in het begin, liefst meerdere keren per dag is belangrijk. Dit hoeft niet veel tijd te kosten, een kwartiertje is vaak al voldoende. Als u zich op een meer ontspannen manier in de gevreesde situaties begeeft, heeft de angst veel minder kans.
  • Doe ademhalingsoefeningen. Niet alleen wordt u daar rustiger van, maar het kan u ook het gevoel geven dat u zelf weer invloed kan uitoefenen op uw situatie, waardoor u zich sterker voelt.
  • Ga na waar uw angstgevoelens mee te maken hebben. Zijn ze reëel? Kloppen de angstige gedachten in uw hoofd werkelijk, of kunt er ook anders tegenaan kijken? Door bewust te worden van deze gedachten, lukt het vaak al om ze (voor een deel) te relativeren, waardoor de angst zal afnemen. Zet de nieuwe, relativerende gedachten voor uzelf op papier en draag dit bij u, zodat u er op moeilijke momenten nog eens naar kunt kijken.
  • Zeg tegen uzelf :”er is geen gevaar”. Blijf tegen uzelf zeggen dat u niet werkelijk in gevaar bent als u in paniek raakt, al voelt het op dat moment anders. U kunt bijvoorbeeld zachtjes tegen uzelf zeggen “rustig maar, er gebeurt niets” of “je kunt het aan”. Veel mensen hebben er baat bij zichzelf op deze manier gerust te stellen als de angst dreigt toe te slaan.
  • Zoek afleiding als u in een situatie bent die u spannend vindt. Laat u niet meeslepen door de angstige gevoelens of gedachten. Beter kunt u uw aandacht richten op de dingen om u heen. Kijk bijvoorbeeld bewust naar andere mensen, hoe zij eruit zien, wat ze aan hebben, et cetera. Of geef u zelf een opdracht, zoals het terugtellen vanaf duizend in stappen van drie. Omdat u met andere dingen bezig bent, heeft de angst veel minder kans om vat op u te krijgen.
  • Bereid u voor op angstige situaties, door van tevoren na te denken wat er zou kunnen gebeuren en hoe u dat dan op zou kunnen lossen. Vermijding of snel weggaan uit de situatie is op de duur geen goede oplossing. Ga na wat u zou kunnen gebeuren en hoe u hiermee om zou kunnen gaan. Schrijf mogelijke oplossingen voor uzelf op en neem deze mee. De ervaring leert dat het moeilijk is om helder te blijven denken als u angstig dreigt te worden. Het kan helpen als u dan uw eerder bedachte oplossingen er gewoon bij kunt pakken.

Algemene adviezen en voorzorgsmaatregelen

Als u last heeft van agorafobie, is het belangrijk om de situaties die u als bedreigend ervaart, niet te mijden. Probeer zoveel mogelijk de dingen, die u een gevoel van angst of spanning geven, toch te doen. Zo voorkomt u dat u steeds verder beperkt raakt in uw normale functioneren.

Neem niet uw toevlucht tot alcohol of andere middelen die een verdovende werking hebben, om uw angst te bezweren. Hoewel het soms lijkt dat deze middelen u rustiger maken, is dat niet echt het geval. Alcohol en drugs versterken juist emoties en daarmee ook de angst. U lost uw probleem er niet mee op, en loopt zelfs het risico er straks een probleem bij te hebben.

Verder is het belangrijk om met anderen over uw angstgevoelens te praten. U hoeft zich hier absoluut niet voor te schamen. Als u er met anderen over spreekt, zult u merken dat veel mensen wel eens last hebben gehad van angstgevoelens. U staat zeker niet alleen. Ga actief op zoek op zoek naar deskundige hulp als u denkt dat u agorafobie heeft, en blijf dus niet met uw klachten rondlopen. Onderzoek geeft aan dat een behandeling bij meer dan tachtig procent van de mensen goede resultaten heeft.

In samenwerking met

Drs. H.J.M. Smeur (auteur)
Dr. A.A. Vendrig (consulent)

Bronnen

    • American Psychiatric Association, DSM-IV Patientenzorg: diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen voor de geneeskunde, Bewerkte vertaling van de ‘DSM-IV Primary Care, International Edition’, Swets & Zeitlinger, 1996
    • American Psychiatric Association, Beknopte handleiding bij de diagnostische criteria van de DSM-IV, Swets & Zeitlinger, 1995
    • Beck, JS, Basisboek cognitieve therapie, HBuitgevers, 1999
    • Blom, MBJ, Kerver, MM en Nolen, WA, Inleiding in de interpersoonlijke psychotherapie, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
    • Bögels, SM en Van Oppen, P (red.), Cognitieve therapie: theorie en praktijk, Bohn Stafleu Van Loghum, 1999
    • Emmelkamp, P, Bouman, T en Scholing, A, Angst, fobieën en dwang: diagnostiek en behandeling, Bohn Stafleu Van Loghum, 1995
    • Greenberger, D & Padesky, CA, Je gevoel de baas, Leer je negatieve denkpatronen veranderen, Swets & Zeitlinger, 2001
    • Jeffers, S, Niet durven, toch doen: adviezen en technieken om angst en besluiteloosheid om te buigen in kracht en actie
    • Keijsers, dr. GPJ, Van Minnen, dr. A en Hoogduin, prof. dr. CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg deel I, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
    • Keijsers, dr. GPJ, Van Minnen, dr. A en Hoogduin, prof. dr. CAL (red.), Protocollaire behandelingen in de ambulante geestelijke gezondheidszorg deel II, Bohn Stafleu Van Loghum, 1997
    • Roborgh, MRHM, Ik word ineens zo raar, Over spanning en hyperventilatie, Boom, 2002
    • IJzermans, TH en Heffels, A, Dat durf ik niet, Over angsten en fobieën, Boom, 2002
    • NHG Standaard Angst  2012

Meer informatie