Een uitstrijkje is een onderzoek waarbij cellen van de baarmoedermond worden onderzocht. Dit onderzoek richt zich vooral op het vroegtijdig opsporen van baarmoederhalskanker.
Uitstrijkjes worden met name gemaakt in het kader van het bevolkingsonderzoek op baarmoederhalskanker. Elke vrouw tussen de dertig en zestig jaar wordt elke vijf jaar schriftelijk uitgenodigd om een uitstrijkje te laten maken. De huisarts neemt wat cellen van de baarmoedermond af en stuurt deze op naar het laboratorium. Onder de microscoop wordt het uitstrijkje beoordeeld op de aanwezigheid van afwijkende cellen, die mogelijk een voorloper zijn van baarmoederhalskanker.
Dankzij het uitstrijkje is het aantal vrouwen dat jaarlijks overlijdt aan baarmoederhalskanker gehalveerd. De mensen die nog wel overlijden aan deze ziekte, ongeveer 200 tot 300 per jaar, zijn met name vrouwen die zich niet hebben laten onderzoeken of die ouder zijn dan zestig jaar.
Het uitstrijkje is, in het kader van het bevolkingsonderzoek, gratis. Als uw huisarts een uitstrijkje maakt vanwege klachten die u heeft, worden de kosten door uw ziektekostenverzekeraar vergoed.
U ontvangt per post een uitnodiging voor het uitstrijkje. U wordt verzocht een afspraak bij uw huisarts (of de praktijkassistente) te maken.
Bij de uitnodiging vindt u informatie over het uitstrijkje en een kaart die u mee moet nemen naar de huisartsenpraktijk. Hierop kunt u onder andere invullen wanneer u voor het laatst ongesteld bent geweest en of u klachten heeft. Wanneer u een uitnodiging heeft ontvangen, kunt u een afspraak maken bij uw huisartsenpraktijk.
Steeds meer uitstrijkjes worden uitgevoerd door de doktersassistente die hier een speciale training voor heeft gehad.
Wanneer u voor het uitstrijkje bij de assistente of de huisarts komt, zal eerst de vragenlijst ingevuld of eventueel aangevuld worden. Daarna mag u naar de onderzoekskamer gaan waar u uw onderlichaam moet ontkleden.
Het onderzoek vindt plaats op de onderzoeksbank. De meeste onderzoeksbanken
hebben knie- of voetsteunen waar u uw benen in kunt plaatsen. Er zal een
onderzoekslamp op de ingang van uw vagina worden gericht.
De
assistente of huisarts voert het onderzoek uit met een speculum, ook wel
eendenbek genoemd. Dit is een handvat met twee bladen, waarmee de vaginawanden
zachtjes uit elkaar gedrukt kunnen worden.
Voor het inbrengen,
wordt het speculum eerst op kamertemperatuur gebracht door het even onder de
warme kraan te houden. Het inbrengen van het speculum kan een drukkend gevoel
geven. Als u een beetje perst tijdens het inbrengen van het speculum, is het
meestal niet vervelend.
Als het speculum goed is ingebracht en
geopend, kan de assistente of de huisarts uw baarmoedermond zien. Wanneer er
wat slijm uitkomt, wordt dit weggehaald met een wattenstokje en worden er met
een bepaald type borsteltje wat cellen van de baarmoedermond weggehaald. Lukt
het met dit borsteltje niet, dan wordt soms ander materiaal gebruikt, zoals een
spatel of een ander type borsteltje.
De weggehaalde cellen worden
uitgestreken op een glazen plaatje en met een vloeistof uit een spuitbusje
gefixeerd, om uitdroging en vervorming tijdens het vervoer te voorkomen. Het
speculum wordt voorzichtig gesloten en weggehaald, waarna u zich weer kunt
aankleden. Het is verstandig om na het onderzoek een inlegkruisje in uw slip te
leggen, omdat u een klein beetje bloed kunt verliezen.
De huisarts voorziet het uitstrijkje van uw naam en geboortedatum en stuurt het samen met het formulier naar het laboratorium. De weggehaalde cellen worden onder een microscoop bekeken en beoordeeld.
Binnen twee tot drie weken heeft uw huisarts de uitslag toegestuurd gekregen. Bij de meeste huisartspraktijken moet u zelf even bellen voor de uitslag.
Er zijn twee systemen in gebruik waarmee het uitstrijkje wordt beoordeeld. Het laboratorium kiest meestal één van deze systemen om mee te werken.
Het oudste en bekendste systeem is de Pap-classificatie van Papanicolaou. In verreweg de meeste laboratoria is dit systeem vervangen door het KOPAC-B systeem. Het voordeel van dit laatste is dat het een meer verfijnde verdeling bevat.
De meeste huisartsen krijgen op de uitslag niet alleen de KOPAC-B beoordeling te zien, maar ook de Pap-uitslag. Aan deze Pap-uitslag is dan een advies gekoppeld.
Aan de hand van de uitslag van het laboratorium kan de huisarts uw risico op baarmoederhalskanker inschatten en daarop actie ondernemen.
Pap-classificatie
Pap 0
Bij Pap 0 is het uitstrijkje als het ware ‘mislukt’ en moet het opnieuw afgenomen worden. Dit is altijd een technisch probleem (te weinig cellen, te veel bloed erbij en dergelijke). Meestal vindt een herhaling van het uitstrijkje plaats ongeveer zes weken na het eerste uitstrijkje. Ongeveer 10% van alle uitstrijkjes wordt als Pap 0 geclassificeerd.
Pap 1
Pap 1 wil zeggen dat het uitstrijkje helemaal goed is. Er is geen enkele aanwijzingen voor (begin van) baarmoederhalskanker. U wordt pas over vijf jaar weer opgeroepen.
Pap 2 en Pap 3a
Bij Pap 2 en de lichte afwijkingen bij Pap 3a (lichte dysplasie) is er sprake van geringe tot lichte afwijkingen. Deze afwijkingen kunnen allerlei oorzaken hebben die meestal vanzelf weer verdwijnen en daarom wordt het uitstrijkje na zes maanden herhaald. Wanneer er na zes maanden weer dezelfde Pap-classificatie uitrolt, wordt u verwezen naar de gynaecoloog voor een onderzoek met een colposcoop. U hoeft hiervoor niet te worden opgenomen in het ziekenhuis.
Een colposcoop is een soort vergrootglas waarmee de gyneacoloog via de vagina de baarmoedermond en de vagina nauwkeurig kan bekijken.
Pap 3 en Pap 4
Bij de matige afwijkingen bij Pap 3a (matige dysplasie) en bij Pap 3b en Pap 4 (matige tot ernstige afwijkingen met verdenking van beginnende baarmoederhalskanker) zal de huisarts u voor verder onderzoek verwijzen naar de gynaecoloog. Met een kijkonderzoek of onderzoek van een stukje weefsel van de baarmoedermond, kan worden bepaald of bij u mogelijk sprake is van een voorstadium van baarmoederhalskanker. Als dit inderdaad zo blijkt te zijn, zult u worden behandeld om dit risico af te wenden.
Pap 5
Bij Pap 5 is meestal sprake van baarmoederhalskanker. De gynaecoloog heeft een aantal mogelijkheden om deze aandoening te behandelen. Een operatie en bestraling kunnen u in veel gevallen genezen.
Het is verstandig om naar de huisarts te gaan, wanneer u:
Drs. A.A.H.H. Liedtke - van Eijck (auteur)
Drs. H.W.J. Verblackt
(consulent)
Drs. E.G.C. van Seumeren (consulent)
Meer informatie