Aangezichtspijn

Wat is aangezichtspijn?

Aangezichtspijn is een aanvalsgewijze hevige pijn die in bepaalde delen van het gezicht optreedt. Andere benamingen voor deze aandoening zijn trigeminusneuralgie en tic douloureux.

Het is een aandoening van een zenuw met drie takken die door het gelaat loopt. Deze zenuw wordt daarom ook de driepotige zenuw of nervus trigeminus genoemd.

Aangezichtspijn komt met name voor bij mensen van middelbare of oudere leeftijd, maar kan ook voorkomen bij jongvolwassenen. Vrouwen hebben er vaker last van dan mannen.

Symptomen aangezichtspijn

Aangezichtspijn is duidelijk te herkennen. Er is sprake van korte (enkele seconden tot twee minuten durende) hevige pijnscheuten in bepaalde delen van het gelaat.

Meestal voelen mensen de pijn in één gelaatshelft, dus óf alleen rechts óf alleen links. De precieze plaats van de pijn is afhankelijk van welke tak van de zenuw is aangedaan.

De bovenste tak van de zenuw geeft met name pijn in het voorhoofd en rondom het oog. De middelste tak geeft pijn in het gebied rondom de neus en wang. De onderste tak geeft pijnklachten in de tong, onderkaak of kin. Tussen de pijnscheuten door, zijn er geen klachten.

Bij veel mensen kunnen de pijnscheuten worden uitgelokt door bepaalde bewegingen (bijvoorbeeld praten of kauwen), koude of door het aanraken van specifieke plaatsen in het gelaat. Deze specifieke plaatsen worden triggerpoints genoemd.

Bekende triggerpoints zijn de neusvleugel en de zijkant van de tong.

Hoe ontstaat aangezichtspijn?

Waarschijnlijk ontstaat aangezichtspijn doordat de driepotige zenuw overprikkelt is geraakt door een slagader die erlangs loopt. Deze slagader drukt en klopt voortdurend tegen de zenuw. De zenuw raakt hierdoor erg gevoelig en reageert heftig op kleine prikkels, zoals beweging of aanraking.

Is het ernstig en wat kunt u verwachten?

Voordat de diagnose aangezichtspijn wordt gesteld, moeten andere oorzaken van de pijn worden uitgesloten. Dit gebeurt met name door gebruik te maken van verschillende afbeeldingtechnieken, zoals een CT of een MRI scan.

Aangezichtspijn verdwijnt niet spontaan. Er kunnen steeds weer perioden zijn dat u er last van heeft. Er zijn verschillende behandelingen mogelijk. Meestal wordt gestart met medicijnen die de pijn onderdrukken. Bij veel mensen is dit voldoende. Soms moeten de medicijnen na verloop van tijd stapsgewijs worden opgehoogd.

Wanneer de medicijnen geen of te weinig effect hebben, wordt overgegaan tot chirurgisch ingrijpen. Er bestaan hierin diverse varianten.

Meestal zal worden getracht om tussen de zenuw en de slagader een laagje aan te brengen waardoor de zenuw niet meer wordt geprikkeld.

Ook kan de zenuw kan worden uitgeschakeld door hem te beschadigen of door te snijden.

Wanneer naar de huisarts?

Wanneer u vermoedt dat bij u sprake is van aangezichtspijn, is het verstandig een afspraak te maken op uw huisartspraktijk. De huisarts kan nagaan of de diagnose waarschijnlijk is, of dat er mogelijk een andere oorzaak van de hoofdpijn is. Hij kan u eventueel doorverwijzen naar het ziekenhuis voor aanvullend onderzoek.

Wat kunt u er zelf aan doen?

U kunt de aangezichtspijn niet zelf behandelen. Het enige dat u kunt doen, is het uitlokken van aanvallen proberen te voorkomen.

Dit kunt u doen door de triggerpoints te ontzien, of de uitlokkende bewegingen zoveel mogelijk te voorkomen. Dit is uiteraard aan grenzen gebonden, u kunt immers niet voorgoed stoppen met praten of kauwen.

In samenwerking met

Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur) Dr. J. van der Zwan (consulent) Dr. A. Keijser (consulent)

Bronnen

  • Dekker F. Pijn in het aangezicht. Huisarts en Wetenschap, juli 2012. blz 321
  • Ferrari MD, Haan J. Alles over hoofdpijn en aangezichtspijn. Utrecht: Bruna Uitgevers B.V. Derde herziene druk, april 2000.
  • Psychologie en geneeskunde. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
  • Hijdra (red) e.a. Neurologie. 3e druk: 263-274, 419-426. Elsevier, Maarssen 2003.
  • Silberstein SD, Lipton RB, Goadsby PJ. Headache in Clinical Practice. Oxford: Isis Medical Media Ltd, 1998.
  • Bomhof MAM, Van der Zwan JL. 104 vragen over hoofdpijn. Van Reemst Unieboek 1997. ISBN 90 410 0546 3
  • Terwindt GM, Ophoff RA, Haan J, Frants RR, Ferrari MD. Kanalopathieën: Genetische verklaring voor migraine en andere paroxysmale neurologische aandoeningen. NTVG 1998;142:1015-9.

Pagina laatst aangepast op 24 juni 2019


Gerelateerd